Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Majoor van Oranje

31 augustus 2015 Siebrand Krul

Soms worden in archieven onverwachte schatten gevonden. Het journaal van Jacobus Hojel is zo’n schat, die bij toeval in particulier bezit werd aangetroffen en nu wordt bewaard in het Nationaal Archief. Het levensverhaal van Jacobus Hojel (1779-1858) biedt een verrassend inkijkje bij koning Willem, diens zoon en bij Willem thuis.

Van 6 december 1813, het moment dat hij Ierland had achtergelaten om te helpen bij de bevrijding van zijn vaderland Nederland, schreef Hojel een verslag van zijn belevenissen. Hojel was aanwezig bij talrijke belangrijke gebeurtenissen van het koninkrijk: de inhuldiging van Willem I in de Nieuwe Kerk, de Belgische Opstand in Brussel in 1830 en – op 12 augustus 1831 – de slag bij Boutersem tijdens de Tiendaagse Veldtocht.
Toen Nederland zich eind 1813 van de Fransen ontdeed en het Oranjehuis er terugkeerde, haastte Hojel zich daarheen om te helpen. Op 21 december 1813 in Den Haag gearriveerd, bood hij zijn diensten als militair aan. Willem I besloot eigenhandig tot zijn aanneming en stelde Hojel ter beschikking van zijn zoon, de kroonprins en opperbevelhebber. Die detacheerde hem, vast om zijn kennis van het Engels, bij de opperbevelhebber van de Britse strijdkrachten in de Nederlanden, Sir Thomas Graham. Die werd in augustus 1814 opgevolgd door de Prins van Oranje. Dat was een uitvloeisel van zijn verloving met de Britse kroonprinses Charlotte, die overigens de verloving na een half jaar verbrak. Willem I had zich bijzonder ingespannen voor die verloving, was dus zeer verbolgen over de breuk en rekende dat zijn zoon de kroonprins aan.

De drie boekjes waarin Jacobus Hojel zijn herinneringen heeft opgeschreven. (Foto Jan Zweerts/Nationaal Archief, Den Haag)

De drie boekjes waarin Jacobus Hojel zijn herinneringen heeft opgeschreven. (Foto Jan Zweerts/Nationaal Archief, Den Haag)

Weg van de kroonprins

Laat in 1814 diende die prins een voordracht in voor de bevordering van zijn staflid Hojel tot luitenant-kolonel. Via de minister van Oorlog kwam die bij Willem I terecht, die niet alleen de voordracht afwees, maar ook de overplaatsing van Hojel naar Deventer gelastte, weg uit de omgeving van de prins. De Oranjevorst luchtte zo zijn gram over de verbroken verloving, maar ook zijn afgunst op zijn zoon. Willem II was veel vlotter en beminnelijker in de omgang dan zijn vader en dankte daaraan een grote populariteit. Willem I gebruikte Hojel dus om zijn eigen zoon een hak te zetten. Hojel schrijft daarover in zijn dagboek:
15e januari 1815 vertrok ik uit Brussel naar mijn nieuwe bestemming te Deventer, waar ik benoemd was tot chef ad interim van de staf van het tweede of noordelijk Generaal Commando, welke benoeming had plaatsgevonden als gevolg van de voordracht van de erfprins om mij tot luitenant-kolonel te bevorderen, wat niet de goedkeuring van ZKH de soeverein kon wegdragen. Ik verliet de erfprins met alle gevoelens van spijt, zoals wel verondersteld kan worden, omdat hij mij vanaf de dag van mijn aankomst in Holland ieder blijk van vriendschap dat in zijn macht lag, had gegeven, wat uit niets duidelijker bleek dan uit zijn stap om mij aan zijn staf te verbinden, met hem te leven en mij te laten werken in de dubbele hoedanigheid van Nederlands stafofficier en Engels militair secretaris (uit welke laatste ik vanwege mijn vertrek naar Deventer ontslag moest nemen op 25 januari 1815). Voor zijn beminnelijke kwaliteiten zal ik hem altijd achten en voor zijn goedheid van hart en voor zijn vriendschap jegens mij zal ik hem altijd liefhebben en dienen bij alle gelegenheden tot het uiterste van mijn kracht. Dezelfde gevoelens zal ik ook op mijn kinderen overbrengen tot mijn laatste adem.

De ‘steek’ (bicorne) van majoor Jacobus Hojel, gemaakt door Willem Pauwels & Zoon, circa 1830-1832. (Rijksmuseum, Amsterdam)

De ‘steek’ (bicorne) van majoor Jacobus Hojel, gemaakt door Willem Pauwels & Zoon, circa 1830-1832. (Rijksmuseum, Amsterdam)

Twistappel tussen vader en zoon

De financiële gevolgen van de ingreep brachten Hojels plannen voor gezinshereniging in Nederland in de verdrukking. Nog een overplaatsing in 1815 en Hojels indeling à la suite, boventallig, bij een infanterieregiment in 1816 hadden hetzelfde effect. Hojels tegenslagen veroorzaakten aanhoudende gezondheidsproblemen. Uiteindelijk vroeg en kreeg hij per 1 januari 1819 ontslag met invaliditeitspensioen. Hij heeft toen twee jaar gewerkt in het domeinbeheer van Soestdijk, het buitenpaleis van de kroonprins, maar voorjaar 1821 kwam daaraan een einde. Waarom is niet duidelijk, maar vanaf 1822 genoot Hojel een levenslange toelage van duizend gulden per jaar uit de particuliere middelen van de kroonprins.
Had de Oranjevorst majoor Hojel dus van de wal in de sloot geholpen, de kroonprins deed zijn best om het slachtoffer boven water te houden. Dat was ook niet de eerste keer, want toen Hojel in 1816 zijn oudste zoon onder zijn hoede kreeg, zorgde de kroonprins voor plaatsing aan de Artillerie- en Genieschool in Delft en bekostigde de opleiding.

Op het slagveld

Hojel maakte als ambteloos burger in Brussel de Belgische Opstand van augustus 1830 mee. Hij bood dadelijk zijn diensten als militair aan en werd aangenomen als chef-staf van de provinciaal commandant. Kort daarna maakte opperbevelhebber prins Frederik hem ‘commandant van het hoofdkwartier te velde’, verantwoordelijk voor de onderbrenging, inkwartiering, verzorging en fourage, verplaatsing, veiligheid en orde van dat hoofdkwartier. Zo kon het gebeuren dat hij op 12 augustus 1831, de laatste dag van de Tiendaagse Veldtocht, naast de kroonprins reed toen diens paard door een kanonskogel werd geraakt. Hojel schreef daarover:
De prins stuurde wat infanterie, cavalerie en een halve batterij artillerie naar links om om het dorp te trekken en de vijand in de flank en rug aan te vallen. Rond die tijd werd van het paard van Zijne Koninklijke Hoogheid een voorbeen weggeschoten door een kanonskogel. Ik stond naast hem en gaf hem mijn paard, hij reed verder met zijn gewone koelbloedigheid alsof er niets was gebeurd. (De schilder Kruseman heeft dat moment afgebeeld op een groot schilderij, waarop de prins en ik, het gewonde paard en het mijne op de voorgrond, prins Frederik en sommigen van de stad, generaal Constant, generaal Trip &c &c &c sterk gelijkend zijn afgebeeld). Dit gebeurde om ongeveer zeven uur ’s morgens. Kort daarna kreeg ik mijn paard terug en bleef de hele dag bij de prins.
In alle uitbeeldingen van dit ‘incident van Boutersem’ is Hojels paard steevast een schimmel, Hojel zelf vertelt dat het dier kastanjebruin was. Het voorval bezorgde hem de Militaire Willems Orde 4e klasse.

Weldoener

In 1836 werd Hojel eindelijk bevorderd tot luitenant-kolonel – 22 jaar nadat Willem I de eerste poging had getorpedeerd. Zijn pensionering in die rang, in 1842, strookte vermoedelijk niet met gedane toezeggingen, maar daar was niets meer aan te doen. Koning Willem II gelastte daarom Hojels promotie tot kolonel-titulair en verhoogde zijn particuliere toelage met achthonderd gulden. Geen wonder dat Hojel in zijn testament van 1856 de tweede Oranjevorst aanduidde als ‘mijn vriend en weldoender’. Zijn dagboek bewijst dat op het moment van overlijden van Willem II in 1849:
1849 23 maart. De dood van mijn beweende en geliefde koning, voorgevallen in de nacht van de 16 op de 17e jongstleden, veroorzaakte bij mij zoveel pijn en verdriet dat ik erg onwel werd. Voor rust en afleiding ging ik vandaag weg uit Amsterdam naar Haarlem en logeerde in de Groene Valk bij Van den Berg. In dat toevluchtsoord herstelden mijn zenuwen zich een beetje, zodat ik hier op de 25e aanvolgend terugkeerde. Ik dineerde thuis en vermeed iedereen. Op 2 april ging ik naar Den Haag om de begrafenis bij te wonen.
(Hein Jongbloed, Nationaal Archief, Den Haag)

(Openingsbeeld: Kroonprins Willem en Jacobus Hojel in de Slag bij Boutersem op 12 augustus 1831 tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Detail van een anonieme kopie naar het originele schilderij van Cornelis Kruseman, circa 1890. (Foto Hein Jongbloed/Particuliere collectie))

Lees het gehele artikel over Hojel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder