Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Dieren in oorlog

02 november 2016 Siebrand Krul

Omstreeks 1960 schrokken nietsvermoedende vakantiegangers zich in de Alpen een hoedje toe ze plotseling een olifant zagen. Het betrof een wetenschappelijk experiment: onderzoeken of Hannibal, generaal uit Carthago, inderdaad in 218 v.Chr. met 37 strijdolifanten over de Alpen had kunnen trekken. Volgens overleveringen hadden slechts enkele olifanten deze barre tocht overleefd. Dieren worden, zo bleek, al sinds eeuwen ingezet om oorlogen te winnen.

Paarden, honden, duiven: je verwacht in langvervlogen tijden, maar ook in de Tweede Wereldoorlog werden volop dieren mis/gebruikt. Vanwege mechanisering en motorisering namen er veel minder paarden deel aan die oorlog dan aan de Eerste Wereldoorlog en er werd minder gevochten vanuit loopgraven, zodat glimwormen, gebruikt om ’s nachts onopvallend kaarten te lezen, overbodig waren geworden. Volgens het BBC-boek The Dog’s Tale, a History of Man’s Best Friend werden er wel honden ingezet, om de wacht te houden, gewonden te redden, munitie te vervoeren en ze namen deel aan aanvals- of spionage-acties. Zo maakte War Dog Rob 471/322, een Engelse parachutistenhond, in Italië en Afrika twintig sprongen achter vijandelijke linies.

 

dieren-wb2

Russische zelfmoordhonden

Door de Russen werd op heel destructieve manieren misbruik gemaakt van anti-tankhonden, getraind als ‘zelfmoordcommando’s‘ in een speciaal kamp buiten Moskou. De Russische wapendeskundige Yuri Veremeyev, geciteerd in de Daily Mail: ‘De eerste experimenten werden gedaan met explosieven in dikke canvas verpakkingen, die op de rug van de hond werden bevestigd. Iedere verpakking bevatte zes kilo TNT.’ Aanvankelijk werd geoefend met stilstaande tanks, vervolgens met de motor draaiend en daarna rijdend, begeleid door geweervuur en andere oorlogsimulaties. Als de explosieve lading middels een uitsteeksel op het hondentuigje de (kwetsbare) onderzijde van de tank raakte, stierf de hond ter plekke een heldendood.
Vanaf 1941 werd deze tactiek aan het Duitse oostfront uitgeprobeerd. Het resultaat viel tegen. Veremeyev: ‘Eenmaal op het slagveld terechtgekomen, raakten de honden verward.’ Sommige weigerden onder bewegende tanks te kruipen, andere sprongen terug in de eigen loopgraven, waar de lading ontplofte. Later bleek nog een tekortkoming: de honden waren getraind met Russische tanks, die qua verf en smeerolie anders roken dan Duitse tanks, die bovendien niet op diesel, maar op benzine reden. De honden gingen op de ‘nestgeur’ af. In de roman Kaputt beschrijft Curzio Malaparte, destijds Italiaanse oorlogscorrespondent: ‘Het blaffen van de honden overstemde het razende geronk van motoren, af en toe waren er zwakke stemmen te horen (…): ‘Die Hunde! Die Hunde!’. Volgens Russische opgave werden honderden vijandelijke tanks beschadigd. Maar zelfs Russische historici deden dat later af als oorlogspropaganda. Dit lijkt ook het meest logisch, want na 1942 werd deze methode niet meer grootschalig toegepast.

 

dieren-wb3

Dogs Army

Er zijn meer pogingen gedaan om honden ‘de hete kolen uit het vuur te laten halen’. Zo wilden de Amerikanen zelfs een ‘Dogs Army’ inzetten. William A. Prestre, een geïmmigreerde Zwitserse legerofficier, overtuigde het Amerikaanse leger honden met duizenden tegelijk te laten landen op eilanden in de Grote Oceaan. De geschrokken Japanners zouden zo alle kanten op vluchten. Windhonden zouden eerst aan land gaan vanwege hun snelheid (zo paniek veroorzakend), gevolgd door herders en Deense doggen als dodelijke aanvalswapens. Ze werden getraind in een speciaal kamp op Cat (!) Island bij de monding van de Mississippi. Luitenant kolonel Nichols schreef zijn meerderen in Washington, dat het trainingsprogramma het best zou werken met ‘levend aas’: ‘….de eerste keuze valt op gevangenen en de tweede op geneutraliseerde Japanners (…) het liefst zonder familie in ons land.’ Zo werd soldaat Ray Nosaka, van origine Japans, met nog 24 anderen ‘geselecteerd voor een uiterst geheime missie’ op Cat Island, opdat de honden konden wennen aan ‘de Japanse geur’ en de agressie van Japanners. De soldaten moesten de dieren in beschermende pakken aanvallen. ‘Als ze niet fel reageerden’, vertelde Nosaka later aan onderzoekers van de University of Hawaii ‘werden ze aan een hek vastgebonden en gaf mijn meerdere me een zweep om de hond te slaan’ waarna het dier hem wel aanviel. Nosaka werd als ‘levend aas’ herhaaldelijk gebeten. Maar tijdens een demonstratie merkte kolonel Ridgley Gaither op: ‘Er was niet duidelijk een agressieve houding te bespeuren bij de honden om zo iemand kwaad te doen.’ Het programma werd stopgezet nadat miljoenen dollars waren uitgegeven.
Hoewel tegenwoordig veel ratten worden getraind om mijnen te detecteren, staat in The Dog’s Tale dat ook honden goede mijndetectoren zijn: ‘Het geurvermogen is ongeveer een miljoen keer beter dan dat van de mens (…) en is zelfs de modernste technologie de baas.’ Ze hebben overal ter wereld voorkomen dat er tienduizenden slachtoffers vielen door achtergebleven mijnen. In de Tweede Wereldoorlog lieten de Russen ze ruim 500.000 mijnen traceren. Grootste held was Zucha, die er binnen drie weken 2.000 wist op te sporen.

 

dieren-wb5

Beer Voytek dronk bier en rookte sigaren

Markant is het verhaal over Voytek, een bruine beer die Poolse soldaten in 1942 adopteerden in Perzië. Hij werd zó beroemd, dat op allerlei plaatsen standbeelden zijn opgericht, zoals in het Jordana park in Krakau. Er werd een BBC-documentaire over hem gemaakt en een boek geschreven: Soldier Bear.
De Poolse soldaten waren Russische ex-krijgsgevangenen, die vervolgens met de geallieerden tegen de Duitsers en Italianen vochten binnen de 22ste verbindingscompagnie. In Perzië troffen ze langs een weg een uitgehongerd jongetje, die ze een blikje corned beef gaven. Hij had een zak bij zich, die begon te bewegen. Vervolgens ruilden ze het jonge, magere beertje, dat het jongetje had gered nadat jagers de moederbeer neerschoten, tegen wat geld. Het kroop meteen weg bij een sergeant, was voortaan onafscheidelijk van hem, sliep in dezelfde tent en de sergeant werd plagend ‘moederbeer’ genoemd. Onderweg werd ‘Voytek’ bijna gegrepen door een gier, maar hij kroop net op tijd onder een vrachtwagen. Het beertje ging mee toen er in Palestina gevochten moest worden. Onderweg zat hij naast de sergeant in de truckcabine. Hij betrapte eens luid grommend een saboterende Arabier, die ’s nacht in het legerkamp op zoek naar de wapenopslag van schrik verstijfde bij het zien van ‘het harige monster’. Voytek kreeg als beloning twee flessen bier. De beer rookte ook sigaretten of peuzelde ze boven in een boom op en dronk zoete wijn tijdens de Kerstdagen.
De Britse korporaal Ames stond versteld toen hij zag hoe de beer, inmiddels bijna twee meter hoog, ladingen uit vrachtwagens hielp lossen, waarbij hij munitiekisten tussen zijn voorpoten ingeklemd sjouwde tijdens de winterse slag om fort Monte Cassino, hoog op Italiaanse rotsen gelegen.
Voytek bleek zich niet te storen aan het geluid van rondvliegende kogels en granaatinslagen.
Onderweg hield hij een konvooi op door een kraanwagen te beklimmen en acrobatische toeren uit te halen. Tijdens een bootreis van Italië naar Schotland, waar de Poolse soldaten werden ondergebracht, was de favoriete afleiding een dagelijks boksgevecht tussen Voytek en een van zijn bevriende compagnieleden, totdat hij voorbij Gibraltar zeeziek werd. Niets menselijks leek het dier vreemd (één van zijn favoriete bezigheden was overigens douchen).
De Poolse soldaten bleven tot 1947 in Schotland. Voytek werd in een truck naar de dierentuin van Edinburgh gebracht. De directeur schreef later: ‘Ik had nog nooit zoveel medelijden met een dier, dat zoveel vrijheid had gekend en plezier had beleefd, toen hij zijn onderkomen binnenliep.’ Voytek leefde er tot 1963, nog weleens oplevend bij het bezoek van een van zijn ‘maten’. Hij werd 22 jaar oud. (Op Youtube staan diverse filmpjes over hem).
Voytek was niet de enige ‘mascotte’. Er waren ook geiten en zelfs een varken, die met troepen mee paradeerden en er waren gezelschapshonden van hoge militairen, zoals de terriërs Rommel en Hitler van de Engelse generaal Montgomery.

 

In de Russiche modder hielden paarden het nog langer vol dan tanks. (Pferdemuseum Münster)

In de Russiche modder hielden paarden het nog langer vol dan tanks. (Pferdemuseum Münster)

Duiven als raketbestuurders

Duiven zijn veelal ingezet als koeriers, omdat radio en telegraaf niet altijd betrouwbaar bleken. Werden geallieerde duiven in de Eerste Wereldoorlog geplaagd door Duitse kogels en gifgas, nu waren het getrainde haviken die hen belaagden. De Amerikaanse duif G.I. Joe legde 32 kilometer in twintig minuten af, nog net op tijd om vliegtuigen tegen te houden, die gereed stonden op de startbaan om het Italiaanse dorpje Calvi Risoto te bombarderen. De Britten hadden het dorpje onverwacht zonder slag of stoot kunnen innemen en door de duif werd een bombardement op eigen soldaten (honderd man) voorkomen. G.I. Joe kreeg hiervoor (speciaal overgevlogen vanuit de VS) de Dickin Medal van de Engelse dierenbescherming, het dierenequivalent van het Victoria Cross. Gustav, die op D-Day als eerste de geslaagde geallieerde landing wist over te brieven, kreeg hem ook, maar ging uiteindelijk roemloos ten onder: iemand stapte op hem. Mary of Exeter werd tijdens een missie door drie Duitse kogels geraakt, moest een vleugel missen, overleed toch pas in 1950 en werd toen op de militaire erebegraafplaats in Londen begraven.
Behaviouristisch gedragspsycholoog B.F. Skinner, bekend van zijn Skinner Box, wilde duiven door conditionering (beloningsgedrag) leren geleide projectielen (zogenoemde Pelicans) te besturen. Ze werden met drie tegelijk voorin het projectiel gestopt en moesten op een scherm met daarop de omgeving door met hun snavel te tikken de koers van het projectiel bijstellen. Hoewel de training niet onverdienstelijk verliep, werd het project toch als onpraktisch afgeblazen.
(Lex Veldhoen)

(Openingsbeeld: Nota bene de Dierenbescherming eert de rol van paarden in de Tweede Wereldoorlog. (Pferdemuseum Münster)

Het complete verhaal lezen? Koop nu de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder