Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

IS verwoest erfgoed

19 april 2016 Siebrand Krul

Voor Islamitische Staat (IS) is het vernietigen van eeuwenoud cultuurgoed een prima propagandamiddel. Hangt IS daarbij een radicale uitleg van het Koran aan, aan de andere kant is het netwerk flink aan het verdienen met de zwarte handel in kostbaarheden uit de Oudheid. Het Midden-Oosten tussen Aleppo en Mosul is zijn historische identiteit aan het verliezen.

‘Ga snel naar de arbeiders, Bei, want ze hebben Nimrod zelf gevonden. Bij Allah, het is een wonder! We hebben hem met eigen ogen gezien.’ De arbeiders staan rond een zojuist opgegraven reusachtig, bebaard mensenhoofd. Zij zagen daarin Nimrod, de achterkleinzoon van Noach die volgens het Oude Testament ‘de eerste machthebber op de aarde was; hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren’. Het hoofd maakte deel uit van een reusachtige gevleugelde leeuw of stier, een Lamassu. Daarmee wordt een beschermgod aangeduid die in het Nieuw-Assyrische Rijk als poortwachterbeeld of -reliëf werd afgebeeld; ze werden twee aan twee in stadspoorten en paleistorens aangebracht. De Engelse Sir Austen Henry Layard die sinds november 1845 in Nineveh bezig was met het opgraven van het paleis van de Assyrische koning Assurnasirpal II (883-859 v. Chr.), kreeg van de gouverneur van Mosul opdracht de vondsten met de grootst mogelijke eerbied te behandelen. Veel van deze monumentale beelden en reliëfs zijn tegenwoordig onderdeel van de collectie Assyrische kunst van het British Museum. Gelukkig maar, zou je zeggen, want van eerbied voor oude cultuurschatten is tegenwoordig niet veel over: heiligdommen worden verwoest, beelden kapotgeslagen, ruïnes platgewalst, musea geplunderd, alles in naam van de enige en almachtige God – Allah.

 

IS-2

Mausoleo opgeblazen
Toen eind februari 2015 televisiebeelden van de bestorming van het archeologische museum in Mosul de wereld rondgingen, was het publiek geschokt. Strijders van de terroristische organisatie IS braken reliëfs uit de muren en sloegen Assyrische poortwachterbeelden en -reliëfs en beelden uit de tempels van Hatra tot puin. Tevoren had IS alle christenen verdreven, de kloosters ontwijd en mausolea opgeblazen. Een bibliotheek met meer dan 10.000 handschriften – waarvan sommige meer dan 1500 jaar oud – werd in brand gestoken.
En dan was dat nog maar het begin van een meedogenloze vernietigingscampagne tegen grafsteden in Irak. Niniveh, Nimrud (Kalach) en Dur-Sharrukin (Khorsabad), het waren ooit bloeiende culturele, politieke, economische en wetenschappelijke centra in Mesopotamië. De paleizen, tempel- en grafcomplexen werden er opgeblazen, hele wijken verpletterd, plunderbuit met vrachtwagens tegelijk op de zwarte markt aangeboden. De vernietiging van het erfgoed van Hatra – een belangrijke handelsstad aan de zijderoute en hoofdstad van een vorstendom waarvan de heersers in de late 2de eeuw de titel ‘Koning van de Arabieren’ droegen – met bulldozers en explosieven, was de eerste frontale aanval op Arabische kunst en cultuur.
Daarna verplaatste de cultuurterreur zich ook naar het naburige Syrië. Aleppo is beroemd om zijn historische centrum, met reusachtige soeks (bazaars) en een imposante citadel. Door de burgeroorlog, gevechten tussen het islamitische Al-Nusra Front en de Islamitische Staat, is na 2011 van het werelderfgoed niet veel overgebleven: moskeeën – onder andere de beroemde Omajjaden-moskee – zijn verwoest, hun minaretten ingestort, bazaars zijn in vlammen opgegaan, woonhuizen in de oude stad kapotgeschoten, scholen en ziekenhuizen in puin. Een deel van de metersdikke vestingmuur van de ooit onneembare citadel is opgeblazen.
Palmyra (nu Tadmur), een rijke handelsstad met prachtige tempels, grote pleinen, luisterrijke theaters en thermen, was ooit de plaats waar de westerse en oosterse beschaving elkaar ontmoetten. Meer dan zestig goden hadden hier hun heiligdom. In augustus blies IS de Baal-Shamintempel de lucht in. Niet alleen gebouwen werden slachtoffer van de terreur: Khaled al-Asaad, al tientallen jaren hoofdarcheoloog van Palmyra, werd als ‘directeur van de afgoden van het Palmyra uit de Oudheid’ onthoofd.

 

IS-Baaltempel-Syrie

Allah wil het (niet)
De aanslagen van 11 september 2001, de terreur van de Taliban in Afghanistan en Pakistan, de bloedbaden van Boko Haram in Nigeria, de gewelddadigheden van de islamitische milities in Mali, Somalië en Kenia en nu de veldtocht van IS in Syrië en Irak: steevast beroepen de daders zich op Allah en de Koran. Maar islamgeleerden wijzen erop dat in de Koran de uitspraken van de barmhartige God en die van de straffende God staan tot elkaar in een verhouding van 18 : 1. Ook bepleit de Koran vrijheid van godsdienst: ‘En zeg: ‘De waarheid komt van jullie Heer vandaan.’ Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.’ (Soera 18,29). Mohammed mag niemand tot het nieuwe geloof dwingen: ‘En als jouw Heer het had gewild, hadden wie er op de aarde zijn allen geloofd. Of kun jij (Mohammed,) de mensen dwingen gelovigen te worden?’ (Soera 10,99). Allah heeft het niet gewild. Koranverzen met oorlogszuchtige uitspraken gaan over de politieke en militaire machtsstrijd die in de 7de eeuw werkelijk heeft plaatsgevonden, maar roepen niet op tot godsdienstoorlog. Soera 2,190 spreekt een niet mis te verstaan verbod uit op aanvalsoorlogen: ‘En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar begaat geen overtredingen; God bemint de overtreders niet.’
De terroristen beroepen zich vaak op het verbod in de Koran om afbeeldingen te maken. Maar in het Heilige Boek van de Moslims staat in de 114 Soera’s en 6.236 verzen geen enkele aanwijzing voor een verbod om afbeeldingen te maken. Uit verschillende tijdperken van de Islamitische cultuur kennen we figuratieve afbeeldingen van dieren en mensen, zelfs van de Profeet. IS kan zijn vernietigingsveldtocht niet baseren op religieuze motieven. Zijn motieven zijn profaan. Daarbij vernietigt IS niet alleen klassieke en voor-islamitische monumenten, maar sinds Hatra ook het culturele erfgoed van Arabische volken, en met moskeeën en heiligdommen zelfs dat van de eigen islamitische cultuur. Doel van IS is het uitwissen van de culturele identiteit, het historische geheugen van de mensen in zijn machtsgebied. Daarvoor in de plaats moet iets geheel nieuws ontstaan, gestoeld op een wel zeer beperkte kijk op de wereld: de basis van dit nieuwe beslaat slechts één eeuw van de vroeg-Islamitische geschiedenis, de tijd dat de Profeet nog leefde en het begin van de verovering van de wereld (7de eeuw).

 

IS-Petra

Iconoclasme van alle tijden
Een blik in het verleden maakt al snel duidelijk dat het verwoesten en plunderen van monumenten geen recente uitvinding is. In oorlogen gaan culturele, religieuze en morele waarden verloren. Haat is een sterk motief en niet zelden vallen privéredenen samen met politieke en religieuze motieven. Nadat de Perzen onder koning Xerxes in 480 v.Chr. Athene hadden veroverd, stonden hele wijken van de stad in brand, waren de stadsmuren verwoest en lag de Akropolis met zijn tempels, heiligdommen en wijgeschenken in puin. De stadsstaat Athene moest in zijn politieke en religieuze hart worden getroffen. Alexander de Grote zag zichzelf als wreker toen hij tijdens zijn veldtocht in 330 v.Chr. de Perzische hoofdstad Persepolis in lichterlaaie zette.
De bekendste kunstroof uit de Oudheid vond plaats in Jeruzalem. Aan het eind van de Joodse oorlog veroverden de Romeinen in 70 n.Chr. de stad en verwoestten ze de Tweede Tempel, waarvan de westmuur nu nog bewaard is als de Klaagmuur. De Romeinen roofden de tempelschat, brachten die naar Rome en voerden die een jaar later in een triomftocht door de stad. Op een van de reliëfs in de doorgang van de Boog van Titus in Rome staat deze triomftocht, met het beroemdste onderdeel van de buit, de menora (de zevenarmige kandelaar), afgebeeld. De symbolen van Judea waren in Romeinse handen, de Joodse gemeenschap moest worden uitgewist.
De verwoesting van cultuurgoed uit de Oudheid onder de vroegchristelijke keizers wordt uitgebeeld op het schilderij ‘ Triomf van het christendom’ van Tomasso Laureti (1585, afbeelding rechts) in de Sala di Constantino in het Vaticaan: onder een hoog oprijzend kruis liggen de resten van een kapotgeslagen klassiek beeld op de grond.

 

IS-1

Serajevo
Nog vers in het geheugen liggen de misdaden van de nationaalsocialisten. Zodra de oorlog begon, startte ook de doelgerichte vernietiging van het culturele erfgoed in de bezette gebieden. Het waren ideologisch gemotiveerde roof- en verwoestingsacties, planmatig voorbereid en nauwkeurig uitgevoerd.
Ook in de tegenwoordige tijd wordt nog steeds cultureel erfgoed verwoest. In 1992 brandde de nationale bibliotheek in Sarajevo af na doelgerichte beschietingen door Servische guerrillastrijders. Het geschiedkundige geheugen van de islamitische Bosniërs moest worden uitgewist. In 2001 ging, doordat de Taliban in het dal van Bamian in centraal Afghanistan de twee grootste staande Boeddhabeelden ter wereld opbliezen, een belangrijke Boeddhistische kunstschat verloren.
(Ronald Sprafke)

De andere helft van dit artikel lezen? Koop dan nu de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder