Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Land van deugd en doem

19 januari 2016 Siebrand Krul

Twee wereldoorlogen hebben de beeldvorming van Pruisen dusdanig verwoest dat deze kleinste van de Europese grootmachten in 1947 van de kaart werd geveegd. Vooral in de ogen van de Britten, maar ook in die van de Amerikanen en Fransen waren Pruisen onverbeterlijke oorlogshitsers, oerconservatief en intolerant. Clark heeft veel pagina’s nodig om dat beeld recht te zetten.

Tot na 1900 gold Pruisen als boegbeeld van protestantse tolerantie, gezegend met een onkreukbaar en efficiënt ambtenarenapparaat. Pruisen staat ook model voor het gemankeerde Duitsland: een samenraapsel van ongelijksoortige landsdelen, zonder veel natuurlijke grenzen, veel wantrouwige buurlanden en met een armoedig kernland, Brandenburg. Dat werd in 1417 door Friedrich von Hohenzollern gekocht, die daarmee de status van keurvorst verwierf. De dubbelstaat Brandenburg-Pruisen werd in de Dertigjarige Oorlog nagenoeg te gronde gericht, maar herstelde zich sterk onder Frederik Willem, de Grote Keurvorst, die een dochter van ‘onze’ Frederik Hendrik huwde. Frederik Willem woonde vier jaar in de Republiek en stak daar veel op.
Pruisen lag buiten het keizerrijk, wat de keurvorst kansen bood om zijn status te verhogen. Daarom werd Pruisen belangrijker dan Brandenburg. Op 18 januari 1701 was het zover: in Königsberg wordt Frederik III tot koning Frederik I ‘in Pruisen’ gekroond. Dat net-niet-helemaal herhaalt Bismarck later met een Hohenzollern: Wilhelm I wordt ‘Duits keizer’ en niet ‘keizer van Duitsland’. In 1740 verovert Frederik de Grote Silezië, overleeft miraculeus de Zevenjarige Oorlog, en daarmee staat Pruisen op de Europese kaart. Overigens piekert geen enkele Hohenzollern aan een leidende Pruisische rol in Duitsland: die is voorbehouden aan Habsburg. Het voortouw nemen ze pertinent niet: Frederik Willem IV en zijn broer Wilhelm I hebben fikse weerzin tegen de nationalistische beweging die in hun jaren almaar sterker aandringt op een Pruisisch Duitsland.
Is de religieuze politiek tolerant en piëtistisch van inslag (de Hohenzollern zijn calvinistisch, de Brandenburgers lutheraans, Rijnlanders katholiek), de sociale is juist conflicterend: tegen alle trends in groeien de standsverschillen, met name in agrarisch Pruisen. Het is een on-Europees verschijnsel dat nog onvoldoende onderzocht en verklaard is. ‘Pruisen’ heeft een troebele identiteit die pas door Hegel een moreel fundament kreeg. Het begrip Pruisen leek meer een stel deugden: trouw, stipt, orde, recht, deugd, eerlijk, grondig, die we nu typisch Duits noemen.
Midden 19de eeuw ontstaat in korte tijd een Pruisisch Duitsland dat het machtigste land van Europa wordt, een verbijsterende prestatie, goeddeels op het conto van Bismarck te schrijven. Hij is dan ook de ‘weiße Revolutionär’ (een boektitel van Lothar Gall, een term die Clark vreemd genoeg niet gebruikt): een revolutionaire conservatief. Bismarcks primaat van de politiek boven het krijgsbedrijf (en de kerk: Kulturkampf) is een tijdelijke: hij regelt het wettelijk niet goed en de spanning tussen beide zal Duitsland nog lelijk opbreken (Hindenburg/Ludendorff versus Wilhelm II/Bethmann Hollweg). Over het Interbellum schetst Clark een pittige zwart-wit tegenstelling tussen zijn held, de bedachtzame Oost-Pruisische ministerpresident Otto Braun en de ‘verrader, opportunist, chanteur en huichelaar’ Hindenburg, een vat vol on-Pruisische eigenschappen. Hier verlaat Clark zijn neiging tot wijdlopigheid die je af en toe het gevoel geeft dat om het even welke verklaring plausibel klinkt.
Na het grote succes van Clarks ‘Slaapwandelaars’ durfde uitgeverij De Bezige Bij het aan om diens dikke eerdere werken bij een vertaler op het bureau te leggen, te beginnen met deze IJzeren Koninkrijk uit 2007, binnenkort gevolgd door de studie over Wilhelm II.
(Siebrand Krul)

Christopher Clark
IJzeren Koninkrijk. Opkomst en ondergang van Pruisen 1600-1947
De Bezige Bij, Amsterdam 2015
847 blz., € 59,90 ISBN 978 90 8542 635 6
Vertaling W. Hansen

Lees nog veel meer boeiende recensies in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor de eenmailige aanbiedingsprijs van slechts 2,95 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder