Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Alle hens aan dek

21 april 2015 Siebrand Krul

In 1636 voeren er minstens 1.750 Nederlandse koopvaardijschepen en ruim 600 haringbuizen in de Europese wateren. Een enorme groei in heel korte tijd. Rond het midden van de 17de eeuw stak de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met kop en schouders boven elke andere nationale vloot uit. De Engelse koopvaardijvloot kwam nog niet op een kwart van het tonnage van de Republiek. De vloot van de Republiek was groter in omvang dan die van Engeland, Frankrijk en Spanje samen. Hoe kregen die Hollanders dat toch voor elkaar?

 

 

In het laatste kwart van de 16de eeuw verbreedden de Hollandse kooplieden hun horizon: zij waagden zich steeds verder op zee. Hun devies was even simpel als winstgevend: vaar zo weinig mogelijk met een leeg schip en koop goederen in op de plaats of het tijdstip waarop de prijzen laag zijn, ook al heeft zich nog geen afnemer aangediend. Deze goederen werden naar olland, in het bijzonder naar Amsterdam, vervoerd. Een deel daarvan werd verwerkt en weer doorverkocht en een ander deel werd opgeslagen, in afwachting van een geschikt moment om deze te verkopen. Zo ontwikkelde Holland, met Amsterdam als onbetwist centrum, zich tot een stapelmarkt. Kooplieden konden door hun buffervoorraden altijd goederen op bestelling leveren naar de verste uithoeken van Europa (of daarbuiten). Nagenoeg alles was op voorraad: graan uit Polen, zout uit Portugal, wijn uit Frankrijk, glas uit Venetië, bont uit Noorwegen.

 

In een kort na terugkeer van de expeditie van Cornelis de Houtman uitgegeven reisverslag werd deze afbeelding opgenomen van het moment waarop de vorst van het eiland Bali zich naar het strand liet brengen om kennis met de bemanningsleden te maken. (Rijksmuseum)

In een kort na terugkeer van de expeditie van Cornelis de Houtman uitgegeven reisverslag werd deze afbeelding opgenomen van het moment waarop de vorst van het eiland Bali zich naar het strand liet brengen om kennis met de bemanningsleden te maken. (Rijksmuseum)

Monopolie wereldhandel
Mede hierdoor werd Amsterdam in de eerste helft van de 17de eeuw het belangrijkste knooppunt van informatie over het assortiment, omvang en prijzen van hetgeen op de internationale markten te koop was. Door deze kennis ontstond een stabiel en betrouwbaar distributiestelsel waarmee de Republiek de internationale concurrentie van zich afschudde.
Het was aan het einde van de 16de eeuw voor de kooplieden dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat zij hun werkgebied zouden uitbreiden met gebieden buiten Europa. In die jaren werd het ene wilde plan na het andere gelanceerd. Ambitieuze en avontuurlijke mannen dachten dat de bomen tot in de hemel groeiden en zij wilden daar hun graantje van meepikken. Vooral de verhalen over de rijkdommen die verdiend konden worden met de vaart op Zuidoost-Azië prikkelden de fantasie van groepjes kooplieden. Er was echter één groot probleem: de handel met dit deel van de wereld was stevig in handen van het machtige Portugal. Met pauselijke documenten in de hand kon dat land het monopolie op dit deel van de wereldhandel claimen. Sinds Vasco da Gama aan het eind van de 15de eeuw met succes de Indische Oceaan had bevaren, hadden de Portugezen zonder grote problemen dit alleenrecht weten te verdedigen.

 

In 2010 werd bij toeval het oudst bewaard gebleven aandeel van de VOC teruggevonden. Het door de VOC-Kamer van Enkhuizen op 9 september 1606 gedateerde aandeel staat op naam van Pieter Harmensz.. Hij was op dat moment bode bij de burgemeester van Enkhuizen.

In 2010 werd bij toeval het oudst bewaard gebleven aandeel van de VOC teruggevonden. Het door de VOC-Kamer van Enkhuizen op 9 september 1606 gedateerde aandeel staat op naam van Pieter Harmensz.. Hij was op dat moment bode bij de burgemeester van Enkhuizen.

Kennis uit Antwerpen
Maar nu waren er kapers op de kust, vooral van Hollandse huize. Zeevaarders stelden hun leven en ondernemende kooplieden hun kapitaal in de waagschaal door te proberen een alternatieve route naar Indië via het noorden te ontdekken. Anderen hadden meer vertrouwen in de door de Portugezen beheerste route. Vanaf 1585 beschikte Amsterdam over de juiste geavanceerde kennis op het gebied van de navigatie en over voldoende geld om deze route te gaan verkennen. De kaartenmakers, kooplieden en bankiers die dat jaar uit Antwerpen waren uitgeweken, bundelden in Amsterdam hun kennis en kapitaal. Deze nieuwkomers richtten in 1594 de Compagnie van Verre op. Negen kooplieden en reders uit Amsterdam en Zaandam legden een bedrag van 290.000 gulden bijeen waarmee vier schepen werden uitgerust die via Kaap de Goede Hoop naar de Indische archipel zouden varen.
De Staten van Holland steunden dit initiatief door ruim honderd kanonnen ter beschikking te stellen. De leiding was in handen van Cornelis de Houtman, die al vele reizen naar Portugal gemaakt had. In de loop der jaren was hij in de haven van Lissabon veel te weten gekomen over de gang van zaken in Indië en over de Portugese aanwezigheid aldaar. Bovendien beschikte hij over een belangrijk deel van het manuscript van Van Linschoten, die jarenlang als informant in Portugese dienst gegevens had verzameld.

 

In 1611 werd de Amsterdamse Koopmansbeurs in gebruik genomen, ontworpen door Hendrick de Keyzer. Alle goederen (behalve VOC-aandelen werd er ook bier, zout, hout, wijn, katoen en nog veel meer andere koopwaar verhandeld) kregen een vaste plek tussen de pilaren toegewezen. Prent uit 1612 door Claes Jansz. Visscher.

In 1611 werd de Amsterdamse Koopmansbeurs in gebruik genomen, ontworpen door Hendrick de Keyzer. Alle goederen (behalve VOC-aandelen werd er ook bier, zout, hout, wijn, katoen en nog veel meer andere koopwaar verhandeld) kregen een vaste plek tussen de pilaren toegewezen. Prent uit 1612 door Claes Jansz. Visscher.

Scheurbuik, muiterij en dorst
Op zondagmorgen 2 april 1595 verlieten de vier schepen, met 249 bemanningsleden aan boord, de rede van Texel. De lading bestond uit kisten met zilvergeld en fluwelen stoffen, ijzeren staven, messen, spiegeltjes en kralen, bestemd voor de ruilhandel. Aan boord bevond zich ook een tolk die enkele Maleise talen sprak. Het eerste deel van de reis verliep voorspoedig, maar nadat de schepen eenmaal de evenaar gepasseerd waren, stapelden de problemen zich op.
De sterfte aan boord was hoog als gevolg van bedorven voedsel en gebrek aan goed drinkwater. Scheurbuik bij veel bemanningsleden was slechts één van de vele tegenslagen waarmee De Houtman te maken kreeg. Een dreigende muiterij onder de ontevreden bemanning kon slechts met de grootste moeite de kop worden ingedrukt. Ruim vijftien maanden na het vertrek was het einddoel bereikt en ging de vloot op de rede van Bantam voor anker.
Op 27 juni 1596 maakte bevelhebber Cornelis de Houtman in vol ornaat zijn opwachting bij de inlandse gouverneur, met geschenken als groen fluweel, kristallen glazen en een vergulde spiegel. Dit beviel de sinds jaren in Bantam gevestigde Portugezen niet. Zij begonnen de nieuwkomers verdacht te maken: de Nederlanders waren zeerovers en alleen maar gekomen om de peperoogst te kapen. Daardoor argwanend geworden, gingen de Bantammers praten met de Nederlanders. Dezen pakten dit niet zo tactvol aan: op buitengewoon lompe wijze onderhandelden zij over de te betalen prijzen voor de specerijen.

 

De markt van Batavia, met op de achtergrond de VOC-vesting. Een Javaanse verkoopt fruit, een Chinees vis en Molukkers voetballen met een rotan bal. Het marktpubliek bestaat uit Japanners, Indiërs, ‘mardijkers’ – vrijgemaakte slaven, herkenbaar aan hun gestreepte kledij – en een Hollands-Indisch echtpaar, gevolgd door hun slaaf met pajoeng (zonnescherm). Schilderij uit 1661 van Andries Beeckman. ( Rijksmuseum)

De markt van Batavia, met op de achtergrond de VOC-vesting. Een Javaanse verkoopt fruit, een Chinees vis en Molukkers voetballen met een rotan bal. Het marktpubliek bestaat uit Japanners, Indiërs, ‘mardijkers’ – vrijgemaakte slaven, herkenbaar aan hun gestreepte kledij – en een Hollands-Indisch echtpaar, gevolgd door hun slaaf met pajoeng (zonnescherm). Schilderij uit 1661 van Andries Beeckman. ( Rijksmuseum)

‘Peperduur’
Na omzwervingen langs de noordkust van Java, waar vooral narigheid en ellende hun deel was, en een kort verblijf op Bali om bij te komen en aan te sterken, werd met drie schepen de terugreis aanvaard. Op 14 augustus 1597 zeilden deze een Nederlandse haven binnen, met aan boord de overgebleven 89 tot op het bot vermagerde zeelieden. Toch lieten de negen initiatiefnemers zich door de teleurstellende aanblik niet uit het veld slaan. Want al keerden de schepen met nagenoeg lege ruimen terug, met de bescheiden hoeveelheid peper aan boord konden bijna alle gemaakte kosten voldaan worden. Het eindsaldo van deze (op de keper beschouwd rampzalige) expeditie kwam uit op een verlies van 88.000 gulden. Het belangrijkste resultaat was echter dat De Houtman en zijn metgezellen met succes de Portugezen getrotseerd hadden en zakelijke betrekkingen hadden aangeknoopt met exotische en economisch aantrekkelijke vorstendommen op Java en de Molukken. Alles leek nu mogelijk. Spoedig kwam een proces op gang dat zich het best laat omschrijven met de begrippen ‘kettingreactie’ en ‘sneeuwbaleffect’.

 

Japanse houtsnede, 19de eeuw, anoniem. Uitgever Bunkindo. Opvallend: de tekenaar begreep het monogram VOC niet: het staat op zijn kop.

Japanse houtsnede, 19de eeuw, anoniem. Uitgever Bunkindo. Opvallend: de tekenaar begreep het monogram VOC niet: het staat op zijn kop.

Oldenbarnevelt beveelt
Veel kooplieden stortten zich op de handel met ‘de Oost’. In allerijl sloten kooplieden in andere havensteden, zoals Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam, Delft en Middelburg, samenwerkingsverbanden en stuurden een vloot naar ‘de Oost’. De tweede vloot die uit Indië terugkeerde, had zo’n miljoen pond peper, kruidnagelen en nootmuskaat aan boord. Deze kooplieden konden tevreden zijn: hun ingelegde kapitaal was in nog geen twee jaar tijd verviervoudigd. Nog maar enkele jaren later, aan het einde van 1601, waren er vanuit verschillende havensteden al 65 handelsschepen naar Indië gevaren of nog onderweg. In al deze steden hadden kooplieden hiervoor compagnieën opgericht, om door het delen van het risico zo veel mogelijk winst te kunnen maken. De concurrentie tussen deze verschillende handelscompagnieën was groot. Al na een paar jaar bleek dat daardoor de inkoopprijzen van peper en andere specerijen in Indië sterk stegen, terwijl de verkoopprijzen in de Hollandse en Zeeuwse havensteden daalden. De Hollandse raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt vond dit een verkeerde zaak. Na moeizame onderhandelingen wist hij in 1602 een samenwerkingsverband te organiseren van alle kooplieden uit Holland en Zeeland: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het resultaat was in meerdere opzichten een constructie die uniek was in de wereldgeschiedenis. Het werd een particuliere onderneming met winstoogmerk, maar met overheidstoezicht. Bovendien kreeg het de bevoegdheid – nee, zelfs de verplichting – om oorlog te voeren in naam van de Republiek der Nederlanden. Het werd de handelsonderneming toegestaan om forten te bouwen en te onderhouden. De VOC mocht ook onderhandelen met buitenlandse vorsten en militair geweld toepassen om haar wensen of eisen kracht bij te zetten.
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld:De terugkomst in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië, de zogenoemde ‘Tweede Schipvaart’, op 19 juli 1599. De vier grote schepen Mauritius, Hollant, Overijssel en Vrieslant worden op het IJ omringd door tal van kleine scheepjes en volgeladen roeiboten. Onder leiding van Jacob Cornelisz van Neck waren in 1598 acht schepen naar Indië vertrokken. Een jaar later al keerden de eerste vier uit Bantam (Java) terug. De andere schepen waren doorgevaren naar de Molukken. Ook die kwamen veilig terug, met nootmuskaat, foelie en kruidnagel aan boord. (Rijksmuseum))

Lees het volledige artikel, en tal van andere artikelen over de eeuwenlange strijd om de hegemonie op zee, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder