Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Straatvechter, aristocraat èn socialist

29 mei 2015 Siebrand Krul

De Saksisch-Pruisische rijksgraaf Hermann Pückler, al legendarisch tijdens zijn leven, reisde vanwege het avontuur en om rijke vrouwen (en een slavin) aan de haak te slaan. Tevens ging hij op pad om Engelse landschapsparken te bestuderen. Hij jaagde het familiekapitaal erdoorheen en koopt een Moorse dwerg die leuk in zijn hofhouding past. Oja: hij was ook socialist.

Hermann Pückler werd geboren in Schloß Muskau in 1785, nu vlakbij de Poolse grens gelegen. Hij leed onder een ongelukkige jeugd met ruziënde ouders en een Spartaanse opvoeding bij streng religieuze hernhutters. Zijn rechtenstudie wist hij niet af te maken en hij verkwanselde geld van zijn vader. Een bediende die naar hem in Dresden werd gestuurd om zijn schulden af te lossen, werd door de jonge Pückler met champagne dronken gevoerd. Vervolgens deden zijn vriendjes zich voor als schuldeisers, die zogenaamd zijn schulden afbetaalden. Later liet de graaf, bezitter van de grootste Duitse heerlijkheid, grote schulden na, terwijl hij net als Don Juan en Casanova talloos veel dames schaakte. Hij stamde af van de hoogste adel en was een bohemien, een excentrieke snob en gourmet (er werd zelf ijs naar hem vernoemd). Pückler was tevens een vaardige ruiter, getalenteerd militair en overleefde acht duels, met als trofee het traditionele Duitse litteken op zijn wang, de Mensurstrich. Zijn aristocratische afkomst belette hem niet aanhanger te worden van de Franse sociale utopist Saint-Simon. In zijn hoofd was het vaak een warboel: enerzijds lichtzinnig, anderzijds lijdend aan migraine en buien van depressiviteit.

Op het landgoed Muskou. (Foto Lex Veldhoen)

Op het landgoed Muskou. (Foto Lex Veldhoen)

 

Gokschulden in Rome
Als twintiger reist Pückler van 1807 tot 1810 door Midden- en Zuid-Europa, waarover hij later een dagboek publiceert: ‘Jugendwanderungen’. Hij reist samen met de bevriende Duitse arts dr. Muller te voet (met in zijn rugzak boeken over Latijnse grammatica en de kerkgeschiedenis), per ezel of ze varen mee met binnenschepen op de Rhône. Er vallen gaten in Pücklers dagboek als hij een liaison heeft, zoals in Siena en later op Malta met gravin Von Gallenberg (de grote liefde van Beethoven). Met zijn reisgezel woont hij in Napels het carnaval bij en op de kraterrand van de uitgebarsten Vesuvius kijken ze naar lavastromen (een glas dat ze erin werpen, smelt ter plekke). Omdat hij al zijn geld verliest aan een speeltafel in Rome, moet hij zijn vader opnieuw verzoeken geld te sturen. Op de terugreis bezoekt hij Goethe in Weimar, waar deze een landschapstuin heeft aangelegd en de jonge Pückler adviseert zijn belangstelling hiervoor verder uit te bouwen: ‘U schijnt er talent voor te hebben. De natuur is het dankbaarste, maar ook meest ondoorgrondelijke studieobject, want het maakt de mens, die dat wil zijn, gelukkig.’
In 1813 vecht Pückler onder andere bij Antwerpen als majoor met de Russische en Engelse troepen tegen de Fransen. Hij blinkt uit door zijn moed. Na de vrede reist hij naar Engeland in 1814, mede om nader kennis te maken met de Engelse landschapstuinen. Na een jaar keert hij met enkele volbloedpaarden terug naar Muskau.

De werkkamer in Branitz. (Foto Lex Veldhoen)

De werkkamer in Branitz. (Foto Lex Veldhoen)

 

Ballonvaart over Belijn
Voor 4.000 taler koopt hij de titel Fürst om zijn kansen op de huwelijksmarkt te vergroten en hij werkt aan het omvormen van het slotpark tot landschapspark naar Engelse snit. Daarbij wordt geen enkele moeite gespaard: er werken 200 arbeiders aan en Pückler laat tientallen volgroeide bomen op een familielandgoed bij Cottbus uitgraven. Met een speciale hefboomwagen, voorzien van twee grote spaakwielen, laat hij ze, tot wel 22 meter lang, naar Muskau transporteren. Tussendoor maakt hij een ballonvaart boven Berlijn: ‘Niets mooiers kun je bedenken als het zicht op de kleiner wordende mensen, straten, huizen en uiteindelijk ook de hoogste torens. Hoe de geluiden wegsterven tot een zacht achtergrondgeruis en tenslotte overgaan tot een volledig stilte.’ De tocht eindigt in een boom, totdat bij zonsopgang een voorbijkomende officier te paard ladders en hulp optrommelt.
In 1816 verlooft Pückler zich met gravin Lucie Pappenheim. Hij verkiest haar boven twee andere huwelijkskandidaten, mede omdat zij een rijke erfgename is. Vanwege het mineraalrijke grondwater bouwt Lucie Muskau met diverse badvoorzieningen uit tot een kuuroord: Bad Muskau.

Puckler4-wb

 

Een nieuwe rijke echtgenote
Van 1826 tot 1829 verblijft Pückler opnieuw in Engeland, waar hij luxueus rondreist en verblijft in het vermaarde Clarendon Hotel in Londen. Hij stort zich in het aristocratische gezelschapsleven en vermaakt zich met paardenraces en theater. Daarnaast verdiept hij zich in de plaatselijke mode en het gevangeniswezen. Door koning George IV wordt hij tot ridder geslagen (de koning mist echter, met als gevolg opwaaiende poederwolken uit Pücklers pruik) in het ‘Indiase’, sprookjesachtige Royal Pavillion in Brighton, dat nog steeds bestaat. Pückler maakt deze reis overigens op advies van Lucie, na een formele scheiding, met als achterliggend doel een rijke aristocrate of weduwe aan de haak te slaan om zijn hobby’s, zoals zijn geldverslindende park, te bekostigen. Hij wordt in de Britse pers gekscherend Prince Pickle genoemd en in een roman van Charles Dickens karikaturaal ten tonele gevoerd als graaf Smorltork, die slecht Engels spreekt, alles verkeerd begrijpt en desondanks dikke boeken over Engeland schrijft. In 1829 keert hij ‘zonder ‘inkomstenbron’ terug naar Muskau. Maar zijn reisbrieven aan Lucie worden gebundeld tot een boek en mede door loftuitingen van Goethe in Berlijn een bestseller en in Amerika succesvol verkocht. Pückler wordt geroemd als scherp waarnemer met oog voor het wezenlijke.

De grafpiramide van Hermann Pückler en zijn vrouw Lucie. (Foto Lex Veldhoen)

De grafpiramide van Hermann Pückler en zijn vrouw Lucie. (Foto Lex Veldhoen)

 

Door het heilige Keruan
Vanaf 1834 maakt hij een tien jaar durende reis door de Oriënt. Hij komt met het schip De Krokodil in Algiers aan, reist als bedoeïen gekleed, met pistolen in een gordel om zijn middel, door het Atlasgebergte. Zijn karavaan omvat, naast jagers en een tolk, kamerdienaar Mustafa, twee zwarte hulpjes, kamelen, paarden, een slaapwagen vol beddengoed, tenten, een luchtmatras, ketchup, een waterketel (tegelijkertijd koffiemachine) en een kleine huisapotheek.
As eerste westerling doorkruist hij de verboden heilige stad Keruan en gekleed als Pruisische generaal reist hij door Tunesië, waar hij de plaatselijke vorst Hassan Bey bezoekt. Het laatste kwartaal van 1836 brengt hij op Kreta door, in 1822 veroverd door de Egyptische Mehemed Ali, de ‘Napoleon van de Oriënt’. Deze verlichte despoot weet katoen tot belangrijkste exportproduct te maken, met hulp van buitenlandse technici diverse takken van industrie op te zetten, evenals gezondheidsopleidingen. Bovendien lijft hij Soedan en Syrië in.

Puckler6-wb

 

Struisvogel
Na artikelen in Duitse kranten, waarin hij Ali’s verworvenheden prijst, wordt Pückler vanuit Kreta door een schip opgehaald en in de haven van Alexandrië met saluutschoten verwelkomd door de voltallige vloot. In het paleis in Cairo wordt hij als een vorst onthaald. Ali voorziet hem twee jaar lang (1837-1838) van karavanen, vrijgeleiden en twee grote Nijlschepen, die onderweg tijdens een rivierreis veel gaan lijken op de Ark van Noach. Niet alleen Pücklers hond Susannis vergezelt hem tot in Soedan, waar Stanley en Livingstone pas twintig jaar later doordrongen. Aan boord bevinden zich ook paarden voor uitstapjes onderweg, een schildpad en twee kleine krokodillen in een waterbassin en een Ibis-paar ruziet met een struisvogel. In een mimosaboom op de voorplecht huist een kameleon, terwijl aapje Abeleng vrij rondloopt. Onderweg wordt gejaagd op giraffen, nijlpaarden, krokodillen en antilopen. Tevens reist de dertienjarige slavin Machbuba mee, gekocht op de slavenmarkt van Cairo. Pückler schrijft over haar: ‘Het karakter van dit onbedorven meisje te bestuderen, waar de civilisatie nog niets aan verpest noch geleerd heeft, was tijdens de reis een grote bron van vreugde voor me’. Hij vergelijkt haar met de Venus van Titiaan en onderneemt onderweg uitstapjes in de woestijn met haar. Ze blijkt goed te kunnen paardrijden (ze zou een ontvoerde prinses uit Ethiopië zijn) en Pückler krijgt een steeds intiemere band met haar.

Hermann Pückler en Yusuf Bey.

Hermann Pückler en Yusuf Bey.

 

Verkoop aan Nederlandse prins
Bij terugkomst stelt Fürst Hermann aan Mehemed voor een kanalenstelsel aan te leggen tussen de Witte en de Blauwe Nijl. Hij wil vervolgens het Heilige land en Syrië bezoeken, waartoe hij weer alle medewerking krijgt. Maar de vriendschap met Mehemed bekoelt, onder andere omdat Pückler door een verboden gebied reist. Op de terugreis naar Muskau bezoekt de 29-jarige Liszt hem in zijn Weense hotel, waarna ze bevriend blijven. Pückler schrijft achteraf drie succesvolle boeken over deze reis. Machbuba, die taallessen krijgt en onderweg al ziek geworden is, overlijdt enige tijd later in Muskau met een foto van Pückler in haar hand. Tot jaren na haar dood blijft hij triest en enigszins stuurloos. In 1845 verkoopt hij vanwege geldgebrek zijn bezit in Muskau aan de Nederlandse prins Willem Frederik van Oranje-Nassau. Hij begint een tweede landschapspark aan te leggen op het familielandgoed in Branitz. Via een megafoon geeft hij aanwijzingen aan het personeel, trouw begeleidt door een roedel honden en een tamme kraanvogel.

Puckler8-wb

 

Tamtam voor het diner
Qua extravagantie steekt Pückler de Beierse Ludwig II naar de kroon. Gekleed in Oriëntaalse gewaden rookt hij een waterpijp met Syrische latakiah tabak en staat pas tegen de middag op (bij de belangrijkste veldslag van zijn leven, de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, verslaapt hij zich). Tot zijn hofhouding behoort Joladour, een Moorse dwerg, in Egypte gekocht, de dwerg Billy Masser (hoofd van de huishouding, tevens schaakpartner) en hardloper Ernst Mensen, die sneller dan postkoetsen brieven bezorgt. Gasten zijn verplicht aan het diner te verschijnen, waartoe om negen uur de tamtam wordt geslagen. Als Pückler Berlijn bezoekt, paradeert hij in een open rijtuig, getrokken door vier herten met grote geweien, langs Unter den Linden en verwerft zo de bijnaam ‘Graf Hirsch’.

 

Pückler in Arabische dracht.

Pückler in Arabische dracht.

 

84-jarige soldaat
Vanwege de Wereldtentoonstelling bezoekt hij Engeland in 1851 weer en hij helpt Napoleon III landschapsparken aanleggen bij Parijs, waar hij tevens Heinrich Heine opzoekt. In daaropvolgende jaren maakt hij meerdere Europese kuurreizen, en nog als bejaarde man leeft de viriele vorst zich uit in avances. Zo heeft hij een affaire met de achttienjarige dochter van zijn stiefbroer en op 84-jarige leeftijd wil hij meevechten in de Duits-Franse oorlog. Hij wordt echter op hoffelijke wijze afgewimpeld vanwege zijn vergevorderde leeftijd. Hij overlijdt uiteindelijk in 1871, 86 jaar oud, in Branitz.
(Lex Veldhoen)

Lees de rest van dit spannende verhaal in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder