Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Van pindakoek tot wokpaleis

01 maart 2016 Siebrand Krul

Zo’n vijftig jaar geleden kon je huisvaders met een grote emaillen pan één van de vele Chinese restaurants die Nederland rijk was zien binnenschuifelen. Daar werd de pan tot de rand gevuld met nasi of bami, losjes afgedekt met een gesneden augurk, wat plakjes ham en een glazig spiegelei. En daarna snel naar huis, want op een koud middagmaal zat niemand te wachten. Zo begon wat ondertussen in Nederland folklore mag heten: de afhaalchinees.

De eerste Chinezen kwamen zo’n honderd jaar geleden naar onze streken. Als goedkope en gezeggelijke matroos of stoker voeren ze op de schepen van de grote Europese rederijen. Tussen de klussen door moest in havensteden worden gewacht op een nieuwe vaart. De Rotterdamse buurt Katendrecht gold lang als het ‘China Town’ van Europa. In overvolle kosthuizen vonden de Chinese zeelui onderdak. Zo’n ‘boarding house’ werd meestal gerund door een landgenoot, die tegelijkertijd optrad als werkbemiddelaar. Vaak kon je er ook een maaltijd krijgen. Zo ontstonden de eerste Chinese lokalen. In het Algemeen Handelsblad van 11 februari 1916 staat de eerste beschrijving van een bezoek aan een Chinees eethuis in Nederland gegeven. De reporter waagde zich daarvoor in de Buiten Bantammerstraat, in die tijd het hart van de Chinese gemeenschap in Amsterdam. De toon van het verslag is vriendelijk maar ook neerbuigend. Zo wordt gesproken van ‘Chineesjes’. De verslaggever was lyrisch over de exotische gerechten die hem werden voorgeschoteld. Zoals ‘Huajiao’: in een saus bereide gedroogde vissenblaas, een kostbaar product dat ook nu nog geldt als een culinair juweeltje. ’Welk een winst zouden onze dagelijksche menu’s maken, indien daar enige van zulke Chineesche lekkerbeten op de eere-plaats werden gesteld’!

 

Toen het crisis werd, eind jaren twintig, stelden in Europese havens werkloos geworden Chinese scheeplui alles in het werk om aan de kost te komen, zoals met de verkoopvan pindakoekjes. Zanger Willy Derby zong onbekommerd 'Pinda-Pinda, Lekka-Lekka. Nedentig jaar later kreeg een andere Hollandse zanger, Gordon, grote last toen hij een Chinees op televisie voor gek zette.

Toen het crisis werd, eind jaren twintig, stelden in Europese havens werkloos geworden Chinese scheepslui alles in het werk om aan de kost te komen, zoals met de verkoop van pindakoekjes. Zanger Willy Derby zong onbekommerd ‘Pinda-Pinda, Lekka-Lekka’. Negentig jaar later kreeg een andere Hollandse zanger, Gordon, grote last toen hij een Chinees op televisie voor gek zette.

Pinda Lekka
Toen in de jaren dertig er wereldwijd een economische crisis uitbrak kregen ook de Chinezen het hier moeilijk. Op de schepen was geen werk meer te vinden en uit pure nood gingen er veel met zelfgemaakte pindakoekjes venten. De ‘pindachinees’ werd een begrip. Met de manier waarop de koekjes werden aangeprezen werd de draak gestoken: ‘Pinda lekka, lekka pinda! Roept ’t Chineesje grijs van kou, lekka pinda, pinda lekka. Pinda lekka hool lufflou!’; de populaire volkszanger Willy Derby zong er zelfs dit liedje over dat door de jeugd overal op straat de ‘pindachinees’ tot vervelens toe werd toegezongen.

 

Afhaalchinees-wb3

Anders dan in België begon de Chinees na de oorlog in Nederland aan een opmars. Dat was vooral het gevolg van de terugkeer van duizenden Nederlandse militairen en repatrianten uit het voormalig Nederlands-Indië. Zij kenden de door Chinezen gerunde restaurantjes al uit de voormalige kolonie en waren het eten gaan waarderen. In Nederland werd daar handig op ingespeeld door net als daar typisch Indonesische gerechten op de kaart te zetten en zich voortaan te afficheren als ‘Chinees-Indisch restaurant’. De grote doorbraak kwam in de jaren zestig toen ook de rest van Nederland massaal de Chinees ontdekte, mogelijk gemaakt door de stijgende welvaart. Voor veel Nederlanders was de goedkope Chinees de eerste kennismaking met eten buiten de deur. De smaken werden verder aangepast aan de Nederlandse voorkeuren. Dus niet te gek graag en zeker niet te heet! Bami en nasi goreng waren de absolute toppers. Het aantal Chinese restaurant groeide stormachtig; gezegd werd dat in ieder Nederlands dorp tenminste een kerk én een Chinees waren te vinden. Dat succes weerspiegelde zich ook in een aantal nieuwe Nederlandse snacks. In de jaren zestig zien de oer-Hollandse nasi- en de bamibal het licht, een wonderlijke variatie van de Nederlandse kroket op Chinees-Indische basis. De vaderlandse frietcultuur werd verder verrijkt met de komst van het patatje satésaus, later met zelfs uitjes en mayo gesublimeerd tot het beruchte patatje oorlog.

 

Het Chinese wijkje in Antwerpen.

Het Chinese wijkje in Antwerpen, de toegang tot de Van Wesenbekestraat.

Bamibal en frietchinees
De afhaalchinees, of op zijn Vlaams ‘meeneemchinees’, maakte zijn entree en werd net zo gewoon als een frietje pakken. Eerst moest je daarvoor nog een eigen pan meenemen, maar al snel kwamen er plastic bakjes. Na het bestellen werd er vaak een biertje ingenomen, dat maakte het wachten wel zo aangenaam. De prijzen waren laag en de porties enorm, een combinatie die hoog scoorde. In de jaren tachtig was van elke drie restaurants in Nederland er één Chinees. Concurrentie van andere goedkope eetgelegenheden, zoals bijvoorbeeld de Italiaanse pizzeria, liet niet lang op zich wachten. Om zich te onderscheiden gingen sommige Chinezen tegen het einde van de vorige eeuw over op betere kwaliteit en authentieke Chinese gerechten. Een andere ontwikkeling van rond de millenniumwisseling was het wokrestaurant, in de volksmond ook wel oneerbiedig maar treffend vreetschuren genoemd. Hier geldt nog steeds de oude Chinese wijsheid van groot, snel, veel en goedkoop. In 2006 opende in Maarssen het grootste wokrestaurant van Europa haar deuren, met plaats voor 1.600 gasten. Knus is anders.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: Al in 1922 berichtte het tijdschift Het Leven over Chinese kosthuizen in Rotterdam. Chinezen zijn meesters in zelfredzaamheid. Een Chinese kok in zijn keuken. (NA/Spaarnestad))

Lees het gehele artikel, met prachtige illustraties, in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder