Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Van auto- naar spookstad

13 oktober 2015 Siebrand Krul

De jaren van grote bloei zijn voorbij, wat overheerst zijn de verlaten fabrieken en lege huizen. Detroit, de stad met een van de hoogste criminaliteitscijfers van de VS, is bankroet. Detroit, voorheen een van de giganten onder de industriesteden, was in juli 2013 niet meer in staat haar financiële verplichtingen na te komen, wat in de geschiedenis van de VS geen enkele stad van dit formaat ooit was overkomen.Maar ondanks alle crises zijn er ook tekenen van hoop. Dit is immers Amerika.

De gouverneur van Michigan, thuisstaat van Detroit, legde uit dat een faillissement de enige manier was om de stad weer uit het slop te krijgen. Iedereen weet dat de gouden tijden van ‘Motor City’ definitief voorbij zijn. Wat van de ooit florerende industrie resteert zijn roestige puinhopen en oude fabriekshallen. Te midden van braakliggende herinneringen aan betere tijden is hoop een schaars goed. ‘Rust Belt’ (roestgordel) is de naam die de Amerikanen aan dit deel van het noordoosten van hun land hebben gegeven. En Detroit is de officieuze hoofdstad van alle ellende. En dat terwijl het ooit zo veelbelovend was begonnen.
Aan het begin van de 18de eeuw werd Detroit als ‘Ville d’Etroit’, stad aan de zee-engte, gesticht door een Franse kapitein. De naam van de nederzetting werd bij de overname door de Britten in 1760 verkort tot het wat gemakkelijker uit te spreken ‘Detroit’. De gouden tijden begonnen zo’n tweehonderd jaar na de stichting en hadden alles te maken met de opkomst van de auto-industrie: hier begon de massaproductie van auto’s en jarenlang speelde de stad daarin een toonaangevende rol.

Vogenvluchtperspectief op Detroit in 1889.

Vogenvluchtperspectief op Detroit in 1889.

Tin Lizzie
In 1913 opende Henry Ford in het door Detroit omsloten Highland Park de eerste van zijn beroemde lopendeband-automobielfabrieken. In de fabriek was het transport van alle afzonderlijke onderdelen met behulp van lopende banden geautomatiseerd. Dat maakte een stuksgewijze montage mogelijk, snel en efficiënt. Het legendarische ‘model T’ rolde net als zijn opvolgers bij miljoenen van de band. Tot in de jaren zestig had maar één op de tien Amerikaanse auto’s een carrosserie die géén familie was van deze ‘Tin Lizzie’. De lopendebandarbeiders in het Ford-imperium verdienden tijdens de langdurige automobiel-‘boom’ een goed inkomen. De parkeerplaatsen voor de productiehallen stonden boordevol auto’s – van het personeel. Naar verluidt werd Sovjetpartijleider en antikapitalist Nikita Chroesjtsjov buitengewoon chagrijnig bij de aanblik van al die auto’s tijdens een bezoek aan Detroit.
Maar Henry Ford was niet de enige die zijn auto’s in Detroit in elkaar liet zetten, ook anderen kozen de stad als hoofdkwartier. Met name General Motors en Chrysler wisten zich naast Ford een plek te veroveren. Samen domineerden de ‘Grote drie’ de markt, niet alleen in de VS maar ook wereldwijd. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog maakte Detroit een grote economische bloei door – met meer dan 1,8 miljoen inwoners werd Detroit de op drie na grootste stad van de VS. In die tijd werd de basis gelegd voor de vermaardheid van ‘Motor City’, die wel is verbleekt maar niet helemaal verdwenen.

Henry Ford rijdt, in de jaren dertig, persoon de 20.000.000ste Ford van de lopende band.

Henry Ford rijdt, in de jaren dertig, persoon de 20.000.000ste Ford van de lopende band. Voor Europese begrippen een duizelingwekkend aantal.

Rassenonlusten
Aan de rusteloze lopende banden was er werk voor velen – en er kwamen velen. Begin 20ste eeuw waren dat vooral immigranten uit alle delen van Europa, op zoek naar werk. Later verschoof het zwaartepunt van de migratie naar de Afro-Amerikanen, die de lange weg vanuit de zuidelijke staten aflegden om in het koude Michigan auto’s in elkaar te gaan schroeven. Tegenwoordig vormt deze groep haast tachtig procent van de bevolking. In het nerveuze politieke klimaat van het midden van de 20ste eeuw kwam het regelmatig tot rassenonlusten. In 1943 moesten voor het eerst federale troepen ingrijpen. Een tragisch dieptepunt vormden de onlusten van 1967. De bloedige rellen kostten in vier dagen aan zevenenveertig mensen het leven en hun nawerking is nog steeds voelbaar. De blanke burgerij verliet de stad en met hen verdween ook het kapitaal – in een tergend langzaam proces, dat een voorlopig einde vond in het recente faillissement. De (overwegend zwarte) arbeiders die wel bleven, hadden voornamelijk slecht betaalde baantjes.

Vertrouwd beeld op de Detroitse spooremplacementen in de jaren zestig: duizenden auot's vinden hun weg naar (voornamelijk Amerikaanse) consumenten.

Vertrouwd beeld op de Detroitse spooremplacementen in de jaren zestig: duizenden auto’s vinden hun weg naar (voornamelijk Amerikaanse) consumenten.

Home alone
Het vertrek van de blanken verzwakte Detroits bestel en de stad is de klap economisch gezien nooit echt te boven gekomen. Het basisdemocratische, oer-Amerikaanse principe van lokaal zelfbestuur toont hier haar schaduwzijde. Alle kosten, zoals lokale pensioenen en salarissen, komen voor rekening van de stad zelf. Financiële injecties vanuit het parlement zijn zeldzaam. De federale regering verklaart regelmatig achter Detroit te staan, maar met zulke steunbetuigingen kunnen geen rekeningen worden betaald. De chronische financiële problemen kunnen alleen worden opgelost met belastinggeld. Maar de belangrijkste belastingbetalers hebben de stad al lang geleden verlaten, net als de industrie. De fabrieken verhuisden eerst naar de voorsteden en vervolgens naar andere plaatsen in het Midden-Westen van de VS, op zoek naar de gebieden met de laagste lonen. Inmiddels zijn ook daar de fabriekspoorten gesloten en hebben de fabrikanten hun productie naar landen met nog lagere lonen verplaatst of er de brui aan gegeven onder druk van buitenlandse concurrentie. Geen van hen keerde terug naar de ‘Rust Belt’.
(Christoph Koitka, vert. Els Struiving)

Erfgoeddiensten zoals in Europa kennen de Amerikanen niet: verlaten blijft verlaten, totdat een ondernemer er een ander soort brood in ziet.

Erfgoeddiensten zoals in Europa kennen de Amerikanen niet: verlaten bedrijfspanden blijven verlaten, totdat een ondernemer er een ander soort brood in ziet.

Openingsbeeld: de verlaten Packard-automobielfabriek in Detroit.

Lees het volledige artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder