Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Kerstman met Zwarte knecht

15 november 2015 Siebrand Krul

Prenthistoricus en Sinterklaasonderzoeker dr. Nico Boerma (Meertens Instituut) vond een bijzonder Duits gedicht uit 1803 (of eerder), waarin een winterse geschenkenbrenger, de Kerstman, optreedt met naast zich een knecht. Deze knecht Ruprecht, die zijn ‘slaaf’ en een ‘neger’ genoemd wordt, werpt nieuw licht op de voorgeschiedenis van het boekje (1850) van Jan Schenkman, waarin voor het eerst Sint-Nicolaas te zien is met zijn donkere knecht.

Tijdens mijn onderzoek naar buitenlandse gedaanten van Sint Nicolaas en zijn begeleider(s) googelde ik op www.antiqbook.nl ‘knecht Ruprecht’. Daar verscheen een lang gedicht ‘Der Weihnachtsmann und sein Knecht Ruprecht’, dat deel uitmaakt van een bundel ‘Amaliens Beschäftigung froher Stunden’ geschreven door C. A. Stegmann, geboren baronesse von Drach. Het verhaal loopt als volgt:
De Kerstman en zijn knecht Ruprecht bezoeken een keurig burgermangezin, waar de kinderen volgens de richtlijnen van de pedagoog Basedow (1723-1790) worden opgevoed. De dochter der huizes, Lotje, is reeds vijftien jaar en zeven weken en dus oud genoeg om in het huwelijk te treden. Een huisvriend Rosenfeld, die met haar wil trouwen, heeft zich als Kerstman verkleed en Johan, bediende in het huis van Lotje, is knecht Ruprecht. Opmerkelijk is de beschrijving van deze twee feestfiguren. Beide zijn gemaskerd.

Zwarte-Piet-1-wb

Kerstman is een Turk
Ze zeggen dat ze uit het land van de ‘Moren’ komen. De Kerstman is een ‘Turk’ en degene die zijn koffer of kist draagt, Knecht Ruprecht, was diens slaaf: een zwartgebrande ‘neger’. Van de Kerstman wordt verder nog gezegd dat hij een ‘tüskschen Bund’ (tulband) draagt en Knecht Ruprecht laat daarbij ‘ein drolligt Minelied in Knüttelversen’ (een grappig liefdeslied in kreupelverzen) horen.
C. A. Stegmann is een pseudoniem van Georg Peter Dambmann, die daarnaast nog de pseudoniemen Karl Reichsfreiherr von Toussaint en C. A. von Drach draagt volgens de Deutsche National Bibliothek. Als levensjaren worden opgegeven 1761-1826 of 1766-1820. Hij wordt daar schrijver, lyricus, politicus, theaterdirecteur, vertaler en Hofrat genoemd. Via de Bayerische Staatsbibliothek is het boekje compleet te downloaden. Het kent twee titelbladen, het eerste zonder jaartal in gotisch schrift, het tweede in gewone drukletters met jaartal 1803. De editie van 1803 kan dus een tweede druk zijn. Het boekje bevat een ode aan aartshertog Karel van Oostenrijk die het Franse revolutionaire leger in 1795 en 1796 bij Kehl in Duitsland verslagen heeft. De plaats van uitgave is niet bekend, maar mogelijk Wenen of Leipzig.

Es hiess: - Wir stammen her, weit her aus Mohrenland Der Weihachtsman, ein Türk und er sein Kastenträger Knecht Ruprecht, war sein Sklav ein schwarzgebranter Neger.

Es hiess: – Wir stammen her, weit her aus Mohrenland
Der Weihachtsman, ein Türk und er sein Kastenträger
Knecht Ruprecht, war sein Sklav ein schwarzgebranter Neger.

Schrikfiguren
Aan het eind van de 18de eeuw waren er in Duitsland en Oostenrijk drie schenkerfiguren: Christkindl (Jezus) met name in Zuid-Duitsland en Oostenrijk, Sint Nicolaas en de Kerstman. Sint Nicolaas kan optreden op 5 of 6 december, maar ook met Kerstmis, waar hij samenvalt met de figuur van de Kerstman, die omstreeks 1800 ontstaat. Om hen heen functioneren vele schrikfiguren, van wie Knecht Ruprecht, Pelzmärtel en de Oostenrijkse Krampus met hoorns op zijn hoofd de voornaamste zijn. Knecht Ruprecht of Knecht Robert wordt in een gedicht uit 1792, ‘Knecht Robert auf einer Maskerade’ , van Johann Heinrich Voss getekend als ‘Als schwarzer Mann mit schiefem Maul’, en tegelijk ‘Als Brummbär (…) Als Ziegenbock, als grauer Gaul (…)‘ Christkindl kan ook begeleid worden door een (Sint) Nicolaas, die stoute kinderen in de zak stopt. Deze figuren zijn iconografisch weinig vastgelegd. De ‘Turkse’ Weihnachtsmann van C. A. Stegmann-Dambmann heeft kenmerken van Sint Nicolaas, die immers uit Myra in Turkije komt. De afbeeldingen van Sint Nicolaas en de Kerstman kunnen in elkaar overgaan, maar ook het onderscheid tussen Sint Nicolaas en zijn begeleiders is niet scherp.

 Dat Sint-Nicolaas een echte zwarte man als knecht krijgt, is in Nederland voor het eerst te zien in het boekje van Jan Schenkman van 1850. De vraag dringt zich op of er een link is tussen de Kerstman met een zwarte knecht uit 1803 (of mogelijk eerder) en de Sint Nicolaas en zijn zwarte knecht van Jan Schenkman.


Dat Sint-Nicolaas een echte zwarte man als knecht krijgt, is in Nederland voor het eerst te zien in het boekje van Jan Schenkman van 1850. De vraag dringt zich op of er een link is tussen de Kerstman met een zwarte knecht uit 1803 (of mogelijk eerder) en de Sint Nicolaas en zijn zwarte knecht van Jan Schenkman.

Kerstman en zwarte knecht
In deze context, waarin in iconografie en bij vermommingen alles mogelijk is, past ook het gedicht van Dambmann. De daar opgevoerde figuren, de Turk en de ‘schwarzgebranter Neger’ hebben echter niet de definitieve vorm van de Duits-Oostenrijkse Kerstman en Knecht Ruprecht bepaald en lijken een – vermoedelijk niet eerder opgemerkt – unicum.

Vinden wij bij Dambmann een bron of voorloper van Schenkman? Een directe link is nog niet gevonden. Wel is men in Nederland in de eerste helft van de 19de eeuw goed op de hoogte van de Duitse iconografie van winterfiguren. Een voorbeeld is de Amersfoortse uitgever van Duitse afkomst Frans Felix (actief tussen 1827-1843). Zijn prentproductie wordt gekenmerkt door vele ontleningen aan Duitse uitgevers, met name Renner en Winckelmann. Felix nr. 27 houtsnede 1 laat een kleine gemaskerde Sint Nicolaas zien, die kinderen bedreigt met een stok waaraan een varkensblaas zit. Met de andere hand strooit hij geschenken. Deze figuur is duidelijk door Duitse voorbeelden geïnspireerd. Dat geldt ook voor de Sint Nicolaas op de ets St. Nicolaas Avond van S. A. Krausz (1760- Den Haag 1825). Toch lijkt het op het eerste gezicht weinig waarschijnlijk – gezien de afstand in tijd en ruimte – dat Schenkman kennis genomen kan hebben van Dambmanns gedicht.

Tante Keetje’ s Prentenboek is een Nederlandse bewerking van het Lustiges Bilderbuch (1852) van de Münchener schilder, tekenaar en schrijver Franz von Pocci (1807-1876). Aangezien beide na 1850 zijn verschenen, kan Schenkman ze niet gezien hebben. Bovendien bevat Tante Keetje een afbeelding van een ‘Sint Nikolaas’ die niets van doen heeft met de Sint-Nicolaas in bisschopsgewaad van Jan Schenkman. Deze figuur met een puntmuts, grote neus en spillebenen, die een kind in een zak stopt heet in de oorspronkelijke Duitse uitgave Knecht Ruprecht en staat in een specifieke Duitse iconografische traditie van Sint-Nicolaas.

Tante Keetje’ s Prentenboek is een Nederlandse bewerking van het Lustiges Bilderbuch (1852) van de Münchener schilder, tekenaar en schrijver Franz von Pocci (1807-1876). Aangezien beide na 1850 zijn verschenen, kan Schenkman ze niet gezien hebben. Bovendien bevat Tante Keetje een afbeelding van een ‘Sint Nikolaas’ die niets van doen heeft met de Sint-Nicolaas in bisschopsgewaad van Jan Schenkman. Deze figuur met een puntmuts, grote neus en spillebenen, die een kind in een zak stopt heet in de oorspronkelijke Duitse uitgave Knecht Ruprecht en staat in een specifieke Duitse iconografische traditie van Sint-Nicolaas.

Tussenschakels
Maar dat er, nu nog onbekende, tussenschakels zijn geweest, valt toch niet uit te sluiten. Want in Tante Keetje’ s Prentenboek (Zwolle, z.j. [1854]) staat een plaatje dat precies de figuren verbeeldt en beschrijft uit het gedicht van Dambmann: ‘een Turk’ en ‘zijn slaaf, met tasch’ (en nu ook een ‘paraplu’). De slaaf is onmiskenbaar een echte zwarte man (zie afbeelding)
Maar zou het kunnen dat Pocci het plaatje van de Turk en zijn slaaf zelf weer heeft overgenomen van eerdere afbeeldingen? Die mogelijk ook door Schenkman zijn gezien? We weten het (nog) niet. Opmerkelijk is wel dat Schenkmans zwarte knecht tijdens de intocht van Sinterklaas ook een kist op zijn rug draagt. In ieder geval heeft het onderzoek naar Schenkmans voorlopers een nieuwe dimensie gekregen. Vast staat dat het idee dat een winterse geschenkenbrenger een echte zwarte man als slaaf en knecht kon hebben al veel eerder is bedacht, en niet uniek is voor Nederland.
(Nico Boerma (met dank aan John Helsloot); Meertens Instituut)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder