Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Levende mirakels

15 juli 2015 Siebrand Krul

Een magiër haalt een vrouw in trance die boven een tafel zweeft door een hoepel. Even verderop staat een aapje achter een fornuis te koken, wijn uit een fles drinkend en een deftige heer laat zijn voet pedicuren, ondertussen genietend van een sigaar. Deze bonte verzameling kleine ‘automaten’ komt tot leven als je voor oplichtende vitrines gaat staan in een Frans museum in Souillac aan de Dordogne. Ze werden onder andere op kermissen getoond eind 19de eeuw, in een tijd van wereldtentoonstellingen, koloniën en belangstelling voor het exotische.

Iedereen kent ze wel, speelgoedfiguurtjes die bewegen, zoals het Duracell konijntje dat maar blijft doortrommelen. Het is een voorbeeld van een automaat, op batterijen of netstroom werkend of die vroeger, met een stalen veer en een sleutel, werden opgewonden.
Al in het oude Griekenland en Rome werden simpele automaten gemaakt. Ze werkten op waterkracht of met gewichten. In de 14de eeuw kwamen torenuurwerken op, zoals in Straatsburg en Venetië, waarbij op het hele uur mens- en dierfiguren begonnen te bewegen. Later die eeuw gingen zelfs automatische carillons meespelen. De hertog van Artois verraste zijn bezoekers met muzikale robots, metalen vogels en plotseling werkende fonteinen die het gezelschap nat spoten.

 

Zodra je voor de vitrine vin het museum gaat staan, begint de jazzband te spelen. (Foto Lex Veldhoen)

Zodra je voor de vitrine vin het museum gaat staan, begint de jazzband te spelen. (Foto Lex Veldhoen)

 

De hemel opent, engelen dalen neer

Er kwamen steeds complexere speelwerken, waarbij drie elementen werden verenigd: een klok, muziek en bewegende figuren, vormgegeven als opwindbare tafelklokken en -automaten. Zo bezat keizer Rudolf II eind 16de eeuw een zilveren schip van Hans Schlottheim uit Augsburg met een kanon dat echt afgeschoten werd. Een Weihnachtskrippe van dezelfde Schlottheim bestaat uit een mechaniek waarbij kleine figuurtjes ronddraaiend een buiging voor het kindeke Jezus maken. Boven hen schuift de hemel (in de vorm van twee halve bollen) open en drie engelen met gespreide vleugels dalen neer, begeleid door orgelmuziek. Orgelpijpen en blaasbalgen waren onderin dit speelwerk ingebouwd en brachten ‘Uit de hemel daal ik neer’ ten gehore. Voor de meeste mensen, die geen elektriciteit of opgenomen muziek kenden, moeten het ware wonderen zijn geweest als ze (soms middels een tijdmechanisme onverwacht) begonnen te spelen. Componisten als Mozart, Haydn en Händel componeerden speciale muziekstukken, waarbij de melodie op een cilinder met pinnen werd geprogrammeerd.

 

Het stationstafereel in het museum van Souillac. (Foto Lex Veldhoen)

Het stationstafereel in het museum van Souillac. (Foto Lex Veldhoen)

 

Mechanische Turk

Het waren kostbare speeltjes, unica, alleen betaalbaar voor de bourgeoisie en bijvoorbeeld stadvorsten in steden als Dresden en Florence. Ze werden trots getoond in verzamelkabinetten of tijdens feesten en diners. De poppenfiguren werden steeds verfijnder gemaakt, met opslaande ogen en zo bewegend, dat het leek alsof ze bijvoorbeeld een instrument bespeelden. Uit de 18de eeuw dateert de cimbaal spelende ‘La Joueuse de Tympanon’, zó precies gemaakt, dat de geprogrammeerde pop zelf op een mini-cimbaal acht melodieën speelde. De Zwitserse Pierre Jaquet-Droz maakte een automaat in de vorm van een schrijvend jongetje. Zeer beroemd werd de Mechanische Turk, een schaakspelende ‘automaat’. Hij werd in 1769 gemaakt door de Hongaarse ingenieur baron Wolfgang von Kempelen, in opdracht van koningin Maria Theresia. Deze automaat met een levensgrote pop achter een schaakbord reisde onder grote publieke belangstelling door Europa en Amerika, won het schaakspel meestal en nam het zelfs op tegen Napoleon en de oervader van de computer, Charles Babbage.
De Mechanische Turk werd vernietigd tijdens een brand, maar op een gravure is hij nog te zien: een halfhoge kast met openslaande deurtjes, zodat het mechanisme getoond kon worden aan het publiek. Achter het schaakbord zat een Turkse figuur met een tulband op. Deze ‘computer avant la lettre’ leidde destijds al tot discussies over artificiële intelligentie. Achteraf kwam aan het licht dat er een schaakspeler verborgen zat in de kast. Toch was het zeer ingenieus: de verborgen speler kon via een verkleind schaakbord, spiegels en een mechanisme in de kast zetten van de tegenstander observeren en de juiste tegenzetten doen.

 

Een restaurator van het Utrechtse Museum Speelklok aan het werk.

Een restaurator van het Utrechtse Museum Speelklok aan het werk.

 

Ambachtelijk vakmanschap

Door de industriële ontwikkelingen van de 19de eeuw konden automaten in oplagen goedkoper vervaardigd worden, waardoor ze bereikbaar werden voor een breder publiek. Franse bedrijven als Lambert, Vichy, Houdin (die met zijn automaten optrad en de beroemde illusionist Houdini inspireerde), Decamps en Phalibois vervaardigden ze (de laatste veelal onder glazen stolpen). Toch kostte een balalaika spelende Mephistofeles eind 19de eeuw bij Lambert nog 550 franc (voor een overnachting in een luxueus hotel betaalde je destijds vier franc). Gaston Decamps hield het vol tot het einde van de 20ste eeuw. Het atelier sloot in 1995 haar deuren.
Waren de automaten aanvankelijk klokken, speeldozen van hout en metaal, de latere, zeer verfijnde robot-figuren werden gemaakt met onderdelen van talloze materialen, dankzij een samenwerking van vele vakmensen: ontwerpers die bepaalden wat een automaat moest kunnen (roken, buigen, balanceren), klokkenmakers die het mechanische gedeelte uitwerkten, modelleerders (veelal werkend met klei, gips, hout en was) en mallenmakers voor onderdelen van porselein, karton en papier-maché. Kleermakers vervaardigden de zijden minikostuums met lovertjes, borduursels, kraaltjes en decorateurs zorgden voor de goed lijkende huidoppervlakken (vaak gemaakt met zacht leer), lichaamskleuren en krullende oogwimpers. Ook waren er (glazen) ogenmakers en decorbouwers betrokken bij deze ‘Gesamtkunstwerken’. De thema’s waren ontleend aan de wereld der magiërs, het circus met zijn clowns en de theaterwereld (Folies Bergère). Tongen werden uitgestoken, goocheltrucs geëvoceerd en acrobatiekacts nagebootst. Zo is er bijvoorbeeld een clown die met zijn hoofd achter een opgehouden waaier verdwijnt. Het hoofd komt vervolgens uit een doos ernaast, in de vorm van een dobbelsteen, weer tevoorschijn.

 

Een atelier waar poppenhoofden worden gemaakt. (Foto Lex Veldhoen)

Een atelier waar poppenhoofden worden gemaakt. (Foto Lex Veldhoen)

 

Kwetterend vogeltje op een snuifdoos

In het Utrechtse Museum Speelklok is een grote collectie zelfspelende muziekinstrumenten te zien: klokken, een dioramaschilderij met bewegende delen, gemaakt in Groningen, speeldozen, orchestrions, straat-, kermis- en dansorgels, waaronder van de firma Decap uit België, evenals pianola’s met voor iedere melodie een geperforeerde papieren rol, die via voetpedalen worden aangedreven. Vlakbij een koperen spijltjeskooi met een nachtegaal komt een klein wit konijntje omhoog uit een kool. Het spitst de oren, kijkt schichtig rond, wil aan een blaadje kauwen, maar schrikt en duikt snel weer weg. Dit alles begeleid door ijle muziekklanken. Een zwartgelakte snuifdoos is getooid met een vogeltje op het deksel dat kwetterend zingt en op een zwarte klok staat een goudkleurige Apollo met harp en speer. Deze orgelklok is in 1750 gemaakt door de Engelse George Pyke. Op de wijzerplaat is achter glas een symbolische schildering over de vergankelijkheid: in een arcadisch landschap komt een vrolijke stoet voorbij, maar op de voorgrond timmeren drie mannen een doodskist, begeleid door muziek van een klein orgeltje in de klok. Bijzonder en kwetsbaar zijn marottes: bolle poppenfiguren met porseleinen hoofdjes op een houten handvat. Als je ze ronddraait klinkt er muziek, maar als je de verkeerde kant opdraait, gaat het speelwerk kapot.
Dit voorjaar was in het Utrechtse museum tevens de tentoonstelling ‘Moving Magic’ te zien met automaten uit de 19de en begin 20ste eeuw, evenals een foto van de destijds beroemde Le patissier du Palais Royal van Houdin met bewegende poppetjes die broodbakken. Hij reisde er destijds mee rond en het publiek mocht een te bakken broodje uitkiezen. De zoon van Houdin zat verborgen achter deze minibakkerij. Hij hoorde de keuze gezegd worden en even later kwam een bakkertje met het juiste broodje tevoorschijn. Een andere automaat uit die periode bestaat uit een (echt) rokende man met bril die rook inhaleert, terwijl een clown naast hem deze even later weer uitblaast.

 

Half gefabriceerde poppen met zichtbare mechanismen. (Foto Lex Veldhoen)

Half gefabriceerde poppen met zichtbare mechanismen. (Foto Lex Veldhoen)

 

Kunstige reclameautomaten

Omstreeks 1900 waren er nieuwe rollen weggelegd voor automaten; als reclamedisplays in etalages en op toonbanken; prachtig gedetailleerd, met simpel bewegende onderdelen. Door de komst van elektriciteit konden figuren met elektromotortjes onafgebroken bewegen.
Zo tilt een zouaaf een oversized pakje Zig Zag tabaksvloeitjes boven zijn hoofd en een glimlachende baby komt tevoorschijn uit een blikje Lait Mont Blanc. Aanstekelijke publiekslieveling is Le Rieur, een dik, kaalhoofdig mannetje dat, zodra je voor hem gaat staan, lachend en vooroverbuigend schuddebuikt. Het is een reclame voor een middel tegen maagzuur; het mannetje is opgelucht, omdat zijn maagproblemen zijn opgelost. Ook nu nog bekende merken maakten zo reclame, zoals Gillette, Johnnie Walker, Michelin en Philips. Dat ze uit een voorbije tijd stammen, blijkt uit een scandaleuze zeepreclame, waarbij een mollige dienstmeid met kanten muts een zwart jongetje in schuimend water wast: eerst haren en gezicht, vervolgens kantelt het negerfiguurtje om zijn as (een metalen draadje) in bad om; vervolgens wordt zijn omhoog stekende achterwerk met een borstel schoon geschrobd….

 

Een nagebootste werkplaats in museum ‘Automates Avenue’ in Falaise. (Foto Lex Veldhoen)

Een nagebootste werkplaats in museum ‘Automates Avenue’ in Falaise. (Foto Lex Veldhoen)

 

Charlie Chaplin

Tegelijkertijd gingen (vooral Parijse) warenhuizen, zoals Lafayette, hun etalages rond de Kerst prachtig decoreren. Hierbij werden automaatfiguren opgeblazen tot soms wel menselijke proporties in sfeervolle landschaps- of sprookjesdecors. In het Musée de l’Automate in Souillac staan de bandleden in een verstarde houding achter glas, totdat het licht aangaat, er jazzmuziek opklinkt en de drie levensgrote negerpoppen beginnen te spelen: een pianist met flessen drank op de piano, een violist en een goedlachse drummer, alle drie gekleed in rode jasjes met gouden revers. Het sfeervolle tafereel werd in 1920 gemaakt door Gaston Decamps. Even verderop buigt een kleinere Charlie Chaplin bij een gaslantaarnpaal naar voren, daarbij met zijn schoen tegen de vitrineruit tikkend om aandacht te vragen. Bij een stationstafereel met zeventig centimeter grote poppen komt een ouderwetse locomotief aanrijden. Liggend op het perron lokt een jongetje een uit de mand van een boerenvrouw ontsnapte gans met stukjes brood weg van de rails. Het dier probeert op te fladderen voor de aanstormende locomotief. Een spoorwegbeambte zwaait zijn vlag om de trein te waarschuwen, terwijl een wachtende deftige heer met een dame, die haar lorgnet naar haar ogen brengt, toekijken vanaf het perron.
(Lex Veldhoen)

Lees de andere helft van dit boeiende artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50 euro!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder