Stelling

Hobby-archeologen verrijken onze geschiedenis

Stem

Agenda

Oorlog in Vlaanderen
Het is honderd jaar geleden dat de Derde Slag bij Ieper plaatsvond, ook wel de Slag bij Passendale genoemd. Ingezet door de internationale geallieerde coalitie als mijnenslag met als einddoel de controle over de grote havengebieden, werd het een bloedige strijd om een paar kilometer klei. In de Vlaamse Westhoek wordt het beruchte jaar herdacht met zes tentoonstellingen, waaronder een in de Koninklijke Zaal van het In Flanders Field Museum te Ieper.
Gewoon puissant rijk
Twee bijzondere exposities in Noord-Nederland over welstand en fortuin. De oude academiestad Franeker en de voormalige Hanzestad Groningen laten hun voorouders pronken met familiewapens, zilver en kostbare schilderijen. De vooraanstaande leden van de Groningse bestuurderselite hadden doorgaans een huis in de stad en een borg in de Ommelanden of Veenkoloniën. De provincie Groningen telde zo ooit 200 borgen, riante paleisvilla’s met een lange bouwgeschiedenis en een exclusief interieur. Veel huizen zijn gesloopt (er zijn nog zestien te bewonderen), waarmee ook veel kunstschatten op drift raakten.

Hoe Hitler de oorlog plande

05 juli 2017 skrul

Lang wist Adolf Hitler zijn plannen voor 'Lebensraum' te verbergen achter een weliswaar agressief, maar toch aan vrede appellerend buitenlands beleid. Toch was de wil tot oorlog een van de pijlers van zijn politiek. Jarenlang trof hij daar systematisch voorbereidingen voor. Ploseling was er haast: het ‘momentum’ dreigde voorbij te gaan. De tegenkrachten sliepen rustig door.

Meesterlijk misleider die hij was, slaagde Hitler er lang in zowel zijn landgenoten als het buitenland in het ongewisse te laten over zijn ware bedoelingen. Kort na zijn benoeming tot rijkskanselier in januari 1933 hamerde hij op zijn vreedzame intenties. Het Duitse volk, zo zei hij in zijn regeringsverklaring over de Machtigingswet van 23 maart 1933, wilde met de rest van de wereld in vrede leven en elk volk ‘oprecht de hand reiken’. Een nieuwe oorlog was ‘waanzin ten top’ verklaarde hij een paar weken later nog eens en daarom was het de ‘diep gevoelde wens’ van de nieuwe regering ‘een dergelijke aan vrede tegengestelde ontwikkeling door haar oprechte en daadkrachtige medewerking te verhinderen’.

 

Maart 1938: Hitler spreekt na de ‘Anschluss’ de massa toe op het Heldenplatz in Wenen.

 

Lebensraum

In werkelijkheid sloeg Hitler al de eerste dag dat hij aan de macht was de weg richting oorlog in. De toenmalige economische crisis was, zo doceerde hij vier dagen na zijn aantreden als rijkskanselier ten overstaan van de legerleiding, met de gebruikelijke middelen niet op te lossen. De situatie op de wereldmarkt maakte een ‘vergroting van de export’ nutteloos. Alleen ‘de verovering van nieuwe levensruimte in het oosten’ vermocht Duitsland van zijn nijpende voedingsmiddelen- en grondstoffengebrek te verlossen. De opbouw van het leger had daarom de hoogste prioriteit. Ook zijn kabinet hielp Hitler op 8 februari 1933 uit de droom: ‘De economie van het Duitse Rijk dient zich […] in de eerste plaats te richten op de behoeften van de Duitse herbewapening.’
Die doelstelling betekende echter een bewuste schending van het Verdrag van Versailles, dat Duitsland na de Eerste Wereldoorlog een reeks militaire beperkingen opgelegd had. Al in 1934 begonnen de voorbereidingen van de verschillende legeronderdelen om de wapenbeperkingen stelselmatig te ontduiken. Zo presenteerde de marine een scheepsbouwplan waarmee de vloot naar aantallen en tonnage de omvang die de geallieerden Duitsland toegestaan hadden verre te buiten zou gaan. De nog jonge luchtmacht gaf in juli 1934 aan binnen vier jaar 17.015 militaire vliegtuigen te willen bouwen, terwijl het Verdrag van Versailles Duitse luchtstrijdkrachten compleet verboden had. De nationaalsocialisten pasten daar een mouw aan door de nieuwe modellen eenvoudigweg voor civiele toestellen uit te geven. De landmacht overschreed met haar uitbreidingsplannen al in december 1933 ruimschoots de grenzen van het verdrag. In 1935 kwamen daar nog eens de herinvoering van de algemene dienstplicht en een voorgenomen groei naar 36 divisies (580.000 man) bij.

 

Duitse troepen trekken het Rijnland binnen.

 

Titanische vloot

Terwijl veel Duitsers zich aan het begin van het nationaalsocialistische dictatuur nog zand in de ogen lieten strooien door een schijnbare daling van de werkloosheid en welzijnsmaatregelen als de door het arbeidsfront georganiseerde ‘Kraft durch Freude’-vakantiereizen, kwam een gigantisch bewapeningprogramma op toeren. De militaire uitgaven stegen gestaag van vier procent van de rijksbegroting in 1933 naar vijftig procent in 1938. De legerleiding raakte bevleugeld door Hitlers zucht naar staal. Zo kwam de marinetop in 1938 met het zogeheten Z-plan, dat beoogde een waarlijk titanische vloot van stapel te laten lopen met een totale scheepstonnage van meer dan 1,6 miljoen ton. In ijltempo dienden voor 1945 tien slag- en vijftien pantserschepen vaarklaar gemaakt te worden, acht vliegdekschepen, vijf zware , 24 lichte en 36 kleine kruisers plus 249 onderzeeërs. Hoezeer men daarbij zijn realiteitszin verloor, blijkt wel uit de hoeveelheid brandstof die al deze schepen zouden verslinden: zes miljoen ton stookolie en twee miljoen ton dieselolie waren nodig geweest om deze vloot daadwerkelijk uit te laten lopen. En dan te bedenken dat het totale Duitse verbruik van aardolieproducten in 1938 6,1 miljoen ton bedroeg, waarvan er maar 2,4 uit binnenlandse productie afkomstig waren. Rijksminister voor luchtvaart Hermann Göring droomde zo zijn eigen dromen van een luchtmacht die zich aan de beperkte hulpbronnen van het Duitse Rijk niets gelegen liet liggen.

 

De hele grensstreek van Tsjechoslovakije (Sudentenland) werd bevolkt door Duitssprekenden (roze kleur rond het blauwe Bohemen-Moravië).

 

Zelfvoorzienend

De concurrentie tussen de verschillende legeronderdelen leidde tot een overhaaste en doelloze bewapening. De gevolgen werden snel merkbaar: grondstoffen- en deviezenschaarste, gebrek aan arbeidskrachten en een enorme staatsschuld.
In 1936 liet Hitler alle pretenties over de schreeuwende tekorten varen. Op het ‘Partijcongres van de Eer’ in Neurenberg verwierf hij de steun van de massa’s voor een vierjarenplan dat alle krachten in dienst stelde van de bewapeningsinspanning, ongeacht de gevolgen voor de loonontwikkeling van de bevolking. De regering werd niet zozeer beziggehouden door ‘de vraag of de boter soms eens schaars is en eieren wat moeilijker te krijgen’ verklaarde Hitler openlijk, als wel door het streven om Duitsland binnen vier jaar zelfvoorzienend te maken.
In een geheim memorandum sprak Hitler nog klaarder taal: ‘Het Duitse leger dient binnen vier jaar gevechtsklaar te zijn, de Duitse volkshuishouding dient binnen vier jaar ingesteld te zijn op oorlog.’ Göring werd belast met de uitvoering van het vierjarenplan en tot een soort economische dictator gemaakt. Hij alleen besliste over de toewijzing van grondstoffen aan de verschillende takken van industrie, de inzet van arbeidskrachten, de beheersing van prijzen en lonen. Grote nadruk lag op de binnenlandse grondstoffenproductie, om het in geval van oorlog zonder importen te kunnen stellen. Koortsachtig werkte men aan de ontwikkeling van synthetische brandstof, kunstrubber, celvezels op houtbasis, probeerde werkelijk alles uit de onrendabele ijzererts- en aardoliebronnen in het Duitse Rijk te halen.

 

Op vliegveld Heston spreekt de Britse premier Chamberlain op 30 juli 1938 over het in München bereikte akkoord. De man is voor eeuwig belachelijk gemaakt met foto’s waarop hij met het waardeloze verdrag wapperde.

 

Uitgekiende propaganda

Voor de gewone man betekende dat in de eerste plaats afzien van een juist weer wat rooskleuriger consumptiepatroon: margarine in plaats van boter, huishoudjam in plaats van worst, rogge- in plaats van witbrood. Dat ging niet zonder morren, wat Hitler ertoe bracht de Duitsers openlijk op een oorlog voor te bereiden. De ‘pacifistische plaat’ was nu wel ‘afgedraaid’, stelde de Führer in 1938 in een toespraak voor 400 journalisten en uitgevers vast. En hij spoorde hen ertoe aan ‘binnen twee jaar in het volk de wil tot oorlog te wekken’.
De propaganda legde meer dan daarvoor de nadruk op krijgshaftigheid en aanverwante deugden, wekte oude angsten voor een omsingeling door afgunstige, anti-Duitse machten en beval ‘uitbreiding van leefgebied’ aan als middel om de nationale voedselvoorziening veilig te stellen. Het door Joseph Goebbels geleide propagandaministerie begon een initiatief ‘ter popularisering van het leger’ om het vertrouwen van het Duitse volk in de eigen militaire machtsmiddelen te sterken. De schuld aan een eventuele oorlog werd maar vast op anderen afgeschoven, vooral op Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten, die de Duitse natie immers beletten de haar ‘rechtens toekomende bestaansvoorwaarden’ te scheppen. Toch wisten de nazi’s hiermee maar geen zucht naar oorlog in het volk te wekken. Een beeld van oorlogsmoeheid en berusting rijst op uit de rapporten die in de jaren 1938/39 werden opgesteld door het opperbevel van de strijdkrachten, door de daaronder ressorterende Wehrwirtschaftsstab (logistieke dienst), en door de veiligheidsdiensten. ‘Stemming ten aanzien van de internationale verhoudingen en de doorgaans onverbloemd besproken oorlogskansen is in het algemeen aan te merken als bedrukt, ernstig en bezorgd. Er heerst een algemene oorlogspsychose,’ heet het in een van die rapporten.
Hitler wist dat hij alleen door snelle buitenlandse successen enthousiasme voor zijn oorlogskoers en respect voor zijn positie zou kunnen genereren. In 1939 had hij al drie van zulke successen geboekt – en spectaculair ook. Eerst was daar in 1936 de plotse bezetting door Duitse troepen van het Rijnland, dat in het Verdrag van Versailles als gedemilitariseerde zone was aangemerkt – een waagstuk waar Hitler zijn blazoen ongemeen mee kon oppoetsen, terwijl hij onmogelijk voorzien kon hebben dat de Fransen dat over hun kant zouden laten gaan. Hun leger was op dat moment nog superieur aan de Wehrmacht, maar zij bevonden zich in een heftige verkiezingsstrijd. Ook Londen zag kennelijk geen vitale belangen in het geding bij de remilitarisering en liet een militaire reactie achterwege.

 

Hitlers overwinningsparade in het Boheemse Graswitz na de ‘Anschluss’ van Sudetenland aan het Duitse Rijk.

 

Rijnland

De Rijnlanders begroetten de troepen bij het overgaan van de Rijnbrug met bloemen en vreugdekreten, zonder te beseffen dat Hitler opnieuw een stap richting oorlog gezet had. Het Rijnland, grenzend aan potentieel vijandelijk, Frans gebied, was daarvoor namelijk nodig als buffer of als zone om troepen samen te trekken. Alleen als het Rijnland weer volledig onder Duits gezag stond, kon de militair zo belangrijke zware industrie van het Ruhrgebied tegen een Franse aanval beschermd worden. Ten slotte betekende de inlijving van zo’n dichtbevolkt gebied ook een versterking van het eigen leger, nu de algemene dienstplicht heringevoerd was.
De coup in het Rijnland had Hitler genoeg zelfvertrouwen gegeven om andere riskante acties te ondernemen. De Anschluss van Oostenrijk bij het Duitse Rijk in 1938 en de ontbinding van Tsjecho-Slowakije het jaar daarop brachten hem niet alleen de stormachtige bijval van het Duitse volk, maar verlosten hem ook voor enige tijd van zijn economische zorgen.
Na een in scène gezet verzoek om hulp, het sturen van troepen en een geregisseerd referendum waarbij zich volgens de autoriteiten 99 procent van de Oostenrijkers voor aansluiting bij Duitsland had uitgesproken, werd het land veranderd in de Ostmark van het Duitse Rijk. Daarmee viel een goud- en deviezenvoorraad van zo’n 1,4 miljard Rijksmark in handen van de Duitsers, die er de lege kluizen van hun staatsbank mee vulden. Een ander deel van de buit bestond uit belangrijke bodemschatten als ijzererts, zink, lood en magnesiet, uit onderbenutte fabriekscapaciteit en uit een leger van goed geschoolde werklozen. Ook niet onbelangrijk was dat Wenen de nationaalsocialisten de toegang tot de Zuidoost-Europese markt verschafte, waar zij een oplossing hoopten te vinden voor het aanhoudende gebrek aan grondstoffen en graan. Voor de oververhitte Duitse oorlogsmachinerie kon de aansluiting echter niet meer zijn dan een druppel op de gloeiende plaat.

 

Oktober 1938: het Boheemse Sumperk wordt weer Mährisch-Schönberg.

 

Sudetenland

Hitlers volgende doel was daarom de liquidatie van Tsjecho-Slowakije, wat met het offer van het Sudetenland (Verdrag van München) niet kon worden afgewend: op 15 maart 1939 marcheerden Duitse troepen door de straten van Praag. Bohemen en Moravië gingen op in een Duits protectoraat, terwijl Slowakije een marionettenbewind onder aanvoering van de nationalist Jozef Tiso kreeg. Het protectoraat leverde Hitler opnieuw aanzienlijk economisch voordeel op: belangrijke metaal-, machine- en wapenfabrieken, oorlogsmaterieel ter waarde van 77 miljoen Rijksmark (de Tsjechen beschikten over een groot aantal tanks van uitstekende kwaliteit), verder goud- en deviezenreserves, aanzienlijke voorraden koper, nikkel, lood en aluminium. Maar met de bezetting van Bohemen en Moravië had Hitler zijn schepen achter zich verbrand. Alleen een snelle opeenvolging van ‘Blitzkriege’ kon nu zijn bewapeningspolitiek nog voor een collaps behoeden.
Als de aanvaller niet meer het strijdtoneel kon kiezen, dreigde een meerfrontenoorlog waar het Rijk in 1939 allerminst op voorbereid was. Het had onloochenbaar een indrukwekkende inhaalslag op militair vlak gemaakt, maar opleiding en uitrusting van de troepen hadden geen gelijke tred weten te houden met het tempo en omvang van de herbewapening. Ook de strategische reserves waren bij de stormachtige groei achtergebleven.
Bij het begin van de oorlog tegen Polen beschikte de luchtmacht over een brandstofvoorraad voor krap twee maanden en een bommenvoorraad voor drie maanden. Het leger beklaagde zich al een paar maanden na het begin van de oorlog over een nijpend tekort aan munitie, die volstond voor niet meer dan vijftien tot twintig dagen strijd. Reserves aan bewapening en materieel voor de grondtroepen ontbraken geheel. Grondstoffen van strategisch belang waren ondanks alle inspanningen schaars gebleven en leidden tot haperingen in de wapenproductie. Aardolie moest voor 65 procent uit het buitenland komen, ijzererts voor 66 procent, rubber zelfs voor 85 procent. De aangelegde voorraden volstonden voor hoogstens een jaar. Ook in zijn voedselvoorziening bleef Duitsland afhankelijk van importen. Vetten en vlees bleven het verst bij de planning achter, zodat men er bij de Wehrwirtschaftsstab van uitging dat de vetconsumptie in oorlogstijd teruggeschroefd diende te worden naar 57 procent, de vleesconsumptie naar 68 procent van het peil in vredestijd.
Vóór het eerste schot van de Tweede Wereldoorlog viel, had Hitler zijn volk al naar de afgrond geleid. Maar dat deerde hem niet. ‘Duitsland wordt of een wereldmacht, of het houdt op te bestaan,’ had hij immers al genoteerd in zijn propagandaboek ‘Mein Kampf’.
(Karin Schneider-Ferber)

(Openingsbeeld: Duitse troepen marcheren het Rijnland binnen, maart 1936)

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over de Blitzkrieg, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. NU overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Klanktovenaar in de schaduw

Toen Ry Cooder in 2009 zijn (hoogstwaarschijnlijk) laatste concerten in de Lage Landen gaf, was de cirkel rond. In Nederland boekte hij namelijk in 1972 zijn eerste commerciële succes met een album dat gaat over de Dust Bowl en de Grote Depressie. Zijn empathie voor de kleine man had hij thuis – een communistisch nest van Europese migranten- meegekregen. Gitaar spelen leerde hij al zeer jong na een ongeluk waarbij hij een oog verloor.

Lees verder

Kroniek

Ont-brekend glas

De kranten melden begin september 1947, nu zeventig jaar geleden, dat drie jaar na de bevrijding van Nijmegen, een groot deel van de inwoners nog altijd verstoken is van glas in hun woningen. Dezer dagen echter, kreeg de gemeente de beschikking over 1.500 m2 glas. Hiervan kunnen alle woningen voor de winter van glas worden voorzien. Rijk en gemeente zullen hen, die de direct te maken kosten niet kunnen betalen, financieel tegemoet komen. Op de foto de door gallieerde bommen verwoeste binnenstad met op de achtergrond de Waalburg.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder