Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Hitlers Blitzkrieg

14 juni 2017 Siebrand Krul

Meer dan zes weken hadden de Duitse legers niet nodig om hun Blitzkrieg-strategie in het westen uit te voeren. De geallieerden waren compleet verrast door de snelheid van het offensief – het grootste deel van Wehrmachttop en Hitler zelf trouwens ook. Wat is 1914-1918 met verlies van miljoenen jonge levens in vier jaar niet lukte, was nu in een paar weken bereikt. Verbijsterend.

Drôle de guerre, merkwaardige oorlog, zo noemden de Fransen de fase die op de oorlogsverklaring van de Grande Nation volgde. Het front bood in die dagen ook een merkwaardige aanblik, want nadat Frankrijk en Groot-Brittannië Duitsland de oorlog hadden verklaard, werd er bij Maginotlinie en Westwall nauwelijks een schot gelost. De geallieerden hoopten tijd te winnen in plaats van de druk op Polen te verminderen met een offensief.
Maar na beëindiging van de strijd in Polen drong Hitler er bij zijn generaals op aan de Westfeldzug voor te bereiden. De legerleiding reageerde afhoudend. Men was bevreesd voor een bloedige loopgravenoorlog als in de jaren 1914-1918, die een Wehrmacht in opbouw ook niet lang vol zou kunnen houden. Daarnaast wil-den de generaals niet elk perspectief op een diplomatieke oplossing tenietdoen door een uitbreiding van de oorlog. Terwijl Hitler vastberaden was zo snel mogelijk in het offensief te gaan, probeerde de legerleiding de begindatum daarvan telkens weer uit te stellen. De datum werd uiteindelijk 29 keer uitgesteld, zij het dat meermaals ook de ongunstige weersomstandigheden er debet aan waren dat de stille oorlog aan het westelijk front nog tot voorjaar 1940 aanhield.

 

Duitse parachutisten boven Den Haag, 10 mei 1940. De fameuze Waterlinie bleek waardeloos.

 

De geallieerden verwachtten dat de Wehrmacht het westelijk offensief over de neutrale landen België en Nederland zou laten lopen. De Maginotlinie gold als onneembaar en de verantwoordelijken in Frankrijk acht-ten het onmogelijk dat een aanvaller de Ardennen met zwaar materieel door kon trekken. Maar dat was pre-cies wat de strategen van de Wehrmacht als enige oplossing zagen. Toen generaalluitenant Erich von Manstein, hoofd generale staf van legergroep A, zijn aanvalsplan presenteerde, oogde dat zo fantastisch, dat hij overgeplaatst werd. Ook zijn plan ging uit van de bezetting van Nederland, maar dan alleen met als doel om geallieerde troepen richting noorden te lokken. Tegelijk zouden namelijk omvangrijke tankeenheden door de Ardennen moeten doorstoten richting Kanaalkust (Churchill zou deze manoeuvre later met een snelle haal van een sikkel vergelijken) en de Frans-Britse troepen zo omsingelen. In februari koos Hitler uiteindelijk voor Mansteins schijnbeweging, zij het in aanmerkelijk aangepaste en afgezwakte vorm.

 

Mei 1940. Duitse troepen passeren over een pontonbrug de Maas.

 

In de vroege uren van de 10de mei 1940 gaf Hitler het startschot voor ‘Fall Gelb’, de aanval op de Benelux en Noord-Frankrijk. Duitse parachutisten werden boven Nederland afgeworpen. Zij wisten al op de eerste dag van de aanval de voornaamste bruggen te bezetten. Tegelijkertijd trokken Duitse troepen België binnen. Fort Eben-Emael, de hoeksteen van de Belgische verdedigingslinie, werd door een elite-eenheid ingenomen. Ook ‘Vesting Holland’ werd in de tang genomen. De stadscommandant van Rotterdam, kolonel Scharroo, wees de overgave van die stad van de hand. Toen de Wehrmacht daarop met een bombardement van de stad dreigde, begonnen de onderhandelingen over capitulatie alsnog. Er ging een tegenbevel uit naar het bom-menwerpereskader, maar dat was al opgestegen en werd niet meer bereikt. De luchtaanval legde de oude binnenstad van Rotterdam in de as en meer dan 800 mensen lieten het leven. Op 15 mei capituleerden de Nederlandse strijdkrachten, de regering week uit naar Londen.

 

 

Een Duitse Panzer I en II tijdens Fall Rot. Veel Duitse tanks waren van dit kleinere type.

Op 11 mei had generaal Gamelin, opperbevelhebber van de Franse strijdkrachten, het merendeel van zijn divisies en een Brits expeditiecorps laten optrekken naar België. Hij was blindelings in de val gelopen. Ga-melin kon zich op dat moment gewoonweg niet voorstellen dat de Duitsers het zwaartepunt van hun offen-sief daar gelegd hadden waar niemand het zou verwachten. Franse verkenningsvliegtuigen hadden welis-waar verontrustende waarnemingen in de Ardennen gedaan, maar niemand hechtte geloof aan de berichten over schier eindeloze voertuigcolonnes die door het beboste heuvelland kronkelden. Een fatale vergissing, waar men een paar dagen later de gevolgen van ondervond.

 

Erich von Manstein.

 

Meer dan 41.000 voertuigen, waaronder het leeuwendeel van de Duitse cavalerie, hadden zich op 10 mei in beweging gezet. Drie dagen later hadden ze de smalle wegen van de Ardennen achter zich en op 13 mei stonden de Duitse tanks voor Sedan aan de Maas. Aan dit strategische bruggenhoofd moeten zich apocalyp-tische taferelen hebben afgespeeld. Onder hevige bombardementen van de Duitse luchtmacht bezweek de verdedigingslinie al na één dag. ‘Kanonniers vuurden niet langer en wierpen zich op de grond, infanteristen zaten tegen de wanden van hun loopgraven gedrukt, verdoofd als ze waren door het ontploffen van de bommen en het gehuil van de Stukasirenes,’ schreef de Franse generaal Ruby over de verschrikkelijke ge-beurtenissen van die dag.

 

Von Rundstedt, hier links naast Mussolini en Hitler, aan het Oostfront.

 

Op 14 mei stond generaal Guderian met zijn tanks op de linkeroever van de Maas. Daarmee was het weste-lijk offensief nog allerminst geslaagd. Om Mansteins operationele plan tot een succes te maken, dienden de tankeenheden zich snel richting Kanaalkust te bewegen. Hitler en de legerleiding schrokken ervoor terug de tankeenheden zonder bescherming van infanterie te laten verplaatsen. Het resultaat van hun afgezwakte plan, ‘Manstein’ met de handrem erop, was een veel langzamere verplaatsing. Guderian was er echter van over-tuigd dat een verrassingselement alleen gewaarborgd bleef als hij zich onverwijld noordwaarts spoedde. Daarom gaf hij twee van zijn divisies daar opdracht toe – of er nu flankendekking was of niet. Op 20 mei bereikte hij de Kanaalkust bij Abbeville. De Franse strijdkrachten wisten geen tegenaanval op te zetten. Meer dan een miljoen geallieerde soldaten zaten nu in België in de val. Toen ze vlak voor Duinkerken waren, riep Hitler zijn tanks een halt toe. De in Duinkerken wachtende Britse soldaten konden in een miraculeuze red-dingsactie naar Engeland overgezet worden. Frankrijk stond er nu alleen voor.

 

Juni 1940; Britse krijgsgevangenen nabij Duinkerken.

 

Op 4 juni werd Duinkerken door de Wehrmacht ingenomen. ‘Fall Gelb’ was volgens plan verlopen. Een dag later begon met de aanval op de Weygandlinie de tweede fase van de Westelijke Veldtocht, ‘Fall Rot’ ge-naamd. Aangezien Frankrijk al dertig van zijn beste divisies verloren had, was de verdediging van het land een hopeloze onderneming geworden. Op 10 juni verliet de regering Parijs en verklaarde de hoofdstad tot open stad. De Franse verdedigingslinie werd doorbroken, de Panzergruppen Kleist en Guderian vielen de Franse troepen die achter de Maginotlinie gestationeerd waren in de rug aan, Erwin Rommels tankdivisie raasde in zuidwestelijke richting, tot aan de Spaanse grens. Alleen bij Saumur aan de Loire stuitten de Duit-sers op hevige weerstand. De cadetten van de gerenommeerde cavalerieschool daar waren vastbesloten de Duitsers tegen te houden. Twee dagen duurde hun hardnekkige verzet.

 

Een boven Frankrijk neergeschoten Duitse Juncker wordt gedemonteerd.

 

Minister-president Paul Reynaud en generaal Charles de Gaulle, toen staatssecretaris in het ministerie van Oorlog, wilden de strijd voortzetten. Zij kregen steun van Churchill die ook probeerde de Fransen van opge-ven te weerhouden. Toch werden de stemmen in het Franse kabinet steeds luider die er op aandrongen met de Duitsers over een wapenstilstand te onderhandelen. Uiteindelijk trad Reynaud op 16 juni af. De vicepre-mier, maarschalk Philippe Pétain, werd tot zijn opvolger benoemd. Nog diezelfde nacht verzocht hij het Duitse Rijk om een wapenstilstand.

 

De Duitsers hebben een eeuwenlange traditie in het verzinnen van manieren om Frankrijk te verslaan. Dit zijn variaties op het uiteindelijke Fall Gelb/Fall Rot.

 

Om de ‘smaad van Versailles’ ook symbolisch uit te wissen liet Hitler de vertegenwoordigers van het wanke-lende Frankrijk op 22 juni naar het bos van Compiègne komen – naar precies die treinwagon waarin de Duit-sers in 1918 de wapenstilstand ondertekend hadden. Een van de Duitse eisen was de opdeling van het land. Het noorden van Frankrijk, alsmede de Atlantische kust en die van het Kanaal bleven bezet. Om de Duitse troepen te ontlasten mocht Frankrijk een gedeeltelijke soevereiniteit behouden en bleef het zuidelijk deel van het land onbezet. De nieuwe Franse regering zou haar zetel verplaatsen naar Vichy. Zij mocht een leger van 100.000 man behouden. Alle overige soldaten werden ontwapend.

 

Heinz Guderian.

 

De Franse historicus Marc Bloth sprak van een ‘étrange défaite’, een ‘merkwaardige nederlaag’. Inderdaad was het algehele succes waarin de Westelijke Veldtocht van 1940 eindigde meer dan verrassend. De Wehrmacht was getalsmatig de mindere van de geallieerde legers. Dat zij toch de overwinning behaalde, ligt aan een aantal factoren. Terwijl de Franse strategen nog in het statische denken van de loopgravenoorlog bevangen waren, slaagde de Wehrmacht erin de oorlogvoering te revolutioneren, door een aloude strategie te combineren met moderne wapens en de moderne techniek: door het nieuwe tankwapen te combineren met een bijzonder krachtige luchtsteun wist men alsnog te komen tot de operatieve bewegingsoorlog die men in 1914 had willen voeren. Men handelde met een snelheid die de tegenstander geen kans tot een effectieve reactie bood. Dat de Westelijke Veldtocht dit karakter kreeg is vooral de verdienste van één man – generaal Guderian. Die had met zijn eigenmachtig handelen bij Sedan de Blitzkrieg ontketend en in een Blitzsieg om-gezet. Het opperbevel van de Wehrmacht en Hitler hadden daar niets mee uitstaande. Er was met andere woorden geen Blitzkriegstrategie. De ironie van het lot wil dat Hitler nu ineens voor een militair genie door-ging en dat de Wehrmacht een aura van onoverwinnelijkheid had gekregen. Dat Hitler allerminst een won-derstrategie voor elk oorlogstoneel gevonden had en dat de tactiek van de bewegingsoorlog niet zomaar bij alle veldtochten te gebruiken was, zou al een jaar later blijken bij ‘operatie Barbarossa’, de aanval op de Sov-jet-Unie.
(Andreas Eschen)

 

Het verbijsterend snelle einde van de Blitzkrieg: Duitse overwinningsparade op de Avenue Foch, Parijs, 14 juni 1940. Generaal Kurt von Briesen voor zijn troepen.

 

 

Lees nog veel meer over Hitlers Blitzkrieg in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder