Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Exotisch eten voor Amerikanen

20 december 2016 Siebrand Krul

Door jarenlang rusteloos de wereld over te reizen, wist David Fairchild (1869-1954) talloze plantenvariëteiten te introduceren in de Verenigde Staten; voornamelijk groente-, graan- en fruitgewassen. Sommige waren succesvol, zoals katoen-, mango, avocado, en rijst- en graansoorten die voedzamer bleken dan inheemse rassen. Ze hebben de eetgewoonten van een wereldmacht verrijkt.

David Fairchild kreeg botanie met de paplepel ingegoten: hij groeide op de campussen van agrarische colleges in Michigan en Kansas op. Als zoon van een streng gelovige rector werd hij grootgebracht in een milieu, waarin dansen en kaartspelen als zondig werden beschouwd. Na schooltijd werkte hij als een timmermanshulpje en toen bioloog Russel Wallace (die ongeveer tegelijkertijd met Darwin publiceerde over de evolutietheorie) een lezing kwam geven, logeerde hij bij hem thuis. Hij vertelde David over kokosnootbomen, orchideeën en witte koraalstranden op Java, waar mensen leefden van heerlijke, kleurige vruchten. David raakte gefascineerd: ‘Wat zou ik graag naar Java gaan…’.
Zijn oom Byron Halsted was botanist en bezat een eigen laboratorium. Hij liet David als tienjarige al door een vergrootglas kennismaken met schimmels. Halsted was getrouwd met de levenslustige Sue. Zij boden de 19-jarige David aan bij hen te wonen. Nieuwe werelden openden zich op biologisch, sociaal en cultureel gebied, vooral toen ze in 1889 naar New Jersey verhuisden. Sue liet hem kennismaken met Chopin, Dickens en toonde hem de Atlantische Oceaan.
Via hen kreeg hij na zijn universitaire studie een baan bij de afdeling plantenziekten van het Ministerie van Landbouw in Washington en in 1893 werkte David op de Wereldtentoonstelling in Chicago bij een stand over plantenziekten. Hij zag er voor het eerst elektrisch licht, mooie staaltjes architectuur en allerlei revolutionaire machines.

 

 

David Fairchild.

‘Fairchild porcelan washing timble’

Een aanbod om voor het Smithsonian Institute bij het Zoölogische station in Napels te werken, nam hij aan. Onderweg, aan boord, ontmoette hij miljonair Barbour Lathrop, die al achttien keer de wereld was rondgereisd en hem, elegant gekleed en Turkse sigaretten rokend, vertelde over Nederlands-Indië.
Enkele weken later, terwijl Fairchild in het lab door lenzen tuurde, stond Lathrop opeens voor zijn neus: ‘Aan boord vertelde je dat je naar Java wilde. Heb je dat idee opgegeven?’ ‘Nee, ja,’ antwoordde de overrompelde Fairchild, ‘Dat is onmogelijk, ik heb het geld niet.’ ‘Wel, ik heb besloten je duizend dollar te geven om naar Java te gaan (…) het is mijn manier om geld te investeren in de wetenschap.’
Het betekende een grote wending in Davids leven. Hij voelde zich verplicht de reis goed voor te bereiden en trok in twee jaar van Breslau, via Berlijn en Münster naar Bonn om daar tropische plantenteelt te bestuderen. In Bonn ontwierp hij tevens een filterbakje om achtergebleven zuren gemakkelijker uit laboratoriuminstrumenten te spoelen. Hij verdiende er niets mee, maar trof zijn ‘Fairchild porcelan washing timble’ dertig jaar later nog in een Italiaanse winkel aan.
In diezelfde periode vroeg het ministerie hem naar Corsica te reizen om citroenscheuten op te sturen. Daar aangekomen werd hij door een wantrouwende gendarme, die ‘de fotograferende man’ ervan verdacht spion te zijn, geïntimideerd en vastgezet, maar al snel weer vrijgelaten. Elders op het eiland wist hij alsnog scheuten te verzamelen. Hij stak iedere scheut apart in een rauwe aardappel, zodat ze vochtig bleven, wat achteraf een goede methode bleek. Dit was zijn eerste missie als ‘plantenontdekker’.
Inmiddels had hij dr. Treub in Nederland ontmoet, directeur van de botanische tuin van Java, waar hij voorafgaand aan zijn reis met Lathrop onderzoek wilde doen. Korte tijd later kon hij samen met Treub afreizen naar Java.

 

Chinese yams worden door koelies langs een smal pad bij een abrikozen boongaard naar de markt gebracht.

 

Bloemen van duizend kilo

‘Ik begrijp niet hoe iemand tevreden kan zijn, zolang hij of zij het wonder van de tropen niet heeft aanschouwd’, schreef Fairchild later in zijn boek ‘The World was my Garden, Travels of a Plant Explorer’, nadat hij gewandeld had tussen reuzevarens, lang gewelfde bamboe, planten die leken op gigantische reptielen en een palmboom met een tros crèmekleurige bloemen (volgens Treub duizend kilo wegend) die, eenmaal uitgebloeid, de dood van de boom inleiden. Hij ontdekte er zijn favoriet geworden fruit: de mangosteen (roodbruine, bolvormige vrucht met wit vruchtvlees, geen familie van de mango), die smaakte naar een kruising van ananas, abrikoos, sinaasappel ‘maar delicater dan alle drie tezamen’.
Lathrop pikte Fairchild op in Java. Aan boord van een schip naar Sumatra zei hij: ‘Noem je dat je kleden voor het diner? Ik zie dat ik mijn handen vol ga krijgen je wat beter op te voeden’ en met een andere opmerking bepaalde hij Fairchilds toekomst: ‘Wat denk je ervan jezelf te wijden aan het verspreiden van tropische gewassen in de westerse wereld? Kort daarna, op oudejaarsavond, beloofde David hem zich in te gaan zetten voor de introductie in de VS.
Ze reisden naar Singapore, Bangkok, Maleisië, Ceylon, Australië, Nieuw-Zeeland en de Fiji Eilanden, waarbij Fairchild tijdens een ontvangst door een kannibalenhoofdman ternauwernood cava binnenhield (een drankje uit wortels van peperranken, door vrouwelijke bedienden van de hoofdman fijngekauwd en in een schaal gespuugd).

 

Frank N. Meyer onderweg in China.

 

Russisch graan in de VS

Na vier jaar omzwervingen met Lathrop keerde Fairchild in augustus 1897 terug in Washington, zonder baan of geld, maar met een missie: het ministerie overtuigen een programma te starten voor de introductie van exotische cultuurgewassen. Hij huurde een kamer en bereidde voor oud-collega’s de meest indrukwekkende maaltijd die hij onderweg voorgeschoteld had gekregen: een Nederlands-Indische rijsttafel. Het plan slaagde: het ministerie omarmde zijn ‘missie’ en hij werd hoofd van de sectie ‘introductie van buitenlandse planten’. Klasgenoot Mark Carlton zond hij naar Rusland, die er voedzame, winterharde tarwe opspoorde, die bovendien goed bestand was tegen droogte. Het werd één van de belangrijkste graansoorten van de VS en bleek daarmee goed propagandamateriaal voor plantintroducties.

 

The Kampong bestaat nog steeds als een botanische tuin, in Florida.

Plotseling dook Lathrop weer op: ’David, jij bent net zo ongeschikt om een overheidsdienst voor plantenintroductie op te bouwen als ik geschikt ben een kippenfarm op te zetten (…) en je hebt Zuid-Amerika, India, noch Zuid-Afrika bezocht’. David kon dit nieuwe aanbod niet weerstaan; de reis zou hen in twee jaar naar Caraïbische eilanden, de westkust van Zuid-Amerika, Panama en per ezel over de Andes voeren. Vervolgens naar Europa, Egypte, de Filipijnen, China, Thailand en Afrika. In Ceylon liep hij tyfus op. De hoteleigenaar in Kandy wilde hem de deur wijzen, maar Lathrop zei hem dat Fairchild te ziek was en gebood hem de bewuste hotelvleugel te ontruimen. Waarop de eigenaar Lathrop opzij wilde duwen. Maar volgens het boek ‘Plant Explorer David Fairchild’ haalde de miljonair een revolver uit een lade: ‘Als u een stap in deze kamer zet, zal ik schieten’, waarop de eigenaar bleek geworden afdroop.
(Lex Veldhoen)

(Openingsbeeld: David Fairchild bij zijn laboratorium in Coconut Grove.)

 

Lees de andere helft van dit spannende artikel in de nieuwe G/GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder