Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Amsterdam: macht en religie

25 juli 2016 Siebrand Krul

Even viel er in de vroege ochtend van de 23ste augustus 1566 een doodse stilte in de anders zo drukke koopmansbeurs in de Amsterdamse Warmoesstraat. Nieuwsgierig dromden de aanwezigen rond enkele kooplieden die net uit Antwerpen waren aangekomen. Verbijsterd keken zij naar de stukken marmer en albast die zij bij zich hadden: uit de verwoeste Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen! Razendsnel sloeg ook in Amsterdam de vlam in de pan.

Onmiddellijk werd het nieuws doorverteld aan de vier burgemeesters, samen met het college van schepenen en de vroedschap het belangrijkste adviescollege, toentertijd de feitelijke bestuurders van Amsterdam. Geschrokken gaven de burgemeesters de parochiegeestelijken, de kloosters – Amsterdam telde in 1566 21 kloosters bevolkt door een duizendtal monniken en nonnen – en de begijnen opdracht hun kostbaarheden in veiligheid te brengen. Dezen gaven daaraan direct gehoor, waardoor de straten ineens gevuld waren met schichtig om zich heen kijkende priesters en kloosterlingen die alle kanten opvlogen met al of niet zichtbaar allerlei kerkschatten, waaronder miskelken, monstransen, sacramentshuisjes, misgewaden en beelden. Enkele ambachtslieden herkenden sommige voorwerpen, die behoorden tot de altaren van hun gilden. Zij hielden de geestelijken staande, dwongen hen de spullen over te geven en brachten ze weer terug naar hun oorspronkelijke plek.

 

Kaart uit omstreeks 1560 van Jacob van Deventer. Op deze kaart staan de Nieuwe Kerk, de Oude Kerk, het minderbroederklooster en het karthuizerklooster goed aangegeven.

Kaart uit omstreeks 1560 van Jacob van Deventer. Op deze kaart staan de Nieuwe Kerk, de Oude Kerk, het minderbroederklooster en het karthuizerklooster goed aangegeven.

Oude Kerk bestormd

Ondertussen vulde de straten zich met nieuwsgierig volk. Bij en in de beide parochiekerken, de Oude en Nieuwe Kerk, verzamelde zich een menigte om te zien wat er aan de hand was. De priesters van de Nieuwe Kerk besloten daarop – achteraf gezien erg verstandig – het zingen van de vespers maar achterwege te laten, de menigte naar buiten te bewegen en de kerk op slot te doen. In de Oude Kerk daarentegen hieven de koorleden wel de vespers aan, terwijl elders in de kerk een geestelijke de doop verrichte. Toen deze het kind met heilige olie zalfde op het voorhoofdje en God smeekte het kind te behoeden voor de strikken van de duivel, riep iemand: ‘Gy Paap!, Laat af van den duivel uit de kinderen te zweeren. Gy hebt de weereld met uwe valschheid al te lang bedrogen. Doop in Jezus naam, gelyk de apostelen gedaan hebben’. Even leek het alsof het daarbij zou blijven, toen ene Jasper, korendrager van beroep, van een altaar het tekstbordje pakte dat stond voor een tabernakel of sacramentshuisje met daarin de geconsacreerde hosties. Misprijzend las hij de eerste regels op: ‘Hier leit beslooten in dit slot, Jhesus Christus, waarachtigh mensch ende Godt. Alsoo hy van Maria es gebooren, die dit niet ghelooft, die es verlooren’. Met een grijns op zijn gezicht smeet hij het bordje vervolgens in stukken op de vloer. Alsof afgesproken begonnen omstaanders doldriest beelden omver te halen, gebrandschilderde ramen met stenen in diggelen te gooien, in te hakken op altaren en retabels te vernielen. Ook schilderijen moesten het ontgelden, waaronder twee doeken van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1470-1533), voorstellende de ‘Kruisafname van Christus’ en de ‘Zeven werken van barmhartigheid’.

 

Prent (ets) van de Oude Kerk van Willem Janszoon Blaeu uit 1613 gepubliceerd in Omnium Begii sive Inferioris Germaniae Regionum Descriptio van Ludovico Guicciardini.

Prent (ets) van de Oude Kerk van Willem Janszoon Blaeu uit 1613 gepubliceerd in Omnium Begii sive Inferioris Germaniae Regionum Descriptio van Ludovico Guicciardini.

‘Slegts beelden’

Terwijl de ‘beeldenfurie’ in de Oude Kerk in alle hevigheid woedde, hielden in het torentje van het stadhuis op de Dam enkele burgemeesters crisisberaad met drie vertegenwoordigers van de aanhangers van de ‘nieuwe religie’. Net toen de aanwezigen op het punt stonden de vergadering te verlaten, stoof burgemeester Cornelis Jacobszoon Brouwer de kamer binnen, schreeuwende dat in de Oude Kerk alle heiligenbeelden aan stukken werden geslagen. Onzin, zo repliceerde de gereformeerde voorman Egbert Roelofszoon, zeggende dat ‘het slegts beelden, geenszins Gods heiligen’ waren. De burgemeesters sommeerden toch schout Pieter Gerbrandszoon met een veertigtal stadswakers naar de Oude Kerk te gaan om het grauw tot rede te brengen. Daar aangekomen probeerden zij met stokken en hellebaarden de menigte de kerk uit te drijven. In het gedrang dat hierbij ontstond werd een kind doodgedrukt. Desalniettemin lukte het de beeldenstormers de schout met zijn hulptroepen de kerk uit te jagen. Pas toen de schutters zich in het gewoel mengden, verlieten de stormers de kerk en konden de deuren worden gesloten.

 

Plattegrond van het minderbroederklooster van Joost Janszoon Bilhamer 1578.

Plattegrond van het minderbroederklooster van Joost Janszoon Bilhamer 1578.

Duw- en trekwerk

De volgende dag kondigden de stadsomroepers, gewapend met een trompet, aan dat wie vòòr zonsondergang niet al het gestolene uit de Oude Kerk, waaronder een gouden miskelk met bijbehorende pateen van het altaar van het schippersgilde dat op Hamburg voer, zou terugbrengen, streng zou worden gestraft. De burgemeesters en de vroedschap beseften echter dat, in afwachting op de reactie van koning Filips II en landvoogdes Margaretha van Parma, een handreiking richting de ‘onroomschen’ nodig was om de orde te handhaven. Op 26 augustus vaardigden zij een verordening uit waarin de gereformeerden toestemming kregen bij slecht weer te preken in de kapel van het leprozenhuis, net buiten de Sint Anthoniepoort. Verder zouden de kerken tot nader order gesloten blijven en, toch wel opmerkelijk, te ontdoen van alle beelden.
Alles wees erop dat het bij de vernielingen in de Oude kerk zou blijven, maar op 26 september ging het weer mis. De aanleiding was de commotie die ontstond toen de koster van de Nieuwe Kerk degenen die de gereformeerde Simon Muts, die in de kerk zou worden begraven, de laatste eer wilden bewijzen de toegang tot de kerk ontzegde. Met het nodige duw- en trekwerk wisten zij toch de kerk binnen te dringen.

 

Gravure van Reinier Vinkeles en C. Bogert naar J. Buys (ca. 1790) van Weyn Ockersdochter. Deze gravure is historisch gezien niet correct omdat Weyn haar pantoffel niet naar een Mariabeeld, maar een kruisbeeld gooit.

Gravure van Reinier Vinkeles en C. Bogert naar J. Buys (ca. 1790) van Weyn Ockersdochter. Deze gravure is historisch gezien niet correct omdat Weyn haar pantoffel niet naar een Mariabeeld, maar een kruisbeeld gooit.

‘Gisteren vleesch, nu visch’

Vernielingen bleven echter uit, maar ondertussen had zich wel een grote, op actie beluste menigte buiten de kerk verzameld. ‘Op naar de minderbroeders’, werd geroepen. Daar aangekomen, mochten de monniken ongestoord hun klooster verlaten, waarna het plunderen en vernielen begon. Opmerkelijk was dat de al eerder genoemde Egbert Roelofszoon, toen deze bemerkte dat de indringers ook de cellen van de monniken doorzochten en de daar aangetroffen boeken verscheurden, zich met iemand anders haastte naar de bibliotheek om daar de kostbaarste boeken uit het raam te gooien, over de muur naar een erf op de Zeedijk.
De volgende dag gaf een herhaling te zien van de gebeurtenissen van de 26ste. Wederom was een doopplechtigheid in de Nieuwe Kerk aanleiding voor een oploop. Dit keer klonk het uit de menigte ‘Ick weet een aenslagh. Laet ons met gemeene hant na de carthuysers gaen. Gisteren vleesch, nu visch. (het was die dag namelijk een vrijdag). Zo gezegd, zo gedaan. Pas de volgende ochtend verlieten, na hiertoe vriendelijk te zijn verzocht door de schutterijen, de laatste plunderaars het klooster nadat zij zich de hele avond tegoed hadden gedaan aan de voedsel- en drankvoorraden die in de kelders lagen opgeslagen.

Het eerste avondmaal

De vraag was nu hoe het stadsbestuur zou reageren op de troebelen. Opnieuw was het de vroedschap die aandrong op terughoudendheid en het zoeken naar een compromis om de orde en rust te herstellen, omdat anders de handel in gevaar zou komen. Bovendien beschikte de stad niet over eigen troepen. De enige goed georganiseerde gewapende macht in de stad waren de drie schutterijen, maar algemeen was bekend dat menig schutter sympathiseerde met de calvinistische zaak. Het advies van de vroedschap werd dan ook aangenomen. Op 30 september kwam het stadsbestuur na overleg met de gereformeerde leiders met een achttien punten tellende verklaring, met als belangrijkste bepalingen dat de gereformeerden de kerk van het minderbroederklooster zouden krijgen en dat beide partijen zouden afzien van geweld en elkaar te beledigen.
Menig Amsterdamse calvinist zal die dag gevierd hebben als een overwinning, als een teken dat God aan hun zijde stond. Uitgerekend het klooster van de franciscanen, samen met de dominicanen de felste bestrijders van de nieuwe religie en de grootste leveranciers van inquisiteurs, was nu hervormd tot een gereformeerde tempel. Alle reden dus om in hun nieuwe gebedshuis het eerste avondmaal te houden. Al wie ter tafel wilde gaan, moest zich melden bij predikant Jan Arentszoon, de mandenmaker uit Alkmaar. Op 15 december woonden zo’n duizend mannen en vrouwen het avondmaal bij in het voormalige, nu geheel van beelden ontdane minderbroederklooster.
(Ben Speet)

(Openingsbeeld: Zwaar gehavend Mariabeeld (pieta), thans aanwezig in het Amsterdam Museum.)

 

Lees de rest van het artikel, en nog veel meer nieuwe verhalen over de Beeldenstorm van 1566 in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder