Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Luther-mythen

16 januari 2017 Siebrand Krul

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn grieven aan de Wittenberger slotkerk liet spijkeren, waarmee de Reformatie een aanvang nam. Luther was tijdens zijn leven al een held en een bezienswaardigheid. De mensen wilden hem zien en van alles over hem weten. Maar niet alle mooie en spannende verhalen klopten helemaal, al doorstonden ze de eeuwen. Vijf grote Luthermythen.

1. Wel geleefd, niet geleden
‘Ik ben een boerenzoon: mijn overgrootvader, mijn grootvader en mijn vader waren echte boeren. Eigenlijk had ik…, dorpshoofd, schout of wat ze verder in een dorp hebben, moeten worden, gewoon een functie waarbij ik net iets boven de anderen stond. Maar mijn vader vertrok daarna naar Mansfeld en werd daar mijnwerker. Daar kom ik vandaan.’ Luther heeft af en toe iets verteld over zijn afkomst en zijn kinderjaren, maar zoals dat vaker met mensen gaat, klopt het beeld niet altijd met de werkelijkheid. Zo zei Luther bijvoorbeeld dat zijn ouders het niet breed hadden: ‘Mijn vader was in zijn jeugd een arme mijnwerker. Mijn moeder droeg op haar rug al het hout naar huis. Zo hebben zij ons opgevoed. Ze hebben heel veel moeiten doorstaan, moeite die de wereld van vandaag niet meer wil verdragen.’ In werkelijkheid bleek het met de armoede van zijn ouders mee te vallen in die zin dat ze ook betere tijden hebben gekend. Hans Luther (1459-1530) was niet de eenvoudige mijnwerker zoals Luther hem voor zich zag maar de ondernemende zoon uit een redelijk welgestelde boerenfamilie. Hij woonde in Möhra in Thüringen en trouwde toen hij twintig was met de even oude Margarethe Lindemann (1460-1531). Zij kwam uit een burgerlijke familie in Eisenach en haar broers waren jurist. Ook zij was dus niet zo arm als de romantische tak van de Lutherbiografen dat graag wilde zien. Luthers ouders verhuisden daarom naar Mansfeld, 150 kilometer noordoostelijk van Möhra en kochten een kopermijn. Luthers vader was dus eigenaar van een mijn en geen boer.

 

Zicht op Mansfeld, gezien vanaf de burcht.

Vervolgens verhuisde vader Luther met zijn vrouw Margarethe naar Eisleben, een stad van 4.000 inwoners in het graafschap Mansfeld. Daar kregen zij op 10 november een zoon – hun tweede – die op 11 november, de dag van de heilige Martinus, gedoopt werd en dus de naam Martin kreeg. Een jaar na zijn geboorte verhuisde het gezin een paar kilometer verderop naar Mansfeld, en kreeg vader Hans een leidinggevende positie bij de kopermijnen. Hij werkte zich stevig op want zeven jaar later bezat hij drie kopersmelterijen, tachtig hectare land, een grote boerderij en een aantal gebouwen. Bovendien was hij dusdanig kapitaalkrachtig dat hij anderen geld kon lenen tegen vijf procent rente. De familie leefde doorgaans in redelijke welstand zoals blijkt uit archeologische opgravingen waarbij de afvalkelder van de familie werd gevonden. Uit de 7.000 stuks etensresten die men heeft kunnen onderzoeken werd duidelijk dat men in huize Luther luxe en gevarieerde maaltijden geserveerd kreeg.
Toch waren er ook tijden waarin het economisch wat minder ging. Bekend is namelijk ook dat vader Luther soms grote schulden had omdat ook de mijnbouw goede en slechte jaren kende. Het beeld dat Luther van zijn afkomst tekende klopte dus niet helemaal. Zijn vader was geen boer en zijn ouders groeiden niet in arme omstandigheden op en hijzelf ook niet, in ieder geval niet permanent. Maar dat Luther dit toch zo zei past bij de wijze waarop hij zichzelf presenteerde: ik ben van zeer eenvoudige komaf, ik kom van de boer en toch heb ik mij tegenover paus en keizer staande weten te houden. Ook Luther wist dat zo’n beeld goed overkomt want het is het beeld van de underdog. Dat betekent niet dat Luther minder te vertrouwen is dan andere mensen, wel dat terugblikkend de werkelijkheid er soms wat anders uitziet en dat het voordelig kan zijn de werkelijkheid net even iets anders neer te zetten.

 

Verhaal en beeld passen prachtig bij elkaar: Luther die zijn theses aan de slotkerkdeur in Wittenberg spijkert. Gebruikelijk was dat de pedel dit deed.

 

2. Wel geschreven, niet aangeslagen
Heeft Luther op 31 oktober nu wel of niet die 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg geslagen? Het zou toch wel heel jammer zijn als dat niet zo was want wat moeten we dan met al die afbeeldingen waarop de man daadkrachtig en stoer met volle kracht de hamer laat neerkomen en zo spijkers met koppen aan die deur slaat? We hebben het altijd geloofd totdat nota bene een katholieke kerkhistoricus zei dat er waarschijnlijk niets van waar was. Luther heeft het zelf nooit genoemd en de eerste die erover bericht is zijn collega Philipp Melanchthon die zelf toen helemaal nog niet in Wittenberg woonde. Lutherse historici lieten zich dit mooie verhaal echter niet door een katholiek afnemen en deden er alles aan om te bewijzen dat Luther echt eigenhandig die stellingen had aangeslagen. Inmiddels moeten de protestanten zich op dit punt aan de katholieken gewonnen geven. Het was de taak van de pedel van de universiteit dit soort stellingen aan te slaan. Een professor was daartoe niet bevoegd. Vrij logisch is dit wel want ook vandaag wil elke pedel, elke koster en elke conciërge zelf graag toezicht houden op wat er op het prikbord komt. Dat Luther deze stellingen schreef staat buiten twijfel, ook is het zeker dat ze op 31 oktober werden aangeslagen, alleen niet door de reformator zelf.

 

De Wartburg in Saksen waar Luther onder de schuilnaam jonker Jörg het Nieuwe Testament vertaalde.

 

3. Wel gestaan, niet gezegd
In de inmiddels zeer bloeiende handel in Lutherspullen, gaan ook de heren-, en damessokken met het opschrift ‘Hier stehe ich, ich kann nicht anders’ grif over de toonbank. Er zijn er zelfs die ze ook aantrekken. Hoewel hier wel zeer letterlijk een standpunt mee te maken valt, is er geen betrouwbare grond onder de voeten die in deze sokken zitten. Nu trekt dit soort handel zich weinig van historische feiten aan, in dit blad moet toch aan de geschiedenis recht worden gedaan en moet het verhaal betrouwbaar verteld worden.
Luther zorgde voor zoveel ophef dat de kerk graag van hem af wilde. De kerkelijke ban was daarvoor het beste middel, maar het zou goed zijn dat hij ook in de wereldlijke ban gedaan werd want dan kon hij helemaal geen kant meer op. Voordat die beslissing viel, wilde de keizer eerst wel eens met hem praten en dat gebeurde op 17 en 18 april 1520 tijdens de Rijksdag in Worms. Toen het zover was, leek er bij Luther nog enige twijfel te zijn want toen hij op 17 april voor de keizer stond vroeg hij om bedenktijd. Als reactie kreeg hij te horen dat hij eigenlijk geen recht had op bedenktijd want hij had kunnen weten dat hij hier gekomen was om te herroepen, maar dat de keizer genadig wilde zijn en hem tot morgenmiddag bedenktijd gaf.
De volgende dag verontschuldigde hij zich eerst voor zijn optreden van de dag ervoor. Hij zei dat hij ‘niet aan vorstelijke hoven maar onder monniken’ was opgegroeid, en dat hij zijn excuses aanbood aan ieder die hij niet in zijn positie naar waarde erkend had. Vervolgens sprak hij uit dat hij onmogelijk kon herroepen, maar dat hij graag bereid was, ‘mij vanuit de geschriften van de Evangelisten en de profeten te laten overtuigen’. Op de herhaalde vraag of hij zijn boeken wilde herroepen, zei hij toen: ‘Als ik niet weerlegd wordt door getuigenissen uit de Schrift of door heldere, rationele argumenten – want ik geloof noch alleen de paus of alleen de concilies omdat vaststaat dat zij vaker gedwaald en elkaar tegengesproken hebben -, dan ben ik gebonden aan de door mij aangehaalde Bijbelteksten. En zolang mijn geweten gevangen zit in het Woord van God, kan en wil ik niets herroepen omdat de dingen onzeker worden en ook de zaligheid bedreigd wordt als je iets tegen je geweten in doet. God helpe mij. Amen.’ De woorden ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’ passen hier mooi bij maar komen pas in een latere versie van het verslag voor en zijn niet origineel. Jammer van al die sokken dus.

 

Historisch juist of niet: de handel in Lutheralia floreert op de golven van de mythen rond de reformator.

 

4. Wel vertaald, niet bedacht
Op de Wartburg waar Luther sinds de Rijksdag ondergedoken zat, was hij begonnen aan een werk dat zijn grootste leesbare monument zou worden namelijk de Lutherbijbel. Er waren destijds wel meer vertalingen, maar vaak maar van een deel van de Bijbel en vele daarvan gaven de tekst niet echt duidelijk weer. Luther wilde heel de Bijbel en ging er op advies van Melanchthon mee aan de gang. Basis voor zijn vertaling was de tweede editie van Erasmus’ Griekse Nieuwe Testament dat in 1519 verschenen was. Nu bestaan rondom Luthers vertaling van de Bijbel in ieder geval vier misverstanden die ook als vier kleine mythen kunnen gelden.
In de eerste plaats wordt gesproken over de Lutherbijbel alsof de Bijbel van Luther zelf was dan wel alsof hij een eigen versie van de Bijbel maakte. Luther vertaalde echter gewoon de Bijbel zoals die altijd bestaan had. De tweede mythe is dat Luther de eerste was die de Bijbel in het Duits vertaalde. Ook dat klopt niet want voor hem waren zeker achttien Duitse vertalingen verschenen. Wel hebben de kwaliteit en het succes van Luthers vertaling ervoor gezorgd dat die achttien in vergetelheid raakten. Als derde misverstand geldt de gedachte dat Luther op de Wartburg de hele Bijbel vertaald heeft en zijn vertaling dus bij zijn vertrek kant en klaar in de winkel lag. Echter, op de Wartburg voltooide hij het Nieuwe Testament, het Oude Testament deed hij daarna in Wittenberg. Daar bleef hij trouwens zijn leven lang met de revisie van zijn vertaling bezig. Echt af is de ‘Lutherbijbel’ dus nooit gekomen.
Het vierde misverstand is dat Luthers Bijbelvertaling de Duitse taal geschapen en tot eenheid gebracht heeft. Dat was echter een proces dat al voor Luther begonnen was. Hij heeft de Duitse taal wel enorm beïnvloed en gezorgd voor nieuwe woorden als ‘lokvogel’ en ‘zondebok’. Ook het woord ‘avondmaal’ is een vondst van hem en komt in de Bijbel niet voor. De Lutherbijbel is dus zeker iets bijzonders en zijn vertaling was een enorme prestatie maar eromheen hangt nogal wat mythologie.

 

Een curieuze mythe is die van het appelboompje: die kan niet aan Luther worden toegeschreven en toch worden wereldwijd appelboompjes in dit Reformatiejaar geplant.

 

5. Wel gebeden, niet opgeschreven
Als laatste mythe moet hier het bekende Lutherwoord genoemd worden dat als volgt luidt: ‘Als ik wist dat Christus morgen terug zou komen, zou ik vandaag nog een appelboompje planten’. Het woord is door oneindig veel voorgangers in preken geciteerd en menig ander gelovige heeft met stichting van deze mooie uitspraak van Luther kennisgenomen. Enig probleem hiermee is dat er geen enkel bewijs is dat Luther dit ooit gezegd heeft. Er is jaren geleden al eens een prijs uitgeloofd voor degene die in Luthers werk dit woord kon vinden maar een prijswinnaar is er nog steeds niet en komt er ook niet. Deze uitspraak past wel bij Luthers gebed en verwachting dat de wederkomst van Christus nog tijdens zijn leven zou plaatsvinden en dat hij desondanks gewoon hard doorwerkt en niet gaat zitten wachten tot Jezus inderdaad komt, maar zo gezegd of opgeschreven heeft hij het zeker niet. Hoewel dit bekend was, worden er toch overal, wereldwijd, ter gelegenheid van 500 jaar Reformatie appelboompjes geplant en heeft de stad Wittenberg er zelfs een speciaal boompjespark voor laten inrichten. Historici kunnen dan weliswaar hun schouders ophalen en met hun kennis aantonen dat dit geplant niet klopt, feit is ook dat deze mythe toch een zeer groen en duurzaam effect heeft en dat kun je lang niet van elke mythe zeggen.
(Herman Selderhuis)
(Professor doctor Herman Selderhuis is verbonden aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn en in de onvermoeibare directeur van Refo500. Recentelijk publiceerde hij belangwekkende studies over Luther)

(Openingsbeeld: Luthers ouders, Hans en Margarete. Geschilderd door Lucas Cranach.)

Lees dit artikel en nog veel meer over Luther en 500 jaar Reformatie in de nieuwe G-GECHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder