Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Duizend bommen en granaten

14 juni 2017 Siebrand Krul

Brussel 10 juni 1929: Kuifje (Tintin) wordt geboren uit de pen van Georges Remi, alias Hergé naar de initialen. Bijna een eeuw later staat er een museum in Louvain-la-Neuve, lopen er tentoonstellingen in Londen en Parijs en brengen originele tekeningen miljoenen op. Kuifje is meer dan een leuke strip, Kuifje is tijdloos en klassiek.

Dat Kuifje kust is, is ook het mantra van Pierre Sterckx, vriend en adviseur van Hergé. Hoe dit zo is kunnen komen, wordt zonneklaar in een fonkelend kijkboek van zijn hand. Zuinig met woord, gul met beeld.
De jonge Georges Remi (1907-1983) ontsnapte aan de kleinburgerlijke verveling in de Brusselse cinemazalen en in de padvinderij. Zin voor avontuur, pientere zelfredzaamheid, hondstrouwe vriendschap en onvervaard in de bres springen voor de zwakkeren – dat waren de waarden die de levenshouding van hemzelf en – meer nog – van zijn toekomstig geesteskind zouden bepalen. Veel artistieke prikkels waren er voorts niet, alleen wat populaire lectuur. Thuis werden beide landstalen gesproken, naast het volkse ‘Brusseleirs’, dat nog in zijn werk zou opduiken. Vanaf 1920 maakte Georges reeds tekeningen voor de blaadjes van de verkennerij en van het Sint-Bonifatiuscollege waar hij school liep, een katholieke vorming die weinig sporen zou nalaten.

 

Hergé aan de tekentafel, eind jaren vijftig. (Hergé/Moulinsart 2017)

 

Leugens Sovjetpropaganda

In 1925 ging Remi werken bij de administratie van het katholieke dagblad Le Vingtième Siècle, tegelijk werden zijn eerste geïllustreerde teksten gepubliceerd. Een beslissende wending was de komst van de nieuwe hoofdredacteur priester Norbert Wallez, bewonderaar van Mussolini en fervent communistenhater. Die stelde voor illustraties te maken voor de jeugdbijlage, Le Petit Vingtième, met een nieuw personage wiens eerste avontuur zich in Rusland moest afspelen. Zijn missie was het de leugens van de Sovjetpropaganda te onthullen. Kuifje in het land van de Sovjets (1929) was meteen een succes. Ook het tweede, sterk koloniaal gekleurde album Kuifje in Kongo, was een idee van Wallez.

 

(Hergé/Moulinsart 2017)

 

 

Ondertussen werd Remi ook verliefd op diens secretaresse, Germaine Kieckens, met wie hij in 1932 huwde. In de jaren 1930 beleefde de onverschrokken reporter het ene avontuur na het andere, met als hoogtepunt De Blauwe Lotus (1936), volgens Sterckx een keerpunt zowel qua inhoud als qua stijl. Inspiratie voor het verhaal was hier de Japanse aanval op China en de bezetting van Mantsjoerije in 1931. In 1930 lanceerde hij ook de stripreeks Quick et Flupke gamins de Bruxelles, over twee kwajongens die de Brusselse Marollen-wijk onveilig maken (355 afleveringen tot 1955). Tegelijk ging hij affiches en reclame ontwerpen in de toen gangbare Interbellum-stijl.

 

Uit De Blauwe Lotus. (Hergé/Moulinsart 2017)

 

Troebel oorlogsverleden

Na 1930 raakte Hergé verstrikt in het rechts tot extreem-rechts milieu van Le Vingtième Siècle; ook Rex-leider Léon Degrelle behoorde tot zijn vrienden of kennissen. Het achtste album, De scepter van Ottokar (1939), was heel nauw verbonden met de politieke situatie van toen en ontstond in de context van Hitlers Anschluss van Oostenrijk op 11 maart 1938. Hergé situeerde de actie in Syldavië, een klein land dat stond voor België, tegenover de agressor Bordurië, geïnspireerd op nazi-Duitsland. Anders dan in de realiteit, werd Syldavië in het fictief verhaal gered. Zelf ging hij tijdens de oorlog meewerken aan de Belgische krant Le Soir, die onder Duitse controle stond. De (lichte) zuiveringsvonnissen die hem in 1945 troffen, wou hij niet accepteren, waardoor hij zijn kwalijke reputatie nooit kwijt zou raken.

 

Kuifje in Amerika, hier de haven van New York. (Hergé/Moulinsart 2017)

 

 

In 1946 ging het weekblad Tintin -Kuifje van start, wat de werkdruk nog opvoerde. Hergé tekende vijftien uur per dag, periodes van uitputting en depressie volgden elkaar op, tegengesteld tot het succes dat in stijgende lijn ging. Raket naar de maan en Mannen naar de maan (1953-54) haalden ongeziene verkoopcijfers. In dit dubbelalbum greep hij terug naar Jules Vernes, geen wilde fantasie, maar wetenschappelijk bestudeerd én verbluffend voorspellend, vijftien jaar voor Neil Armstrong voet zette op de maan. In 1955 namen de Studio’s Hergé twee vrouwen in dienst als coloristes of inkleurders. Eén van hen was Fanny Vlamynck met wie hij een relatie kreeg en na de scheiding van Germaine in 1977 zou huwen. Het was het begin van een meer ontspannen manier van leven, met groeiende aandacht voor oosterse filosofie en – voor het eerst – verre reizen. Geleidelijk aan nam hij afstand van zijn geesteskind; door creatieve twijfels geplaagd ging hij zelfs aan het schilderen maar bleef toch ook als tekenaar productief, met voltreffers als Kuifje in Tibet (1960) en De juwelen van Bianca Castafiore (1963). Had Hergé steeds van schilderkunst gehouden, van de oude meesters tot de modernen, nu ging hij zich als verzamelaar meer en meer toeleggen op hedendaagse kunst: abstracte werken, popart, minimal art tot en met conceptuele kunst, die een onverwacht thema wordt in het laatste, onvoltooide album Kuifje en de alfa-kunst, met een kapitein Haddock als kunstkenner.

 

De terugkeer van Kuifje uit het land van de Sovjets werd in 1929 gevierd met een optocht door de straten van Brussel.
Voorop stappen de padvinders van het Institut Saint-Boniface met een spandoek waarop “Tintin et Milou – Kuifje en Bobby”.
Kuifje staat rechtop in de auto, naast Hergé. (©ACTA-Le Vingtième
Siècle-2016)

 

Mijn vriend Hergé

Hergé’s kunstinteresse werd sterk aangewakkerd door Pierre Sterckx, van 1961 tot 1996 docent kunstgeschiedenis aan Brusselse instellingen en nadien aan de Ecole Supérieure des Beaux Arts in Parijs. Hergé ontmoette hem in 1965 en bleef bevriend tot zijn dood in 1983. Sterckx overleed in 2015, enkele maanden voor het verschijnen van L’Art d’Hergé. Hergé et l’art, dat nu is vertaald (met behoud van de origineel Franstalige platen). Hoe Hergé zich onder meer met dubbele verhaallijnen gaandeweg ontpopte tot een ‘meester in de narratieve kunst’ wordt duidelijk in de rake ontleding van de verhalen en de personages. Dan komt de kunstcriticus tot wat voor hem wellicht de essentie is: een heuse analyse van het tekenwerk. We komen alles te weten over werkwijze, ontwikkeling en invloeden – van de eenvoudige eerste krantenstrips tot de geroemde klare contourlijn – over het perspectief, of over de esthetiek van zijn vroege monochrome werk, dit alles aan de hand van vele, ongekende schetsen en studies.

 

Kwik en Flupke zijn twee Brusselse kwajongens,
een toentertijd populair genre.
(Hergé/Moulinsart 2017)

 

 

De modale stripliefhebber zal hier weinig extra plezier aan beleven, maar voor wie dieper wil gaan is dit een nieuw avontuur vol verrassingen. Een en ander klinkt als een pleidooi voor nog meer erkenning ‘als meester en groot kunstenaar, op een terrein (het stripverhaal) dat gewoonlijk, ook nu nog, als een lagere kunstvorm wordt gezien.’ Van op de eerste rij timmerde Sterckx al vroeg mee aan die appreciatie: in 1979 was hij curator van de eerste tentoonstellingen in Brussel, Parijs en Montreal. Later organiseerde hij nog meer exposities en publiceerde tal van werken over het Belgische stripfenomeen. Zo heeft hij allicht zijn steentje bijgedragen aan de fabelachtige prijzen die vandaag worden gehaald. Deze kunstzinnige monografie, ook vertaald in het Engels, zal die prijzen – of de meer betaalbare van de stripbeurzen en de marketing – beslist niet doen dalen. Maar toegegeven, goedkoop waren de Kuifjes al niet vanaf het begin.
(André Capiteyn)

 

(Openingsbeeld: Uit De Blauwe Lotus. Hergé/Moulinsart 2017)

 

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer boeiende geschiedenis in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder