Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Tongblaarkrabber

31 augustus 2015 Siebrand Krul

Het woord doet het vast goed in allerlei spelletjes: tongblaarkrabber. Het landbouwmuseum in Eernewoude heeft er eentje op de kop getikt. De krabber of schraper is een bewerkte munt, een Arendschelling, en dateert uit ongeveer 1650. Bij de bestrijding van de gevreesde tongblaarziekte onder koeien gebruikten boeren zo'n krabber om blaren mee stuk te maken. Dit exemplaar is in een weiland nabij Achlum gevonden.

Het muntje is gedeeltelijk afgezaagd, aan één zijde gekarteld en in het midden doorboord. Uit oude beschrijvingen is bekend dat boeren er een steel aan bevestigden. Bij tongblaar denken we aan Mond en Klauwzeer (MKZ), maar uit oude publicaties wordt niet altijd duidelijk welke ziekten er in het verleden heersten. De symptomen verschilden met de huidige en deze kunnen daarom niet direct op huidige ziektes worden teruggevoerd. De tongblaar van toen is blijkbaar iets anders dan de MKZ van nu. Vaak werd het zelfs onder één naam gebracht: runderpest. Hieronder vielen dus verschillende ziektes.
In een beschrijving uit 1732 wordt een uitbraak van tongblaar als volgt beschreven: “….de krankte op de beeste op de tonge grote gate in vielen…” en men stelde tevens dat deze ziekte “…zich door geen uitwendige verschijnselen openbaart, want een ziek dier eet, drinkt en werkt zoals het gewoon is te doen, totdat de tong uitgevallen is, waarop het dier kort daarna sterft “. Dit ziektebeeld voltrok zich in 24 uur tijd. Deze aandoening werd toen – en ook later – nog al eens verward met mond-en klauwzeer, omdat men in 1732 beschrijft dat ook paarden worden aangetast, terwijl paarden ongevoelig zijn voor MKZ.

Miltvuur
Omstreeks 1850 komen de eerste mededelingen waarin gesteld wordt dat tongblaar een verschijningsvorm van miltvuur zou zijn. In een overzicht uit 1872 over veeziekten en – sterften in de vorige eeuwen, stelt men dat er in 1732, naast runderpest, nog een tweetal besmettelijke ziektes hebben geheerst. Eén van deze ziektes werd gekenmerkt door ‘dat er in dat jaar eene brandige smetziekte was van blaasjes of puistjes op de tong, welke door middel van doorvlijming en afspoeling genezen werden’. Na de ontdekking (1877) van de miltvuurbacil bij dieren door Louis Pasteur en na de door hem ontwikkelde enting tegen miltvuur, komt tongblaar, als een op zich zelf staande ziekte in de 20ste eeuw niet meer voor. Maar de miltvuurbacterie die wij kennen veroorzaakt géén blaarvorming in de mondholte, noch op de tong en alleen paarden gehouden in tropische streken lopen kans op een miltvuurinfectie. Kortom; we kunnen de conclusie trekken dat tongblaar destijds niet werd veroorzaakt door ons huidige Mond- en Klauwzeervirus, noch door het ons bekende Runderpestvirus en noch door de Miltvuurbacterie. Waardoor genoemde tongblaar dan wél werd veroorzaakt, blijft vooralsnog een vraagteken.

Tongschraper
In oude publicaties staat eenduidig dat bij het constateren van tongblaar snel gehandeld dient te worden. Voor de behandeling van blaren wordt vaak verwezen naar het tongschrapertje als nu verworven. In het boekwerkje: ‘De Friesche stalmeester en koeijen-dokter’ (Leeuwarden 1772) staat: ‘en zoo dra men één of meer blaaren op de tong gewaar word, moet men door schraaping met een plat Yzer, waar aan fyne tanden gevyld zyn, doen barsten; doch een stuk plat zilver word hier toe veel beter geacht”. Ook de later bekende prof. Numan beveelt in zijn boek: ‘een scherp zilveren plaatje of stuk geld aan, aan hetwelk een ijzeren staafje tot handvatsel is vastgehecht.’

Fries Landbouwmuseum – Koaidyk 8b – 9264 TP Eernewoude
www.frieslandbouwmuseum.nl


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder