Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Zonnebad ontdekt

15 juli 2015 Siebrand Krul

‘0 God, dat heerlijke huwelijk! Zo komt ieder tot zijn bestemming in de wereld, alleen ik niet; ik ben verbrand van de zon! Ik mag in een hoek gaan zitten, en ach en wee roepen om een man!’ Deze verzuchting van de gevatte Beatrice uit Shakespeares komedie ‘Veel gedoe om niets’ is illustratief: heel lang was het hebben van een zongebruinde huid niet chique en was juist een bleke huidtint het schoonheidsideaal. Wie gebruind was, verried dat hij buiten op het land moest werken en daarmee zijn lage status.

De adel en de gegoede burgerij vermeed de zon. Mannen evengoed als vrouwen wapenden zich ertegen met kleding, hoeden en parasols. Ook poeders en crèmes werden ingezet om de huid zo licht mogelijk te tonen. En dan, haast als een donderslag bij zonnige hemel, kwam daar in de jaren twintig van de vorige eeuw opvallend snel verandering in. De westerse mens ontdekte het zonnen. Maar toch ook weer niet helemaal uit het niets. Al eerder was de kijk op het lijf veranderd. De knellende korsetten werden letterlijk afgeworpen. De ongerepte staat werd het nieuwe ideaal. Het lichaam moest zich vrij kunnen ontplooien. En de zon als symbool van de natuur en het zuivere werd als heilbrengster omarmd. In 1903 kreeg Biels Finsen de Nobelprijs voor geneeskunde vanwege zijn behandeling van tuberculose en rachitis met zonlicht. Heliotherapie, zoals het werd genoemd, werd een panacee, het zonnebad een wondermiddel dat voor bijna alles goed was.

 

Tegenwoordig oubollig, maar in de jaren dertig waren zowel outfit als bruine teint ongebruikelijk.

Tegenwoordig oubollig, maar in de jaren dertig waren zowel outfit als bruine teint ongebruikelijk.

 

Eerlijk of met bedrog

Probeerde iedereen tot circa 1925 de zon te vermijden. Daarna werd het precies andersom. De modetijdschriften van die tijd getuigen van die omslag. Bijvoorbeeld het Amerikaanse Harpers Bazaar. In de uitgave van juni 1929 werd een groot artikel aan de nieuwe zonnecultus gewijd met als conclusie: ‘Er is geen twijfel mogelijk. Wanneer je niet gebruind bent hoor je er deze zomer niet bij’. Bruin moest je volgens het blad zijn, ‘met eerlijke middelen of bedrog’! Weer een nieuwe rage uit het de nieuwe wereld van overzee? Beslist niet. Hepkema’s Courant, het nuchtere Nieuwsblad van Friesland -misschien minder modieus dan Harpers maar zeker zo praktisch- bracht in zijn editie van 17 juni 1936 een soort van handleiding voor het zonnen. ‘Zonnebaden zijn gezond, mits goed toegepast, men hoede zich voor overdrijving’, zo werd de lezer met Friese zakelijkheid voorgehouden.

 

Reclame voor het onverwoestbare merk Nivea, jaren twintig. De badgast als doelgroep.

Reclame voor het onverwoestbare merk Nivea, jaren twintig. De badgast als doelgroep.

 

Gletscher Crème

Want te veel zon resulteerde in zonnebrand. Lang werd gedacht dat de zonnewarmte daarvoor verantwoordelijk was. Maar in 1801 ontdekte de Duitse chemicus Wilhelm Ritter het bestaan van onzichtbare ultraviolette (UV) straling en hij bewees dat die de hoofdoorzaak van verbranding was. Voorlopig bleef dat vooral nog een academisch weetje. Maar met de groeiende populariteit van het zonnebad vanaf 1920 ontstond ook de vraag naar producten die verbranding door de zon konden voorkomen, zónder jezelf het geliefde zonnebad te moeten ontzeggen. De wereld was rijp voor een zonnebrandcrème. Er werd druk gezocht naar een middel dat de UV-straling zou kunnen tegenhouden. De eerste commerciële crème werd door het Franse L’Oréal in 1935 op de markt gebracht: Ambre Solair. Er volgden er snel meer. Zo lanceerde de Oostenrijker Franz Greiter in 1938 zijn ‘Glestcher Crème’. Na de oorlog werd deze zalf een wereldwijd succes onder de naam Piz Buin, naar de berg waar Greiter ooit een fikse verbranding opliep. Het Duitse Nivea, al langer actief met cosmetische smeerseltjes, bleef niet achter. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat zonnebrandcrème in de standaarduitrusting van de Amerikaanse soldaten die werden uitgezonden naar het Pacifisch strijdtoneel. Het heette Red Pet Vet, ofwel rode vaseline, een zalf op basis van petroleum, om uiteindelijk, met een aangename geur verrijkt, onder de naam Coppertone een commerciële hit te worden.

 

Ambre Solaire beweerde in 1955 dat met zijn crème een egale bruine huidskleur gegarandeerd was.

Ambre Solaire beweerde in 1955 dat met zijn crème een egale bruine huidskleur gegarandeerd was.

 

Zonnen is gevaarlijk

In 1962 ontwikkelde Piz Buin een methode om de beschermingsfactor van een crème te meten en zette daarmee een standaard. De brede invoering van de vakantie als arbeidsvoorwaarde gaf het zonnen een nieuwe impuls. Het massatoerisme bracht de Europeanen massaal naar zonnige oorden. Bruin moest je zijn. Wie bruin was liet zien dat hij zich een vakantie kon veroorloven. Bruin gold als natuurlijk en gezond. De zonnebank deed zijn intrede net als zelfbruinende crèmes. Tot een nieuw inzicht een einde maakte aan die vrolijke onbezorgdheid. Het was al langer bekend dat zonnestraling huidkanker kon veroorzaken. Maar nu werd vastgesteld dat overmatige blootstelling aan de zon zelfs de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van huidkanker was. Zonnen kon wel, maar niet te lang en zeker niet onbeschermd. Voor de zonnebrandcrème ontketende dat een ‘wapenwedloop’ om de hoogste beschermingsfactor.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: Het Coppertone-meisje uit 1958 werd een icoon in de reclamewereld.)

Lees de andere helft van dit boeiende artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder