Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Hollands krediet voor VS

02 november 2016 Siebrand Krul

De onafhankelijkheidsstrijd van de jonge Amerikaanse republiek stokt in 1780. Er is dringend behoefte aan kredieten om soldaten te betalen en munitie en wapens aan te schaffen. Kan Amsterdam met zijn vele handelshuizen en bankiers iets betekenen? John Adams gaat dat uitzoeken want hoewel de Gouden Eeuw al lang achter ons ligt is Amsterdam nog steeds het financiële centrum van Europa.

George Washington leidt de strijd om de onafhankelijkheid van dertien Britse koloniën in Noord-Amerika. Een lening van substantiële omvang zou kunnen helpen om de oorlog te beslissen.
Zijn twee zoons John Quincy (13) en Charles (10) vergezellen hem. Het eerste wat ze zien zijn de reusachtige ronddraaiende canvaszeilen van de windmolens van Amsterdam. Ze verbazen zich over de meer dan vijfhonderd bruggen, die als een web over de grachten liggen. Tot de verbeelding spreekt ook, dat het Amsterdams stadhuis is gebouwd op 13.659 palen.

 

John Adams, in 1735 geboren in Quincy, Massachusetts, was in 1776 mede-opsteller (met Thomas Jefferson) van de Onafhankelijkheidsverklaring. In 1780-1782 was hij op bedeltocht in Amsterdam. Van 1789 tot 1797 was Adams vice-president van de Verenigde Staten, en van 1797 tot 1801 president. Adams overleed in 1826 in zijn geboorteplaats. (Coll. auteur)

John Adams, in 1735 geboren in Quincy, Massachusetts, was in 1776 mede-opsteller (met Thomas Jefferson) van de Onafhankelijkheidsverklaring. In 1780-1782 was hij op bedeltocht in Amsterdam. Van 1789 tot 1797 was Adams vice-president van de Verenigde Staten, en van 1797 tot 1801 president. Adams overleed in 1826 in zijn geboorteplaats. (Coll. auteur)

Ze nemen hun intrek in het pension van de weduwe Schorn op de Oudezijds Achterburgwal nabij de Hoogstraat. Niet zo’n goede buurt, verschillende bankiers spreken er later geringschattend over. En juist die bankiers zijn voor John Adams een belangrijke reden om zich hier te vestigen. Hij kan hun de toegang tot de lucratieve Amerikaanse markt bieden, maar zij kunnen met kredieten de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd uit het slop halen. Om verdere kritiek op zijn eenvoudig onderkomen bij de weduwe te voorkómen, huurt hij in de zomer van 1781 een grachtenhuis op stand aan de ‘Keysers Gragt 529’, vlakbij de ‘Looking-Glass street’, zoals hij schrijft: de Spiegelstraat. Met twee bedienden, een kok en een koetsier gekleed in een livrei naar de laatste Parijse mode voert hij zijn huishouden. Een plaquette aan de muur van dit grachtenhuis herinnert hier nog aan. De huur is drieduizend gulden per jaar. Een flink bedrag.

 

In het stadhuis: notabelen verzamelen zich rondom burgemeester Hendrik Hooft. (Coll. auteur)

In het stadhuis: notabelen verzamelen zich rondom burgemeester Hendrik Hooft. (Coll. auteur)

Koppig, onbeholpen, opvliegend, ijdel

Wie was John Adams? Hij was als afgevaardigde van Massachusetts in het Noord-Amerikaanse Congres medeschrijver van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776. Een bevlogen man, intelligent, maar geen man van de wereld, onzeker, soms overdreven van zijn gelijk overtuigd, opvliegend, eigenzinnig, ijdel, onbezonnen, koppig soms, onbeholpen, weliswaar als causeur onderhoudend, maar zeker niet diplomatiek.
Toch is het deze Founding Father van de Amerikaanse onafhankelijkheid die Amsterdamse bankiers over weet te halen Amerika een lening van miljoenen guldens te verstrekken op een cruciaal moment in de Onafhankelijkheidsoorlog. Vanaf 1780 tot eind 1782 is de Amsterdamse grachtengordel voor hem zijn bijna dagelijkse werkterrein, zijn bezoeken aan Den Haag en Leiden uitgezonderd. Vanuit zijn pension aan de Oudezijds Achterburgwal en later vanuit zijn woning aan de Keizersgracht 529 legt hij lopend zijn vele bezoeken af.
Adams begreep dat hij voor financiële steun niet in Den Haag, maar bij de anti-stadhouderlijke en pro-Amerikaanse patriottische regenten en bankiers in Amsterdam moest zijn. Al vanaf 1774 is er een aanzienlijke smokkelroute met Amerika. En er is al een, in het diepst geheim gesloten handelsverdrag tussen Amsterdamse kooplieden en de opstandige Noord-Amerikanen.
Wat volgt is een bedeltocht langs kooplieden en bankiershuizen aan de Amsterdamse grachten.
De gesprekken gaan moeizaam. Veel moet ter plekke worden vertaald, want hij spreekt geen Nederlands. Zijn kinderen bezoeken intussen de Latijnse school op het Singel te Amsterdam.

 

John Adams huurde een grachtenhuis op stand aan de ‘Keysers Gragt 529’, vlakbij de ‘Looking-Glassstreet’, de Spiegelstraat. De huur bedroeg drieduizend gulden per jaar. (Foto auteur)

John Adams huurde een grachtenhuis op stand aan de ‘Keysers Gragt 529’, vlakbij de ‘Looking-Glassstreet’, de Spiegelstraat. De huur bedroeg drieduizend gulden per jaar. (Foto auteur)

 

De plaquette op de muur van het huis hierboven, in 2004 geplaatst door burgemeester Cohen. (Foto auteur)

De plaquette op de muur van het huis hierboven, in 2004 geplaatst door burgemeester Cohen. (Foto auteur)

‘Aan het Volk van Nederland’

In 1780 stond de Republiek aan de vooravond van een oplopende strijd die zou resulteren in een bijna-burgeroorlog tussen de zich democratisch noemende Patriotten en de behoudende Oranjepartij rondom stadhouder Willem V, Prins van Oranje. In de steden riep de gegoede burgerij steeds luider om invloed op het bestuur, vooral bij benoemingen. Zij voelde zich gedwarsboomd door de stadhouder en wilde niet langer aan de leiband lopen van Oranjegezinde regenten. Dit brak in 1781 naar buiten in een roemrucht pamflet: ‘Aan het Volk van Nederland’. Schrijver bleek vele jaren later Johan Derk van der Capellen tot den Pol, een Gelderse edelman die stadhouder Willem V verantwoordelijk stelde voor de wantoestanden in het bestuur: vriendjespolitiek en ordinaire zakkenvullerij. John Adams was enthousiast over het pamflet: ‘Ik beschouw de publicatie van dit libel als een bewijs dat (…) er een partij is die gewonnen is voor de democratische beginselen’. Hij zorgde voor een Engelse vertaling en het zal hem deugd hebben gedaan dat de Amerikaanse opstandelingen ten voorbeeld werden gesteld. Van der Capellen schreef namelijk: ‘Bewapen Uzelf, kiest diegenen die U zullen gaan leiden, maar ga bovenal voort zoals Amerika het deed, bescheiden maar onverstoorbaar’.

 

De Friese Staten waren de eerste provincie die in 1782 om erkenning van de Verenigde Staten vroegen. De patriottische burgersociëteit ‘Door Vrijheid en IJver’ in Leeuwarden liet daarvoor een penning slaan.

De Friese Staten waren de eerste provincie die in 1782 om erkenning van de Verenigde Staten vroegen. De patriottische
burgersociëteit ‘Door Vrijheid en IJver’ in Leeuwarden liet daarvoor een penning slaan.

Eerste Amerikaanse ambassade

John Adams bouwt aan zijn netwerk. Via-via komt hij vooral in contact met patriotsgezinde kringen (zie kader). Deze zijn voorstander van de erkenning van de Verenigde Staten, vooral ook om Engeland te treffen. Sinds eind 1781 is de Republiek namelijk in oorlog met het ‘perfide Albion’, een oorlog die een groot deel van de handel lamlegt. Zoals boven opgemerkt, hadden de Verenigde Staten dringend behoefte aan kredieten voor de financiering van de oorlog. Nu komt het erop aan Amsterdamse bankiers te verleiden tot een lening. Aanvankelijk waren deze niet erg genegen om de Amerikaanse vrijheidsstrijd te ondersteunen. De onafhankelijkheidsstrijd gaf in 1780 nog geen zicht op een overwinning en het ontbrak de Amsterdammers aan vertrouwen om de lening terugbetaald te krijgen. Toen het tij leek te keren ten gunste van de opstandelingen, boekte hij resultaat. Engeland begon in Yorktown (Virginia) vredesonderhandelingen met de dertien opstandige koloniën van Noord-Amerika. In de Republiek toonden de Staten-Generaal vervolgens bereidheid om, na Frankrijk, als tweede staat diplomatieke banden aan te knopen met de VS. Adams werd op 19 april 1782 geaccrediteerd als gezant van de VS en hij kon op de Fluwelen Burgwal in Den Haag de eerste Amerikaanse ambassade ter wereld openen. Voor de Patriotten betekende dit een mijlpaal in de geschiedenis. Van der Capellen schrijft Adams: ‘Amerika stijgt in ieders achting. Er zijn enkele lieden uit mijn provincie die gaan investeren in de nieuwe republiek en ik dank God dat de erkenning er is en wij met elkaar verbonden zijn’.

 

De drie bankiers die de lening hebben afgesloten.

De drie bankiers die de lening hebben afgesloten.

‘School met haaien’

Geheel onverwacht meldt zich één van de rijkste bankiers van de Republiek bij Adams. John Hodshon, zelf vele malen miljonair, is bereid vijf miljoen gulden te lenen tegen 5% voor tien jaar. Opmerkelijk, omdat Hodshon bekend staat als Anglofiel en Oranjegezind. Hij heeft zich nooit voor de Amerikaanse zaak ingezet. Adams’ patriotse vrienden, zoals de gebroeders Staphorst, reageren furieus. Zij voelen zich verraden en maken in de Amsterdamse bankierskringen Hodshon uit voor een profiteur, maar deze trekt zich er weinig van aan. Hij complimenteert Adams met de erkenning van Amerika en diens ambassadeurschap. Daarmee is Adams’ naam verzekerd van een plaats in de geschiedenis, zo zegt hij. Verder spreekt hij de hoop uit dat een en ander tot blijvende vriendschap tussen beide naties zal leiden waartoe hij volgaarne zijn bijdrage wil leveren. Adams noteert dat er kort daarop rumoer uitbrak in de stad en in de Republiek. Zijn patriotse vrienden komen in het geweer tegen Hodshon. De ambassadeur concludeert dat het ‘een partijpolitieke zaak’ was geworden en ziet zijn indruk bevestigd dat hij in een ‘school van haaien’ is verzeild. Hij hoopte dat de opwinding vanzelf zou verdwijnen.

Dan krijgt hij een brief van Benjamin Franklin, vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in Parijs. Bijna gelijktijdig wordt er ook een brief van de hertog van Vauguyon, de Franse ambassadeur in Den Haag, bij hem bezorgd. Beiden adviseren hem in zee te gaan met een Frans bankiershuis. Adams voelt zich in het nauw gedreven. Zijn Amsterdamse vrienden hadden hem gewaarschuwd dat hun uitsluiting vervelende gevolgen zou hebben. Moest hij juist hen die de Amerikaanse zaak altijd hadden gediend teleurstellen? Elke keuze zou verliezers opleveren. Adams doet een voorstel tot een brede associatie waarin alle partijen deelnemen. Het wordt als een onmogelijke combinatie afgewezen. Door bemiddeling van Van Berckel komt er dan toch een obligatielening tot stand, uit te geven door Staphorst, Willink en Lalande&Fijnje. In eerste instantie is het plan drie miljoen te lenen, later komen daar twee miljoen bij. Adams betwijfelde aanvankelijk namelijk of hij voldoende intekenaars zou kunnen aantrekken. De rente bedroeg 5% voor tien jaar – met 5% commissie voor de uitgevers van de obligaties. Op 11 juni 1782 wordt deze eerste lening bekrachtigd. Van der Capellen is een van de eerste inschrijvers met zestienduizend gulden. Ook burgemeester Hooft en zijn dochter schrijven voor een groot bedrag in op de lening.
Voor Adams leverde de obligatie-uitgifte onverwacht veel schrijfwerk op. Zo schrijft hij in juni 1782: ‘Het grootste deel van de dag bezig met obligaties tekenen. Het valt niet mee zestienhonderd maal je handtekening te moeten zetten.’ Maar het was de moeite waard: hij kon terugzien op een geslaagde bedeltocht aan de Amsterdamse grachten. Het succes heeft zeker bijgedragen aan het gezag van Adams. In 1788 wordt hij de eerste vicepresident, acht jaar later, na Washington, de tweede president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika.
(Martin van Os van den Abeelen)

(Openingsbeeld: De Beurs van Amsterdam aan het Rokin op een gravure van P. Fouquet jr., 1783. (Coll. auteur))

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Met veel meer artikelen over de presidenten van de Verenigde Staten. Overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder