Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Amsterdamse Walletjes

28 maart 2017 Siebrand Krul

Over de Amsterdamse Wallen, bij toeristen beter bekend als ‘The Red Light District’, kun je een prachtig boek schrijven, en dat boek is er nu: Aan de Amsterdamse Wallen, geschreven door een collectief van acht auteurs, schitterend geïllustreerd. Dit stukje Amsterdam, ook wel de Oude Zijde genoemd, omsloten door Damrak, Rokin, Kloveniersburgwal en Geldersekade, heeft een even kleurrijk als bewogen verleden.

Het verhaal begint ergens in de 13de eeuw toen langs de monding van de Amstel aan weerszijden kleine woonterpjes in het drassige veen werden opgeworpen. Deze groeiden langzaam samen tot twee linten (Nieuwendijk en Kalverstraat/Warmoesstraat en Nes), die via een dam (voor het eerst genoemd in 1275) aan elkaar vastzaten. De groei van de bevolking noopte echter al snel tot uitbreidingen aan weerszijden van de Amstel. In een tijdbestek van nog geen eeuw werd de nederzetting drie keer vergroot; eerst door het graven van de Nieuwezijds en Oudezijds Voorburgwal, vervolgens de beide achterburgwallen en tenslotte, ergens in het begin van de 15de eeuw, het Singel en de Kloveniersburgwal en Gelders Kade.

 

De befaamde Bulldog coffeeshop, verplichte stop voor buitenlanders. Foto van april 2014. (iStock/Getty Images)

 

Geld en gebed

Zo waren dus twee nieuwe stadsdelen ontstaan. Ruimtelijk gezien waren zij bijna elkaars spiegelbeelden, maar qua ontwikkeling gingen beide elk hun eigen weg. De Oude Zijde – de naam ‘Wallen’ of ‘Walletjes’ is van veel later – werd de geliefkoosde woonplek voor succesrijke kooplieden, brouwers en lakenfabrikanten; niet alleen in de Warmoesstraat, in de 16de eeuw de meest chique straat van Amsterdam, maar ook in de straten die de burgwallen met elkaar verbonden. Zo woonde in de Lange Niezel, nu een tamelijk slordige straat, op nummer 22 de brouwer Gerrit Bicker (1554-1601), stamvader van een roemrijke regentenfamilie. Zijn zoon Jan, naar wie het Bickerseiland is vernoemd, trouwde met de dochter van de invloedrijke regent en burgemeester Jacob de Graeff (1570-1638) die op nummer 10 woonde.
Terwijl in deze koopmanhuizen het gouden kalf werd aanbeden steeg elders op de Oude Zijde het vrome geprevel en gezang van vele honderden kloosterzusters en –broeders ten hemel. In 1578 telde de stad 21 kloosters. Negentien daarvan lagen binnen de stadsmuren, waarvan zestien op de Oude Zijde, die daarmee een groot deel van dit gebied in beslag namen. In hetzelfde jaar echter koos de stad voor de Hervorming. Alle kloosterlingen werden gesommeerd te vertrekken en hun gebouwen werden geconfisqueerd, afgebroken of heringericht.

 

Fragment van de stadsplattegrond van Cornelis Anthoniszoon uit 1543. Linksonder een deel van de Oude Zijde met een groot aantal kloosters.

 

Een stukje donker Amsterdam

Het ging goed met Amsterdam in die tijd. Reden genoeg dus de stad opnieuw uit te leggen. Tussen 1613 en 1672 werd de prestigieuze grachtengordel (Heren-, Keizers- en Prinsengracht) aangelegd met ruime kavels bestemd voor de elite die hierop ware stadspaleizen konden bouwen. Die pakten dan ook hun koffers en verlieten en masse de oude binnenstad. Onder hen ook de Bickers en De Graeffen.
Wie achterbleven op de Oude Zijde waren de ambachtslieden, neringdoenden en vooral veel scheepsvolk, mede omdat zowel de Admiraliteit als de Verenigde Oost-Indische Compagnie hier hun hoofdkwartier hadden. In de 19de eeuw verplaatsten de havenactiviteiten zich weliswaar geleidelijk naar het oostelijk havengebied, maar de Wallen bleven hun aantrekkingskracht houden voor hen die vertier en vermaak zochten in de vele honderden kroegen, danszalen en bordelen. Zodoende kreeg de buurt in de 19de eeuw de naam een Sodom en Gomorrah te zijn, een klein ‘donker Amsterdam’, waar allerlei dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen maar daarom wel de fantasie prikkelden. De goed bedoelde pogingen van enkele ondernemers om in de Nes fatsoenlijk amusement te brengen bestemd voor respectabele middenstanders en zelfs leden van de hogere stand, al of niet vergezeld van hun vrouwen, liepen dan ook op niets uit. Achtereenvolgens moesten de Grand Salon des Variétés (1868), Frascati (1879) en Tivoli (1895) hun deuren sluiten, omdat als motvlinders allerlei dubieuze kroegen, danszaaltjes en café-chantants op het felle licht waren afgekomen.
De komst van Chinese zeelieden vanaf 1911, die zich hadden aangemonsterd om het vuile werk op de stoomschepen te doen, gaf een nieuwe kleur aan de Wallen. In hun kielzog volgden anderen, die in de omgeving van de Binnen Bantammerstraat een eethuisje of logement begonnen met vaak in de kelder of achterkamertje een opiumkit of een gokhal. Niemand die daartegen protesteerde, want de Chinezen pasten wonderwel in de woelige zee van kroegbazen, hoeren, souteneurs, vechtersbazen en dronkaards die de Wallen als hun tehuis zagen.
‘Leef en laat leven’ dat was het motto van de Wallen. Veel wat niet mocht, kon toch en de gemeentelijke overheid en politie dachten er net zo over. Gedogen, zo veel mogelijk de andere kant opkijken en pas ingrijpen als het echt uit de hand dreigde te lopen, dat was het devies. In 1955, het jaar waarin rechercheur én schrijver Appie Baantjer overgeplaatst werd naar het Bureau Warmoesstraat, behandelde het bureau slechts 1.100 zaken. Al snel werd hem duidelijk dat hier de scheidslijnen tussen goed en kwaad niet duidelijk getrokken werden en dat de ‘prinsemarij’ en de ‘penoze’ elkaar de ruimte gunden. En bijna niemand maakte zich daar druk om.

 

Een permanente toeristenstroom beweegt zich langs de ramen op de Walletjes. Foto van augustus 2014. (iStock/Getty Images)

 

Seks en drugs

Zo’n twintig jaar later echter lagen op de bureaus in de Warmoesstraat zo’n 20.000 dossiers. In de buurt heerste nu een grimmige sfeer en met name de Zeedijk was een no-go area geworden voor oppassende burgers en argeloze toeristen. In 1955 telde de straat nog een zestigtal cafés en galmden de gevels van de muziek uit de jukeboxen of van de vele bands die life optraden. In 1980 echter bood de dijk een troosteloze aanblik met dichtgespijkerde panden en zowel overdag als ’s avonds groepjes schimmige mannen, veelal Surinamers, die hier hun dagelijkse portie heroïne kwamen scoren. De handel in harddrugs was begin jaren zeventig door Chinese dealers hier begonnen, en daarna overgenomen door Turken. Aanvankelijk werd de handel gedoogd, maar na felle protesten van de buurt werd de verloederde dijk schoongeveegd, de vervallen panden opgekocht en gerestaureerd.
De openlijke heroïnehandel mag dan wel uit te straatbeeld zijn verdwenen, dat geldt niet voor de tientallen coffeeshops, sekstheaters/bioscopen en sekswinkels. Zij zijn de erfenis van de jaren zestig, de tijd waarin de verbeelding aan de macht kwam en alles anders moest worden. In 1967 opende ‘Baba’, de eerste echte seksbioscoop met harde porno, zijn deuren in de Lange Niezel. De bioscoop had vier zaaltjes, één voor gewone porno, de andere drie voor SM, homoseks en dierenseks. Twee jaar later begon de 22-jarige Maarten Lamers met zijn sekstheater op de Oudezijds Voorburgwal (OZV). Hij moest zijn deur evenwel al snel sluiten, niet omdat publieke seks aanstootgevend zou zijn, maar omdat hij geen vergunning had. Maurits de Vries, alias Zwarte Joop, had die wel, zodat zijn Casa Rosso, eveneens geopend in 1969, open mocht blijven. Halverwege de jaren zeventig verschenen ook de eerste peepshows en kleurden de Wallen nog roder en rossiger. Rond die tijd gingen ook de eerste twee coffeeshops van het land open, The Bulldog op de OZV en Rusland in de gelijknamige straat.

 

 

Een onzekere toekomst

Inmiddels is Baba al weer vijf jaar gesloten. Drie jaar geleden gingen de luikjes van de nog enig overgebleven peepshow, het Seks-Palace, voor het laatst open en dicht, omdat het de concurrentieslag met het internet en de dvd had verloren. Desondanks blijft de rosse buurt, de meest bezochte gratis openluchtattractie van Amsterdam, jaarlijks miljoenen bezoekers trekken, vanwege het pittoreske decor, de rode lichtjes die in het donker zo feeëriek weerkaatsen in het water, de dames achter het raam, de zwanen in de grachten, de coffeeshops, de kroegen en niet te vergeten Casa Rosso, de Bananenbar, het Seksmuseum en andere erotische attracties.
Wat de nabije toekomst de Wallen zal brengen is afwachten. De parlementaire enquêtecommissie Van Traa bracht in 1996 aan het licht dat de criminaliteit welig tierde op de Wallen, variërend van vrouwenhandel, uitbuiting, witwaspraktijken, illegaal gokken, dubieuze vastgoedtransacties en grootschalige drugshandel. Reden voor de gemeente om in actie te komen. In 2007 kwam men met een ambitieus plan, ‘Project 2012’, genoemd naar de postcode van de Wallen, met als belangrijkste voornemens het aantal ramen en coffeeshops drastisch te verminderen en de prostitutie te concentreren op de Oudezijds Achterburgwal. Of dit zal lukken is nog maar de vraag, maar de gemeente krijgt in haar streven steun uit onverwachte hoek. Net als in andere wijken van de oude stad worden ook op de Wallen steeds meer panden opgekocht door ‘yuppen’ en investeerders uit binnen- en buitenland die weten dat de huizenprijzen in Amsterdam alleen maar zullen stijgen. Tegelijkertijd neemt de verpreutsing toe. Mogelijk staat de Wallen hetzelfde lot te wachten als de Pijp; ooit een ware volksbuurt waar de prostitutie welig tierde. Maar de Pijp is inmiddels opgewaardeerd. Alleen aan de Ruysdaelkade flikkeren nog wat rode lichtjes. Die aan het Singel bij de Lutherse Kerk zijn al gedoofd.
(Ben Speet)

 

(Openingsbeeld: De neonletters van de peepshow, juli 2014. (iStock/Getty Images))

Lees nog meer mooie geschiedenisverhalen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder