Stelling

Hobby-archeologen verrijken onze geschiedenis

Stem

Agenda

Oorlog in Vlaanderen
Het is honderd jaar geleden dat de Derde Slag bij Ieper plaatsvond, ook wel de Slag bij Passendale genoemd. Ingezet door de internationale geallieerde coalitie als mijnenslag met als einddoel de controle over de grote havengebieden, werd het een bloedige strijd om een paar kilometer klei. In de Vlaamse Westhoek wordt het beruchte jaar herdacht met zes tentoonstellingen, waaronder een in de Koninklijke Zaal van het In Flanders Field Museum te Ieper.
Gewoon puissant rijk
Twee bijzondere exposities in Noord-Nederland over welstand en fortuin. De oude academiestad Franeker en de voormalige Hanzestad Groningen laten hun voorouders pronken met familiewapens, zilver en kostbare schilderijen. De vooraanstaande leden van de Groningse bestuurderselite hadden doorgaans een huis in de stad en een borg in de Ommelanden of Veenkoloniën. De provincie Groningen telde zo ooit 200 borgen, riante paleisvilla’s met een lange bouwgeschiedenis en een exclusief interieur. Veel huizen zijn gesloopt (er zijn nog zestien te bewonderen), waarmee ook veel kunstschatten op drift raakten.

Onder Engelse knoet

05 maart 2017 skrul

In 1641 verwierf Ierland na een bloedige opstand zelfbestuur. Acht jaar later werd dat teniet gedaan, in een episode die onder de naam ‘Mallacht Cromail’ in het collectieve geheugen van de Ieren gegrift staat: ‘Cromwells vloek’. Het was Willem III van Oranje, de koning-stadhouder en machtigste Nassau uit de geschiedenis, die met de Slag aan de Boyne Ierland definitief onder Engelse heerschappij bracht.

Het ruige, open landschap waarmee Ierland zoveel toeristen trekt, ontstond pas in de 17de eeuw. Ooit was het eiland dicht bebost, maar vanaf 1600 sloeg de tomeloze groei van de Engelse vloot steeds grotere gaten in het bomenbestand. De plantation waar de Engelse overheerser in diezelfde periode toe overging, was daar geen compensatie voor, want het betrof hier een volksplanting: de vestiging van protestanten, vooral in het noordoostelijke Ulster, met als doel het Engelse element te versterken. Het was een bevolkingspolitiek met verbluffende gevolgen: waar in 1603 nog 90 procent van de Ierse landerijen in bezit van katholieke Ieren geweest was, ging het veertig jaar later nog maar om 59 procent. Tegelijkertijd voer de Engelse regering een hardere anti-katholieke koers. Zo dienden alle katholieke geestelijken het land te verlaten en mochten de Ieren alleen nog protestantse kerkdiensten bijwonen.

 

De legermacht van Willem III van Oranje vertrekt uit de haven van Hellevoetsluis richting Engeland, 19 oktober 1688.

 

Burgeroorlog?
In 1632 werd Thomas Wentworth de nieuwe lord-deputy (vertegenwoordiger van de Engelse kroon) in Dublin. Zijn voornaamste taak was de beïnvloeding van de Ierse standenvergadering, waarin tot dan toe het oud-Engelse, katholieke element nog steeds overheerste: eerder geïmmigreerde adel, die zichzelf eigenlijk al als Iers beschouwde. Maar intussen was de Engelse politiek zelf vervuld van ongehoorde gebeurtenissen. Het door koning Karel I ontbonden parlement had zich verzekerd van de steun van Schotse troepen en er hing een burgeroorlog in de lucht. Een van de eerste pionnenoffers in dit conflict gold Wentworth, nota bene om het papenvriendelijke beleid dat hij in Ierland zou voeren. Zijn kop rolde op 12 mei 1641.

 

Willem en zijn vrouw Mary. De hardnekkige geruchten dat de prins gelijkslachtelijke voorkeuren zou koesteren, berusten op kwaadsprekerij volgens zijn biograaf Luc Panhuysen. Willem en Mary waren dol op elkaar en leden ernstig onder de onmogelijkheid voor nageslacht te zorgen.

 

Opstanden
Hoe gehaat Wentworth zich ook gemaakt had, zijn dood bracht geen enkele verbetering in het lot van de oud-Engelse en Gaelisch-Ierse bevolking. Integendeel, Karel I zag zich gedwongen tot concessies aan de puriteinse oppositie en ingrijpende wijzigingen in zijn gematigde beleid ten opzichte van het katholicisme in Ierland. Dit vooruitzicht bracht de Ierse adel in Ulster ertoe een gewapende opstand te beramen. Die begon op 23 oktober 1641. Binnen enkele dagen bevonden grote delen van de provincie zich in handen van de rebellen. Die lieten bekend maken dat ze geweld tegen protestantse burgers zouden bestraffen, maar veel effect had die verklaring niet: uiteindelijk vonden 12.000 protestantse nieuwkomers bij de opstand de dood. Het ergst kregen de gehate kolonisten het in de stad Portadown te verduren. In een paar uur richtten de opstandelingen een bloedbad aan onder mannen, vrouwen en kinderen in de stad.

 

Oranje landt aan de Engelse zuidkust voor de invasie, 15 november 1688. Tekening van Romeyn de Hooghe.

 

Zelfbestuur
In 1642 was de opstand naar de rest van het eiland overgeslagen en behaalden de rebellen de ene overwinning na de andere. Die zomer sloten de Gaelische Ieren en de oud-Engelsen een bondgenootschap in Kilkenny. De ‘Confederation of Kilkenny’ beheerste op dat moment ongeveer tweederde van het land. De geconfedereerden verklaarden zich trouw aan de Engelse koning en beschouwden hun bestuur als een provisorische landsregering. Ze onderhandelden met het Engelse gezag in Dublin over de voorwaarden voor een wapenstilstand en organiseerden tegelijkertijd de militaire acties tegen het Engelse leger. Voor het eerst sinds de Engelse verovering was een opstand succesvol verlopen. Dat het zelfbestuur jarenlang standhield, was echter grotendeels te danken aan de gebeurtenissen in Engeland. Daar was de burgeroorlog daadwerkelijk uitgebroken. Hierdoor was een invasie van Ierland van de baan – voorlopig althans.
Toen Karel I op 3 januari 1649 terechtgesteld werd, had ook voor de ‘Confederation of Kilkenny’ het laatste uur geslagen. De macht in Engeland kwam grotendeels in handen van Oliver Cromwell en het door hem opgerichte, zeer slagvaardige puriteinenleger, ‘New Model Army’ geheten. Cromwell werd door het parlement belast met de taak het Engelse gezag over het eiland te herstellen. In de zomer van dat jaar begon de latere Lord Protector aan zijn nietsontziende veldtocht. Op 15 augustus landde hij met een tot de tanden gewapend leger van 12.000 man in Dublin. Eerste doel van de strafexpeditie was de havenstad Drogheda. Cromwell nam niet de moeite van een langdurige belegering en liet de stad direct bestormen.

 

Willem als koning van Engeland. Zowel in de Republiek, als stadhouder, als als koning had hij toevallig hetzelfde rangnummer III.

 

Cromwell
De nu volgende gruwelen stelden alles in de schaduw wat Engelse veroveraars tot dan toe aan wreedheid getoond hadden. Cromwell gaf bevel geen enkele vijandige soldaat in leven te laten en zijn mannen voerden het nauwgezet uit – het gehele, 3.000 man sterke garnizoen van Drogheda werd afgeslacht, evenals de katholieke geestelijken in de stad. De commandant van het garnizoen, Arthur Aston, zou daarbij met zijn eigen houten been doodgeslagen zijn. Dergelijke taferelen herhaalden zich in Wexford, de tweede plaats die Cromwells op zijn veldtocht aandeed en de belangrijkste haven aan de Ierse oostkust. Cromwell gaf het bevel tot bestorming terwijl de onderhandelingen over een overgave nog voortduurden. Het leger plunderde en verwoestte de stad, waarbij niet alleen honderden verdedigers om het leven kwamen, maar ook meer dan duizend burgers. Hierna capituleerden verscheidene steden onvoorwaardelijk, waaronder Kilkenny. Na een strenge winter hervatte Cromwell zijn veldtocht in het voorjaar van 1650. Hoewel zijn New Model Army nu in steden als Waterford en Clonmel op sterker verzet stuitte, was het lot van de confederatie bezegeld en in mei dat jaar kon Cromwell het eiland met een gerust hart verlaten. Begin 1653 gaven de laatste opstandelingen zich over. Nagenoeg het hele eiland was weer in handen van de Engelsen, die aanstalten maakten het opnieuw te verdelen – een dringende opgave voor het Engelse parlement, aangezien de Ierse veldtocht met kredieten gefinancierd was. Een belangrijke mogelijkheid was de geldschieters met Ierse landerijen schadeloos te stellen. Ook een deel van de troepen had men bij wijze van soldij rechten op Iers land gegeven. Hiervoor werden de katholieke grondbezitters verdreven.

 

Cromwell aan de onderhandelingstafel. Cromwell was meer een man van het zwaard dan van het overleg. Met veel geweld bracht hij de Ieren onder Engelse controle.

 

Oranje grijpt in
Men stelde hen voor de keuze ‘to hell or to Connacht’. Tussen de moerassen en bergen van de westelijke provincie Connacht moesten ze een nieuw bestaan opbouwen. Wie dat niet zinde, kwam inderdaad in de hel terecht en eindigde als slaaf op een suikerplantage in West-Indië. Meer dan 30.000 Ieren zouden de slavenschepen in de 17de eeuw overgezet hebben. Een aanzienlijk deel van hen eindigde op het Caribische eiland Montserrat, waar St. Patrick’s Day nog altijd een nationale feestdag is.
Na de dood van Cromwell in 1658 en het herstel van de monarchie hoopten vele Ieren op een versoepeling van deze draconische maatregelen en toen er met Jacobus II in 1685 een katholiek op de Engelse troon kwam, wees alles even in de richting van religieuze verdraagzaamheid. Maar toen deed zich de ‘Glorious Revolution’ voor: parlement en leger dwongen Jacobus te vluchten en de Nederlandse stadhouder Willem III besteeg de troon. Jacobus wist via Frankrijk Ierland te bereiken, waar hij onder de hoede van Lodewijk XIV de troon terug hoopte te veroveren. Op 11 juli 1690 raakten beide legers niet ver van de stad Drogheda slaags. Willem III besliste deze Slag aan de Boyne in zijn voordeel, een feit dat fanatieke protestanten nog altijd met jaarlijkse parades vieren. De steun voor Jacobus kwam de Ieren duur te staan. De zogeheten ‘Penal Laws’ werden van kracht om het Ierse probleem voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen. Katholieke opvoeding was verboden en katholieken konden rechtens geen land verwerven. Deze en vele andere strafwetten zouden het Ierse leven van de komende honderd jaar bepalen.

 

De Oranjemarsen zorgen tot de dag van vandaag voor onrust. De Ieren zien ze als provocatie.

 

Provocatie in oranje
De protestantse Oranjeorde herdenkt nog elk jaar de overwinning die King Billy behaalde op de pro-katholieke troepen in de Slag bij de rivier de Boyne.
De Noord-Ierse broederschap van orangisten is vernoemd naar stadhouder Willem van Oranje, die als koning Willem III Engeland regeerde. Op 12 juli 1690 versloeg hij in de Slag aan de Boyne Jacobus II, zijn katholieke voorganger uit de Stuart-dynastie. Ter herinnering aan deze overwinning en de bestendiging van de protestantse macht in Ierland houden leden van de orde elk jaar op de 12de juli herdenkingsmarsen. Vaak komt het daarbij tot gewelddadige botsingen tussen orangisten en katholieken, waarbij doden zijn gevallen. Bijzonder verhit raken de gemoederen in Portadown, waar de route van de mars door een katholieke wijk voert. De Oranjeorde werd in 1795 in het graafschap Armagh opgericht. Daar hielden beide bevolkingsgroepen elkaar ongeveer in evenwicht en waren de spanningen dan ook bijzonder groot. Buiten Ierland bestaan er nog orangistenloges in Schotland, Canada en de Verenigde Staten. Van 1921 tot 1961 was de eerste minister van Noord-Ierland tevens ordelid. Door het succesvolle vredesproces zijn de conflicten rond de marsen sinds de millenniumwisseling afgenomen.
(Andreas Eschen)

(Openingsbeeld: De Slag aan de Boyne, 12 juli 1690.)

 

Lees nog veel meer artikelen over de Ierse geschiedenis in de nieuwe G-GESCHIEDENIS, themanummer Ierland-eiland van duizend legenden. G-GESCHIEDENIS is overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Klanktovenaar in de schaduw

Toen Ry Cooder in 2009 zijn (hoogstwaarschijnlijk) laatste concerten in de Lage Landen gaf, was de cirkel rond. In Nederland boekte hij namelijk in 1972 zijn eerste commerciële succes met een album dat gaat over de Dust Bowl en de Grote Depressie. Zijn empathie voor de kleine man had hij thuis – een communistisch nest van Europese migranten- meegekregen. Gitaar spelen leerde hij al zeer jong na een ongeluk waarbij hij een oog verloor.

Lees verder

Kroniek

Ont-brekend glas

De kranten melden begin september 1947, nu zeventig jaar geleden, dat drie jaar na de bevrijding van Nijmegen, een groot deel van de inwoners nog altijd verstoken is van glas in hun woningen. Dezer dagen echter, kreeg de gemeente de beschikking over 1.500 m2 glas. Hiervan kunnen alle woningen voor de winter van glas worden voorzien. Rijk en gemeente zullen hen, die de direct te maken kosten niet kunnen betalen, financieel tegemoet komen. Op de foto de door gallieerde bommen verwoeste binnenstad met op de achtergrond de Waalburg.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder