Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Gesel ‘Malbroek’

06 juni 2016 Siebrand Krul

John Churchill, hertog van Marlborough, was een man van stand, een geniaal militair strateeg en een gewiekst diplomaat. Alleen was, begin 18de eeuw, de oorlogvoering zo ingrijpend veranderd dat half Europa sidderde bij het horen van zijn naam. Overal waar zijn troepen passeerden, heerste er dood en verderf. Tot de dag van vandaag wordt in de Maasstreek een pop, hertog ‘Malbroek’ voorstellende, verbrand.

Volkskunde genoot een ruime belangstelling aan het einde van de 19de eeuw. In de volksverhalen en –gebruiken die toen in de Lage Landen werden opgetekend, dook vaak de naam van Malbroek op. Zowel Justus van Maurik als Jacob van Lennep laten in hun verhalenbundels personages dansen en zingen op de maat van ‘Marlborough s’en va-t-en guerre’. In België noteerde de folklorist August Gittée een merkwaardig gebruik in Kessenich, een buurgemeente van Thorn. Elk jaar tijdens de Goede Week groeven de boeren, verkleed als soldaat, een put waarin ze water goten. Wanneer het water weggetrokken was, keerden ze ‘met vliegend vaandel en slaande trom’ naar het dorp terug waar de pastoor hen trakteerde op een glas bier. Zonder hem bij naam te noemen, verwees dit feest naar het gebruik om Malbroek/Marlborough te berechten en te begraven, een traditie die nog altijd voortleeft in het Maasland. In de Maasdorpjes Kessenich, Maaseik, Stokkem en Eisden wordt jaarlijks een strooien pop verbrand die Malbroek moet voorstellen.

 

John Churchill op het slagveld van Blenheim, waar hij eeuwige roem vergaarde.

John Churchill op het slagveld van Blenheim, waar hij eeuwige roem vergaarde.

Waaraan verdiende een ijzervreter als Marlborough zoveel roem? Zijn intrede op het Europese vasteland als veldheer gebeurde alvast met de grote trom. In 1702, bij het begin van de Spaanse Successieoorlog, had de Engelse koning Willem III (van Oranje-Nassau) hem aangesteld tot gevolmachtigd bevelhebber in de Verenigde Provinciën. Engelsen, Hollanders en Leopold I, keizer van het Heilig Roomse Rijk, hadden een bondgenootschap gesloten nadat de laatste Spaans-Habsburgse koning Karel II ‘de Behekste’ in 1700 was gestorven. Lodewijk XIV eiste voor zijn kleinzoon Filips van Anjou de Spaanse troon op, inclusief de Zuidelijke Nederlanden, waarna zijn troepen de zogenoemde Barrièresteden innamen. Dat waren vestingsteden in het huidige België (Nieuwpoort, Oudenaarde, Charleroi, Namen…) die dienden als eerste buffer tegen een invasie. Het Franse bestuur, dat onder meer de dienstplicht invoerde, leidde tot een golf van verontwaardiging waarop in mei 1702 de zeemogendheden de oorlog verklaarden aan Frankrijk.

 

Allegorische voorstelling van de overwinning bij Blenheim met centraal boven de Engelse koningin Anne, omringd door de geallieerde bevelhebbers, en onderaan rechts de Franse maarschalk Tallard die met zijn vinger wijst naar het opschrift: ‘Ons lot is geslagen te werden’.

Allegorische voorstelling van de overwinning bij Blenheim met centraal boven de Engelse koningin Anne, omringd door de geallieerde bevelhebbers, en onderaan rechts de Franse maarschalk Tallard die met zijn vinger wijst naar het opschrift: ‘Ons lot is geslagen te werden’.

Marlborough verloor geen veldslag

Tijdens zijn eerste campagne in de jaren 1702-1703 wist Marlborough de Fransen te verjagen uit het grensgebied tussen Maas en Rijn. Hij veroverde de versterkte steden langs de Maas tussen Huy en Venlo en langs de Rijn tussen Bonn en Kaiserswerth (Düsseldorf). Tijdens de tweede fase van de Spaanse Successieoorlog vergaarde Marlborough eeuwige roem met overwinningen op de Fransen in Blenheim (Beieren, 1704), Ramillies (1706) en Oudenaarde (1708). De laatste grote veldslag tussen de grote mogendheden bij Malplaquet (Bergen, 1709) leverde geen uitgesproken winnaar op. Oorlogsmoeheid noopte de partijen tot diplomatieke onderhandelingen die resulteerden in het Verdrag van Utrecht (1713). De Zuidelijke Nederlanden kwamen voortaan onder het bestuur van de Oostenrijkse Habsburgers.

 

John Churchill, eerste hertog van Marlborough. Portret door Godfrey Kneller, 1705.

John Churchill, eerste hertog van Marlborough. Portret door Godfrey Kneller, 1705.

Tien jaar oorlog leverde alleen maar verliezers op, uitgezonderd Engeland dat de nieuwe wereldmacht geworden was. De Republiek betaalde zich blauw aan de hoog oplopende oorlogskosten: de intrest van de oorlogsleningen was groter dan de inkomsten van de fors gestegen belastingen. Veel erger was de toestand in de Zuidelijke Nederlanden. De bevolking stagneerde er en nam in die streken waar de oorlog het felst had gewoed, zelfs af. Economisch was het land een puinhoop.
Vooral de rondtrekkende legertroepen waren een dagelijkse gesel. Onder meer de kleine handelsstad Maaseik kon daarvan meespraken. Het had de pech te behoren tot het prinsbisdom Luik waarvan de prinsbisschop, Jozef-Clemens van Beieren, partij had gekozen voor de Fransen. Lodewijk XIV had namelijk met zijn broer Maximiliaan Emanuel, keurvorst van Beieren, een bondgenootschap gesloten en hem tot landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden aangesteld.

 

Pamflet dat de draak steekt met de Fransen die de stad Gent moesten ontruimen voor de troepen van het Engels-Staatse leger, begin 18de eeuw.

Pamflet dat de draak steekt met de Fransen die de stad Gent moesten ontruimen voor de troepen van het Engels-Staatse leger, begin 18de eeuw.

Nietsontziende legertroepen

In november 1701 eisten twee Franse bataljons voor de winter inkwartiering. Een bataljon telde in die tijd ongeveer 420 soldaten. Het stadsbestuur vond dat overdreven veel en kon bedingen dat één bataljon zich zou terugtrekken op voorwaarde dat alle bressen in de stadsmuur werden gedicht en dat er wachthuisjes werden opgericht. De inwoners waren weken bezig met het hakken van bomen en het herstellen van de borstweringen. Voor de zware onkosten moesten de omliggende dorpen en de kloosters van de stad opdraaien. In het voorjaar vertrokken de soldaten op weg naar een nieuwe veldslag.

 

Spel kaarten dat de weldaden van koningin Anne moet voorstellen, met rechtsmidden de inname door de hertog van Marlborough van de steden Roermond, Luik, Limburg en Hoei. De Engelse regering hief een extra belasting op vertier om de oorlog te financieren. (British Museum, Londen)

Spel kaarten dat de weldaden van koningin Anne moet voorstellen, met rechtsmidden de inname door de hertog van Marlborough van de steden Roermond, Luik, Limburg en Hoei. De Engelse regering hief een extra belasting op vertier om de oorlog te financieren. (British Museum, Londen)

De volgende jaren herhaalde zich dat patroon van winterinkwartieringen, alleen werden de lasten en opeisingen almaar moeilijker te dragen. Het behoorde tot de 18de-eeuwse oorlogsvoering dat generaals een streek voor een ultimatum plaatsten: ofwel een bepaalde som afdokken, ofwel een strafexpeditie ondergaan waarbij het leger zichzelf toe-eigende wat het nodig dacht te hebben. Oprukkende Engelse, Staatse en Pruisische troepen en Spaans-Franse legers die de aftocht bliezen, doorkruisten in het voorjaar en de zomer het Maasland. De Maaseikenaren werden om de haverklap geconfronteerd met opeisingen van levensmiddelen (brood, bier, meel), voeder voor de paarden (gras, hooi, haver), goederen (aken, karren, planken, piketten…) en mankracht voor het wachtlopen, het transport en het aanleggen van schansen. Elke legercommandant verwachtte bovendien dat hij met de nodige egards werd ontvangen onder de vorm van wijn en pistolen als geschenk.

 

Affiche voor de Malbroekverbranding in Maaseik. In de jaren 1970 werd Malbroek voorgesteld als een ordinaire crimineel.

Affiche voor de Malbroekverbranding in Maaseik. In de jaren 1970 werd Malbroek voorgesteld als een ordinaire crimineel.

Het sociaaleconomische leven raakte na verloop van tijd compleet verstoord. Ter illustratie: de commandant van de Staatse troepen beval de straatstenen op te breken om zo de stallen te kunnen kasseien. De winter van 1708/09 overtrof alle ellende wegens de extreem koude temperaturen. De watermolens waren vastgevroren zodat meel onbetaalbaar werd. Ten einde raad liet de Hollandse commandant alle zolders doorzoeken en mocht rogge niet uitgevoerd worden.
(Luc Minten)

Lees de andere helft van dit boeiende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder