Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Ierse Paasopstand (mis)lukt

19 april 2016 Siebrand Krul

Op Paasmaandag 24 april 1916, precies een eeuw geleden, pleegden Ierse nationalisten in Dublin een staatsgreep tegen het Britse bestuur. De rebellen waren kansloos. Padraig (Patrick) Pearse, president van het voorlopig bewind, zei: ‘Als ze dit gevecht niet winnen, zullen ze toch verdiend hebben het te winnen. En ze zullen het ook winnen, al is het in de dood.’ Hij kreeg gelijk. De Britten schoten de rebellie aan flarden en executeerden de leiders, maar hun harde aanpak werkte averechts.

Om hun greep op Ierland te verstevigen stuurden de Engelse koningen vanaf de 16de eeuw massaal kolonisten uit Engeland en Schotland naar het eiland. Deze protestantse inwijkelingen gingen het katholieke land domineren en uitbuiten, terwijl alle politieke macht naar Londen verhuisde. Opstanden werden steeds bloedig neergeslagen.
De situatie veranderde grondig in de loop van de 19de eeuw. Vanaf 1845 teisterde een verschrikkelijke hongersnood het eiland. Anderhalf miljoen inwoners kwamen daarbij om het leven en een miljoen Ieren emigreerden, vooral naar de Verenigde Staten, zoals de voorouders van de latere Amerikaanse president John Kennedy. Daar ontstond een kolonie die steeds nauw contact met het moederland hield, de afkeer voor de Engelse ‘bezetter’ bleef koesteren en de nationalistische strijd financieel steunde.

 

Een Ierse rekruteringsposter: Een Ierse burger meldt zich voor het Britse leger. Naar Ierland verwijzen het klaverblad en de kerktoren.

Een Ierse rekruteringsposter: Een Ierse burger meldt zich voor het Britse leger. Naar Ierland verwijzen het klaverblad en de kerktoren.

Home rule = Rome rule?
Tegen het einde van de eeuw zorgden de Britten voor een herverdeling van het feodale landbezit. De protestanten trokken zich stilaan terug in de noordelijke provincie Ulster, met Belfast als industrieel en commercieel centrum. Ondanks hun talrijke aanwezigheid waren de katholieken daar tweederangs¬burgers. In het agrarisch gebleven zuiden gingen steeds meer stemmen op om ook de politieke macht te herverdelen. De radicale groepen die met geweld de onafhankelijkheid wilden afdwingen, werden echter overvleugeld door een strekking die via parlementaire weg zelfbestuur (Home rule) wilde bekomen. Daar was in Ulster weinig animo voor. Om economische en religieuze redenen wilden de protestanten niet dat hun sterke band met Groot-Brittannië zou verslappen. Bovendien vreesden de ‘Unionisten’ dat het katholieke zuiden hen zou overheersen. Home rule zou wel eens Rome rule kunnen worden.

 

De zeven kopstukken van de Paasopstand, met Pearse bovenaan in het midden, achteraf verenigd op postkaart.

De zeven kopstukken van de Paasopstand, met Pearse bovenaan in het midden, achteraf verenigd op postkaart.

Wapens uit Duitsland
Deze hervorming kwam in zicht toen Herbert Asquith, leider van de Britse Liberals, na de verkiezingen van 1910, de Ierse parlementsleden nodig had om over een meerderheid in het Lagerhuis te beschikken. In april 1912 diende hij een voorstel in om Dublin een parlement te bezorgen, onder de Britse kroon. Toen het Lagerhuis begin 1913 de Home rule goedkeurde en een amendement verwierp om voor Ulster minstens tijdelijk een uitzondering te maken, begonnen de tegenstanders van de nieuwe wet zich te bewapenen; geweren en munitie voerden ze aan uit Duitsland. Daarop besloten ook de voorstanders een strijdmacht uit te bouwen, zij kochten hun gerief eveneens in Duitsland.
Deze ‘bewapeningswedloop’ op het eiland moest onvermijdelijk leiden tot een bloedige confrontatie tussen twee milities, de Ulster Volunteer Force die de Home rule wilde voorkomen, en de Irish Volunteers die deze hervorming wilden verdedigen. Een burgeroorlog werd verhinderd, of beter: verdaagd, door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De Home rule kreeg nog de koninklijke goedkeuring, maar de uitvoering ervan werd voor minstens zes maanden uitgesteld. De twee politieke kopstukken van Ierland begonnen massaal vrijwilligers te ronselen voor het Britse leger. Zo hoopten ze na de oorlog te bekomen wat zij wilden, de ene het afvoeren, de andere het doorvoeren van de Home rule.

 

De noordelijke gevel van het postgebouw na de opstand.

De noordelijke gevel van het postgebouw na de opstand.

WO I als hefboom
De Ierse nationalisten waren altijd sterk verdeeld geweest. Ook nu was niet iedereen het eens met de beslissing de Engelse oorlogsinspanning te steunen. Een radicale vleugel, geleid door Sinn Fein (‘wijzelf alleen’), voerde campagne tegen de rekrutering, wilde van de oorlog gebruik maken om de onafhankelijkheid van het eiland te realiseren en was zelfs bereid daarvoor de hulp van de Duitse vijand in te roepen. Zeven van hun kopstukken vormden een Militaire Raad die de opstand moest voorbereiden. Eind 1915 werd de datum vastgelegd: Paaszondag 23 april 1916. Dat was voor de Ieren niet alleen een katholieke hoogdag, maar ook een historische datum. Mocht de opstand mislukken, dan zou het bloedige offer van de martelaren de beweging wel voldoende inspireren, hoopten de organisatoren.

 

De vlag van de Ierse Republiek die de rebellen op het postgebouw hesen, kwam gehavend uit de strijd.

De vlag van de Ierse Republiek die de rebellen op het postgebouw hesen, kwam gehavend uit de strijd.

Noorse matrozenpakken
Met de steun van de Duitse ambassadeur in Washington bekwamen de rebellen in Berlijn dat de Duitsers 20.000 geweren, tien machinegeweren en de nodige munitie naar Ierland zouden sturen. Berlijn ging ervan uit dat, hoe beter bewapend de rebellen waren, hoe meer troepen de Britten van het westelijk front zouden moeten weghalen om de opstand neer te slaan en dat zou de Duitse kansen op dat front verhogen. Voor de krijgsraad verklaarde Pearse later dat het nooit zijn bedoeling was geweest Engelands vijand te helpen: ‘Duitsland betekent voor mij niets meer dan Engeland. Ik heb alleen wapens gevraagd, geen goud. De vrijheid van Ierland was mijn enig doel en ik was blij daarbij hulp te krijgen.’
Om door de Engelse zeeblokkade te geraken gebeurde het transport van de wapens met een buitgemaakt Engels schip dat men in een Noorse boot omtoverde. De Duitse bemanning trok Noorse matrozenpakken aan, leerde ‘capt’n’ in plaats van ‘Herr Leutnant’ zeggen en mocht niet meer met de hielen klikken. Enkele Ieren volgden het schip in een duikboot. Op Witte Donderdag 20 april kwam de cargo ter bestemming maar de Ierse klanten waren niet op de afspraak. De Britse Navy kreeg de vreemde bezoeker in het oog en dwong hem koers te zetten naar een Ierse haven. Op het laatste moment liet de kapitein de Duitse vlag hijsen en bracht hij zijn boot tot zinken. De bemanning roeide op tijd weg in de reddingssloepen en werd krijgsgevangen genomen. De kapitein van de duikboot rook snel onraad, zette zijn drie Ierse passagiers overboord en keerde terug. Hun roeibootje kapseisde, de drie bereikten met moeite de kust, totaal uitgeput.

 

In juli 1914 bracht een aanhanger van de Home rule met zijn jacht 900 geweren, gekocht bij de Hamburgse firma Moritz Magnus, naar Ierland. Hij maakte aan boord deze foto van zijn echtgenote en de vrouw die de aankoop voorgesteld had. Zij poseren met twee Mausergeweren bij een kist munitie.

In juli 1914 bracht een aanhanger van de Home rule met zijn jacht 900 geweren, gekocht bij de Hamburgse firma Moritz Magnus, naar Ierland. Hij maakte aan boord deze foto van zijn echtgenote en de vrouw die de aankoop voorgesteld had. Zij poseren met twee Mausergeweren bij een kist munitie.

Vrije republiek
Pas ter elfder ure hoorde de bevelhebber van de Irish Volunteers dat zijn eenheden opgeroepen waren om op Pasen deel te nemen aan een opstand. Hij voelde daar niets voor maar liet zich overtuigen door het argument dat er een belangrijke wapenlevering op komst was. Toen hij vernam dat die levering mislukt was, besloot hij alles te doen om de opstand te verijdelen. Met koeriers liet hij aan zijn achterban weten dat de aangekondigde mobilisatie niet doorging. Een soortgelijk bericht liet hij in zijn zondagsblad plaatsen. De samen¬zweerders aarzelden maar besloten die zondagmorgen toch door te gaan. Wel stelden ze de operatie één dag uit, namelijk tot Paasmaandag 24 april 1916. Dat was een vrije dag in heel het land (Bank Holiday).
Die morgen meldden zich een 1.800 nationalisten, die met een minimum aan bewapening enkele strategische gebouwen in Dublin gingen bezetten en daarbij geen tegenstand ondervonden. De leiding nam haar intrek in het hoofdpostgebouw, het belangrijkste communicatiecentrum van het land. Dat werd bewaakt door één sergeant en vijf man, die niet eens over munitie beschikten en onmiddellijk gevangen genomen werden. De bezetters gebruikten het aanwezige meubilair om barricades te bouwen en Patrick Pearse ging namens de voorlopige regering op de trappen van het pand een verklaring voorlezen, waarin ze liet weten dat ze de Ierse Republiek uitgeroepen had. Deze tekst werd ook uitgedeeld. Een van de vrijwilligers klom op het dak en verving de Britse vlag door twee Ierse vlaggen, waarvan één met het opschrift ‘Irish Republic’.

 

Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Paasopstand werd een bronzen munt verspreid waarop de eerste regel van de proclamatie vermeld staat.

Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Paasopstand werd een bronzen munt verspreid waarop de eerste regel van de proclamatie vermeld staat.

Hoogdravend proza
De eerste Britse reactie volgde in de late namiddag. Een kolonel beval een charge van de cavalerie. Deze ruiters vormden een gemakkelijk doelwit voor de schutters in de post en een handvol liet het leven. De volgende dagen voerden de Britten massaal troepen aan, alsook artillerie en machinegeweren, waarmee ze de schuiloorden van de rebellen omsingelden. Op een paar plaatsen stapten Britse eenheden frontaal op de rebellen af; deze onvoorzichtigheid kwam hen duur te staan. Sommige Dubliners kwamen nieuwsgierig naar de gevechten kijken, al was dat levensgevaarlijk, anderen zagen een kans om aan het plunderen te slaan, maar steun voor de rebellen kwam er niet. Deze kregen het snel moeilijk door een gebrek aan voedsel, drank en slaap, terwijl ze voortdurend onder vuur lagen van de Britten die het stadscentrum niet alleen in puin maar ook in brand schoten. Toch vonden ze nog de tijd om te zingen en te bidden. Toen een oliedepot tegenover de post tot ontploffing kwam, werd de hitte er onhoudbaar. De leiders in het ‘Legerhoofdkwartier van de Ierse Republiek’ bleven echter hoogdravend proza produceren.

 

Arbeiders ruimen puin in de Sackvillestraat. (Vlaamsch Leven 4 juni 1916)

Arbeiders ruimen puin in de Sackvillestraat. (Vlaamsch Leven 4 juni 1916)

Britse wreedheid
Op vrijdagavond 28 april besloten ze de post op te geven. Een groep militanten die samen probeerde te ontsnappen, raakte niet ver, maar vijf kopstukken slaagden erin een viswinkel in de buurt te bereiken. Op zaterdagmiddag stuurden ze een verpleegster met een witte vlag naar de Britten om onderhandelingen voor te stellen. Zij kwam terug met de boodschap dat er alleen van een onvoorwaardelijke overgave sprake kon zijn. Daarop gaven de kopstukken zich over, gevolgd door de bevelhebbers van de andere groepen. Toen de Britten de gevangen rebellen door de stad wegbrachten, werden deze door de Dubliners uitgescholden en met allerlei vuiligheid bekogeld. De toeschouwers die vaak familieleden aan het front telden, konden de rebellie noch de gevolgen ervan waarderen. Tijdens de voorbije zes dagen had de opstand honderden slachtoffers gemaakt (precieze cijfers zijn er niet) en was het centrum van Dublin in puin geschoten, zodat het een beetje aan de ruïnes van Leuven of Ieper deed denken.
(Daniël Vanacker)

 

(Openingsbeeld: Duitse cartoon: Een Duitse marinier komt de Home rule op een schotel aanbieden. Ierland reageert tevreden: ‘Naar deze vis kijk ik al lang uit’. (Lustige Blätter 23 december 1914)

Lees de andere helft van dit spannende artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder