Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Extravagante weelde

14 juni 2017 Siebrand Krul

De schrijver Rudyard Kipling zei dat God maharadja’s schiep opdat de mensheid zich kon vergapen aan een spektakel van juwelen en marmeren paleizen. De vorst van Hyderabad had alleen al 11.000 huishoudbedienden, waarvan een deel niets anders deed dan walnoten vermalen. Sommige maharadja’s lagen hele dagen in met ijs gekoelde baden, cocktails drinkend, mah-jong spelend, overladen met rozenblaadjes.

Ann Morrow schrijft dit in haar boek The maharaja’s of India over deze heersers die voor hun onderdanen als goden waren, en, met een decadent leven, maar ook wel kanalen aanlegden, woestijnen omtoverden tot graanschuren en hun onderdanen schoolden.’ Maharadja’s werden veelal gezien als beschermheer en bapu (vader) genoemd. De goede, verlichte onder hen reisden veel rond te paard, later in koets of open Rolls Royce om hun onderdanen te horen, vaak met slechts een enkele volgwagen ingeval van pech, verder zonder beveiliging.

 

 

In sommige staatjes werd inkomstenbelasting geheven, in andere totaal niet. Er waren maharadja’s die een weegstoel bezaten; bij bijzondere gelegenheden werd hun gewicht in gouden soevereinen uitgedeeld onder de armen. Hyderabad was een rijk zo groot als Engeland en Schotland samen. De heerser was door diamant- en smaragdmijnen zo rijk geworden dat hij eind jaren veertig gouden munten en broden aan de Indiase overheid leende. Het ging om zoveel, dat ze met een speciale trein naar Bombay werden vervoerd en maar liefst twee wagons vulden.

 

 

Tennisracket vervangt het zwaard, biljartkeu de speer

Eind 19de eeuw onderging de leefstijl van de maharadja’s een ingrijpende verandering; het zwaard werd vervangen door tennisracket en cricketbal, lans en speer door de biljartkeu. De verwesterlijking zette in: de cultuur van de Engelse bezetter genoot hoge status en werd gekopieerd. Er kwamen Europese architecten, vliegtuigen, nannies, Rolls Royces, ameublementen in art déco-stijl en de grootste extravaganza. Zo bezat de maharadja van Gwalor een zilveren treintje dat de drankjes rond de eettafel reed en, als het even tot stilstand kwam, floot. Anderen hielden een privé-dierentuin, volbloed paarden en uitgebreide wagenparken.

 

 

De Franse reiziger Louis Rousselet vergaapte zich in 1860 aan de juwelencollectie van de maharadja van Baroda, waaronder een halsketting met de beroemde ‘Star of the South’, vermoedelijk de kostbaarste ketting ter wereld.
In Gwalior waren twee luchters besteld, ieder tien meter hoog, die drie ton wogen. Om te controleren of het dak dat gewicht wel kon dragen, werden drie olifanten het dak opgehesen, die er drie dagen verbleven. Hoogheden leerden de foxtrot bij de muziek van hun eigen achtmansband, die ‘Happy Days Are Here Again’ speelde en kinderen gingen naar Engelse kostscholen; een prinsje bracht zijn eigen panter mee.

 

 

Einde macht, niet aan rijkdom

Maar naast toenemende rijkdom was een andere ontwikkeling gaande. Via de East India Company kregen de Engelsen steeds meer grip op India, gebruikmakend van de verdeeldheid onder de maharadja’s (ook wel raja’s, nizams en nawabs genoemd) na het uiteenvallen van de Mogul-dynastie. Dat was het begin van het einde van hun politieke macht. Prof. S. Jeevanandam, emeritus professor of politics (Madras Christian College): ‘Ik herinner me nog dat er in mijn studententijd maharadja’s waren. 62 miljoen mensen leefden halverwege de vorige eeuw in twintig grotere staten en 31 miljoen in de overige 542 staatjes. In 1950 werd India een republiek en al die koninkrijkjes werden ontbonden, maar de vorsten mochten hun bezittingen houden en de overheid verschafte financiële toelages.

 

 

Het betekende wel het einde van de autocratie; de meeste maharadja’s hadden alleen geregeerd, zonder parlement of andere bestuursorganen. Sommigen hadden adviseurs, minister, anderen bepaalden alles zelf, zoals de hoogte van belastingen. In de rol van rechter bepaalden ze wie gestraft moest worden met welke straf. Er waren goede maharadja’s, maar ook slechte despoten, zoals een tijdlang in Bihar en Bengalen.’ Mahatma Gandhi noemde destijds hun macht de grootste smet op de Britse overheersing. In 1930 schreef auteur Kanhayalal Gauba ironisch in het boek HH of the pathology of Prince, dat een wagen van één van de maharadja’s stalen luiken had ‘vermoedelijk om hem te vrijwaren van een moordaanslag’, terwijl bij een andere wagen op de treeplank een klein pijporgel was geïnstalleerd, zodat een bediende de favoriete deuntjes van zijn meester kon spelen.

 

 

Personeel buigt nog altijd diep

In 2015 op de high tea uitgenodigd bij maharadja Shri Jyotendrasinhi Vikramsinhji Sahib en HH. Marani Kumud Kumari (dochter van de maharadja van Bhavnagar) in Gondal, blijkt verrassenderwijs dat het personeel nog steeds een diepe buiging maakt als de ‘hoogheden’ hun entree maken in de tuin, waar we onder een deftige partytent toastjes met een spread van cheddar, sandwiches en scones nuttigen. (Ook bij openbare gelegenheden worden maharadja’s nog steeds aangesproken met ‘Your Highness’). De bijna tachtigjarige maharadja heeft delen van zijn paleiscomplex tot chique hotel omgebouwd. In zijn garages heeft hij een collectie van ruim dertig oldtimers: een Rolls Royce, Jeeps, Cadillacs, een Oldsmobile, en een oranjewitte Delage cabriolet met een geïntegreerd, vanaf het dashboard te bedienen kriksysteem waarmee een of bijvoorbeeld alle vier de wielen tegelijkertijd vervangen kunnen worden. Er staat tevens een Formule-5000 raceauto, waarin de jongere broer van de maharadja in Chennai autoraces won en de Marani poseert bij een foto, waarop zij te zien is in de racewagen, waarin zij ooit reed. Daarnaast staat een miniatuur-Lanchester voor de kinderen, voorzien van een echte motor.

 

 

Op zijn buitenverblijf in het bergachtige (en dus zomers prettig koele) Ooty restaureerde de maharadja van Mysore, Shri Shri Shri Shri Shrikantha Dutta Narassimha Radja kort voor zijn dood twee jaar geleden het hoofdgebouw dat met rood poeder bestoven lijkt: Fernhill Palace. Tijdens een bezoek in 2015 gaf de manager, een jonge Indiër, mr. L. Kannan, in onberispelijk, smetteloos bruin pak, een rondleiding. Er zijn achttien hotelkamers met aan de muren ingelijste foto’s uit een ver verleden: paleizen, een jachttafreel met Engelsen, hun karakteristieke, met katoen beklede tropenhelmen en een meute jachthonden. Op een andere foto de vader van de maharadja, die een tulband draagt, afgezet met juwelen en veren in een prachtige serre, met op de grond een zwart pantervel (inclusief kop) als vloerkleed.

 

 

Samen met de manager loop ik de voormalige ontvangst- en vergaderhal binnen, de Durbar Hall. Het halfronde plafond is bruin met groene reliëfpatronen. In koperen rozetten bevinden zich kleine lampjes en er hangen grote kroonluchters. De handvaten van de deuren zijn van glas, in koper gevat. Via een halfronde erker met openslaande deuren en afhangende, gedrapeerde gordijnen kijk je uit op de voortuin met gazon en aan weerszijden oprijlanen. Er zijn drie grote schouwen en langs de muren staan gecapitonneerde elektrische kachelelementen. Op de eerste verdieping is een balkon, waar vroeger de mindere ‘goden’ zaten als de maharadja zijn theeplukkende horigen ontving.

 

Is het in eerste instantie de borstel die de band van de auto hierboven schoon moet houden die in het oog springt, eigenlijk is kenmerkender dat de spaken zo extreem schoon zijn: wiens fiets ziet er zo uit?

 

Rozenhout, ingelegd met ivoor

De manager: ‘In 1985 voerde Indira Gandhi vermogensbelasting in op de bezittingen van de maharadja’s. Ze stopte de toelages en limiteerde alle privileges; zo mochten de vorsten nog een beperkte hoeveelheid grond bezitten. Maar door het op naam van een bekende te stellen wisten velen grote delen in handen te houden. Toch is de rijkdom van de maharadja’s tanende. Sommigen zetten hun paleizen om in zakelijke ondernemingen, waaronder musea en hotels.’
Familietradities worden nog steeds voortgezet. Beroemd is het tiendaagse festival Dasara, waarbij de maharadja op een gedecoreerde olifant in een zetel (tachtig kilo goud) met afdak rondrijdt, waarbij hij via een rood en groen lampje met batterij de mahout kan laten weten of de olifant moet lopen of stoppen.

 

 

Mysore heeft 24 heersers gekend, waaronder de verlichte Tipu sultan. Het paleis, gebouwd in 1924 en één van de grootste van India, wordt iedere zondag verlicht met honderden lampjes die de contouren kristalachtig feeëriek verlichten. Prachtig is de ontvangsthal met fijn bewerkte colonnades en gekartelde bogen, die mintgroen weerspiegelen in de glanzende vloer. De deuren van zilver, rozen- en teakhout zijn ingelegd met ivoor, terwijl het plafond van glas-in-lood gemaakt is. Topattractie is de gouden troon met trapje en parasol, die slechts negen dagen per jaar voor het publiek te zien is.

 

De huidige maharadja van Baroda.

 

Net als de maharadja van Gondal bezit zijn collega in Udaipur, Arvind Singh Mewar, een collectie Oldtimers, gestald in een halfronde, witte garage. Maar hij beschikt over nog een extravagante verzameling. Eén van zijn voorgangers, Sajjan Singh, liet zijn meubelmakers in 1878 een ameublement in hout maken, dat vervolgens met olifanten en kamelen naar de kust vervoerd en naar Engeland verscheept werd. Daar, in 1881 aangekomen, voerde de firma F. en C. Osler in Birmingham het, inclusief punkah (handbediende ventilator), uit in kristal. Het omvatte salon- en eettafels, sofa’s, een waskom, bedden en zelfs parfumflessen. Maar het duurde tot 1884 voordat deze scheepslading het paleis in Udaipur bereikte. De maharadja was inmiddels overleden, zodat hij er nooit van heeft kunnen genieten. Het ameublement verdween nog ingepakt in de paleiskelders. Pas in 1954 werd het uitgepakt en in 1994 besloot Shriji Arvind Singh het kristal tentoon te stellen in zijn gigantische paleiscomplex; deels luxe hotel en museum, waar je door een doolhof van smalle gangetjes, kamers en trappen langs kleurige (harem)verblijven, wapenkamers en binnenhoven wordt gevoerd en uitkijkt op het witte paleis, dat zo ontworpen is, dat het op het water lijkt te drijven en net als een Rolls Royce van de maharadja figureerde in de Bondfilm Octopussy.

 

 

Schietende kaketoe

In de paleistuin van Baroda, waar tijdens een bezoek begin dit jaar grijszwarte langoeren rondscharrelen (en die deels verhuurd is aan een golfclub), werden vroeger gevechten tussen worstelaars en tussen olifanten opgevoerd. De olifanten kregen alcohol toegediend, maar de strijd werd gestopt voordat hij uitliep op een slachtpartij. Ter vermaak werden ook tientallen parkieten en papegaaien gehouden, die op miniatuurfietsjes reden, kanonnetjes afvuurden, foto’s maakten met speelgoedcamera’s en een kaketoe kon met enige hulp en pijl en boog een doel raken. In de paleistuin staat het voormalige prinsenschooltje; nu museum, met daarvoor een paviljoenachtige vitrine met miniatuurlocomotief, die een treintje trok waarin de kinderen vroeger naar school werden gebracht. In dat gebouw is nu een grote collectie kunstwerken, die Maharaja Sir Sayajirao Gaekwad III tijdens zijn buitenlandse reizen verzamelde, waaronder indrukwekkende schilderijen van Belgische en Nederlandse schilders, zoals Tetar van Elven, en van de Indiase Raja Ravi, maar ook bijvoorbeeld prachtige opaque vazen met parelmoerglans uit begin vorige eeuw.

 

 

Het Museum van Baroda stelt eveneens een deel van de koninklijke collectie tentoon. De huidige maharadja, Samarjitsinh Ranjitsinh Gaekwad: ‘Dit paleis werd gebouwd door de grootvader van mijn grootvader, Sayajirao Gaekwad III, in 1890. Hij is een legendarische figuur binnen onze familie en deze stad, kocht werken van Raja Ravi en bouwde in de paleistuin een atelier voor hem. Hij liet Engelse architecten dit paleis en het City Museum ontwerpen, waar zich nog schilderijen van Turner en Constable bevinden en richtte een Academy for Fine Arts op. In Baroda leven ook nu veel kunstenaars. De schilderijen die u hier ziet zijn door mijn vader gemaakt.’

 

 

We praten in een conferentieachtige werkruimte in het privégedeelte van het paleis. ‘U heeft geen politieke macht. Hoe ziet u uw rol in de huidige maatschappij?’ ‘Ik ging al jong naar een kostschool, was er gewoon een van de jongens. We hebben geen privileges meer, maar vanwege de goede zorg voor de inwoners door mijn voorouders is er een sterke band en worden we gerespecteerd. Ik was gedwongen zakenman te worden en vindt het fijn dit erfgoed in stand te houden; een hele uitdaging, veel is oud en moet gerestaureerd worden, maar het is gelukt om commercieel gezien zelfvoorzienend te zijn door museum en paleis open te stellen en ruimten te verhuren voor feestelijke gelegenheden. De golfclub verzorgt de paleistuin en ik ga nu hotelkamers in een deel van het paleis inrichten.’
(Lex Veldhoen)

Lees het volledige artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder