Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het volk is soeverein

10 augustus 2015 Siebrand Krul

In 1302 vaardigde paus Bonifatius VIII zijn beroemde bul Unam Sanctam uit. Daarin legde hij nog eens duidelijk uit aan iedereen die het nog niet wist of niet wilde weten dat hij, en hij alleen, als opvolger van Petrus en plaatsvervanger van Christus het absolute gezag had op aarde. ‘Tenslotte verklaren, proclameren en stellen wij vast dat elk menselijk wezen zich moet onderwerpen aan het pauselijk gezag om het eeuwige heil te verkrijgen’, zo eindigde hij zijn pauselijk schrijven.

De paus had alle reden bezorgd te zijn. In 13de eeuw had de ontdekking van de verloren gewaande geschriften van de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.) een revolutie veroorzaakt in het politieke denken. Voor Aristoteles stond vast dat er maar één wereld is, de wereld waarin wij leven, en dat de mens geen ziel heeft en dat er geen leven na de dood is. De belangrijkste opgave waarvoor de mens dus staat tijdens zijn kortstondig bestaan op aarde, is om hier op aarde zo gelukkig mogelijk te worden. In zijn eentje kan de mens dat nooit bereiken. Daarom hebben de mensen een gemeenschap gesticht, een staat, om zo, in goed overleg met elkaar, afspraken te kunnen maken die de welvaart en het welzijn voor de leden van de gemeenschap moeten garanderen. De mensen kunnen dit omdat de natuur hen begiftigd heeft met verstand (logos, ratio) en met het vermogen om met elkaar te communiceren via taal.
De opvattingen van Aristoteles stonden haaks op wat het christendom leerde. De mens had wel een ziel, er was wel een leven na de dood en de opdracht waarvoor de mens zich zag gesteld was ervoor zorgen dat hij zijn leven zo inrichtte dat hij na zijn overlijden in de hemel kwam. Hoe dat moest, wist alleen de kerk, het instituut door Jezus Christus zelf ingesteld met aan het hoofd de paus, de plaatsvervanger van Jezus op aarde en de opvolger van Petrus aan wie Jezus de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen had gegeven.

Buste van Aristoteles in de Bibliothèque Mazarine in Parijs.

Buste van Aristoteles in de Bibliothèque Mazarine in Parijs.

Menselijke orde

Het is begrijpelijk dat de pausen wel moesten ingrijpen om deze Griek monddood te maken. De boeken van Aristoteles werden op de lijst gezet van verboden literatuur. Tevergeefs. Als een troep wilde honden stortte de intellectuele elite zich op Aristoteles om kennis te nemen van het gedachtengoed van deze ‘ketter’. Eén van hen was de arts, theoloog en rechtsgeleerde Marsilius van Padua (ca. 1275-1342/43), rector van de universiteit van Parijs.
In 1324 schreef hij met hulp van Johannes van Jandun het boek Defensor Pacis (De verdediger van de vrede). Daarin behandelt hij drie vragen: Wat ligt ten grondslag aan een vreedzame en ordelijke menselijke samenleving? Wat kan deze vrede en orde bedreigen? Wie is de grootste bedreiging? Aan de hand van Aristoteles en de door hem geïnspireerde politieke denkers en juristen uit de Romeinse Republiek, met name Cicero, denkt Marsilius het antwoord op deze vragen te kunnen geven.
Als christen kan Marsilius moeilijk het bestaan van een bovennatuurlijke wereld, de hemel, ontkennen. Hij doet dat dan ook niet, maar stelt dat de natuurlijke wereld en de bovennatuurlijke wereld twee gescheiden werelden zijn. Net als Aristoteles en Cicero definieert Marsilius de menselijke samenleving als een collectief van burgers die zich vrijwillig hebben aaneengesloten om vorm te geven aan hun bestaan. Om te voorkomen dat de gemeenschap uiteenvalt, zijn regels, afspraken en wetten nodig. Alle leden van de gemeenschap, die daartoe gekwalificeerd zijn, moeten bij deze wetgeving betrokken worden, immers ‘Quod omnes tangit debet ab omnibus approbari’ (Dat wat allen aangaat moet de goedkeuring verkrijgen van allen). Politiek is dus een publieke zaak, waaraan elke burger mag en moet deelnemen. Uiteraard staat het het volk vrij zijn wetgevende macht te delegeren aan een selecte groep of aan één persoon, maar wel onder voorwaarde dat dezen verantwoording afleggen aan het volk voor de wijze waarop zij hun gezag/ambt uitoefenen.

Fragment van de muurschildering De Atheense School van Rafael uit 1508 in de Stanza della Segnatura in het Vaticaan. In het midden Aristoteles die met zijn vinger naar beneden wijst, daarmee zeggend dat de aarde de enige werkelijkheid is. Zijn leermeester Plato staat naast hem en wijst naar boven, omdat volgens hem de bovennatuurlijke wereld de enige werkelijkheid is.

Fragment van de muurschildering De Atheense School van Rafael uit 1508 in de Stanza della Segnatura in het Vaticaan. In het midden Aristoteles die met zijn vinger naar beneden wijst, daarmee zeggend dat de aarde de enige werkelijkheid is. Zijn leermeester Plato staat naast hem en wijst naar boven, omdat volgens hem de bovennatuurlijke wereld de enige werkelijkheid is.

De paus is een bedreiging

De vraag wat en wie een bedreiging kunnen zijn voor de stabiliteit van de gemeenschap laat zich nu makkelijk beantwoorden: de paus en diens aanspraak op het door God zelf hem gegeven absolute gezag over de christelijke gemeenschap. Marsilius vindt deze claim om een aantal redenen misplaatst. Allereerst geldt het adagium ‘Dat wat allen aangaat verdient de goedkeuring van allen’ ook voor de kerk, de gemeenschap der gelovigen. Het geloof en de geloofsleer zijn zaken die alle christenen aangaan en derhalve is het aan hen vast te stellen wat zij inhouden. De meest praktische manier om dit te bewerkstelligen is het vormen van een algemene kerkvergadering, een concilie, waarin vertegenwoordigers van de soevereine gemeenschap der gelovigen de geloofsartikelen definiëren en de paus kiezen.
Marsilius gaat echter verder. Wat de paus niet kan en mag is een zondaar uit de gemeenschap stoten. Het begaan van een zonde heeft, zo lang het geen misdrijf is, geen consequenties voor de staat. Hetzelfde geldt voor ketterij. De kerk mag wel iemand veroordelen wegens ketterij, maar de staat zal pas optreden tegen een ketter optreden wanneer hij een gevaar vormt voor de staat.
Om twee redenen dus vormt de paus een bedreiging voor de vrede en stabiliteit van de staat. Hij plaatst zich boven de gemeenschap en legt zijn wil op aan de gemeenschap in de veronderstelling dat de gemeenschap een zuiver christelijke gemeenschap is met als enig doel het hiernamaals. Net als de kerk heeft de staat een eigen bestaansrecht en de paus dient zich verre te houden van staatsaangelegenheden. Deze zijn het prerogatief van de burgers.
In 1342/43 stierf Marsilius, verketterd en geëxcommuniceerd door paus Johannes XXII. In 1414 kwam het Concilie van Konstanz bijeen en verklaarde plechtig dat het concilie de gehele christelijke gemeenschap vertegenwoordigde. Met dank aan Marsilius van Padua.
(Ben Speet)

(Openingsbeeld: Fresco van Bonifatius VIII in de basiliek van Jan van Lateranen in Rome.)

Lees nog veel meer artikelen over het beroemde Concilie van Konstanz in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder