Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Adembenemende wolken

21 april 2015 Siebrand Krul

Op donderdagavond 22 april 1915 hoorde een onderpastoor uit het Ieperse ‘eigenaardig nieuws’. De volgende dag noteerde hij dat het nieuws nog slechter was dan eerst verteld werd: ‘In Langemark, Steenstrate en verder langs de kant van Sint-Juliaan hebben de Duitsers een verraderlijke aanval gepleegd en voor de eerste maal in onze streek hun toevlucht genomen tot giftig gas. Helaas, nooit hadden onze soldaten dat verwacht en niemand was erop voorbereid.’

Eind 1914 was de strijd op het westelijk front vastgelopen in een stellingenoorlog. Ten oosten van het kanaal tussen de IJzer en de stad Ieper hielden de Geallieerden stand in een gebied dat met een brede boog (later bekend geworden als de Ieperboog of de Salient) in het door de Duitsers bezette België binnendrong. Dezen wilden die zone graag veroveren om hun frontlijn recht te trekken en het laatste stukje België nog te verkleinen, maar dat was geen eenvoudige opdracht in dit onoverzichtelijke landschap. De Duitsers hoopten aan de noord- of zuidkant van de uitstulping door te breken om zo de Geallieerden in de Salient te omsingelen en vervolgens de stad Ieper te veroveren. En ze wilden daarbij een nieuw wapen uittesten: gas. Dat was één van de weinige nieuwe wapens, naast de tank en de vlammenwerper, die tijdens de Grote Oorlog ontwikkeld werden.
Vanaf het begin van de vijandelijkheden hadden Fransen en Duitsers proeven gedaan met granaten, gevuld met irriterende gassen, maar die scoorden slecht. De Duitse wetenschapper Fritz Haber en zijn medewerkers vonden een probater procedé om de vijand uit zijn loopgraven te jagen: zij stelden voor metalen cilinders onder druk met chloorgas te vullen, deze in een lange rij vóór de eigen linies in te graven en ze gelijktijdig open te draaien zodat de wind het gas in een dichte wolk naar de vijandelijke linies kon blazen.

 

Een Russische luchtfoto van een Duitse gasaanval op het oostelijk front. Rechts staan rijen  soldaten klaar om achter de gaswolk op te rukken.

Een Russische luchtfoto van een Duitse gasaanval op het oostelijk front. Rechts staan rijen soldaten klaar om achter de gaswolk op te rukken.

Stikkende soldaten

Begin april 1915 plaatsten speciale Duitse genietroepen, de ‘Stinkpioniere’, aan de noordkant van de Salient, tussen Steenstrate en Langemark, een 6.000-tal gasflessen. Donderdag 22 april was een mooie lentedag; in de vooravond kwam een lichte wind uit het noordoosten gewaaid, de Duitsers besloten het erop te wagen en lieten 150 ton chloorgas ontsnappen. De Franse troepen die vijftig meter verder ingegraven zaten, oudere reservesoldaten en Afrikaanse eenheden, zagen plots, net boven de grond, een geelgroene wolk op hen afkomen. De Belgische grenadiers die aan hun linkerzijde lagen, dachten even dat er brand uitgebroken was in de Duitse linies. Omdat chloor zwaarder is dan lucht, drong het gif de Franse loopgraven en schuilplaatsen binnen en sneed het de soldaten daar de adem af. Achter de wolk stapten Duitse infanteristen op, met een beschermende stof voor hun gezicht en de bajonet op het geweer, terwijl hun artillerie een intense beschieting uitvoerde. Veel Fransen die uit de loopgraven sprongen om niet te stikken, werden koelbloedig afgemaakt. Wie toch kon vluchten, raakte snel buiten adem en stikte iets verderop. De soldaten die ontkwamen, liepen compleet overstuur door de nabijgelegen dorpen, waar hun paniek de burgerbevolking op de vlucht dreef.

 

Duitse militairen bekijken In Steenstrate het dodelijke resultaat van hun gasaanval.

Duitse militairen bekijken In Steenstrate het dodelijke resultaat van hun gasaanval.

Stekende pijn
Op deze wijze konden de Duitsers doorbreken. Vrij snel rukten ze een paar kilometer vooruit over een breedte van zes kilometer. Daarbij maakten ze niet alleen duizenden slachtoffers – het precieze aantal doden en gewonden is niet bekend want niemand bekommerde zich toen om het aanleggen van nauwkeurige statistieken, maar namen ook tientallen Fransen krijgsgevangen en maakten hun kanonnen buit. Vervolgens hielden ze halt, want ze hadden niet verwacht dat hun experiment zulk resultaat zou hebben en hadden daarom geen reservetroepen opgesteld om de terreinwinst maximaal uit te buiten. Dat probeerden ze wel de volgende dagen. Zo raakten ze bij Steenstrate op de westelijke oever van het kanaal, maar nieuwe aanvallen met gas op de Canadese troepen die aan de rechterkant van de Fransen opgesteld stonden, bij Sint-Juliaan, hadden minder resultaat, omdat het verrassingseffect weggevallen was.
De volgende weken wilden de Geallieerden het verloren terrein heroveren, maar dat lukte niet zodat ze zich uiteindelijk op een nieuwe linie binnen de Salient terugtrokken. Op maandag 24 mei waagden de Duitsers een laatste chlooraanval. Men kon het gas tot ver achter het front ruiken. ‘Wat een vreemde stinkende geur!’ noteerde onze onderpastoor, ‘Geprikkel en stekende pijn van de ogen! Het is onverdraaglijk. Geen twijfel, de Duitsers hebben weer hun vuil gas gesmeten.’ De priester maakte zich niet alleen zorgen over de slachtoffers in de loopgraven, maar ook over de schade aan de gewassen. Zijn eigen sla en spinazie waren helemaal verbrand.

 

Een gasmasker was niet handig in de loopgraven, maar toch kon je ermee kaarten, demonstreren  deze Belgische soldaten.

Een gasmasker was niet handig in de loopgraven, maar toch kon je ermee kaarten, demonstreren deze Belgische soldaten.

‘We hebben heerlijk stand gehouden’

Zo leidde het lokale gasexperiment van 22 april tot een heuse veldslag, die in de geschiedenis als de Tweede Slag bij Ieper bekend staat. Ook Belgische troepen namen eraan deel en maakten daarbij kennis met het nieuwe wapen van de Duitsers. Een brancardier stuurde volgend verslag naar een dorpsgenoot: ‘Heeft u al vernomen dat we de Ieperslag meegevochten hebben naast de [Franse] zoeaven? We hebben meer dan ’t vierde van ons regiment verloren. Hoe ik er heelhuids van tussen gesprongen ben, lig ik me nog angstig af te vragen. Door hun fameuze stinkgas was ik al halvelings verstikt geraakt. En in gans de omtrek geen druppeltje water te vinden. Heb me godzijdank kunnen redden met op mijn neusdoek… te wateren. Mijn deken, die ik rond mijn nek geslagen hield, werd door een stuk granaat gescheurd. Maar we hebben heerlijk stand gehouden. Er is sprake van dat een Franse generaal ons regiment zal decoreren.’
Die eerste gasaanval leidde niet tot het doorbreken van de patstelling rond Ieper. Het psychologische effect ervan was uiteindelijk belangrijker dan het militaire. De Geallieerden reageerden verontwaardigd en stelden het gebruik van gifgas aan hun bevolking en de neutrale landen voor als een nieuwe uiting van de barbaarse aard van hun tegenstanders. Ze waren vooral gewaarschuwd: door de test was de geheimhouding rond het nieuwe wapen doorbroken en konden ze, niet gehinderd door morele scrupules, de gepaste repliek ontwikkelen. De volgende maanden en jaren ontstond een bewapeningswedloop waarbij beide partijen op zoek gingen naar dodelijker gifgassen én betere beschermingsmiddelen. De Duitsers waren daarbij in het voordeel omdat ze over een sterk uitgebouwde chemische industrie en meer knowhow beschikten. […]
(Daniël Vanacker)

(Openingsbeeld: Ook paarden kregen mettertijd een gasmasker opgezet.)

 

Lees het volledige artikel, met meer adembenemende beelden, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder