Stelling

Alle mondiale problemen hebben één oorzaak: er zijn teveel mensen

Stem

Agenda

Oorlogsgetuigen
De Tachtigjarige Oorlog leeft vooral voort als de moedige opstand van de nietige Lage Landen tegen het oppermachtige en brute Spanje. De werkelijkheid was complexer. Sociale ongelijkheid, godsdiensttwisten, verstedelijking en verburgerlijking zijn maar een paar ingrediënten van het verhaal, dat ooit begon als een schreeuw om meer individuele vrijheid. 80 jaar oorlog in het Rijksmuseum in Amsterdam wil het hele verhaal vertellen.
Anonieme Richter
Gerhard Richter, een grote Duitse kunstenaar, inspireerde filmmaker Florian Henckel von Donnersmarck (‘Das Leben der Anderen’) voor de film ‘Werk ohne Autor’, dat een beklemmend beeld schetst van Duitsland in en na de Tweede Wereldoorlog. Ook geeft de film een goed overzicht van de verschillende kunststromingen in de vorige eeuw.
Koloniaal museum Tervuren
Eind vorig jaar heropende het Afrikamuseum in Tervuren. Al ver voor daarvoor daverde het in de media over de manier waarop het museum, quasi-modern Africamuseum genaamd, het koloniale verleden zou presenteren. Zoals de stichter, Leopold II, bedoeld had? Of met uitleg over de zwarte kanten van het verleden, ongeacht het koninklijk tintje?

De Beeldenstorm ontbrandt

25 juli 2016 Siebrand Krul

1566 werd door tijdgenoten het Wonderjaar genoemd, vanwege de schokkende gebeurtenissen en grote veranderingen. De golf van vernielingen van beelden, altaren en andere katholieke symbolen in kerken en kloosters, raasde in enkele maanden door de Nederlanden. Terwijl de storm zich vanuit het Zuiden van de Nederlanden naar het hoge Noorden verplaatste, veranderde ook het karakter van de gebeurtenissen. Hoe verliepen de eerste wilde dagen?

In de Late Middeleeuwen was het graafschap Vlaanderen economisch voor een groot deel afhankelijk van de lakenhandel. Steden zoals Ieper, Poperinge, Cassel en Sint-Winoksbergen in het Westkwartier, het grensgebied tussen West- en Frans-Vlaanderen dat tegenwoordig Westhoek heet, waren groot geworden door de productie van kwaliteitslaken. Vanaf de tweede helft van de 15de eeuw werd die markt overgenomen door Engeland, met een economische terugval in de Vlaamse lakensteden als gevolg. In het Westkwartier profiteerde de plattelandsindustrie, die zich concentreerde op het goedkopere ‘saai’, geproduceerd van lokale of Spaanse wol. Kleine plaatsen groeiden in korte tijd uit tot steden van betekenis. Met name in Hondschoote, een centrum van de saai-industrie, nam het inwonertal toe van een paar duizend, naar 15.000 inwoners. Elke dip in de internationale markt kon echter voor grote werkloosheid zorgen.

 

Rechtsonder: De Geuzenkapel in Hondschoote is opgericht in de 19de eeuw ter herdenking aan de plek waar Sebastiaan Matte één van zijn eerste hagenpreken hield. (Foto Rudy Ligtenberg)

De Geuzenkapel in Hondschoote is opgericht in de 19de eeuw ter herdenking aan de plek waar Sebastiaan Matte
één van zijn eerste hagenpreken hield. (Foto Rudy Ligtenberg)

Vlaamse wijkelingen

De ‘nieuwe religie’, zoals het protestantisme in die tijd nog genoemd werd, was in deze omgeving zeer populair. Aanvankelijk waren dat wederdopers, later vooral calvinisten. Vanaf de jaren 1550 waren er goede contacten tussen de hugenoten en protestanten in de Zuidelijke Nederlanden. Met de toenemende populariteit van het protestantisme nam ook de intensiteit van de vervolgingen toe. Vanaf de jaren twintig eiste dat jaarlijks enkele slachtoffers, maar vanaf de jaren veertig nam het aantal snel toe tot boven de honderd per jaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat steeds meer mensen de vlucht namen, meestal naar Engeland.
In 1550 werd in Londen de eerste Nederlandstalige protestantse gemeente gesticht. In 1562 kreeg ook de kustplaats Sandwich een vluchtelingenkerk, met Jacob de Buyzere als predikant. Hij was uitgetreden uit het augustijnenklooster te Ieper en onder zijn hoede zou de kerk uitgroeien tot een broedplaats van verzet tegen de inquisitie in Vlaanderen. Ongeveer een derde van de gemeenteleden was actief betrokken bij de gebeurtenissen voor en tijdens het wonderjaar. Onder die gemeenteleden bevond zich ook Sebastiaan Matte, een in Ieper geboren hoedenmaker, die ook een belangrijke rol zou gaan spelen in de Beeldenstorm. Voor 1566 stak men al af en toe over om protestantse broeders uit gevangenissen te bevrijden of om een hagenpreek te organiseren.

 

Het Westkwartier.

Het Westkwartier.

Eedverbond

Men maakte de oversteek van Sandwich naar Oostende, waar bevriende herbergiers de overnachting verzorgden, om vervolgens door te trekken naar Hondschoote. Die plaats was niet alleen een bolwerk van calvinisme, maar als gezegd uitgegroeid tot stedelijke proporties. Door het ontbreken van een stadsmuur kon iedereen makkelijk in en uit, waardoor Hondschoote als een soort zenuwcentrum van de latere Beeldenstorm zou fungeren.
Ook de adel en diverse stadsbesturen ontging de toegenomen spanning rond de ‘nieuwe religie’ niet. In het voorjaar werden er verschillende verzoeken ingediend om de plakkaten van koning Filips II tegen het protestantisme te verzachten. Op 5 april 1566 bood het Eedverbond der Edelen, dat vooral de lagere adel vertegenwoordigde, zijn beroemde smeekschrift aan. Niet alleen riepen de edelen hierin op de vervolgingen te verminderen, ze waarschuwden er tevens voor dat de onrust die al heerste tot grote beroering zou kunnen leiden. Margaretha van Parma antwoordde dat ze niet in de positie was de plakkaten op te schorten, maar dat ze wel het verzoek aan de koning zou richten. De adel sprak daarop de verwachting uit dat Parma voorlopig zou afzien van vervolging. Een verwachting die al snel een eigen leven ging leiden.

 

Linksonder: Het Eedverbond der edelen biedt op 5 april 1566 aan landvoogdes Margaretha van Parma het Smeekschrift aan. Gravure door Frans Hogenberg, 1584

Het Eedverbond der edelen biedt op 5 april 1566 aan landvoogdes Margaretha van Parma het Smeekschrift aan. Gravure door Frans Hogenberg, 1584

Snel wegwezen

Het nieuws dat de vervolgingen opgeschort werden, bereikte al snel ook de vluchtelingengemeenten in Engeland. In mei staken de eerste groepjes vanuit Sandwich over naar Vlaanderen. Predikant Jacob de Buyzere en Sebastiaan Matte bevonden zich onder deze teruggekeerde vluchtelingen. Op 25 mei hield Matte zijn eerste hagenpreek op een plek die ‘Ten Vijf Weghe’ werd genoemd, en de wegen naar Hondschoote, Poperinge, Steenvoorde en Sint-Winoksbergen verbond. De predikant liet zich begeleiden door een gewapende wacht. De keuze voor een vijfwegenpunt was strategisch gekozen; bij onraad kon iedereen zich snel uit de voeten maken. Vanaf dat moment hielden Jacob de Buyzere en Sebastiaan Matte regelmatig hagenpreken in het open veld, omdat het in de stad niet was toegestaan, maar ook om snel te kunnen vertrekken na de preek. Naast Matte en De Buyzere waren er nog veel andere hagenprekers actief in dit gebied, zoals Anthonis Algoet uit Belle en Pieter Datheen uit Cassel. De laatste is bekend van zijn psalmberijming die in sommige gereformeerde kerken nog steeds gezongen wordt, maar ook omdat hij in een recent onderzoek werd aangewezen als mogelijke auteur van het Wilhelmus.

 

De St. Pieterskerk in Steenvoorde. Niet ver van Steenvoorde begon op 10 augustus 1566 de Beeldenstorm. De stad zelf werd pas op 15 augustus bezocht door Beeldenstormers. (Foto Rudy Ligtenberg)

De St. Pieterskerk in Steenvoorde. Niet ver van Steenvoorde begon op 10 augustus 1566 de Beeldenstorm. De stad zelf werd pas op 15 augustus bezocht door Beeldenstormers. (Foto Rudy Ligtenberg)

Provocerende hagenpreker

Wat er in die preken werd gezegd is niet precies bekend, al lijkt wel duidelijk dat ze een opruiend karakter hadden. Inhoudelijk zal er zeker tegen de beeldenverering gefulmineerd zijn. In de bronnen duiken regelmatig uitspraken op van Beeldenstormers die de beelden in de katholieke kerk met de Baäl-verering uit het Oude Testament vergeleken of die spraken van afgoderij.
De eerste hagenpreken hadden nog een heimelijk karakter, maar vanaf eind juni werden de preken en ook de aankondigingen ervan steeds openlijker. Door de populariteit van de nieuwe religie, maar ook door nieuwsgierigheid van het publiek werden de preken steeds grootschaliger. De eerste grote preek in de omgeving van Ieper, een preek van Anthonis Algoet, vond plaats op 11 juni. Het stadsbestuur van Ieper ondervroeg verschillende inwoners van de stad die de preek hadden bezocht. Ze werden met een waarschuwing naar huis gestuurd. De spanning nam gedurende juli toe en bezoekers van de preken gingen zich gaandeweg provocerender gedragen. Zo trok op 25 juli, na een preek van Algoet, een groep bewapende mannen door Ieper terwijl ze psalmen zongen in het Vlaams. Ze hielden halt bij het huis van een schepen van de stad om daar nog demonstratief een psalm te zingen. Een bode van de stad die zelf poolshoogte was gaan nemen, kon zich met zijn paard nauwelijks door de grote menigte manoeuvreren.
Op 4 augustus was het Tuindag in Ieper, een belangrijk jaarlijks feest. De stad had vooraf de gildehoofden bijeen geroepen om te kijken hoe ze zich konden wapenen tegen de komende gebeurtenissen. Het gonsde namelijk dat er op Tuindag een preek binnen de stad gehouden zou worden. De poortbewaking kwam niet zonder discussie tot stand, onder andere omdat sommigen aangaven zelf ook naar de preek te willen gaan. Een grote groep, deels bewapende mannen, trok die dag psalmenzingend door de stad om uiteindelijk net buiten de stad een hagenpreek te houden. Kroniekschrijver Augustyn van Hernighem schat het aantal toehoorders op 25.000. Dat is wellicht wat overdreven, maar het zal zonder twijfel een indrukwekkend aantal geweest zijn. Het is de grootste hagenpreek die in het Westkwartier heeft plaatsgevonden.

 

St. Peters church in Sandwich. Deze Engelse vluchtelingenkerk fungeerde als uitvalsbasis voor de Beeldenstormers.

St. Peters church in Sandwich. Deze Engelse vluchtelingenkerk fungeerde als uitvalsbasis voor de Beeldenstormers.

De storm ontbrandt

Op 10 augustus sloeg uiteindelijk de vlam in de pan. Die dag was er een processie in Steenvoorde ter ere van de heilige Laurentius, waar veel volk vanuit de hele regio naar toe trok. Bij deze gelegenheid hield Sebastiaan Matte een hagenpreek, waarna een groep mannen naar de St.-Laurentiuskapel nabij Steenvoorde trok om daar alle beelden stuk te slaan. Wynckius, een Ieperse monnik, stelt in zijn kroniek vol afschuw dat zoiets in de Nederlanden nog nooit gebeurd is. Drie dagen later zou hetzelfde gebeuren in een klooster bij Belle. Na een preek van Matte op 14 augustus vlakbij Poperinge, barstte de Beeldenstorm in die stad los. Begeleid door een behoorlijke groep gewapende mannen toonde hij een brief, waarin de koning toestemming zou hebben gegeven om de beelden in de stad te vernielen. Een list die in de weken erna nog meermaals herhaald zou worden. De toehoorders van de preek drongen de stad binnen en vernielden de beelden in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de St.-Bertinuskerk en de St. Jan, de kapellen van het gasthuis en verschillende kloosters.

 

Eén van de weinige relicten van de vernielingen, in dit geval van fresco's.

Eén van de weinige relicten van de vernielingen, in dit geval van fresco’s.

In Ieper was het nieuws van de beeldenstormen in Steenvoorde, Belle en Poperinge reeds doorgedrongen. Het stadsbestuur had al eerder bijstand gevraagd aan Lamoraal van Egmont, de gouverneur van Vlaanderen. Die bezocht op 13 augustus de stad. Tijdens een overleg op de 14de zei Egmont het stadsbestuur dat de poorten dichtgehouden moesten worden. Men vroeg Egmont te blijven omdat het nieuws rondging dat er de volgende dag in de buurt van Ieper gepreekt zou worden. Egmont stelde echter dat zijn aanwezigheid elders werd gewenst en vertrok.
De volgende morgen werd het St.-Clarenklooster, dat net buiten Ieper lag, bestormd. Voor één van de poorten van Ieper verzamelde zich een grote groep mensen in afwachting van het moment dat ze de stad in konden gaan. De poorten bleven gesloten, op één na waar inwoners van Ieper per twee naar binnen mochten. Waterdicht was dit niet, want toen iemand van het stadsbestuur met Sebastiaan Matte overleg pleegde, zei Matte dat de mensen die de Beeldenstorm zouden gaan leiden allang in de stad waren.
(Luther Zevenbergen)

(Openingsbeeld: De St. Medarduskerk in Wervik. Eén van de schaarse fysieke resten van de Beeldenstorm in de Westhoek. (Foto Wikipedia, lemma Sint-Medarduskerk (creative commons))

Lees de rest van het artikel, en nog veel meer nieuwe verhalen over de Beeldenstorm van 1566 in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Friet voor de vogels

Terwijl ik dit boek in de tuin lees, hoor ik een groene halsbandparkiet. Kleurrijk voorbeeld van een stadsexoot, die zich, komend uit tropische bosgebieden, perfect heeft aangepast aan het koelere Europese stadsleven (in De Brusselse Neckstraat slapen er ’s avonds 4.000).

Lees verder

Kroniek

Ivanhoe

Tweehonderd jaar geleden, in 1819, creëerde Walter Scott een geheel nieuw literair genre, de historische roman. Met in de hoofdrol de held Ivanhoe. Hierna verschenen 'De Leeuw van Vlaanderen' van Hendrik Conscience, 'De drie musketiers' en 'Robin Hood'. Walter Scott verzon een figuur in een historische werkelijkheid. Zeker in de 19de eeuw speelde nationalistische elementen een belangrijke rol. Bij Ivanhoe zijn de Saksen de goeden, de (Franse) Normandiërs de kwaaierikken.

Lees verder

Heilige van de week

Rachel

15 januari(† ca. 1600 voor Chr.) Deze naam betekent in het Hebreeuws schaap. Rachel wordt genoemd in het Oude Testament. Op een dag komt er een jongen, Jakob, naar het dorp waar Rachel woont. Hij is verliefd op haar en wil met haar trouwen. Haar vader Laban wil dat Jakob eerst zeven jaar zijn kudde schapen hoedt. Jakob stemt toe.

Lees verder