Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

‘Foute’ standbeelden

01 september 2016 Siebrand Krul

De Franse generaal Augustin-Daniël Belliard was de eerste die in 1838 tot het pantheon van het jonge België mocht toetreden. Wat dan te doen met de ‘Belgen’ die tijdens de opstand van de Nederlanden tegen de gehate Spaanse koning Filips II de kant van de geuzen hadden gekozen? In de 19de eeuw vochten katholieken en liberalen een vreedzame, maar niet minder vastberaden Beeldenstorm uit.

De enige verdienste van Belliard was dat hij als Franse diplomaat de internationale erkenning van België gesteund had. Hij stierf twee jaar na de Belgische onafhankelijkheid in weinig heroïsche omstandigheden aan een hersenbloeding. Dat kon moeilijk gezegd worden van de graven van Hoorn en Egmond. De twee meest vooraanstaande edellieden van de Lage Landen, op de gevluchte Willem van Oranje na, werden in 1568 wegens hoogverraad op de Grote Markt van Brussel terechtgesteld.
Zolang de herinnering aan de verlichte despoot Willem I levendig was, kwamen zij in aanmerking voor een standbeeld als symbool voor de strijd tegen elke vorm van onverdraagzaamheid en autoritair bestuur. ‘Egmond heeft zijn bloed gegeven voor de vrijheid van België’, fulmineerde de conservatief-katholieke volksvertegenwoordiger Barthélemy Dumortier in de Kamer in 1844. Hun aura van vrijheidsstrijders verbleekte zodra de ideologische tegenstellingen tussen katholieken en liberalen verscherpten. Voor de katholieken was een eerbetoon aan de vrijdenkende graven uitgesloten. Zelfs sommige liberalen hadden moeite met de (te) tolerante Egmond die om gratie had verzocht, of de notoire schuldenaar Hoorn. De Brusselse liberalen gaven uiteindelijk hun goedkeuring voor een monument met de cynische bedenking dat standbeelden niet bestemd zijn voor historici, maar voor het volk dat zijn eigen historische waarheid wil bevestigd zien.

 

Het bronzen standbeeld van Simon Stevin in Brugge, naar een ontwerp van Louis Eugène Simonis en onthuld in 1846, beklemtoont zijn wetenschappelijke activiteiten, onder meer aan de universiteit van Leiden. De wereldbol, de passer en enkele boeken verwijzen naar de veelzijdigheid van deze eerste ingenieur van de Lage Landen.

Het bronzen standbeeld van Simon Stevin in Brugge, naar een ontwerp van Louis Eugène Simonis en onthuld in 1846, beklemtoont zijn wetenschappelijke activiteiten, onder meer aan de universiteit van Leiden. De wereldbol, de passer en enkele boeken verwijzen naar de veelzijdigheid van deze eerste ingenieur van de Lage Landen.

Simon Stevin postuum vijand van België

Het standbeeld van Simon Stevin dat de stad Brugge in 1839 bestelde, was het eerste dat een openlijke discussie tussen katholieken en liberalen uitlokte. Om de herinnering levendig te houden aan die Belgen die bijgedragen hebben tot de glorie van het vaderland legde een Koninklijk Besluit uit 1835 het initiatief bij de lokale besturen. Zij konden onder voorwaarden rekenen op een provinciale en een nationale subsidie.
Dumortier schoot in een Franse colère toen hij van het Brugse plan hoorde. Hij was verontwaardigd. Een man zoals Stevin wiens enige verdienste erin bestond dat hij de wapens had opgenomen tegen zijn eigen vaderland, kon toch geen officiële erkenning krijgen. Stevin was inderdaad een vertrouweling van Maurits van Nassau die in 1600 de slag bij Nieuwpoort had gewonnen. Zijn wiskundige en natuurwetenschappelijke kennis speelde een belangrijke rol in de verbetering van de artillerie en van de vestingbouw.

 

Oorspronkelijk bedoeld voor de Grote Markt van Brussel is dit beeld van Charles-August Fraikin van de graven Hoorn en Egmond in 1890 verhuisd naar een plantsoen aan de Kleine Zavel, omringd door andere illustere figuren uit de 16de eeuw die vanwege hun geloof vervolgd zijn zoals Marnix van Sint-Aldegonde, Brederode en Willem de Zwijger.

Oorspronkelijk bedoeld voor de Grote Markt van Brussel is dit beeld van Charles-August Fraikin van de graven Hoorn en Egmond in 1890 verhuisd naar een plantsoen aan de Kleine Zavel, omringd door andere illustere figuren uit de 16de eeuw die vanwege hun geloof vervolgd zijn zoals Marnix van Sint-Aldegonde, Brederode en Willem de Zwijger.

Schijnmanoeuvre

Maar wie waren de vijanden van het Staatse leger? Waren dat Spanjaarden of ‘echte Belgen’? Dumortier twijfelde niet. Het waren vrijheidslievende Belgen die, zoals in 1830, zich van het Hollandse juk wilden bevrijden. Félix de Mérode, één van de ‘founding fathers’ van het jonge België, trad hem daarin bij en merkte terloops op dat de mathematicus Stevin niet van het niveau van Archimedes of Newton was.
Christine de Lalaing, prinses d’Epinoy, vormde de aanleiding voor een heuse polemiek onder politici én historici. Na de bloederige verovering van Maastricht, in juni 1579, restte Alexander Farnese alleen nog Doornik om de ‘Waalse’ gewesten eendrachtig te verenigen in de Unie van Atrecht. De stad was een toevluchtsoord voor calvinisten uit de streek. Met een schijnmanoeuvre wist hij in 1581 gouverneur Pierre de Melun, prins van Epinoy, uit de stad te lokken. Zijn vrouw, Christine de Lalaing, nam met grote verbetenheid het bevel over, raakte gewond en moest zich pas na een tweede aanval overgeven.

 

In wapenrok en met een heldhaftige pose romantiseerde beeldhouwer Aimable Dutrieux de vrouw die in 1581 het verzet tegen Farnese organiseerde. Het beeld van de prinses d’Épinoy dateert van 1863 en staat op de Grote Markt in Doornik.

In wapenrok en met een heldhaftige pose romantiseerde beeldhouwer Aimable Dutrieux de vrouw die in 1581 het verzet tegen Farnese organiseerde. Het beeld van de prinses d’Épinoy dateert van 1863 en staat op de Grote Markt in Doornik.

Standbeelden=politiek

Zoveel vrijheidsliefde, patriottisme en dapperheid verdiende een standbeeld, meende de gemeenteraad van Doornik. Twee dagen later publiceerde rijksarchivaris Prosper-Louis Gachard ‘in het belang van de historische waarheid’ een biografische schets die de heldin van haar sokkel haalde. de Lalaing voerde niet zelf het commando tegen een bezettingsleger dat overigens uitsluitend uit katholieke Belgen bestond, en was twee jaar voordien gewond geraakt door een haakbus. De inkt van het pamflet was nauwelijks opgedroogd of Théodore Juste, conservator en tweemaal laureaat van de vijfjaarlijkse prijs voor geschiedenis, reageerde met een compleet tegenovergestelde versie van dezelfde feiten. Dumortier –wie anders?- schakelde zelfs de bisschop van Doornik in om de voordracht van de prinses, ‘aanvoerster van een bende religieuze fanatici’, publiekelijk te veroordelen.
Misschien had Goethe gelijk toen hij schreef dat er in het oude Rome twee volkeren leefden: de Romeinen en de standbeelden. Naast een reële wereld bestaat er een imaginaire wereld waarin de meeste mensen leven. Standbeelden zijn daarom allerminst vrijblijvend, getuige de 19de-eeuwse statuomanie.
(Luc Minten)

(Openingsbeeld: Deze Boduognat, leider van de Nerviërs, heeft als enige de urbanisatieprojecten van de 20ste eeuw op maat van de auto niet overleefd. In 1954 werd het beeld van Joseph Ducaju in stukken gehakt en siert het hoofd van de stervende held die niemand meer kende, de Antwerpse zoo als een stille getuige van de 19de-eeuwse statuomanie.)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder