Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Stroom geketend

15 november 2015 Siebrand Krul

We staan er misschien niet altijd bij stil, maar in het dagelijks leven speelt de batterij een belangrijke rol. In een huishouden zijn, vaak onzichtbaar verborgen in allerlei apparaten, gemiddeld zo’n honderd batterijen te vinden. Zonder de batterij zou ons mobieltje niet half zo slim zijn. Maar wat weten we eigenlijk over het verleden van deze kleine krachtbron?

Het verhaal begint in Leiden. Daar experimenteerde omstreeks 1764 de natuurkundige Pieter van Musschenbroeck met de al langer bestaande elektriseermachine: een apparaat waarmee met behulp van wrijving stroom kon worden opgewekt. Musschenbroek slaagde er als eerste in die elektriciteit op te slaan. Dat deed hij in ‘Leidse Flessen’, speciaal geprepareerde glazen potten waaraan de machine werd gekoppeld. De Leidse Fles kon behoorlijk wat spanning bergen. Dat ondervond Musschenbroek na een ongelukkige aanraking aan den lijve. Hij schreef: ‘Plotseling begon mijn rechterhand heftig te schudden en heel mijn lichaam trilde als bij liefde op het eerste gezicht’. Omstreeks diezelfde tijd onderzocht ook de Amerikaan Benjamin Franklin de aard van de elektriciteit. Beroemd is zijn levensgevaarlijke proef waarin hij met behulp van een vlieger stroom aan een bliksemstraal wist te onttrekken. Franklin wist die met speciale glasplaten vast te leggen. Een aan elkaar gekoppelde reeks noemde hij een ‘elektrische batterij’ De term was afkomstig uit het leger: een batterij geschut was daar een in serie opgestelde rij kanonnen. Franklins gebruik van woord ‘batterij’ zou al snel algemeen worden.

Allegorische afbeelding van de elektrische proeven van Benjamin Franklin. Franklin zocht net als Pieter van Musschenbroeck naar een methode om stroom op te slaan.

Allegorische afbeelding van de elektrische proeven van Benjamin Franklin. Franklin zocht net als Pieter van Musschenbroeck naar een methode om stroom op te slaan.

Zuil van Volta

De Italiaan Volta deed een belangrijke volgende stap. Rond 1800 ontdekte Volta (aan hem danken we de naam volt voor elektrische spanning) dat door het stapelen van schijfjes zink en koper, van elkaar gescheiden door in een zoutoplossing gedrenkte stukjes vilt, als gevolg van een chemisch proces stroom kon worden opgewekt. Deze ‘Zuil van Volta’ wordt gezien als de eerste batterij. Want in tegenstelling tot de Leidse fles of Benjamins glazen platen kon Volta’s batterij de spanning langere tijd vasthouden en bovendien ook weer gelijkmatig afgegeven. Toch was de stabiliteit nog allesbehalve groot, zodat Volta’s zuil voor praktische toepassingen nog niet geschikt was. In 1836 ontwikkelde de Engelsman John Frederic Daniell een batterij met een veel langere levensduur waardoor de batterij nu ook praktisch kon worden toegepast. Ook zijn batterij was gebaseerd op elektrochemische processen. De batterij bestond uit een glazen pot met daarin vast koper en zink gehangen in de vloeistoffen zink- en kopersulfaat. Een ‘natte’ batterij dus.

Een opstelling van een ‘batterij’ Leidse Flessen, zoals te zien in het Teylers Museum te Haarlem.

Een opstelling van een ‘batterij’ Leidse Flessen, zoals te zien in het Teylers Museum te Haarlem.

Aan de mens onderworpen

Op de eerste Wereldtentoonstelling (1851) in Londen werd Daniells uitvinding trots aan het publiek getoond, als een nieuwe triomf in de lange reeks overwinningen van de mens op de natuur. Een Nederlandse verslaggever schreef: ‘Electriciteit, die fijne, geheimzinnige zich overal verspreidende kracht, […] is thans geboeid en moet het bevel volbrengen van de mensch die haar onderworpen heeft’.
De nieuwe batterij werd de standaard stroomvoorziening voor de pas ontwikkelde telegraaf waarbij met morsecode berichten konden worden overgebracht. Ook werd hij gebruikt bij het galvaniseren van ijzeren voorwerpen; het met behulp van elektriciteit aanbrengen van dun laagje metaal (bijvoorbeeld zink). Niet vergeten moet worden dat stroom uit het stopcontact er nog niet was. De eerste elektriciteitscentrales verschijnen pas omstreeks 1885.
De grote doorbraak van de batterij als massaproduct kwam in 1886 met de batterij van Carl Gassner. In dat jaar patenteerde deze Duitser de eerste droge batterij. Deze kon eenvoudig worden geproduceerd en werd meteen een groot commercieel succes. De droge batterij werd de standaard en naast telegrafie toegepast in bijvoorbeeld deurbellen, telefoons, verlichting en later ook radiotoestellen.
Even leek het erop dat met het volwassen worden van de batterijen ook de elektrische auto zou doorbreken. De verwachtingen over de toepassing van de elektromotor in de auto waren aan het einde van de 19de eeuw hooggespannen. Zo lezen we in De Kampioen (het blad van rijwielbond ANWB) in de zomer van 1898: ‘het is te voorzien, dat het vervoermiddel der toekomst voornamelijk door elektrische drijfkracht zal worden bewogen’. In Amsterdam exploiteerde het taxibedrijf ATAX rond 1910 een hele vloot van elektrische taxi’s. In het Belgische Luik produceerde het bedrijf Auto-Mixte (op basis van patenten van de ook in de Ardense stad actieve wapenfabrikant Henri Pieper) tussen 1906 en 1912 hybride wagens, waarbij de accu (een oplaadbare grote batterij) door de rembewegingen werd opgeladen om vervolgens de benzinemotor bij hellingen te ondersteunen. Ook Porsche kwam met een dergelijke wagen.

Emaille reclamebord van Witte Kat batterijen, lange tijd een begrip in Nederland.

Emaille reclamebord van Witte Kat batterijen, lange tijd een begrip in Nederland.

Wel zesduizend soorten

In de loop der jaren is de batterij niet wezenlijk veranderd. Wel verbeterd. Zo is de levensduur veel langer geworden. Tegen het einde van de vorige eeuw werd men zich bewust van de milieu- en gezondheidsschade, vooral van de in batterijen gebruikte zware metalen als cadmium en kwik. Deze schadelijke stoffen zijn ondertussen voor een groot deel door milieuvriendelijkere alternatieven vervangen. De oplaadbare batterij kwam op de markt en er werd een begin gemaakt met het inzamelen en hergebruiken van afgedankte exemplaren. De laatste tijd is het gebruik van batterijen geëxplodeerd. Steeds meer apparaten worden van (oplaadbare) batterijen voorzien. Een standaard is daarbij ver te zoeken: al met al bestaan er tegenwoordig zowat zesduizend verschillende soorten batterijen. Door de stormachtige groei van mobiele apparaten (denk aan GSM, tablet en laptop maar ook muziek) zal de vraag alleen nog maar verder stijgen. Er wordt nog volop geprobeerd de batterij te verbeteren. De nieuwste belofte lijkt een batterij die in minder dan een minuut volledig kan worden opgeladen. Het zou voor de ‘aloude’ elektrische auto, momenteel weer populair, een belangrijke doorbraak kunnen zijn.
(Harry Stalknecht)

Lees nog veel meer interessante artikelen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder