Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Verloop van de Beeldenstorm

01 september 2016 Siebrand Krul

Op 22 september 1566, een maand na de Beeldenstorm, speelden in Gent rivaliserende benden kinderen een bizarre tweekamp op een groot stadsplein, de Kouter. Jongens en meisjes hadden tevoren de katholieke gebruiken nagebootst en stormden nu met nagemaakte wapens verbeten op elkaar in. Volgens een ooggetuige, de kroniekschrijver Marcus van Vaernewijck, imiteerden ze de volwassenen met hun Beeldenstorm.

De Beeldenstorm, deze nazomer 450 jaar geleden begin van zowel de Nederlandse Opstand als uiteindelijk de deling van de Lage Landen, had inderdaad in Vlaanderen en Brabant, op de plaatsen waar hij het hevigst was geweest, tot een paniekerige ontreddering geleid. Velen die zich tot dan niet of nauwelijks voor de religieuze en politieke strijdvragen hadden bekommerd, waren nu tot snelle stellingname gedwongen. ‘De beeldenstormers’, zo schrijft Marcus verder, ‘dachten God welgevallig te zijn.’ Psalmenzingend zag hij mannen, vrouwen en kinderen door de straten lopen. De meest overtuigden waren al vertrouwd met de Geloofsbelijdenis van 1561, waarin staat dat de overheid geroepen is alle afgoderij en valse godsdienst te weren en uit te roeien (daarover wordt verder gehandeld). ‘Hiernaar heb ik zozeer verlangd’, zei Pieter van der Zoest tijdens de beeldenvernieling in Cassel, ‘ik dank de Heer dat ik lang genoeg heb mogen leven om het nu te zien gebeuren.’

 

Het dagboek dat de Gentse patriciër Marcus van Vaernewijck bijhield van de godsdienstberoerten in Gent en de Nederlanden wordt algemeen als één van de belangrijkste bronnen voor die periode beschouwd. (Gent, Universiteitsbibliotheek)

Het dagboek dat de Gentse patriciër Marcus van Vaernewijck bijhield van de godsdienstberoerten in Gent en de Nederlanden wordt algemeen als één van de belangrijkste bronnen voor die periode beschouwd. (Gent, Universiteitsbibliotheek)

De tweede golf

Het was alsof de Beeldenstorm in het Westkwartier, hoe hevig hij daar ook van 15 tot 17 augustus huishield, beschouwd werd als slechts wat plaatselijk onheil in een extern gebied. Een veel sterkere impact kreeg de beweging opeens toen ze oversloeg naar de Scheldesteden Antwerpen, Gent, Doornik en Valenciennes, les villes forteresses du calvinisme. Ook de Scheldestad Oudenaarde mag daartoe gerekend worden: al op 18 augustus was er daar een aanval op enkele kloosterkerken.
Maar vooral Antwerpen, de grootste stad van de Nederlanden, kwam op diezelfde dag in het vizier. ‘Maaiken, Maaiken, dit is uw laatste uitgang!’ hoorde men roepen toen op zondag 18 augustus tijdens de processie het Mariabeeld werd rondgedragen. Twee dagen later werden alle kerken er systematisch vernield, eerst de Onze-Lieve-Vrouwekerk en vervolgens de parochiekerken en kloosters. Een ooggetuige schreef over de Antwerpse beeldenstormers: ‘Het verwonderlijkste is echter dat ze zo weinig in aantal waren, want ik zag er in sommige kerken niet meer dan tien of twaalf die braken, meestal kwajongens en ander gespuis; er waren echter veel goedkeurende toeschouwers en aanstichters bij. De stedelingen stonden gekleed in hun deuren en zagen de beeldenstormers van de ene kerk naar de andere trekken, Vive le geus schreeuwend.’

 

De calvinistische kerk (de Geuzenkerk) buiten de Brugse Poort in Gent, 1566. Schets van Marcus van Vaernewijck in zijn dagboek Van die Beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelijk in Gent 1566-1568. (Gent, Universiteitsbibliotheek)

De calvinistische kerk (de Geuzenkerk) buiten de Brugse Poort in Gent, 1566. Schets van Marcus van Vaernewijck in zijn dagboek Van die Beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelijk in Gent 1566-1568. (Gent, Universiteitsbibliotheek)

Storm in 110 plaatsen

De storm in Antwerpen vormde quasi onmiddellijk de start van een tweede golf Beeldenstormen in het verstedelijkte westen van de Lage Landen: in Brabant en Vlaanderen, Zeeland en Holland. Het is verbazingwekkend hoe snel het nieuws uit Antwerpen doorheen het land trok. Lier werd al op 21 augustus geteisterd. In Middelburg en Vlissingen begonnen op 22 augustus, ‘duer de quade tydinghe die alsdoen van Andwerpen ghecomen was’, betaalde brekers onder toezicht van de plaatselijke consistories de kerken te zuiveren. Hetzelfde gebeurde op dezelfde dag in Gent, Breda, Den Bosch en Deinze, op 23 augustus in Doornik, Mechelen, Turnhout, Roeselare. En ook in Amsterdam, waar het geweld een aanvang nam nadat kooplieden in de beurs stukjes marmer en albast hadden laten zien, afkomstig van in Antwerpen stukgeslagen beelden. Op 24 augustus kwamen Oudenaarde (opnieuw), Valenciennes, Axel, Delft en Utrecht aan de beurt, op zondag 25 augustus Den Haag, Leiden, Heenvliet, Voorburg en Wassenaar. Als we de kleinere steden en dorpen meetellen, werd er tussen 21 augustus (toen de berichten uit Antwerpen begonnen binnen te lopen) en 26 augustus op zo’n 110 plaatsen gestormd.
Het is dan toch opvallend dat niet alle steden in het westen werden getroffen. Zo wisten de autoriteiten de orde te bewaren in steden als Rijsel, Saint-Omer, Veurne, Brugge, Eeklo, Brussel, Leuven, Rotterdam, Dordrecht, Gouda en Haarlem.

 

Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerpen in 1566, door Gaspar Bouttats. (Amsterdam, Rijksmuseum)

Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerpen in 1566, door Gaspar Bouttats. (Amsterdam, Rijksmuseum)

Zuidoosten blijft onberoerd

Een derde golf van Beeldenstormen vond plaats in de tweede helft van september in de relatief afgelegen noordoostelijke gewesten. Deze streken waren nog maar kortgeleden in de Habsburgse Nederlanden geïncorporeerd en de centrale regering in Brussel was er nooit in geslaagd de ketterij daar krachtig te bestrijden. Slechts weinig steden werden hier getroffen. En was er hier al iets aan de hand, dan was het dikwijls op aandringen van de stedelijke autoriteiten dat de beelden op ordelijke wijze werden weggenomen.
De landelijke en in veel opzichten traditionele zuidoostelijke gewesten Luxemburg, Limburg en Namen bleven van de Beeldenstorm gespaard.

 

Moderne hagenpeek in Womhoudt. Elke laatste zondag van augustus vindt er een hagenpreek plaats aan de Moulin Deschodt in Wormhoudt. (Foto Ivo Libbrecht)

Moderne hagenpeek in Womhoudt. Elke laatste zondag van augustus vindt er een hagenpreek plaats aan de Moulin Deschodt in Wormhoudt. (Foto Ivo Libbrecht)

Rol van predikanten

Het is niet juist dat, zoals soms gesteld wordt, de predikanten nauwelijks zelf zouden betrokken zijn geweest bij de Beeldenstorm. De leidende rol van Sebastiaan Matte en Jacob de Buyzere, de felle predikant van Sandwich, op zovele plaatsen van het Westkwartier kan ten overvloede worden aangetoond. Overal in de kasselrij Kortrijk was de aanstoker de uitgetreden dominicaan Frans Antoon Algoet, in Armentières Gillis du Mont, in Doornik Ambroise Wille, in Le Cateau-Cambrésis Jean Leseur, in Axel en Hulst Gaspard van der Heyden, in Turnhout de Gentse predikant Nicasius van der Schueren, in Utrecht ‘Schele Gerrit’, een uitgetreden monnik van Middelburg, in Venlo Leonardus van Oettrom, voormalig pastoor van Weert, in Eindhoven Aert Stuyffaert, in Elburg en Harderwijk Jan Aerentsz. Wel is het opmerkelijk dat in de grote steden de allerbelangrijkste predikanten van dat ogenblik zich uitdrukkelijk afzijdig hebben gehouden: Herman Moded in Antwerpen, François du Jon in Gent, Guy de Bray en Pérégrin de la Grange in Valenciennes.
En de calvinistische kerkenraden? Alweer in de grote steden hebben ze zelf hun handen niet vuil willen maken, maar wel keken ze daar, zoals in Antwerpen en Gent, goedkeurend toe hoe anderen het werk uitvoerden. In Amsterdam wandelde het consistorie ostentatief over de Dam voor het stadhuis terwijl de beelden in de Oude Kerk werden neergehaald. Op veel kleinere plaatsen evenwel hebben leden van de plaatselijke kerkenraad zelf de brekershamer gehanteerd. Clazien Rooze-Stothamer heeft aangetoond dat in Middelburg en Vlissingen de Beeldenstorm is georganiseerd door het consistorie. In Veere was hij gepland door het consistorie, maar werd hij op het laatst verhinderd door de magistraat.

 

De razernij van de stormers verbeeld door Jan Luyken. (Rijksmuseum)

De razernij van de stormers verbeeld door Jan Luyken. (Rijksmuseum)

Calvinistische predicaties

In plaatsen waar met het protestantisme sympathiserende edelen, zoals de heer van Brederode en de graaf van Culemborg, het gezag uitoefenden, waren het deze heren zelf die opdracht gaven de beelden te verwijderen. In Batenburg gingen de weduwe van Herman van Bronkhorst en haar zoon Diederik op 16 sep¬tember 1566 met gewapende geleide naar hun kerk. Zij hadden een metselaar en enkele andere handwerkslui gehuurd om in hun bijzijn alle panelen te vernielen, de papieren te verbranden en de beel¬den stuk te gooien. Op te merken valt dat de bekende predikant Herman Moded in 1565 in Batenburg enige tijd te gast was geweest op het kasteel. Jonker Diederik van Bronkhorst had hem vandaar in de lente van 1566 naar zijn schoonzuster Catharina van Boetzelaar in Aalter gebracht, van waaruit hij zijn veldsermoenen begon te houden, eerst op het platteland rond Oudenaarde, vervolgens in Tielt en in de omgeving van Brugge en Gent. Een zus van Catharina was Elburg van Boetzelaer, abdis van Rijnsburg bij Leiden. Zij begunstigde in 1566 de calvinistische predicaties in haar klooster en liet er de heiligenbeelden wegnemen. Dat laatste deden de Boetzelaers ook in Asperen aan de Linge en in Langerak aan de Lek. Diederiks zuster, Catharina van Bronkhorst, dame van Vogelenzang bij Hasselt, organiseerde in de winter 1566-1567 een heuse calvinistische rebellie tegen de prins-bisschop van Luik, woelingen die ook daar gepaard gingen met beeldenvernieling in de stadskerken.

De adel ‘neemt weg’

En de hoge adel? Op talrijke plaatsen verklaarden de predikanten of de leiders van de Beeldenstorm dat zij een lastbrief hadden van het Hof of van de graaf van Egmont. Voor zover bekend gebeurde dit voor de eerste maal in Poperinge op 14 augustus. Enkele dagen later meldde Ferdinand de la Barre, heer van Moes¬kroen en soeverein baljuw van Vlaanderen, aan de landvoogdes dat de beeldenstormers in de kasselrijen Belle, Cassel, Ieper, Rijsel en Kortrijk beweerden ‘d’avoir congié de ce faire [nl. de beelden te stormen] par placart du Roy’. Ook in Gent, Oudenaarde en Den Haag zegden de leiders van de beeldenstormers een lastbrief te hebben van hogerhand.

 

Een brandglasraam in de kerk van Nieuwkerke uit 1924 van Camille Wybo beeldt de marteldood uit van drie priesters van Reningelst. Op 11 januari 1568 waren ze door de bosgeuzen gevangen genomen en ’s avonds bij de Zwarte Molen tussen Nieuwkerke en Dranouter op last van de bendeleider, Jan Camerlynck, vermoord.

Een brandglasraam in de kerk van Nieuwkerke uit 1924 van Camille Wybo beeldt de marteldood uit van drie priesters van Reningelst. Op 11 januari 1568 waren ze door de bosgeuzen gevangen genomen en ’s avonds bij de Zwarte Molen tussen Nieuwkerke en Dranouter op last van de bendeleider, Jan Camerlynck, vermoord.

Margaretha schikt zich

Op 23 augustus 1566, tijdens het hoogtepunt van de Beeldenstormen in de steden in het westen, ging Margaretha van Parma, hevig geschrokken van het geweld, de hagenpreken enigszins legaliseren. Voortaan mochten de calvinisten hun bijeenkomsten houden op die plaatsen buiten de steden waar deze tot dan toe hadden plaatsgevonden. In de praktijk ontstond er daardoor voor het eerst vrijheid van godsdienstoefening, en werd zelfs op vele plaatsen de uitoefening van de katholieke eredienst gestaakt. Met de hulp van massaal teruggekeerde ballingen groeide het aantal volwaardige kerkgemeenten – in de ‘beloken tijd’ minder dan tien – nu verbazend snel, voor het eerst ook boven de grote rivieren, waar vaak bestaande kerken als preekkerken werden ingericht. In het Zuiden moest men zich meestal tevreden stellen met andere leegstaande gebouwen (schuren, afgedankte zoutketen, enz.), hetgeen niet belette dat net hier zo’n zeventig min of meer volwaardige kerkgemeenten ontstonden met een eigen consistorie.
In bepaalde steden werden er daartoe akkoorden afgesloten met de gereformeerden. Haast letterlijk gekopieerd van het Edict van Amboise van 19 maart 1563, waarbij aan de Franse hugenoten enige vrijheden werden verleend, sloot de heer van Backerzeele namens zijn baas de graaf van Egmont begin september zulk akkoord in Oudenaarde. Krachtens deze overeenkomst werden de geestelijken in al hun rechten hersteld en werd de uitoefening van de katholieke eredienst gewaarborgd. De hervormden beloofden hun wapens neer te leggen, op voorwaarde dat de katholieken hetzelfde zouden doen. Zij gingen de verbintenis aan, nergens meer in een kerk te prediken. Backerzeele verleende hun dan de toelating om buiten de stad een cultusgebouw op te richten om zich tegen het slecht weer te beschutten tijdens hun predicaties. Zij mochten hun doden in stilte begraven, zonder volksvergadering en zonder psalmengezang. De overeenkomst werd door 82 personen ondertekend.

 

De Geuzenzuil in Nieuwkerke. Het eikenhouten sculptuur van Luc Bosmans is opgericht in december 2001 ter herinnering aan de gebeurtenissen in de 16de eeuw. Op de voorzijde staan een bedeltas, het symbool van de geuzen, de lakenhalle en een weefgetouw. Op de achterzijde prijkt een embleem van één van de twee rederijkerskamers, het wapenschild van Nieuwkerke en een molen (vanwaar immers vaak hagenpreken werden gehouden).

De Geuzenzuil in Nieuwkerke. Het eikenhouten sculptuur van Luc Bosmans is opgericht in december 2001 ter herinnering aan de gebeurtenissen in de 16de eeuw. Op de voorzijde staan een bedeltas, het symbool van de geuzen, de lakenhalle en een weefgetouw. Op de achterzijde prijkt een embleem van één van de twee rederijkerskamers, het wapenschild van Nieuwkerke en een molen (vanwaar immers vaak hagenpreken werden gehouden).

Verzet radicale calvinisten

Ook elders werden gelijkaardige akkoorden afgesloten, maar de felste calvinisten stelden er zich niet mee tevreden. Op een synode op 1 oktober in Gent werd op initiatief van predikant Petrus Dathenus (die op het ogenblik van de Beeldenstorm nog in de Zwitserland vertoefde) een rekwest opgesteld, waarin men de koning om godsdienstvrij¬heid verzocht en hem daarvoor een geschenk van drie mil¬joen goudgulden aanbood. Het rekwest was slechts een voor¬wendsel om geld te kunnen inzamelen voor troepenwerving om het bedreigde calvinisme te hulp te komen.
Die gewa¬pende opstand mislukte. In de lente van 1567 werden de rebellen verslagen, eerst in Wattrelos en Lannoy, definitief in de beruchte slag bij Oosterweel ten noorden van Antwerpen. Op Pasen 1567 was de rol van het calvinisme alweer volledig uitgespeeld. Het werd een algemeen redde wie zich redden kon. Achter het Wonderjaar werd definitief een punt gezet. Reeds was de hertog van Alva in aantocht.
(Johan Decavele)

(Openingsbeeld: De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerp tijdens de vernielingen op 20 augustus 1566. Prent van Frans Hogenberg.)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS, met veel meer bijdragen over de Beeldenstorm. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder