Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Verlicht, despotisch en dwars

31 augustus 2015 Siebrand Krul

‘Alles is gelukkig bedaard en rustig gebleven’. Met dat zinnetje beëindigde H.J. Schuermans, de procureur-generaal in de Zuidelijke Nederlanden, op 12 augustus 1830 zijn brief aan zijn directe chef, C.F. van Maanen, de invloedrijke, maar weinig geliefde minister van Justitie. Hij bracht daarin verslag uit van het bezoek dat koning Willem I een paar dagen eerder aan de Tentoonstelling van de Voortbrengselen der Nederlandsche Nijverheid in Brussel had gebracht.

Koning Willem I had een paar uur lang ‘alle voorwerpen stuksgewijze en met de meeste oplettendheid in ogenschouw genomen’. Hij was aangenaam verrast door de hoge kwaliteit en de ‘gematigdheid der prijzen’ van de nieuwe in Noord en Zuid en in Indië geproduceerde goederen. Een tijdgenoot blufte dat de kwaliteit zo hoog was dat zelfs de Britten daarover jaloers konden zijn.
In de namiddag en avond hield Zijne Majesteit ‘openbaar gehoor’. Onderdanen van alle rangen en standen konden zich voor een onderhoud met de vorst aanmelden. Hierbij zou geen wanklank te horen zijn geweest. Tot zijn grote opluchting kon de eindverantwoordelijke van dit koninklijke bezoek aan Brussel melden dat koning Willem I ‘verscheidene gelegenheden had gehad om te ondervinden hoe opregt geëerbiedigd en bemind hij is’. Kort voor de opening van de vierdaagse tentoonstelling had Schuermans al voorspeld dat de expositie het ongelijk zou bewijzen van ‘al de ongerijmde klagten, die de couranten der oppositie van tijd tot tijd doen horen’.

Satire uit 1796 op de naar Engeland gevluchte stadhouder Willem V, afgebeeld als een dikke roze slapende Cupido. Op de voorgrond een rij kleine Oranjeboompjes met mensenhoofden in potten. De stoet van zwangere vrouwen in de lucht werpt een wel bijzonder licht op de titel boven deze prent: ‘De Orangerie: De Hollandse Cupido, uitrustend van de vermoeienissen van het planten, 1796’.

Satire uit 1796 op de naar Engeland gevluchte stadhouder Willem V, afgebeeld als een dikke roze slapende Cupido. Op de voorgrond een rij kleine Oranjeboompjes met mensenhoofden in potten. De stoet van zwangere vrouwen in de lucht werpt een wel bijzonder licht op de titel boven deze prent: ‘De Orangerie: De Hollandse Cupido, uitrustend van de vermoeienissen van het planten, 1796’.

Weg met de Hollanders

Het was niet vreemd dat Schuermans zich in augustus 1830 zorgen maakte. In Parijs was eind juli wederom een revolutie uitgebroken. In Brussel klonk – in het Frans – een welgemeend ‘Weg met de Hollanders, weg met Van Maanen, we moeten ze aan de lantaarns ophangen!’ Op 25 augustus 1830, iets meer dan twee weken na Willems ‘succesvolle’ bezoek aan Brussel, sloeg ook hier de vlam in de pan. Na de vierde akte van de opera La Muette de Portici schalde ‘Aux armes!’ door de schouwburg. Dit bleek het beginsignaal voor een opstand die uitliep op de vorming van een onafhankelijke Belgische staat waarmee een einde kwam aan het kortstondige bestaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem I leed enorm gezichtsverlies, streed nog een decennium tegen het onvermijdelijke en droeg, gedesillusioneerd en gefrustreerd, in oktober 1840 plompverloren de macht aan zijn zoon over. En dat terwijl een kwart eeuw eerder de vooruitzichten zo rooskleurig en perspectiefrijk waren geweest.

Diplomaten buigen zich tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) over een kaart van Europa. Tijdens de beraadslagingen werd besloten tot samenvoeging van de noordelijke en zuidelijke gewesten tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Diplomaten buigen zich tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) over een kaart van Europa. Tijdens de beraadslagingen werd besloten tot samenvoeging van de noordelijke en zuidelijke gewesten tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Groot kind

Willem Frederik had eigenlijk stadhouder Willem VI moeten worden, maar hij werd in 1813 koning Willem I. Het mag een wonder genoemd worden dat hij (en met hem het Huis van Oranje) niet ten onder ging in de chaos en verwarring die het gevolg waren van de revolutionaire omwentelingen en de napoleontische oorlogen tussen pakweg 1787 en 1815. De jonge prins zag van zijn vader, erfstadhouder Willem V, vooral hoe het niet moest. Tijdgenoten beschouwden Willem V als ‘een groot kind’. Geen van de stadhouders koesterde zoveel weerzin tegen de plichten van het hoge ambt als hij. Maar van het aanzien, de privileges en de weelde genoot hij als geen ander. De jonge Willem Frederik spiegelde zich meer aan zijn moeder. Wilhelmina, een zus van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm II, was veel doortastender in haar optreden dan haar besluiteloze echtgenoot.

In Fulda nam Willem Frederik zijn intrek in het kasteel ‘Fasanerie’.

In Fulda nam Willem Frederik zijn intrek in het kasteel ‘Fasanerie’.

Negentien jaar omzwerven

Na de ineenstorting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de overhaaste vlucht van stadhouder Willem V naar Engeland, begon voor Willem Frederik een periode van negentien jaar van omzwervingen door Europa. Hij verbleef langere perioden in Londen en Parijs, her en der in het Duitse Rijk en woonde een tijdlang in Polen, waar hij landgoederen bezat. Steeds was hij op zoek naar eerherstel of naar een ambt dat paste bij zijn status. Hij was tot vergaande concessies bereid en gedroeg zich af en toe als een windvaan. In 1799 was hij actief betrokken bij de invasie van Britse en Russische troepen in het noorden van Holland in de hoop dat het stadhouderlijk bewind hersteld zou kunnen worden. Dit liep echter op een debacle uit. Willem Frederik zag er geen been in om een paar jaar later de kant van de tegenpartij te kiezen en met Napoleon aan te pappen in de hoop dat die hem ergens een lucratief baantje of functie (met dito inkomen) kon bieden.

Willem I heette wel ‘Kanalen-koning’. Vooral het graven van het Noord-Hollands Kanaal werd door tijdgenoten als een huzarenstukje beschouwd. Op deze prent worden bij Purmerend (op 9 januari 1830) enkele vastgevroren koopvaardijschepen uit het ijs van het Noord-Hollands Kanaal vrijgemaakt.

Willem I heette wel ‘Kanalen-koning’. Vooral het graven van het Noord-Hollands Kanaal werd door tijdgenoten als een huzarenstukje beschouwd. Op deze prent worden bij Purmerend (op 9 januari 1830) enkele vastgevroren koopvaardijschepen uit het ijs van het Noord-Hollands Kanaal vrijgemaakt.

Verspreid bezit

In 1802 bleek dat de aanhouder soms ook daadwerkelijk wint. Mede als compensatie voor het verlies van zijn omvangrijke bezittingen werd in het Verdrag van Parijs bepaald dat ‘Zijne Doorluchtige Hoogheid [zal] verkrijgen 1° het bisdom en de abdij van Fulda, 2° de abdij van Corvey, 3° de abdij van Weingarten met haar dependentiën, 4° de Rijkssteden Dortmund in Westfalen en Isny en Buchhorn in Zuidelijk Zwaben’. Deze nieuwe bezittingen van Willem Frederik lagen honderden kilometers uit elkaar. Hij koos Fulda als hoofdvestiging. Dit gebied, ter grootte van de provincie Groningen, lag het meest centraal. Een groot probleem was dat Willem Frederik zijn verspreid liggende bezittingen alleen kon bereiken via territoria van andere vorsten.

Als onderdeel van zijn charmeoffensief liet Willem I een serie prenten vervaardigen om Zuidelijke zijn onderdanen van zijn goede bedoelingen te overtuigen. Op de vijftiende plaat uit een serie van 24 is de ontmoeting afgebeeld van de koning met de industrieel John Cockerill. De vorst verzekert de ondernemer dat hij altijd geld overheeft voor de industrie van het land.

Als onderdeel van zijn charmeoffensief liet Willem I een serie prenten vervaardigen om Zuidelijke zijn onderdanen van zijn goede bedoelingen te overtuigen. Op de vijftiende plaat uit een serie van 24 is de ontmoeting afgebeeld van de koning met de industrieel John Cockerill. De vorst verzekert de ondernemer dat hij altijd geld overheeft voor de industrie van het land.

Fulda als leerschool

Fulda was voor de nieuwe vorst zowel een leerschool als een laboratorium. Willem Frederik sloeg de conservatieve adviezen van zijn vader volledig in de wind en liet zich bij de inrichting van het bestuur vooral leiden door nut en doelmatigheid. ‘Met volksverlichting en de bevordering van de zedelijkheid’, zo schrijft zijn biograaf Jeroen Koch, ‘wilde hij zijn onderdanen tot goede staatsburgers opvoeden, tot gelukkige, rationele en rechtschapen mensen.’ Hij wilde in Fulda een efficiënt gecentraliseerd bestuur op poten zetten, ingericht volgens en handelend naar wetenschappelijke inzichten. Hierbij konden kerkelijke aangelegenheden – een protestantse vorst in katholieke gebiedsdelen – en de economie op zijn bijzondere belangstelling rekenen. Met voortvarendheid werd gewerkt aan plannen voor de aanleg van wegen en de verbetering van de handel, nijverheid en de landbouw.
Van deze ambitieuze plannen kwam in de praktijk niet veel terecht. Andermaal waren de napoleontische oorlogen, die in 1805 hervat werden, hieraan debet. Als luitenant-generaal was Willem Frederik mede verantwoordelijk voor de nederlaag bij Auerstedt. Met zijn legermacht trok hij zich daarna terug in Erfurt. Bij de nadering van Franse troepen droeg de vorst van Fulda, zonder dat er een schot was gelost, deze stad over aan de vijand (inclusief een grote voorraad wapentuig en munitie). Deze eerloze capitulatie werd hem niet in dank afgenomen. Zelfs Napoleon had er geen goed woord voor over. Als ‘dank’ voor deze vriendendienst raakte Willem Frederik zijn Duitse bezittingen kwijt. In 1806 stond hij weer met lege handen en was er in Europa eigenlijk niemand die nog voor hem in de bres wilde springen.

Wouter Verschoor schilderde tussen 1831 en 1835 dit tafereel uit de Tiendaagse Veldtocht (augustus 1831), waarop een groep soldaten en officieren te paard rust houdt bij een herberg.

Wouter Verschoor schilderde tussen 1831 en 1835 dit tafereel uit de Tiendaagse Veldtocht (augustus 1831), waarop een groep soldaten en officieren te paard rust houdt bij een herberg.

Bufferstaat

Toen in het najaar van 1813 duidelijk werd dat de laatste dagen van het Franse Keizerrijk geteld waren, gloorde er plotseling en volkomen onverwacht weer hoop voor de ambteloze Prins van Oranje. Hij bleek een ideale pion in het schaakspel dat de Britten wilden spelen om het machtsevenwicht op het Europese vasteland te herstellen en de Franse expansiedrift te beteugelen. Daarom moest aan de Franse noordgrens een nieuwe staat de rol van buffer gaan vervullen. Door het samenvoegen van het territorium van de vroegere Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en dat van de Oostenrijkse Nederlanden zou een middelgrote staat gecreëerd worden. Groot genoeg om voldoende tegenwicht aan Frankrijk te kunnen bieden, maar ook weer klein genoeg om geen bedreiging voor Engeland te vormen.

Tijdens de Belgische Opstand hield koning Willem I een groot leger op de been. Deze soldaten werden bij particulieren ingekwartierd of in legerkampen gehuisvest. Het grootste kamp was ingericht op de uitgestrekte heidevelden in Rijen (tien kilometer ten westen van Tilburg). De soldaten verbleven in lange rijen witte tenten. Rechts marcheren soldaten, op de voorgrond gadegeslagen door enkele bezoekers. Een anoniem schilderij, gemaakt tussen 1831 en 1835.

Tijdens de Belgische Opstand hield koning Willem I een groot leger op de been. Deze soldaten werden bij particulieren ingekwartierd of in legerkampen gehuisvest. Het grootste kamp was ingericht op de uitgestrekte heidevelden in Rijen (tien kilometer ten westen van Tilburg). De soldaten verbleven in lange rijen witte tenten. Rechts marcheren soldaten, op de voorgrond gadegeslagen door enkele bezoekers. Een anoniem schilderij, gemaakt tussen 1831 en 1835.

Noord en Zuid 230 jaar apart

Bij Willem Frederik stonden in deze turbulente periode strategie en de belangen van zijn familie voorop. Het welzijn van de bevolking was ondergeschikt aan het dynastieke streven van de Oranjeprins naar een zo omvangrijk mogelijk territorium. Als het aan hem had gelegen was het hele gebied ten westen van de Rijn en ten noorden van de Moezel óók aan het nieuw te vormen koninkrijk toegevoegd. Maar deze vlieger ging niet op, daarvoor was de afgunst van de koning van Pruisen te groot.
Na een reeks van inhuldigingsplechtigheden, wachtte koning Willem I de zware opdracht om onderling sterk verschillende gebieden tot één geheel samen te voegen. Bij het Congres van Wenen, waar de samenvoeging van Noord en Zuid werd bekrachtigd, werd er nauwelijks rekening mee gehouden dat deze gebieden sinds de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht (1579) niet meer bij elkaar hadden gehoord. In de loop van deze ruim twee eeuwen was de politieke, economische, sociale en culturele kloof tussen Noord en Zuid gapend wijd geworden.

Spotprent uit 1830 waarin Jambe de Bois aan het Belgische publiek vier kooien met wilde beesten laat zien. In elke kooi zit een afgezette vorst. Rechts koning Willem I als ‘le Lion du Nord’. In de andere drie kooien zitten ‘Le Charlon’ (Karel X), ‘Le Dérouté’ (Hussein Dey van Algiers) en ‘Le Bronzé’ (Karel II, hertog van Brunswijk).

Spotprent uit 1830 waarin Jambe de Bois aan het Belgische publiek vier kooien met wilde beesten laat zien. In elke kooi zit een afgezette vorst. Rechts koning Willem I als ‘le Lion du Nord’. In de andere drie kooien zitten ‘Le Charlon’ (Karel X), ‘Le Dérouté’ (Hussein Dey van Algiers) en ‘Le Bronzé’ (Karel II, hertog van Brunswijk).

Koninkrijk als bedrijf

Willem I wilde de draad die hij in 1806 in Fulda had moeten laten vallen weer oppakken. Met tomeloze inzet nam hij zich voor het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ‘op te stoten in de vaart der volkeren’. De twee meest bekende bijnamen waarmee Willem I getypeerd wordt – de koning-koopman en de kanalenkoning – geven al aan op welk vlak de aandacht van de koning geconcentreerd werd: de economie. In iedere door de koning uitgesproken troonrede werd vergroting van de welvaart als het eerste oogmerk van zijn bewind genoemd. Hij beschouwde zijn koninkrijk als één groot bedrijf. Om de vastgelopen economie weer op gang te brengen, moesten er investeringen worden gedaan. De kolossale staatsschuld en de torenhoge militaire uitgaven tijdens de beginjaren maakten dit moeilijk. Na een paar jaar van vallen en opstaan, ontstond er een min of meer geïntegreerd economisch systeem: moderne nijverheid in Zuid, handel in Noord en de koloniën als afzetmarkt en leverancier van grondstoffen.
Dit (bescheiden) succes op economisch gebied – een deel van de financiering van het beleid mag volgens de huidige standaard ‘frauduleus’ genoemd worden – kon niet verhullen dat de politieke kinderziekten nooit overwonnen werden. Hoewel hij bij de inhuldigingsplechtigheden steeds opnieuw beloofd had de grondwet ‘onverwijld’ te zullen invoeren en naleven, kwam daar in de praktijk niet veel van terecht. ‘Onder het bewind van koning Willem I’, aldus Jeroen Koch, ‘ontstond geen moderne constitutionele politiek voor zover die een heldere scheiding van machten en spreiding van verantwoordelijkheden veronderstelde, of het openlijk afwegen van conflicterende belangen en het afleggen van rekenschap door bewindspersonen.’
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld: In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een anonieme pasteltekening op perkament van Willem Frederik, getiteld ‘Het mantelportret’. Deze tekening lijkt als twee druppels water op het schilderij van Friedrich Bury, dat in de galeriezaal van kasteel Fasanerie in Fulda hangt. (Rijksmuseum))

De rest van dit boeiende artikel ook lezen? Koop dan de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder