Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Schandaal rond ‘Jetje Dondermond’

31 augustus 2015 Siebrand Krul

Henriette d’Oultremont behoorde niet tot de dames van het slag van madame de Pompadour of andere maîtresses met een liederlijke levensstijl. Ze was een integere en diepgelovige vrouw die paste bij het hofleven van koning Willem I in Brussel en Den Haag dat voor het saaiste van Europa doorging. Uitgespuwd door familie en politiek, en uitgelachen door pers en publieke opinie vonden Willem I en zijn tweede vrouw, een katholieke gravin uit het pas afgescheurde België, troost en liefde bij elkaar tot de dood hen scheidde. Pure hartstocht en romantiek dus…

Het huwelijksaanzoek, in mei 1839, kwam totaal onverwacht. Willem was 67 jaar en nog geen twee jaren weduwnaar; zij was 47 jaar, ongehuwd en al 22 jaar hofdame. Naar de heersende normen stond ze niet als een schoonheid bekend; ze was lang en mager. Wel genoot ze de sympathie van iedereen door haar ‘opgeruimd karakter, bevalligheid en tactvol optreden’. Ze was scherp van geest, welbespraakt, vol temperament en esprit. Én niet zonder ambities, meenden sommigen.
Henriette d’Oultremont was bovendien katholiek, niet van prinselijke bloede én afkomstig uit het pas onafhankelijke België, de drie voornaamste bezwaren tegen een mogelijke echtverbintenis. Dat laatste verwijt was deels onterecht. Henriette werd in 1792 in Maastricht geboren, meer bepaald in een huis dat behoorde tot het Servaasgasthuis nabij het Vrijthof. Haar moeder was een dochter van admiraal Hartsinck. Het grafelijk geslacht d’Oultremont speelde een vooraanstaande rol in het prinsbisdom Luik en had zich geïntegreerd in de Noord-Nederlandse elite. Haar vader vocht met de Hollandse gardes tegen de Franse revolutionairen; haar twee broers brachten het tot kamerheer van respectievelijk Willem I en prins Frederik.

De gravin van Nassau op latere leeftijd.

De gravin van Nassau op latere leeftijd.

Buitenechtelijke kinderen

In eerste instantie reageerde Henriette afwijzend op het aanzoek. Doordat ze van lagere adellijke stand was, kon ze alleen huwen ‘met de linkerhand’. Meer bepaald mocht ze de titel van koningin niet dragen en haar eventuele kinderen hadden geen recht op de troon. Willem zag geen bezwaar. Zijn schoonbroer, koning Willem Frederik III van Pruisen, had enkele jaren voordien een gelijkaardig morganatisch huwelijk gesloten. De koning-weduwnaar bleef daarom aandringen. Ten einde raad richtte Henriette zich tot kroonprins Willem voor advies: ‘de koning heeft me al zo vaak een waarlijk treurig beeld opgehangen van het isolement waarin hij zich bevindt, en van zijn wens op een dag een zwartzuster ter beschikking te hebben dat ik bijna onmiddellijk bereid was de geloften af te leggen’.
Willems kinderen waren aanvankelijk niet gekant tegen een huwelijk. Pas nadat medewerkers en ministers van de koning en vooral de hofhouding geïnformeerd werden, waren de poppen aan het dansen. De grootste verrassing was namelijk dat Willem niet gekozen had voor de hofdame Julie von der Goltz. Het was een publiek geheim dat de koning voor die Duitse gravin ‘nooit onverschillig was geweest’, schrijft Roppe (die over de kwestie publiceerde, zie kader) met veel gevoel voor understatement. Het staat intussen vast dat hij bij Von der Goltz tussen 1807 en 1812 vier buitenechtelijke kinderen had verwekt, in het Berlijnse doopregister ingeschreven als nakomelingen van Wilhelm Friedrich von Dietz, een van zijn Nassause titels.

Na haar dood op 26 oktober 1864 werd Henriëtte begraven in deze grafkapel op het familiale domein van Wégimont, in de buurt van Luik. Het kasteel deed onder de Nazi’s dienst als Lebensborn-kliniek. Tegenwoordig baat de provincie er een recreatiedomein uit.

Na haar dood op 26 oktober 1864 werd Henriëtte begraven in deze grafkapel op het familiale domein van Wégimont, in de buurt van Luik. Het kasteel deed onder de Nazi’s dienst als Lebensborn-kliniek. Tegenwoordig baat de provincie er een recreatiedomein uit.

Afgewezen minnares

Willems aanzoek zette daarom het serail op zijn kop, schrijft Henriette. Het was gedaan met het gekeuvel en de minzame conversaties tijdens het dagelijkse thee-uurtje, het enige moment van ontspanning voor de koning tijdens zijn lange werkdagen. De afgewezen minnares voelde zich verraden en stortte in de ene zenuwcrisis na de andere; de andere hofdames lieten Henriette voelen dat ze een ambitieuze intrigante was en dus niet langer gewenst. In haar correspondentie herinnert ze vaak aan deze periode toen ze het mikpunt was van jaloezie, spot en achterklap.
Willems liefdesverklaring stuitte niet alleen in zijn rechtstreekse omgeving op onbegrip en vijandschap; de reacties onder de politici en in de pers waren vernietigend. Het waren buitenlandse kranten die het bericht als eerste en heel sec hadden gebracht, vooraleer het liberale Amsterdamse Algemeen Handelsblad het grof geschut bovenhaalde. Verraad aan de natie, heette het, daarin gevolgd door de protestantse kerken die Willem vergeleken met de oude Salomo, die zich ingelaten had met honderden vreemde vrouwen. De Nederlanders hadden jarenlang militaire en financiële offers gebracht en nu liet hun eigen vorst hen in de steek. Een Franse krant lanceerde zelfs het gerucht dat Henriette vijftien jaar eerder een buitenechtelijk kind van Willem op de wereld had gezet.

Spotprent op het huwelijk. Het verliefde stel verlaat opgekleed de balzaal, de beloning voor volharding en moed. De vrienden van vroeger blijven verweesd achter. ‘Het is de liefde, de liefde, de liefde’. (Rijksmuseum Amsterdam)

Spotprent op het huwelijk. Het verliefde stel verlaat opgekleed de balzaal, de beloning voor volharding en moed. De vrienden van vroeger blijven verweesd achter. ‘Het is de liefde, de liefde, de liefde’. (Rijksmuseum Amsterdam)

Scabreuze campagne

De hetze in de pers woedde in alle hevigheid toen Henriette, einde september 1839, op reis naar Italië vertrok. Ze deed dat op instigatie van kroonprins Willem. Het was het volgende offer dat de onderdanige gravin bracht voor haar ‘père de famille’, zoals ze Willem liefkozend in haar brieven noemde. Het huwelijk was aanvankelijk gepland voor 28 augustus 1839 maar minister Van Maanen kon de koning die datum op het laatste ogenblik uit zijn hoofd praten. Door een langdurige reis hoopte het toekomstige echtpaar dat de gemoederen zouden bedaren. Henriette wilde op geen enkel ogenblik Willems geluk in de weg staan, noch het aanzien van zijn volk doen verliezen, noch de troebele relaties tussen vader en zoon doen verslechteren. Het is nochtans kroonprins Willem geweest die de pers de nodige informatie bezorgde voor een scabreuze campagne tegen het omstreden huwelijk. In het gezelschap van de graaf en gravin de Lannoy en haar petekind bezocht Henriette eerst de Provence en de Côte d’Azur. In Italië werden achtereenvolgens de kunststeden Genua, Pisa, Firenze en Rome aangedaan om uiteindelijk in Napels een appartement voor een periode van drie maanden te huren. Op de terugreis werden andermaal Rome, Venetië en enkele Duitse steden bezocht.

Voor het Alhambra in Granada. Behalve een jaarlijkse reis naar de Silezische erfdomeinen ging de gravin-weduwe geregeld op familiebezoek in België en sporadisch naar Parijs, Spanje en Italië.

Voor het Alhambra in Granada. Behalve een jaarlijkse reis naar de Silezische erfdomeinen ging de gravin-weduwe geregeld op familiebezoek in België en sporadisch naar Parijs, Spanje en Italië.

Gissen en tobben

De reis, deels gefinancierd door de koning, vormde de aanleiding voor een heel intensieve briefwisseling tussen beide geliefden. Hoewel afstandelijk van toon, schemerde de hartstocht voor elkaar door. Maar naarmate de tijd verstreek, maakte de hoop plaats voor vertwijfeling, ontgoocheling, ontreddering en ten slotte berusting. Hun lotgevallen lagen in Gods handen, schreef een weemoedige Willem in maart 1840. Zeker voor Henriette was de maandenlange, zelf gekozen afzondering zwaar om te dragen. Behalve Willems brieven ontving ze van familie en kennissen de weinig bemoedigende boodschap dat ze beter zou verzaken aan haar trouwplannen. Vaak ook waren de berichten tegenstrijdig om de eenvoudige reden dat een brief in die tijd minstens twaalf dagen onderweg was. De zwaarmoedige Willem zelf nam haar op geen enkel moment in vertrouwen wanneer het ging over zijn politieke plannen en projecten. De gravin kon enkel gissen en tobben over haar toekomst.

‘Vaarwel aan de goedgelovigen voor wie het vaderland dierbaar is’ terwijl de koopman-koning en zijn vrouw de Duitse grens oversteken. Na het huwelijk zouden Willem en Henriette regelmatig naar Nederland terugkeren, tot groot ongenoegen van Willem II. (Rijksmuseum Amsterdam)

‘Vaarwel aan de goedgelovigen voor wie het vaderland dierbaar is’ terwijl de koopman-koning en zijn vrouw de Duitse grens oversteken. Na het huwelijk zouden Willem en Henriette regelmatig naar Nederland terugkeren, tot groot ongenoegen van Willem II. (Rijksmuseum Amsterdam)

Henriette als curiositeit

De enige vorm van ontspanning waren de bezoeken aan historische bezienswaardigheden. Henriette schrijft daarover met spitse pen en met een ruime culturele bagage. De talrijke bals en recepties die haar hadden kunnen opvrolijken, meed ze zoveel mogelijk. Haar reputatie snelde haar vooruit zodat ze bij die gelegenheden als ‘curiositeit’ bekeken en besproken werd. Het absolute hoogtepunt was evenwel het bezoek aan de Sint-Pieterskerk waar ze ‘een uur geknield zou willen zitten, op mijn gemak biddend en huilend’. Tweemaal kreeg ze een audiëntie bij de paus. De enige voorwaarde die Henriette had gesteld, was namelijk een dispensatie van het Vaticaan voor het huwelijk met de protestantse vorst. Die goedkeuring zou er ook komen, maar pas na een jaar geduldig wachten en de bemiddeling van haar neef Emile, Belgisch gezant bij de Heilige Stoel.

Spotprent op ‘Willem Kaaskoper’. De vorst is een laffe man zonder principes of respect voor de grondwet en enkel uit op eigengewin en een knus bestaan met ‘Jet Dondermond’. (Rijksmuseum Amsterdam)

Spotprent op ‘Willem Kaaskoper’. De vorst is een laffe man zonder principes of respect voor de grondwet en enkel uit op eigengewin en een knus bestaan met ‘Jet Dondermond’. (Rijksmuseum Amsterdam)

Ontgoocheld

Einde februari 1840, toen het huurcontract in Napels verlopen was, schreef ze vertwijfeld dat ze wilde terugkeren, meer dan eens ontgoocheld door het getalm van Willem. Willem zelf lag op dat ogenblik andermaal onder vuur. Het was het Algemeen Handelsblad dat een nieuwe ‘veldtogt’ tegen de koning had ingezet, van tips en geld voorzien door de kroonprins. Willem, de held van Waterloo, zag de kans schoon om eindelijk de troon te bestijgen. De druk op de eenzame koning werd zo groot dat hij zonder overleg afzag van het omstreden huwelijk. Henriette, in juni 1840 thuisgekomen op het kasteel van haar broer in Duras, reageerde heel gereserveerd en wilde haar leven terug opnemen, dicht bij haar familieleden en ver weg van alle publieke belangstelling. Ze huurde een herenhuis in Luik.

Nr.-11--wilem---1843

Huwelijk in Berlijn

Was een abdicatie in die omstandigheden niet de meest elegante en welkome oplossing? Willem, door alles en iedereen verlaten, had er kort na het huwelijksaanzoek voor het eerst over gerept. De herziening van de grondwet, onvermijdelijk geworden door het vredesverdrag met België, ontwikkelde een eigen dynamiek die veel ingrijpender was dan Willem I had verwacht of gewenst. Na 27 jaren onafgebroken in dienst van de staat gestaan te hebben, werd de koninklijke beslissingsmacht geschrapt. Een teleurgestelde en ontgoochelde vorst kondigde daarom zijn troonsafstand aan en ging voortaan door het leven als graaf van Nassau én als een vrij man, zo vrij om in februari 1841 in Berlijn tijdens een sobere plechtigheid zijn ‘Jetje’ tot vrouw te nemen..
(Luc Minten)

(Openingsbeeld: Henriette viel niet op door haar lichamelijke schoonheid, des te meer door haar sprankelende geest en conversaties.)

 

Het complete artikel lezen? Koop nu de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder