Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Maginotlinie: kortzichtig beton

14 juni 2017 Siebrand Krul

De Fransen geloofden van de Eerste Wereldoorlog geleerd te hebben. Achter de Maginotlinie, een nieuwe keten van vestingwerken, zouden ze veilig zijn voor de Duitse agressor. Een peperdure misrekening, want waar de Fransen zich volledig verlieten op een ouderwetse onbeweeglijke loopgravenoorlog, richtten de Duitsers zich op een snelle bewegingsoorlog, ander woord voor Blitzkrieg.

‘On ne passe pas!’ deze strijdkreet werd na de Eerste Wereldoorlog het motto van het Franse defensiebeleid en een gevleugeld woord onder de soldaten. ‘Niemand komt er langs!’ – en al helemaal geen Duitse troepen. Twee oorlogen met het buurland in vijftig jaar tijd hadden hun sporen nagelaten: zowel in de Pruisisch-Franse oorlog van 1870/71 als in de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 werd er onder grote verliezen bijna uitsluitend op Franse bodem gestreden. Met deze ervaring in het achterhoofd overlegden begin jaren twintig de generale staven van het leger hoe een volgende oorlog op het eigen grondgebied voorkomen kon worden. Weliswaar heerste er sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog en het Verdrag van Versailles vrede tussen de beide landen, maar de generaals hielden rekening met een nieuw conflict en keken vooral naar de fouten uit het verleden, niet naar de militaire mogelijkheden van de toekomst. Generaals zijn, zo wil het cliché, vooral bezig met het winnen van de vorige oorlog.

 

Britse troepen zoeken tijdens de zogeheten Schemeroorlog (Sitzkrieg) onderdak in een fort van de Maginotlinie, 1939.

 

In 1929 kwam de legerleiding met een uitgewerkt plan. Dat had niet zoals gebruikelijk ten doel het eigen leger te versterken en zijn aanvalskracht te vergroten. In plaats daarvan gaf het prioriteit aan de bouw van een verdedigingslinie langs de grens met Duitsland – een wal van beton en staal, bezet met artillerie en infanterie. De generale staven hadden de minister van Oorlog André Maginot voor het plan gewonnen en die legde het concept in 1930 aan het Franse parlement voor. De afgevaardigden besloten met grote meerderheid tot de bouw van de nieuwe verdedigingslinie, die later met de naam van haar geestelijk vader als Maginotlinie aangeduid zou worden.

 

Het achteraf nogal potsierlijke insigne van de Maginotlinie.

 

Er werd in dat jaar gelijk met de bouw begonnen en tien jaar later was het megaproject voltooid. Tot 1940 werkten er honderd aannemersbedrijven en 20.000 bouwvakkers tegelijk aan het immense bolwerk. De kosten kwamen officieel op een totaal van vijf miljard franc, maar lagen in werkelijkheid veel hoger. Voor dat geld kreeg men niet, zoals velen dachten, een aaneengesloten werk dat van de Noordzee tot de Alpen reikte. Het was veeleer een geheel van afzonderlijke, meer of minder sterk verstevigde verdedigingswerken zonder onderlinge verbinding. Vooral die van Hackenberg en Lauterbourg kregen ontzagwekkende proporties. Aan de Maas was de linie dan weer zwakker en vertoonde gaten. Ter beveiliging van de grens met Italië diende de zogeheten Ligne Alpine. Die werd in dezelfde tijd aangelegd, maar maakte geen deel uit van de eigenlijke Maginotlinie.

 

Een zwaar beschoten, maar nadien keurig geschilderde pantserkoepel van de stelling Guensthal.

 

Hoofdbestanddeel van de Maginotlinie, die dus als front gedacht was, als denkbeeldige lijn waarlangs de vijandelijkheden moesten plaatsvinden, waren vijftig zwaar bewapende vestingwerken (gros ouvrages). Daar tussen bevonden zich kleinere bunkers en infanteriekazematten. Op enige afstand achter de grote vestingen bevonden zich – ook zoveel mogelijk ondergronds – secundaire gebouwen, zoals kazernes, munitie- en materiaaldepots en wachttorens. Die strategisch belangrijke (artillerie)vestingen waren samengesteld uit soms wel zeventien gevechtsblokken, die stuk voor stuk duizend soldaten konden herbergen en bovengronds uitliepen in pantserkoepels voor zwaar geschut, zoals granaatwerpers en houwitsers. Om van het ene blok naar het andere te komen, gebruikten de soldaten onderaardse gangen. Niet alleen deze verbindingen, ook alle andere ruimtes lagen ondergronds. Alleen de ingangen, enige schietgaten en vuurmonden waren van buitenaf zichtbaar.

 

De keuken van het fort Michielsberg.

 

Dit had tot gevolg dat bijna het gehele leven in zo’n vesting zich ondergronds afspeelde, waar zich slaapzalen en sanitaire ruimtes bevonden, keukens, goederenliften, een telefooncentrale, een lazaret en een zelfstandige elektriciteitscentrale (usine) voor een onafhankelijke energievoorziening. Hierdoor konden de vestingen geheel onafhankelijk van elkaar en om het even bij welk frontverloop blijven functioneren. Voor de manschappen betekende dit dat hun leven zich in geval van oorlog geheel ondergronds afspeelde, waar je dus altijd bij kunstlicht op elkaar lip zat. De gangen waren met een hoogte van 2,30 en een breedte van 1,20 meter aan de krappe kant. Alleen de gangen waar een smalspoorgoederentreintje met een snelheid van veertien kilometer per uur munitie en voorraden doorheen vervoerde waren breder. Je ademde er slechte, hete lucht – met dieselmotoren voor de stroomvoorziening in bedrijf kon de temperatuur oplopen tot 40 °C. Nog erger dan de hitte was het lawaai. De onophoudelijk ronkende generatoren en ratelende transporten werden namelijk nog overstemd door het gebulder van het eigen geschut en inslaande vijandelijke granaten aan de oppervlakte.
Het parool was de Maginotlinie in geval van oorlog tot het uiterste te verdedigen – tot de dood erop volgde als het moest. ‘We zijn ons ervan bewust dat het onze taak is om ter plaatste te sterven,’ verklaarde luitenant Bourguignon, commandant van het fort in La Ferté. Toen hij bij een aanval van de Duitsers voor de zekerheid nog eens bij zijn superieur navroeg of hij het fort moest ontruimen, kreeg hij een ontkennend antwoord: ‘Een artilleriefort van de Maginotlinie is als een onderzeeër. Niemand verlaat een onderzeeër – iedereen gaat ermee te gronde.’

 

Voorjaar 1944: Amerikaanse troepen lijken zich af te vragen waar ze op voormalig Frans grondgebied stuiten.

 

Al met al was de bouw van de Maginotlinie, zoals alle plannen voor de verdediging van Frankrijk in geval van oorlog door een uiterst defensief denken bepaald. Vandaar dat het land in de jaren 1939/40, gedurende de drôle de guerre, ook gedoemd was tot nietsdoen. Wat de Fransen als ‘merkwaardige oorlog’ aanduidden, noemde de Duitsers Sitzkrieg: in plaats van het Hitlerregime de inval in Polen betaald te zetten met een aanval aan het westelijke front en Polen ten minste indirect te steunen, verklaarde Frankrijk weliswaar de oorlog aan Duitsland, maar bleef het lijdzaam. Het leger hield zich achter de Maginotlinie verschanst, terwijl de aanval op dat moment de beste kansen bood. Pas toen de Duitsers zelf het westelijk front openden, kwam het tot serieuze vijandelijkheden.
(Dominik Feldman)

(Openingsbeeld: Tegenwoordig is de omgeving van het fort van Fermont een stuk vreedzamer.)

 

Lees nog veel meer over Hitlers Blitzkrieg in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder