Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Speelgoedsoldaatjes

21 april 2015 Siebrand Krul

Het is zeker niet het eerste wat je te binnen schiet als je aan oorlog denkt: speelgoed. Maar als je weet hoe lastig het honderd jaar geleden was om je een voorstelling te kunnen maken van wat er aan het front gebeurde, wordt het gebruik van speelgoed al begrijpelijker. In Brussel zijn nu uit allerlei landen speelgoedspullen bijeengebracht die, aangevuld met de verzameling van Volkskunde van Koninklijke Musea, een beeld geven van de Grote Oorlog.

De tentoonstelling van een ogenschijnlijk naïeve voorstelling van de rauwe werkelijkheid, vindt plaats in de Hallepoort en is een samenwerking tussen de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de gemeente Sint-Gillis, Les Rencontres Saint-Gilloises en auteur Paul Herman, met name diens boek ‘Les petits soldats de la Grande Guerre’. Het tentoonstellingsparcours volgt de chronologie van het conflict. Het vooroorlogse klimaat, de eerste gevechten in Europa en de kolonies, de overgang naar de  loopgravenoorlog en de minder opvallende uniformen.

 

‘Bikanir Camel corps’, hol lood, Britains, Londen, 1901. © J.J. Sérol/Glénat/P.Herman

Bikanir Camel corps’, hol lood, Britains, Londen, 1901. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Populair oorlogsspeelgoed
In de eerste helft van de 19de eeuw was speelgoed nog vrij zeldzaam. Het was voorbehouden voor een gegoede minderheid die ambachtelijk speelgoed op bestelling liet maken. Later vond speelgoed ook meer en meer zijn weg naar de huiskamers van de burgerij. Het leger was hierbij een veelvoorkomend thema, omdat het deel uitmaakte van de dagelijkse realiteit. In elke stad stond wel een kazerne. De soldaat was een populair personage en figureerde in een uitgesproken vaderlandslievende propaganda. Kinderen waren er dus erg vertrouwd mee en hadden heel wat speelgoed ter beschikking om zelf oorlogje in het klein te voeren.

 

Belgische cavalerie, lood, Heyde, Dresden, 1910.( © J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Belgische cavalerie, lood, Heyde, Dresden, 1910.( © J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Productie
Aan het einde van de 19de eeuw zag men in vele landen de opkomst van speelgoedsoldaatjes. Meestal waren ze van tin gemaakt. In leistenen gietvormen werd een dun laagje tin gegoten tot een vlak figuurtje. De details waren gegraveerd. Dankzij een nieuwe techniek was het vervolgens mogelijk om holle loden soldaatjes te produceren. Door de productie op te drijven en de kostprijs van de grondstoffen te drukken, konden de fabrikanten ten slotte speelgoed produceren aan competitieve prijzen en het zo voor een groter aantal kinderen toegankelijk maken. Vanaf de jaren 1870 verhuisde speelgoed van het marktkraam of de ijzerwarenhandel naar de meer luxueuze rekken van grote winkels als de Innovation of de Bon Marché in Brussel.

 

Kazerne van Franse soldaten, karton, CBG-Mignot, Parijs, ca. 1920. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Kazerne van Franse soldaten, karton, CBG-Mignot, Parijs, ca. 1920. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Bezetting van België
In augustus 1914 verzette België zich tegen de doortocht van de Duitse troepen en dat kwam het land duur te staan: martelarensteden zoals Andenne, Namen, Dinant, Dendermonde en Leuven werden vernield en de lokale bevolking telde honderden slachtoffers. Het Belgische leger, onder leiding van koning Albert I, kon slechts in een klein deel van het land, achter de IJzer, standhouden. De oorlog werd bijkans letterlijk een moddergevecht, de kleuren vervaagden naar bruin en grijs. In 1915 werden bij verschillende legers de mooie, rijkelijk gedecoreerde uniformen uit de voorgaande eeuw vervangen door uniformen in grauwe kleuren die meer afgestemd waren op de modder van de loopgraven. Maar de speelgoedsoldaatjes behielden vaak de meer aantrekkelijke praaluniformen.

 

Belgische soldaten met kar, hout, Jouet Belge, Bruselles, ca. 1916.  (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Belgische soldaten met kar, hout, Jouet Belge, Bruselles, ca. 1916. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Loopgravenoorlog
Vanaf eind 1914 strekte het strijdperk zich slechts over enkele kilometers uit. De pogingen om dit front te doorbreken leken langs weerskanten vruchteloos. Zodra de verschillende fronten zich stabiliseerden, zochten de soldaten hun toevlucht tot de loopgraven, die steeds gesofisticeerder werden. Mijnen en prikkeldraad langs de loopgraven moesten verrassingsaanvallen verhinderen. Meer naar het einde van de oorlog dienden ze als obstakel voor de eerste tanken, die zich niet lieten tegenhouden door het glooiend terrein tussen de linies. Het dagelijkse leven in de loopgraven werd georganiseerd. En steeds hield iemand de wacht voor een mogelijke vijandige aanval.
Tijdens de oorlogsjaren produceerden de speelgoedfabrikanten maar zelden miniatuurloopgraven. Dit speelgoed weerspiegelde immers een gruwelijke realiteit. In Engeland werden wel loopgravenmaquettes op de markt gebracht die tot ontploffing kwamen door middel van een spanveertje. Ze kenden echter geen succes of werden wellicht discreet uit de catalogus verwijderd. In het interbellum waren er toch verschillende speelgoedfabrikanten die eenvoudige houten loopgravenmaquettes produceerden als decor bij de speelgoedfiguurtjes. Enkele kleinere firma’s maakten tot in de jaren vijftig houten loopgraven in camouflagekleuren.

 

Bouwspel, "Schiffsbaukasten", hout, Duitsland, ca. 1900. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Bouwspel, “Schiffsbaukasten”, hout, Duitsland, ca. 1900. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Liefdadigheid
Terwijl vanaf de aanvang van de oorlog de gewonden toestroomden in de veldhospitalen, kwamen initiatieven van vrouwen op gang om hulporganisaties voor de slachtoffers op te richten.  In deze context zagen ook nieuwe speelgoedfabrieken het daglicht. Ze boden werk aan de vele oorlogsinvaliden en de opbrengst van de verkoop kwam ten goede aan de oorlogswezen. De nieuwe merken droegen namen als ‘Jouet Belge’, ‘Jouet Liégeois , ‘Fa-be-jo’ en ‘Remdeo’.

 

Kasteel, hout, Villard et Weil, Frankrijk, 1900-1930. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Kasteel, hout, Villard et Weil, Frankrijk, 1900-1930. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Strijdende legers
Speelgoedfabrikanten produceerden zowel soldaatjes van het eigen leger als van buitenlandse legers. Om oorlogje te spelen heeft men immers een ‘vijand’ nodig. Een ander verfkleurtje en hoofddeksel volstonden vaak om variatie te brengen in het catalogusaanbod. De soldaatjes van verschillende legers werden gemaakt van dezelfde figuurtjes. Ze droegen identieke patroongordels, rugzakken, geweren en laarzen, hoewel dat in de realiteit niet zo was. De speelgoedfabrikanten werkten dan ook in de eerste plaats voor kinderen en niet voor volwassenen, verzamelaars of liefhebbers van militaire geschiedenis. Bij aanvang van het conflict waren de meeste legers nog steeds uitgerust zoals in de voorgaande eeuw. Ruiters droegen een borstharnas, een helm met pluimen en kleurrijke uniformen. Men trok ten oorlog in parade-uitrusting. Het Duitse leger was beter voorbereid en koos voor minder opvallende kleuren. Desondanks droegen de Pruisen, bij de eerste veldslagen, ook nog de Pickelhaube, een helm van geperst leer met een metalen punt. De realiteit van de Groote Oorlog overtuigde de legeraanvoerders er al gauw van om hun manschappen van stevigere helmen te voorzien. Deze waren minder ‘mooi’ maar boden meer bescherming. De nieuwe uniformen waren minder kleurrijk, maar beter aangepast aan de werkelijke omstandigheden. De speelgoedfabrikanten pasten hun soldaatjes echter niet zo gauw aan aan de nieuwe realiteit. De modellen die geïnspireerd waren op bontgekleurde praaluniformen, fanfares en defilés, waren juist het meest geliefd.

 

Mechanisch speelgoed, "hoofdbreker", hout, Frankrijk, 1916. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Mechanisch speelgoed, “hoofdbreker”, hout, Frankrijk, 1916. (© J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)

Defilé van de overwinning
1918 betekende het einde van de vijandelijkheden. Het beeld van de defilés die plaats vonden in de maanden na de oorlog, is plechtig en toont een zekere waardigheid ter nagedachtenis van de vele slachtoffers. De soldaten, steeds vergezeld van de vlag, waren voortaan helden uit een oorlogsepos, dat weliswaar het laatste had moeten worden. ‘Dit nooit meer’ werd gezegd. De wapenstilstand van 1918 betekende dan wel een onderbreking, maar niet het einde van de menselijke waanzin.
Meteen na afloop van de Groote Oorlog werden de kleine soldaatjes weggeborgen, waarschijnlijk omdat ze te veel ellende in herinnering brachten. Het was vrede die nu heerste. Voor Duitsland was het verboden om militair getint speelgoed te fabriceren. Maar het duurde niet lang voor de fabrikanten opnieuw soldaatjes en voertuigen van het nieuwe Duitse leger uitachten, hoewel ook dit ‘verboden’ was. Het debat is nog steeds actueel, nu videospelen en allerlei wargames de speelgoedfiguurtjes hebben vervangen. Zijn spelen een goede plaatsvervangende uitlaatklep voor geweld of zetten ze er juist toe aan?

Kleine soldaatjes van de Groote Oorlog; tot 31 januari 2016 in de Hallepoort, Zuidlaan, 150 – 1000 Brussel. hallepoortmuseum@kmkg.be – www.kmkg.be – www.facebook.com/porte.dehal

(Openingsbeeld: Pruisische lansiers, lood, Heyde, Dresden, 1900. Huisje, hout, Jouet Belge, Brussel, 1915. © J.J. Sérol/Glénat/P.Herman)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder