Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Douane en Gendarmerie

30 juni 2015 Siebrand Krul

Nationale politie- en douanediensten bestonden in het Ancien Régime niet. Per regio en zelfs per stad verschilde hun organisatie en reglementering hemelsbreed. Goed functionerende douane- en politiediensten waren voor een officier als Napoleon Bonaparte een voorwaarde voor een behoorlijk functionerende Franse staat. Voor hem leunden beide korpsen aan bij het militair apparaat.

In 1789 werd in het revolutionaire Frankrijk een nieuwe landelijk georganiseerde belastingdienst opgericht die de regionale belastingpachters verving, de police du commerce intérieure. Om de herkenbaarheid te bevorderen kregen (bewapende) douaniers met grensdienst in 1800 een groen uniform. In de Zuidelijke Nederlanden werd de Franse douanestructuur ingevoerd na de annexatie van 1795.
In de Noordelijke Nederlanden maakte de Bataafse staatsgreep een einde aan de gewestelijke autonomie. Een centrale dienst van convoyen en licenten werd verantwoordelijk voor de controle en de inning van invoer- en uitvoerbelastingen. Daarvoor bleef men wel gebruik maken van het Generaal Plakkaat van 1725. Om de welig tierende smokkel aan te kunnen pakken, werd in 1807 de controle in havens en langs de kust opgevoerd. Soldaten en gendarmes werden daarvoor door het Departement van Oorlog ter beschikking gesteld aan het Departement van Financiën. Om smokkel over land beter aan te pakken, ontstond in 1808 een korps grensjagers met 195 voormalige onderofficieren. Zij werden in escouades of brigades van vijf man aan de landsgrens gestationeerd. Omdat de smokkelhandel alleen maar toenam, liet keizer Napoleon Bonaparte in 1809 zijn broer Lodewijk Napoleon, koning van Nederland, een autonome directeur-generaal der douane benoemen. Een voorbode voor de annexatie van het Koninkrijk Holland in 1810, waarna Franse douaniers massaal het land overspoelden. De Franse douanewetten werden ingevoerd en nauwgezet gecontroleerd. De douaniers waren het meest gehate symbool van de Franse annexatie.
De integratie van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden startte desondanks niet met een gelijklopende wetgeving. Toen in november 1813 de Fransen Nederland ontruimden, werd hun douanedienst opgedoekt en verviel men terug op de lijst van 1725. In het nieuwe belastingsysteem dat in 1816 werd ingevoerd, greep de regering toch terug naar het Franse model. De douanecontrole aan de grens werd heringevoerd. Daarvoor werd een douanezone van ‘een uur gaans’ landinwaarts ingesteld. Aan de kust bedroeg die zone, het jachtgebied van de douaniers, ‘een half uur gaans’.

 

Een marechaussee onderschept een Belgische sluipschutter tijdens de Tiendaagse Veldtocht, 8 augustus 1831. (Coll. Ned. Inst. voor Militaire Historie)

Een marechaussee onderschept een Belgische sluipschutter tijdens de Tiendaagse Veldtocht, 8 augustus 1831. (Coll. Ned. Inst. voor Militaire Historie)

Landelijke militaire politie

De scheiding van noord en zuid werd na 1830 vooral via de douane uitgevochten. Langsheen de nieuwe grens tussen beide landen was een strenge controle op handelsgoederen en de taxatie en inning van douanerechten. In beide landen waren extra douaniers nodig om de grens en de grenszone te controleren. Verwarring aan de grens over functionarissen was uitgesloten toen Nederlandse douaniers vanaf 1819 een lichtblauw uniform droegen en hun Belgische collega’s vanaf 1832 een flesgroen.
In Frankrijk was reeds in het Ancien Régime een korps militaire politie actief om deserteurs en plunderende soldaten terug in het gareel te brengen. Deze koninklijke maréchaussées werden in de saneringsgolf van de Franse Revolutie van 1789 afgeschaft, maar in 1791 heropgericht als Gendarmerie Nationale. Het nieuwe korps gens d’armes fungeerde opnieuw als militaire politie en als algemene landelijke politiedienst. Zij maakten in de zuidelijke Nederlanden vanaf 10 juli 1796 integraal deel uit van de Franse bestuurlijke organisatie. Eén van hun specifieke opdrachten was het opsporen van deserteurs, wat hen direct ongeliefd maakte. Toen het koninkrijk Nederland naar Frans model werd ingericht, hoorde daar in 1806 ook een korps Koninklijke Gendarmerie bij. Het wegtrekken van de Fransen uit Nederland, betekende tevens het opdoeken van de Gendarmerie als militaire politie-eenheid. In de bezette Zuidelijke Nederlanden was de Franse Gendarmerie in 1814 eveneens verdwenen. De onveiligheid op het platteland noodzaakte evenwel een snelle herintroductie. Om de associatie met de Franse periode te vermijden kregen de nieuwe gendarmes per besluit van 27 februari 1814 de naam maréchaussées.

 

Marechaussee te paard, uniform gedragen in de periode 1814-1844. (Coll. Ned. Inst. voor Militaire Historie)

Marechaussee te paard, uniform gedragen in de periode 1814-1844. (Coll. Ned. Inst. voor Militaire Historie)

Eigen paard kopen

Zij werden overgenomen door het nieuwe bestuur: op 26 oktober 1814 tekende koning Willem het besluit voor de organisatie van de Koninklijke Marechaussee. Die bleef alleen in de Zuidelijke Nederlanden, evenals in Limburg, actief. Het korps werd verdeeld in brigades van vijf man met standplaatsen in verschillende kantonhoofdplaatsen en gebundeld in negen compagnieën, één per provincie. Als opdracht had het korps ‘de orde te handhaven, de uitvoering van de wetten te verzekeren en te waken voor de veiligheid van de grenzen en de grote wegen’. Het bleef onder het Departement van Oorlog ressorteren voor organisatie en bewapening, maar werkte verder voor het Departement van Justitie. Net als bij de douane werd in duo gepatrouilleerd en woonden de marechaussees in een kazerne. De meeste marechaussees hadden voor hun patrouilles een paard, dat zij zelf dienden te kopen. Dat zou de zorg stimuleren. Daarvoor kreeg hij jaarlijks wel 290 gulden meer soldij dan een marechaussee te voet. De beeldbepalende blauwe uniformkleur met nestel (schouderkoord) en de springende granaat bleven getrouw aan het Franse voorbeeld behouden. Koning Willem liet in 1815 de uitbreiding van het korps naar de Noordelijke Nederlanden onderzoeken. Pas vanaf 1889 werd het korps Marechaussee in heel Nederland operationeel. Alleen in Noord-Brabant werd in 1818 een compagnie Marechaussee opgericht en verdeeld over 28 brigades. Daarmee was algemeen politioneel toezicht tot aan de grote rivieren geregeld. De veerponten werden immers bewaakt.

 

Belgische en Nederlandse douaniers en marechaussees en gendarmes in 1903 in Watervliet bij de reconstructie van een 'zigeunerprobleem'. (Coll. DC D&A museum Antwerpen)

Belgische en Nederlandse douaniers en marechaussees en gendarmes in 1903 in Watervliet bij de reconstructie van een ‘zigeunerprobleem’. (Coll. DC D&A museum Antwerpen)

Schatplichtig aan 1798

De opstand van 1830 bracht het korps Marechaussee in verdrukking. Enkel de compagnie Noord-Brabant en de brigades te Maastricht en Luxemburg konden op hun post blijven. In Zeeuws-Vlaanderen werden marechausseebrigades ingericht om Belgische bedelaars af te schrikken. Honderden (Vlaamse) marechaussees trokken naar het noorden, anderen werden gevangen genomen, ontwapend of sloten zich aan bij de opstandelingen. Na de eerste wapenstilstand in oktober 1830 kregen de marechaussees die dat wensten de kans om hun ontslag aan te vragen. Zij konden hun dienst hernemen binnen een Belgische structuur. Het Voorlopig Bewind in Brussel hernam de organisatie van een landelijke militaire politiedienst op 19 november 1830. Het besluit van 26 december 1830 regelde de territoriale organisatie van deze Gendarmerie Nationale. Om de continuïteit te waarborgen nam het Belgisch model de Nederlandse reglementen van 30 januari en 20 maart 1815 integraal over. Die waren zelf schatplichtig aan de Franse wet op de gendarmerie van 17 april 1798. Deze wettelijke basis werd pas in 1940 (voor Nederland) en in 1957 (voor België) gemoderniseerd.
(Harry van Royen)

Openingsbeeld: Belgische douaniers op grenscontrole. Tekening van J. Thirair. (Coll. DC D&A museum Antwerpen)

Lees het hele artikel en nog veel meer interessants in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder