Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Luther in de Nederlanden

16 januari 2017 Siebrand Krul

Het is 1521. Luther heeft met zijn beweging heel wat los gemaakt, ook in de Nederlanden. In dit jaar en later gingen drie opeenvolgende priors van een klein Antwerps klooster der augustijnen-eremieten, Jacobus Praepositus, Henrik van Zutphen en Lambert van Thorn, in Wittenberg studeren. Ze traden samen met hun monniken helemaal in het voetspoor van hun Duitse voormalige ordebroeder Maarten Luther. Hoe verging het Luthers ideeën in de Zuidelijke Nederlanden?

De pauselijke gezant Jeronymus Aleander maakte, reeds in de lente van 1521, aanstalten om in Gent driehonderd in beslag genomen lutherse boeken in het publiek te laten verbranden. Van de Rijksdag in Worms van 1521, waar Luther verantwoording moest afleggen, vertrok keizer Karel spoorslags naar zijn geboortestad (een afstand van 460 kilometer), om op 25 juli 1521 dat spektakel op de Vrijdagmarkt met zijn aanwezigheid kracht en luister bij te zetten. Een der omstaanders, een schoenlapper, klopte op zijn broekzak en riep overluid: ‘Daer es noch eenen bouc van Luuter inne, niement en satten my doen verberrenen, ende ic hebber noch thuus’ (bij een huiszoeking vond men er nog negentien!). Overigens, zo besloot de bevlogen man: ‘al mag men de boeken van Luther verbranden, men zal toch nooit kunnen verbranden hetgeen men in zijn hart draagt’. Een identiek verhaal zou men vier eeuwen later horen in Berlijn…

 

Zelfportret van Albrecht Dürer, 1498. Tijdens zijn rondreis in de Nederlanden in 1520/21 stak de Duitse schilder Albrecht Dürer zijn grote genegenheid voor Luther niet onder stoelen of banken. In Antwerpen had hij contacten met prior Jacob Praepositus en van een andere bewonderaar, de Antwerpse stadssecretaris Cornelis de Schryver (Grapheus), kreeg hij Luthers meest recente boeken cadeau. In zijn dagboek noteerde Dürer dagelijks wat hij uit de mond van de talrijke handelaren uit Augsburg en Neurenberg vernam over het lot van Luther tijdens en na de Rijksdag van Worms, nieuws dat hij op zijn beurt aan belangstellenden in Antwerpen en Gent meedeelde. (Prado, Madrid)

 

Hendrik en Jan, de eerste martelaren

De arrestatie in 1523 van zestien hardnekkige Antwerpse augustijnen (wier klooster uiteindelijk als een oord van ketterij tot op de grond werd afgebroken) was een sterk signaal. De prior en twee confraters werden voor verder onderzoek door Leuvense theologen naar Brussel overgebracht. Het dispuut ging vooral over de aflaat, de betekenis van het vagevuur en van de eucharistie. Toen twee broeders volhardden stond het vonnis dat door de burgerlijke overheid moest geveld worden vast. Op 1 juli 1523 werden ze op de Grote Markt ontwijd. Daarna zijn Hendrik Voes en Jan van Esschen op de brandstapel gedood. Bij de mare van hun trieste lot richtte Luther zich in een brief tot die Christen ym Nidder land. ‘Bij u hebben de twee edele kleinodiën van Christus, Hendrik en Jan, hun leven gering geacht, opdat Christus en zijn Woord geprezen zouden worden.’ Aan de marteldood van de twee monniken wijdde Luther zijn eerste lied: Eyn newes lyed wyr heben an, das wald got unser herre…. Zij waren de allereerste martelaren voor de hervorming in het Europa van de 16de eeuw.
Weinig bekend in de geschiedschrijving is dat nummer drie, de nieuwe augustijnenprior Lambert van Thorn, nog jaren lang opgesloten bleef in de Steenpoortgevangenis in Brussel. De vrouwen van aanzienlijke kunstenaars kwamen hem daar bezoeken om hem kleren, voedsel en troost te bezorgen. Hun mannen waren in de ban geraakt van een ex-priester, Nicolaas van der Elst, Brusselaar van geboorte en voormalige pastoor van de Antwerpse Sint-Jacobskerk.

 

Titelpagina van de Liesveldt-Bijbel, editie 1542.

 

Vergeefse hoop in Antwerpen

In Antwerpen was Luther ook buiten het klooster al vroeg bekend bij geestelijken en humanisten. Tevens ontstond er daar een blijvende lutherse kern, met voornamelijk Duitse kooplui en zogenoemde ‘Oosterlingen’ (handelaars uit Noord-Duitse kuststeden ten oosten van Hamburg). Tot echte kerkorganisatie kwamen die echter niet, omdat Luther zelf daar tegen was. Toch zouden ze er conventikelgewijs actief blijven tot de Val van Antwerpen in 1585, waarna ze in groep naar Amsterdam en Middelburg emigreerden. In 1566, het jaar van de Beeldenstorm, hadden ze even op officiële erkenning gehoopt, omdat ze zich gekant hadden tegen de rebellie en de kerkvernieling van de calvinisten. Maar toen in maart 1567 het katholicisme overal hersteld werd, bleek dat hun ijver tevergeefs was geweest. Ook zij moesten weer onderduiken.

 

Terechtstelling van de Antwerpse augustijnen Hendrik Voes en Jan van Esschen op de Grote Markt van Brussel, 1 juli 1523.

 

Brussels artistieke elite het lutheranisme toegedaan

De genoemde Antwerpse pastoor Nicolaas van der Elst had met de verdreven koning van Denemarken, Christiaan II, en diens vrouw Isabella van Oostenrijk (zus van keizer Karel) op 13 juni 1525 in Wittenberg het huwelijk bijgewoond van Luther met de voormalige non Katharina van Bora. Hij was er samen met de bekende Gerard Geldenhouwer uit Nijmegen, eveneens een ‘lutherende’ geestelijke. In Amsterdam hield Van der Elst open tafel met schout Jan Hubrechtsz. Tijdens de vasten van 1527 kwam hij naar Brussel, in de buurt van de (thans verdwenen) Sint-Gorikskerk lutherse sermoenen houden in gastvrije huizen, onder meer van de schilder Bernard van Orley en de tapijtwever Pieter de Pannemaeker. Bij die laatste was er zoveel volk dat de bijeenkomst in de tuin werd gehouden. Een collega van De Pannemaeker, meester-tapijtwever Christiaan der Moyen, deed een collecte ten voordele van Lambert van Thorn in de gevangenis. In totaal waren er negen vermaningen, bijgewoond door alles samen zo’n vijftig belangstellenden, wier namen en identiteit ons vrij nauwkeurig overgeleverd zijn. Een groot deel van de artistieke elite van Brussel was erbij, namelijk vierentwintig tapijtwevers, onder wie alle grote tapissiers van de stad, tien schilders met naast Bernard van Orley onder meer ook Jan van Coninxloo, Jan Tseraerts, een zekere ‘meester Quinten inde Zak’, en verder de bekende glasschilder Nicolaas Rombauts. Het zijn allemaal namen van topartiesten die door de kunsthistorici als de grote vernieuwers van de (Zuid-) Nederlandse kunst in de geest van de Renaissance worden beschouwd. Toen men op de Coudenberg (door verraad in de biecht van een huishoudster) in kennis was gebracht van hun ketterse activiteiten, werden ze allemaal geschorst als hofkunstenaars. Maar ze waren zo uniek en zo goed, dat ze al na korte tijd weer in dienst werden genomen.

 

Luther verbrandt de pauselijke bul.

 

Vloed aan lutherse geschriften in de Nederlanden

Luther staat ontegensprekelijk aan het begin van de Reformatie in de Nederlanden. Hoewel de Leuvense theologen al in september 1519 zijn stellingen veroordeelden, werden zijn boeken snel in Nederlandse vertaling gedrukt in Leiden en vooral in Antwerpen. Het kostte de Leidse drukker Jan Seversz. verbanning en een zwervend leven. In 1526 kwam de volledige Bijbelvertaling van het Oude én het Nieuwe Testament van de pers: de beroemde, schitterend geïllustreerde Liesveldt-Bijbel, genoemd naar de Antwerpse drukker Jacob van Liesveldt (die om zijn pionierswerk later zou worden onthoofd). Voor de katholieke schoolmeesteres Anna Bijns uit Antwerpen was Luther de oorzaak van alle ellende. Ze noemt hem ‘de hinne, die alle dees kieckens heeft ghebroeyt.’ Bij Luthers dood in 1546 waren er zo’n 85 drukken van zijn boeken verschenen in de Nederlanden, waarvan driekwart in vertaling.
De Liesveldt-Bijbel was het centrale boek, gebruikt in de geruchtmakende conventikelen die in Leuven al voor 1540 werden gehouden. In 1543 achtte de theologische faculteit het hoog tijd om de stad van ketterij te laten zuiveren. Er werden enige tientallen personen, zowel mannen als vrouwen, voor een speciale rechtbank gedaagd. Het verslag van deze ketterverhoren levert het duidelijk bewijs dat naast het bijwonen van suspecte bijeenkomsten het bezit van verboden boeken – al sinds twaalf of dertien jaar – het voornaamste punt van onderzoek was. Het proces-verbaal gunt ons door zijn uitvoerigheid tevens een blik in het huiselijk en maatschappelijk leven en de hoge graad van geletterdheid van gewone burgers bij de nieuwgezinden in het Leuven van die tijd. Het grote ketterproces leidde in 1544 tot een aantal terechtstellingen. Voortaan zou Leuven, het bastion van het katholicisme in de Nederlanden, netjes in de orthodoxe pas blijven lopen…

De kettervervolging wordt harder en wreder

Het kan geen verbazing wekken dat keizer Karels vroegste plakkaten tegen de ketterij in de eerste plaats tegen de verdachte boeken gericht waren. Ze werden hier als staatswetten in de verschillende gewesten en steden van kracht. Het allereerste plakkaat was slechts de officiële afkondiging van het Edict van Worms: Luther was in de rijksban gedaan en bijgevolg moesten zijn boeken verbrand worden. Een radicaal nieuwe koers werd ingeluid door het plakkaat tegen het bezitten en lezen van lutherse en andere ketterse geschriften van 14 maart 1527. In principe stond daar voortaan de doodstraf op. In steden als Brussel, Leuven, Brugge, Ieper, Kortrijk, Gent, Hulst, Turnhout, Zierikzee, Middelburg, Leiden, Delft, Utrecht en Amsterdam kan men goed vaststellen dat in de maanden na de uitvaardiging van het plakkaat de vervolging voor het eerst systematisch werd aangepakt. De repressiegolf hield aan tot 1531 en leidde op verschillende van de genoemde plaatsen tot de eerste ketterterechtstellingen.

Waarom worden de Lage Landen niet luthers?

Boeken en gretige lezers waren er dus in overvloed, evenals contacten met Wittenberg. En toch is het waar dat Luthers invloed niet tot kerkvorming heeft geleid in de Lage Landen. Daarvoor waren er twee redenen. Voor Luther kon de hervorming van de Kerk enkel nagestreefd worden in gebieden waar de overheid daarmee akkoord ging en de evangelische predikaties in het openbaar toestond. Was dat niet het geval, zoals in de Nederlanden van de vervolgende keizer Karel, dan moest men maar uitwijken naar plaatsen waar Gods Woord zuiver gepreekt werd. Zelfs de gedachte van geheime huiskerken vond bij hem geen begrip. De tweede reden was het verschil in opvatting over de betekenis van het Avondmaal. De Haagse advocaat Hinne Rode verdedigde de louter symbolische betekenis: ‘Dit is Mijn lichaam’ in de instellingswoorden moet volgens hem begrepen worden als ‘dit betekent Mijn lichaam’. Luther was het daarmee volstrekt oneens. Hij wenste een blijvende nadruk op de werkelijke aanwezigheid van Christus. Wie het anders uitlegde was volgens hem een sacramentslasteraar.
Vandaar overigens de naam ‘sacramentariërs’ waarmee de eerste generatie Nederlandse protestanten doorgaans wordt aangeduid. Ze sloten veel nauwer aan bij de opvattingen van de Zwitserse hervormer Zwingli. Ook de dopersen volgden de symbolische interpretatie. Zij waren de eersten die de breuk met de bestaande Kerk radicaal voltrokken. Na de dramatische ondergang van de eerste, revolutionaire, generatie wederdopers in Münster in 1535, wist de Friese ex-pastoor Menno Simons hun beweging tot nieuw leven te wekken, nu evenwel met afzwering van geweld. Vanaf ca. 1550 werd het anabaptisme enige tijd de leidende reformatorische beweging, niet enkel in het Noorden, maar ook massaal in Vlaanderen en Brabant, waar verschillende ‘oudsten’ rusteloos in de weer waren om in steden en dorpen de volwassendoop te gaan toedienen.
(Johan Decavele)

(Openingsbeeld: Detail uit het tapijt Het leven van Jacob, geweven door (atelier?) Pieter de Pannemaeker naar een carton van Bernard van Orley. Bernard van Orley en Pieter de Pannemaeker waren in hun Brusselse huizen bij de Sint-Gorikskerk (thans verdwenen) de meest vooraanstaande gastheren voor lutherse bijeenkomsten in 1527. Ze werden tijdelijk geschorst als hofkunstenaars, maar spoedig als topartiesten weer in dienst genomen (detail). (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel))

Lees het volledige artikel en nog veel meer over Luther en 500 jaar Reformatie in de Luther-special van de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder