Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Chicste hotel van Azië

02 juli 2016 Siebrand Krul

Het Peninsula in Hongkong is Oosters én mondain. Dat maakte het hotel zeer geliefd bij de rich and famous. Clark Gable werd er al op zijn wenken bediend – zelfs met een schroevendraaier. Tijdens de opnames voor de film 'Soldier of Fortune', begin jaren vijftig, verbleef de Amerikaanse filmster in het Peninsulahotel in Hongkong, dat toen al een van de topadressen in de Britse kroonkolonie was.

Aan de hotelbar bestelde hij een ‘screwdriver’ – waarop barman Johnny Chung direct de technische dienst belde om het gevraagde stuk gereedschap te laten brengen. Wat? In Hongkong kenden ze deze cocktail helemaal niet? Gable legde Chung uit hoe je een fatsoenlijke ‘screwdriver’ mixt van jus d‘orange, wodka en zes ijsblokjes en nog altijd maakt de inmiddels meer dan zeventigjarige Chung dit drankje aan de Pensinsula-bar volgens Gables recept. Chung is niet alleen een van de oudste barkeepers van Hongkong – hij hoort zo‘n beetje bij het meubilair van het hotel. Op z‘n vijftiende krijgt hij er via zijn vader, die dan al in het luxelogement werkt, een baantje als loopjongen. Als zijn vader een paar jaar later sterft, is er niemand – geen verwant, geen vriend – die Johnny onderdak had kunnen bieden. En dus blijft hij in het hotel, dat een thuis voor hem wordt.
Het zijn mensen als Johnny Chung die de geschiedenis van het Peninsulahotel belichamen en dit instituut zijn beminnelijke trekjes verlenen. En in zekere zin is de geschiedenis van het hotel ook een familiegeschiedenis. Die begon met de broers Ellis en Elly Kadoorie. Deze twee telgen uit een Joods-Irakees koopmansgeslacht maakten in de jaren tachtig van de 19de eeuw in de snel groeiende Chinese haven- en handelsstad Sjanghai en later in de Britse kroonkolonie Hongkong fortuin als bankier, planter en vastgoedhandelaar. Begin 20ste eeuw verwerven ze een meerderheidsaandeel in de ‘Hongkong Hotels Limited’, met luxeadressen in Hongkong, Sjanghai en Peking. In de jaren twintig belasten ze architecten met de bouw van het ‘chicste hotel ten oosten van Suez’ – een kwalificatie die voor velen nog altijd van toepassing is op het etablissement aan de zuidpunt van het schiereiland Kowloon.

 

Peninsula-wb2

Witgeklede pages

Nog voor het Peninsula zijn poorten kon openen werd het in de woelige tijden van de Chinese bugeroorlog door het Britse leger geconfisqueerd. Tijdens generaal Tsjang Kai-sjeks noordelijke veldtocht diende het twee jaar als provisorisch hoofdkwartier. Daarna volgden nog plaatselijke onlusten en stakingen, maar dan eindelijk, op 11 december 1928, konden de geheel in het wit gklede pages voor het eerst de grote glazen vleugeldeuren open laten zwaaien. Wie daardoor naar binnen schrijdt, krijgt de ontvangsthal te verwerken, waar kolossale marmeren zuilen met gotische reliëfs en ornamenten op de kapitelen moeiteloos de grandeur van het Britse imperium doen herleven.
De meeste gasten kwamen indertijd nog per trein in de stad aan. Vanuit Londen hadden ze er, reizend via Berlijn, Moskou en Peking , een kleine twee weken Trans-Siberische spoorlijn opzitten, om dan slechts enkele meters voor het hotel uit te stappen. Het was de snelste weg naar de afgelegen kolonie. Over zee was je zes weken kwijt. Natuurlijk komen de meeste hotelgasten tegenwoordig met het vliegtuig. Wie dat allemaal maar te gewoontjes vindt, kan zich door een helikopter af laten zetten op het dak van de in 1994 aangebouwde, dertig verdiepingen hoge Peninsulatoren. De in 1997 overleden prinses Diana schijnt daaraan de voorkeur gegeven te hebben, terwijl Roger Moore zich in 1974 als James Bond in de film ‘The Man with the Golden Gun’ nog klassiek, via de entree, toegang moest verschaffen.

 

Peninsula-wb3

Joie de vivre

Het hotel toverde het schiereiland Kowloon om van een slaperige uithoek in een bruisende uitgaanswijk. Vooral toen er luxueuze cruiseschepen in de Victoria Harbour afmeerden, begonnen zich in de Peninsulalobby tal van sterren en societyfiguren tussen de vermogende zakenlieden te mengen. Zelfs Charly Chaplin overnachtte in de jaren dertig op het prestigieuze adres. Met de naam van het hotel en het schiereiland verbond men het idee van een onovertroffen luxe en joie de vivre. Als iets waarlijk groots gevierd moest worden, dan met een cocktail party of een bal in het Peninsula. Gevolg was dat de aanpalende wijk Tsim Sja Tsui gaandeweg de oude uitgaanscentra de loef af stak. Het fenomeen afternoon tea ontwikkelde zich tot een van de meest geliefde verstrooiingen in de stad. Terwijl een orkestje vanaf de balustrade Weense walsen ten gehore bracht, vroegen Engelse zakenlieden, koloniale bestuursambtenaren, officieren en beroemdheden uit de amusementswereld de aanwezige dames ten dans. Tussendoor liet men zich de thee met gebak smaken. Zo’n namiddagthee is nog steeds een attractie van formaat en aan de muziek is niets veranderd. Wel mengen zich tussen de dames en heren in verzorgd uitgaanskostuum steeds vaker toeristen in verfletste spijkerbroek – anders dan een overnachting is een kopje thee-mét in het Peninsula redelijk te betalen…
Meer dan 400 euro ben je tegenwoordig kwijt voor een van de 246 kamers. Er zijn 54 suites, waaronder de Peninsula Suite op de 26ste verdieping, die met een oppervlak van 370 vierkante meter en een prijs van omgerekend 12.500 euro per nacht de kroon spant. Daarvoor beschikken gasten dan wel over een eigen keuken, fitnessstudio en een gouden verrekijker op statief om de skyline van Victoria Harbour te savoureren.

 

Peninsula-wb4

Eigen Rolls Royces

Als we van daar weer afdalen naar de stad en haar geschiedenis, blijken met de Japanse aanvallen op de Chinese havensteden eind jaren dertig weer zware tijd aangebroken. De Britse capitulatie wordt in 1941 op de avond voor Kerst in het schijnsel van kaarsen ondertekend in kamer 336 van het Peninsula-hotel. De oorlog duurt desondanks voort, maar toch blijft het hotel normaal in bedrijf, tot de onvoorwaardelijke overgave van Japan in augustus 1945. Door het nijpende tekort aan woningen in de stad zien veel nieuwkomers zich genoodzaakt permanent hun intrek in het hotel te nemen. Later neemt met de intensivering van het luchtverkeer het aantal overnachtingen van toeristen in Hongkong sterk toe. De meesten van hen blijven daarvoor in Kowloon, in de buurt van luchthaven Kai Tak. De landing daar, in een woud van wolkenkrabbers, was een van de spectaculairste ter wereld. Een kleine twintig jaar nadat het luchtverkeer omgeleid is naar een kunstmatig eiland ver buiten de stad zijn cruiseschepen bepalend voor de aanblik van Kai Tak.
Om de gedistingeerde gasten zo gerieflijk mogelijk van de ruim veertig kilometer verwijderde internationale luchthaven naar het hotel te krijgen onderhoudt het Peninsula een pendeldienst met Rolls Royces uit het eigen wagenpark. Dat omvat op dit moment veertien Rolls Royce Phantoms uit het jaar 1934. Voor wie dat toch wat teveel poespas is, is er ook een aantal mini‘s beschikbaar. Die kekke karretjes zijn hoe dan ook handiger als je uit winkelen wilt gaan in de stad en veel wendbaarder dan de ronkende sleeën van weleer.

 

Peninsula-wb5

Koloniale charme

Toen het eerbiedwaardige etablissement in 1988 zijn zestigste verjaardag vierde, was die leeftijd het gebouw wel enigszins aan te zien. Aan de jongste telg uit het Kadooriegeslacht, Michael, derhalve de taak om het hotel de 21ste eeuw binnen te leiden. De dertig verdiepingen hoge toren leverde in 1994 meteen 130 nieuwe kamers op, plus een helikopterdek. De gasten kunnen in acht restaurants en twee bars voor diners of een hapje en een drankje terecht, maar als een verrassende ambiance de doorslag geeft, zal het wel de avant-gardistische Felixbar op de hoogste verdieping worden, ontworpen door beroemde Fransman Philippe Starck en heel wat anders dan de oude hotelruimtes met hun koloniale charme. Mannelijke bezoekers wacht hier een wel heel bijzondere attractie: de tot de vloer reikende glaswand van het herentoilet biedt hun een panoramablik op de nachtelijke skyline terwijl ze boven het urinoir de blaas ledigen. Ook vrouwen vangen soms een glimp van het imposante stadsgezicht op, als de toiletmijnheer een oogje toedrukt.
Maar de goede naam van het Peninsula berust toch vooral op de dienstverlening. Barman Johnny Chung heeft maar acht woorden nodig om die te omschrijven. Deze acht b‘s kreeg hij ingeprent van Felix Bieger, veertig jaar de hoteldirecteur: begroeten, bereid staan, bedienen, bijstaan, bedanken, blij maken en zo binden. Deze tafel van acht is nog steeds opperste gebod in het ‘chicste hotel ten oosten van Suez’. Voor elke gast het beste – of dat nu een toerist is die zich bij de namiddagthee komt vergapen, of een filmster met buitenissige wensen.
(Stefan Reinbold)

Lees nog veel meer boeiende geschiedenisverhalen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder