Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Arabische Opstand

06 juni 2016 Siebrand Krul

Zomer 1917. Een stoomtrein puft door de woestijn van de Hedjaz in Arabië. Op het dak liggen Turkse soldaten, verscholen achter zandzakjes. Dicht bij de spoorlijn houdt Salem de greep van een detonator vast omklemd. Iets verderop geeft een Britse officier in bedoeïenenkleed een teken met de hand. Salem drukt de hendel hard naar beneden. Een krachtige explosie en de spoorlijn verdwijnt in een enorme zwarte wolk.

Een legertje bedoeïenen stormt er op af, doodt de soldaten en plundert de gekantelde wagons. De Arabische revolte tegen de Ottomaanse bezetter is in volle gang. Het officiële startschot gaf Sharif Hoessein in Mekka van af de paleismuur richting Turks fort op 10 juni 1916, exact een eeuw geleden.
Gemanipuleerd door Groot-Brittannië, speelden Arabische strijders tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol in de geallieerde overwinning op het Ottomaanse Rijk. Maar alle mooie beloften voor onafhankelijkheid ten spijt, werd het Midden-Oosten na de oorlog voor het eerst vrijwel helemaal door Europese machten bezet. De kortzichtige politiek van de Engelsen en de Fransen bij de vorming van nieuwe staten met kunstmatige grenzen volgens het Sykes-Picot-verdrag, legde de kiem van de instabiliteit die de regio tot op vandaag teistert: autoritaire regimes, staatsgrepen, radicalisering en het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen.

 

De Turkse generale staf.

De Turkse generale staf.

Voor Sadam Hoessein was het Frans-Britse verdrag een alibi om Koeweit te annexeren, Osama bin Laden zag het als de oorzaak van ‘de fragmentering van de islamitische wereld’. Was deze sideshow van Wereldoorlog I een weinig verheffend spektakel, met wreedheden aan beide kanten, toch blijft een romantisch beeld hangen van the revolt in the desert: in het westen rond de mythische figuur van Lawrence of Arabia en zijn op kamelen aanstormend bedoeïenenleger, in de Arabische wereld als vrijheidsstrijd op weg naar het pan-arabisme.

 

Het Kamelenbattalion in Beersheba.

Het Kamelenbattalion in Beersheba.

Doodsstrijd Ottomanen

Het Ottomaanse Rijk was lange tijd succesvol omdat het de niet-Turkse bevolking – Arabieren, Slaven, Grieken, Berbers, Koerden en Armeniërs – veel vrijheid liet. Naarmate het Rijk steeds meer kromp en nationalisme her en der de kop op stak, kwam er eind 19de eeuw een hardere aanpak en een stringente ‘verturking’, met het Turks als officiële taal voor het bestuur, de rechtspraak en het hoger onderwijs. De Arabieren, pakweg zestig procent van het Rijk met zowat 25 miljoen onderdanen, gingen zich roeren. Vanuit Syrië zochten progressieve nationalisten contact met Hoessein ibn Ali, Sharif van Mekka in de Hedjaz, de westelijke kuststrook van het Arabische schiereiland. Hoessein, uit de clan van de Hasjemieten, stuurde zijn zoon Abdoellah naar Damascus en vervolgens naar Caïro om te polsen of de Britten een opstand zouden steunen. Die waren eerst terughoudend, maar toen de oorlog uitbrak, veranderde dat.

 

Oostenrijke troepen op de Zionsberg.

Oostenrijke troepen op de Zionsberg.

De Ottomanen sloten zich aan bij Duitsland, in de hoop verloren provincies terug te winnen, en ze bedreigden het Suezkanaal, de poort naar Indië. Bovendien had sultan-kalief Mehmet V de jihad tegen de geallieerden uitgeroepen; een alliantie met Sharif Hoessein, lijnrechte afstammeling van de profeet en bewaker van Mekka, zou hem een flinke hak zetten. Toen Ottomaanse troepen opnieuw richting Suezkanaal marcheerden (in januari 1915 was al een eerste aanval afgeslagen), vroeg de Britse regering bij monde van Sir Henry McMahon, de High Commisioner in Caïro, aan Hoessein om te rebelleren, en zo een kettingreactie uit te lokken. Door een nieuw front te openen, zou de Duits-Ottomaanse as onder extra druk komen te staan. Hij beloofde hem geld en wapens, en spiegelde hem een ’Groot-Arabisch Rijk’ voor, zoals dat van de Omayyaden vele eeuwen terug.

 

Aanval in Deraa, september 1918, met luchtsteun.

Aanval in Deraa, september 1918, met luchtsteun.

Hoessein vertrouwde het niet, maar toen de repressie toenam met massale arrestaties en de executie van tientallen nationalisten, onder wie parlementsleden en journalisten, had hij geen andere keuze meer dan de Britse toezegging voor zelfbestuur in Syrië voor lief te nemen. De fatale klap aan de Ottomanen zou niet in Istanbul worden gegeven, maar in een uithoek van het Rijk, met acties gedirigeerd vanuit het Britse protectoraat Egypte en grotendeels uitgevoerd door een verzameling rivaliserende bedoeïenenstammen.

 

Emir Feisal (vooraan in het wit) met zijn Ageyl-bodyguard op weg naar Wedj. Foto T.E.Lawrence, 3 januari 1917. (Imperial War Museum Londen)

Emir Feisal (vooraan in het wit) met zijn Ageyl-bodyguard op weg naar Wedj. Foto T.E.Lawrence, 3 januari 1917. (Imperial War Museum Londen)

Feisal en Lawrence

Het pan-arabisme van Sharif Hoessein was niet politiek maar religieus geïnspireerd, gericht op het herstel van de islamwaarden na de revolutie van de Jonge Turken; nationalisme was niet aan hem besteed. Steun van de bevolking kreeg hij niet en van een volksopstand was geen sprake. Na een eerste mislukte aanval door twee zonen op Medina op 5 juni 1916, gaf hij kort daarna zelf, 63 jaar oud, het officiële startsein in Mekka, met zijn slecht of niet gewapende clanleden, en slaagde erin de stad in handen te krijgen. Ook Jeddah en enkele andere kuststeden vielen, met acties ondersteund door Britse marineschepen en vliegtuigen. Dit liet de geallieerden toe wapens over zee aan te voeren voor de rebellen. Hoessein riep zichzelf uit tot koning van de Hedjaz en, in één adem, van alle Arabieren.

 

Britse artillerie bij de aanval op Jeruzalem, 1917.

Britse artillerie bij de aanval op Jeruzalem, 1917.

In Medina, door een spoorweg verbonden met het hoofdleger in Syrië, hield het Turkse garnizoen echter stand, gesteund door artillerie en luchtaanvallen. De opstand stokte door gebrek aan manschappen, moderne wapens en leiding. Een groot tegenoffensief hing in de lucht. Londen moest ingrijpen om de zaak nog te redden en stuurde in oktober 1916 een geheime missie naar Jeddah. Diplomaat Ronald Storrs reisde met kapitein T.E. Lawrence die een belangrijke rol ging spelen. Op zijn advies kreeg Hoessein, met zijn zoon Feisal als leider, nu voluit militaire hulp.

 

Lawrence arriveerde op 1 oktober 1918 in Damascus.

Lawrence arriveerde op 1 oktober 1918 in Damascus.

Een tegenaanval op de kuststad Yenbo werd door de Britse marine afgeslagen en in januari 1917 veroverden Feisals troepen de kustplaat Wejh met de hulp van een kleine Britse colonne. Nu konden guerrilla-aanslagen met explosieven worden gepleegd op de Hedjaz-spoorlijn, de enige verbinding vanuit Damascus met Medina en essentieel voor de bevoorrading van het garnizoen van twaalfduizend man. Het leger van Sharif Hoessein was, met dank aan de Britten, inmiddels uitgebouwd tot ca. vijfduizend reguliere troepen onder eigen vlag, en duizenden irregular forces uit verscheidene bedoeïenenstammen, die kwamen en gingen, voortdurend met elkaar overhoop lagen en vooral gelokt werden door geld en goud. Zoon Feisal leidde het belangrijkste, noordelijk leger, met Lawrence als verbindingsofficier, en gesteund door een Brits expeditiekorps; twee andere zonen, Abdoellah en Ali, voerden het oostelijk en zuidelijk leger aan. De Britten betaalden aan the sharifian army 220.000 pond per maand.

 

Na zeven eeuwen kwam Jeruzalem op 11 december 1917 weer in christelijke handen: een Franciscaanse monnik leest de proclamatie. Naast hem de Franse kolonel de Piepape, generaal Allenby en de Italiaanse kolonel d'Agostino. Tweede van links is majoor Lawrence. (Library of Congress, Washington)

Na zeven eeuwen kwam Jeruzalem op 11 december
1917 weer in christelijke handen: een Franciscaanse
monnik leest de proclamatie. Naast hem de Franse
kolonel de Piepape, generaal Allenby en de Italiaanse
kolonel d’Agostino. Tweede van links is majoor
Lawrence. (Library of Congress, Washington)

Begin 1917 gaven de Ottomanen, onder druk van andere prioriteiten, Arabië al virtueel op, enkel Medina hielden ze – symbolisch – nog bezet. Op 6 juli viel Akaba, de laatste door hen gecontroleerde haven aan de Rode Zee, nadat Lawrence met een groep bedoeïenen vanuit Wejh in een wijde omtrekkende beweging een uiterst riskante tocht van achthonderd kilometer had afgelegd door de Nafud-woestijn. De Turken waren totaal verrast en boden weinig verzet; hun kanonnen waren vast zeewaarts gericht, een aanval vanaf het land werd als onmogelijk beschouwd. Na de zware tocht trok Lawrence onmiddellijk door de Sinaï naar Caïro om persoonlijk het succes als opkikker aan generaal Allenby te melden. Via Akaba kon het oorlogstuig vlotter worden aangevoerd. De opstand kon nu naar het noorden worden uitgebreid, met als einddoel Damascus, hoofdstad van een nieuwe staat.

 

Met zijn 'travelogue' over Allenby en Lawrence maakte Lowell Thomas fortuin.

Met zijn ’travelogue’ over Allenby
en Lawrence maakte Lowell Thomas
fortuin.

Race naar Damascus

Generaal Edmund Allenby kreeg in juni 1917 het Brits opperbevel in handen en voerde de strijd richting Palestina. Hij wou parallel met de opstandelingen doorstoten en het de Turken zo op twee fronten tegelijk lastig maken. Tegelijk wou hij hen gebruiken om zijn open flank aan de oostkant van de Jordaan te beschermen en de vijand te verhinderen zijn toepen in Palestina te versterken. Na twee mislukte pogingen om door het Ottomaanse front te breken, kon de generaal op 9 december 1917 ‘te voet als een pelgrim’ Jeruzalem binnen trekken, net op tijd om de heilige stad als kerstcadeau aan het gedemoraliseerde thuisfront te offreren.
(André Capiteyn)

 

Arabische-Opstand-wb11

(Openingsbeeld: Still uit de film uit 1962 over Lawrence of Arabia, die de Arabische Opstand lijkt te overheersen)

Lees de andere helft van dit wonderbaarlijke verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder