Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Joseph Conrad en Congo Vrijstaat

02 april 2015 Siebrand Krul

Het bekendste literaire werk gesitueerd in het vroegere Belgisch Congo is ongetwijfeld ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad (1857-1924). De zeeman-auteur schreef het verhaal nadat hij in 1890 ternauwernood enkele maanden ‘in het hart der duisternis’ had overleefd. Hoofdfiguur Kurtz is een man die met hoge idealen naar donker Afrika is getrokken, maar er ontspoort in een gruwelijk schrikbewind.

In de film ‘Apocalypse Now’(1979) transponeerde Francis Coppola de novelle naar de oorlog in Vietnam, met Marlon Brando als Kurtz. ‘Heart of Darkness’ en het minder bekende kortverhaal ‘An Outpost of Progress’ vertolken Conrads afkeer over de gang van zaken in de privékolonie van koning Leopold II, waarvan hij zelf getuige was. Maar hoe en waarom kwam de Poolse Brit tussen de eerste Belgen in de Congo terecht?

 

Scène uit ‘Apocalypse Now’ van Francis Ford Coppola, 1979.

Scène uit ‘Apocalypse Now’ van Francis Ford Coppola, 1979.

Van Pool tot Brit
Jozef Teodor Konrad Korzeniowski, die zich later Joseph Conrad zal noemen, wordt geboren op 3 december 1857 te Berdyczow in Russisch Polen, nu Berdichev in Oekraïne, en groeit op in een verarmde adellijke familie. Zijn vader, Apollo Korzeniowski, schrijft politiek gekleurde toneelstukken en vertaalt werken van auteurs als Charles Dickens, Victor Hugo en Shakespeare. Wanneer hij wegens zijn nationalistische opvattingen naar Vologda in Noord-Rusland wordt verbannen, mag zijn gezin met hem mee. Josephs moeder sterft in ballingschap, zijn vader overlijdt kort na zijn vrijlating in Krakau. Joseph groeit op bij familieleden in Rusland in de schaduw van oproer en revolutie, terwijl oom Thaddeus Bobrowski de voogdij op zich neemt. Tussen beiden ontstaat een hechte band die zich in een levenslange, intensieve correspondentie zal uiten.

 

Joseph Conrad als twintiger: 'Before the Congo I was only a simple animal‘.

Joseph Conrad als twintiger: ‘Before the Congo I was only a simple animal‘.

Zee blijft trekken
Als 17-jarige trekt Joseph naar Marseille, tegen de zin van de familie, en wordt er aspirant-officier bij de Franse koopvaart. Het is het begin van vele jaren op zee vol avontuur, schipbreuk en ander onheil. Vanaf 1878 gaat hij voor de Engelse koopvaardij varen. Acht jaar later krijgt hij de Britse nationaliteit, behaalt het kapiteinsdiploma en bevaart de zeeën van het Verre Oosten. In 1889 trekt de 31-jarige zeeman zich na vijftien jaar rondvaart in Londen terug. Tijdens zijn verblijf in Londen groeit het plan om zijn oom Thaddeus in Oekraïne te bezoeken. Het wachten op de officiële toelating duurt lang en intussen wordt hij weer sterk door de zee aangetrokken. Van zijn logement in Bessborough Gardens trekt hij maandenlang dagelijks naar zijn vriend Adolf Krieger in Camomille Street, of naar Captain Froud, secretaris van de Shipmasters Society in Fenchurch Street. Zijn inspanningen om een nieuwe opdracht los te krijgen blijven echter zonder resultaat.

 

Congo-wb5

Plompverloren schrijverschap
Op een blauwe mandag begint hij zomaar aan zijn eerste literaire werk: ‘Almayer’s Folly’, geïnspireerd door zijn belevenissen in Maleisïë en de oostkust van Borneo, waar hij twee jaar tevoren vertoefde. Toch denkt de zeerot er niet aan het varen op te geven en ontdekt hij een nieuwe kans: riviervaart op de Congo. Met dit doel voor ogen wendt hij zich tot zijn invloedrijke tante Marguerite Poradowska, een Française gehuwd met een Pool die in Brussel woont. Haar tussenkomst zal hem uiteindelijk in het hart van Afrika brengen, waarmee een verre jeugddroom werkelijkheid wordt: ‘Het was in 1868 – ik was negen jaar of zoiets – toen ik een vinger legde op de witte vlek die toen nog het onopgeloste mysterie van dat continent toedekte, naar de kaart van Afrika staarde en met een sindsdien verloren zelfzekerheid en vermetelheid zei: “Als ik groot ben, ga ik daar heen”. Natuurlijk dacht ik er helemaal niet meer aan, tot ik zowat een kwarteeuw later de kans kreeg te vertrekken, alsof een stoutmoedige jeugdzonde ineens op mijn volwassen hoofd terugviel.’

 

Een der oudste foto’s van de Congostroom, door Alexandre Delcommune, 1888, 'het hart der duisternis‘.

Een der oudste foto’s van de Congostroom, door Alexandre Delcommune, 1888, ‘het hart der duisternis‘.

Stanley achterna
Eind 19de eeuw was de witte vlek van Afrika het onderwerp van de dag. Al sedert de stichting van de ‘Association Inter¬nationale pour la Civilisation de l’Afrique Centrale’ (1875) door de Belgische koning Leopold II was het hart van het continent in de belangstelling gekomen. lets vroeger al trok Henry Morton Stanley in Oost-Afrika op zoek naar David Livingstone. Daarna poogde hij, andermaal in opdracht van de New York Herald en de Daily Telegraph, het mysterie van de Congostroom op te lossen. Heel Europa volgde die expedities met ingehouden adem, niet in het minst de politieke en commerciële en politieke kringen. Ook koning Leopold II nam de befaamde explorator in de arm voor zijn koloniale ambities. Dank zij Stanley kon de vorst in 1885 zijn Congo Vrijstaat uitroepen, een onmetelijk gebied waarover hij de absolute heerser werd. Bij de verdeling van Afrika tussen de grootmachten op de Berlijnse conferentie in 1885 kreeg Leopold II de Congo officieel toegewezen en het land bleef tot 1908 zijn privé-bezit.

 

De ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley in 1872.

De ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley in 1872.

Gammele Congo-rivierboot
Op het ogenblik dat Joseph Conrad zijn tante contacteert, bereiden België en Groot-Brittannië zich voor op een daverende ontvangst van Stanley. Van 19 tot 26 april 1890 zal de ontdekkingsreiziger gehuldigd worden in Antwerpen en Brussel. De Belgische hoofdstad is nu helemaal de poort naar het avontuur in Midden-Afrika geworden en Conrad is beslist niet de enige die in die jaren onweerstaanbaar wordt aangezogen; avonturiers van aller¬lei slag reppen zich naar Brussel om er hun echte of vermeende diensten aan te bieden, en geïnspireerd door Stanley’s illustere voorbeeld ‘the Dark Continent’ aan te pakken. Ook Conrad voelt zich geroepen en is bereid zijn stevige oceaanschepen om te ruilen voor het commando op een gammele Congo-rivierboot. Om die droom waar te maken, schakelt hij niet enkel zijn tante maar ook zijn vrienden in. De stappen die hij onderneemt en de hele procedure die hem in Congo zal brengen, staan indirect beschreven in de novelle ‘Heart of Darkness’.

 

Ivoorhandel bij de Stanley Falls in de beginjaren van de Congo Vrijstaat.

Ivoorhandel bij de Stanley Falls in de beginjaren van de Congo Vrijstaat.

Eerst Gent en Brussel
Conrads vriend Adolf Krieger overhaalt de scheepsmakelaar G.C. de Baerdemaecker uit Gent om hem aan te bevelen bij kapitein Albert Thys, directeur van de ‘Société Anonyme Belge pour le Commerce du Haut-Congo’ (SAB), een onderneming die vooral handel drijft in rubber en ivoor. De Baerdemaecker schrijft aan Thys onder meer: ‘Zijn algemene opleiding is beter dan die van de meeste zeelieden en hij is een perfecte gentleman.’ (Gent, 24 september 1889) Na een uitwisseling van brieven wordt hij begin november tenslotte door Albert Thys te Brussel ontvangen; die belooft hem een post in de flottille van de SAB zodra er een vaccant is. De SAB – gesticht in 1888 als erfgenaam van de ‘Sanford Exploring Society’ — staat op dat moment nog in haar kinderschoenen, maar een veelbelovende expansie hangt in de lucht: nieuwe posten worden opgericht, nieuwe stoomboten gebouwd en een nieuwe spoorweg is gepland van Matadi naar Stanley Pool, daar waar de Congo onbevaarbaar is.
Tijdens de lange wachttijd – een brief van directeur Thys maakt hem duidelijk hoezeer de zaak stagneert – brengt Joseph toch nog een bezoek aan zijn oom in Polen. Onderweg stopt hij in Brussel en vraagt zijn tante Marguerite om zijn zaak gedurende zijn afwezigheid op te volgen. Op 16 februari 1890 komt hij na zestien jaar voor het eerst weer in zijn geboorteland en blijft er twee maanden; Congo verliest hij echter niet uit het oog. Op 11 april schrijft hij aan Albert Thys dat hij zich voor het eind van de maand zal melden om verder nieuws te vernemen. Een paar weken later staat hij inderdaad andermaal in de Brusselse kantoren van de SAB. Na zeven maanden slabakken, evolueert alles nu heel snel. In een brief aan zijn nicht Marie Tyszka, schrijft hij: ‘Ik kon niet vroeger schrijven. Ik heb het erg druk gehad en heb nog heel wat voor de boeg. Over drie dagen vertrek ik naar de Congo en ik moet mij voorbereiden op een verblijf van drie jaar in het hartje van Afrika, je zal dus wel begrijpen dat elk moment kostbaar is.’

 

Stanley bij de naar hem genoemde watervallen op de Congostroom.

Stanley bij de naar hem genoemde watervallen op de Congostroom.

Snel, snel, snel
Wat er in de laatste dagen voor zijn vertrek gebeurde, staat in het eerste deel van ‘Heart of Darkness’, acht jaar later geschreven. Alles wijst erop dat Marlows vlijmscherpe relaas niets anders is dan het verslag van Conrads eigen ervaringen: de dood van zijn voorganger Fresleven, de rush over het Kanaal, de aankomst in ‘de witgepleisterde grafstad’, de ontvangst in de kantoren van de compagnie, de grote kaart van Afrika, het minuutje gesprek met de directeur, de meewarige secretaris, het vluchtig doktersbezoekje met schedelmeting ‘in het belang van de wetenschap’, het afscheid van de tante. Conrad ging inderdaad naar de SAB-kantoren – Brederodestraat 9, Brussel -, wisselde enkele woorden en een handdruk met manager kapitein Albert Thys, zag de secretaris en dokter Lebrun, nam afscheid van zijn tante er ging er razendsnel van door. Ook klopt het dat hij zijn benoeming dankte aan de dood van een der kapiteins die omgebracht werd door de inboorlingen – een Deen, niet Fresleven maar Freiesleben genoemd. (De kleine raderboten stonden meestal onder bevel van Scandinavische zeelui). Hij komt als steamer-kapitein in dienst van de SAB met een contract voor drie jaar, en zal het commando krijgen over de Florida, een der vaartuigen waarmee Stanley drie jaar vroeger zijn expeditie naar Yambuya ondernam en die door de SAB was overgenomen.

 

Kapitein Albert Thys, directeur van de SAB.

Kapitein Albert Thys, directeur van de SAB.

Naar het hart van de duisternis
Op 12 juni 1890 arriveert hij in Boma, zetel van de Congo Vrijstaat, aan boord van de ‘Ville de Maceio’. Tijdens de overtocht van Marseille naar Boma is hij in gezelschap van nog een SAB-agent, Victor Harou, een man met een rijke Congo-ervaring. Victor Harou was een van de Belgische officieren die samen met Stanley de post Vivi stichtten (1880), recht tegenover Matadi. In 1889 werd hij onderscheiden met ‘L’Ordre de L’Etoile Africaine’. Van hem verneemt Conrad voor het eerst iets over het ware reilen en zeilen in Leopolds Vrijstaat, een weinig rooskleurig beeld dat prompt een domper op de reisvreugde zet: ‘Nogal verontrustend is de informatie dat 60% van de werknemers van onze Compagnie naar Europa terugkeert nog voor ze er zelfs maar zes maanden dienst hebben opzitten. Koorts en dysenterie! Anderen worden na een jaar haastig teruggestuurd, opdat ze niet in de Congo zouden sterven. Dat nooit! Het zou de statistieken verknoeien en die zijn uitstekend, weet je! Kortom, naar verluidt slaagt slechts 7% erin de drie jaar dienst uit te doen. Stel je eens voor: ik, een Poolse edelman gekist met Britse teer! Wat een combinatie zou dat zijn! Nous verrons! In elk geval kan ik mij troosten met de gedachte dat ik mij — trouw aan de vaderlandse tradities – uit vrije wil in dit avontuur heb gestort.’ (brief aan zijn neef Charles Zagorski, gepost in Freetown, Sierra Leone).

 

De steamer Stanley  met de door Leopold II ontworpen vlag van de Congo Vrijstaat,  schilderij door F. Hens.

De steamer Stanley met de door Leopold II ontworpen vlag van de Congo Vrijstaat, schilderij door F. Hens.

Zo weinig mogelijk contacten
Zowat vierhonderd kilometer scheiden Boma van Kinshasa (Stanley Pool), basis van de SAB-vIoot, waar Conrad zijn dienst zal moeten opnemen. Over het grootste deel van dit traject, vanaf Matadi, is de stroom echter onbevaarbaar en moet de tocht over land worden afgelegd. Al voor die lange mars begint, groeit het onbehagen. In zijn dagboek, dat vanaf zijn aankomst te Matadi op 13 juni start, schrijft hij: ‘Voel me erg onzeker over de toekomst. Begin me te realiseren dat mijn omgang met de blanken hier niet erg gezellig kan zijn. Neem mij voor zo weinig mogelijk contacten te leggen.’.
Na enig oponthoud te Matadi begint de mars op 28 juni, steeds in gezelschap van Victor Harou en met een karavaan van 31 man. Het wordt een zware beproeving. Harou is voortdurend ziek en ook Conrad voelt zich niet te best. Toch slaagt hij erin zijn dagboek summier bij te houden. Na meer dan een maand bereiken ze Kinshasa. Daar verneemt Joseph dat de Florida enkele weken tevoren is lek geslagen na een aanvaring met een boomstronk en voor herstelling uit de vaart is genomen. Een andere stoomboot, ‘Le Roi des Belges’, staat evenwel op het punt de bovenstroom af te varen naar de Stanley Falls. Conrad scheept in onder de Deense kapitein Koch om zo ervaring op te doen voor het navigeren op de Congostroom.

 

Congo-wb11

Arabisch bolwerk
Op 1 september bereiken ze de watervallen, bijna een maand na hun vertrek uit Stanley Pool. Nadat de Belgen in 1888 de Falls op de Arabieren heroverden, bouwden ze er een groot depot, vooral als verzamelpunt voor het ivoor uit de districten van Stanley Falls en Aruwimi. De Falls zelf waren echter nog een Arabisch bolwerk en tussen de Belgische en Arabische depots heerste in die dagen althans naar buiten toe een vreedzame coëxistentie. De SAB heeft een agent bij de Falls, Georges Klein, een 27-jarige Fransman die na minder dan twee jaar dienst doodziek naar huis moet terugkeren. Wanneer ‘Le Roi des Bel¬ges’ op 6 september de terugtocht aanvat, wordt Klein, samen met een lading ivoor, aan boord genomen. Even later wordt ook kapitein Koch ziek, zodat Conrad het bevel moet overnemen. Klein sterft op 21 september tijdens de tocht en wordt begraven te Bolobo.

 

De Congoboot ‘Le Roi des Belges’ in 1889 (Alexandre Delcommune).

De Congoboot ‘Le Roi des Belges’ in 1889 (Alexandre Delcommune).

Razend op de Belgen
Op terugweg naar Stanley Pool krijgt Conrad schoon genoeg van Congo en betreurt hij zijn komst. Het land deprimeert hem, het klimaat ondermijnt zijn gezondheid en de Belgen doen hem walgen. De methodes, de motieven en de objectieven van hun ’beschaving brengende activiteiten’ vervullen hem met afkeer. Een antwoord van zijn oom spreekt boekdelen: ’Ik merk dat je razend kwaad bent op de Belgen die je zo schaamteloos uitbuiten. Je moet toegeven dat niets je verplichtte om je in de handen van de Belgen te storten, met de bekende woorden van Molière: tu l’as voulu, tu l’as voulu…’
Conrads kritische houding leidt tot een conflict met zijn superieuren, als gevolg waarvan hem het bevel over de Florida wordt onthouden; de steamer wordt daarna ingeschakeld in de Katanga-expeditie onder leiding van Alexandre Delcommune, ook actief als fotograaf. Omdat bovendien zijn gezondheid verontrustend achteruit gaat, beslist hij het contract voortijdig op te zeggen en naar Europa terug te keren.

 

Congolezen langs de Sankuru-rivier in 1888 (Alexandre Delcommune).

Congolezen langs de Sankuru-rivier in 1888 (Alexandre Delcommune).

Afstotelijke hoofdstad Boma
In januari 1891, amper zeven maanden na het vertrek, staat hij terug in Engeland. In zijn memoires schrijft hij nog over zijn Afrikaans avontuur: ‘Ja ik ging er heen, naar het gebied van de Stanley-water¬vallen, in 1868 nog de witste der witte vlekken van de hele aardbol. En het manuscript van “Almayer’s Folly” ging met mij mee, gekoesterd als een soort talisman of schat. Dat het ooit van daar terugkeerde, schijnt wel een bijzondere gunst van het lot, want mijn meeste andere spullen – oneindig waardevoller en nuttiger – gingen verloren ten gevolge van spijtige vervoersproblemen. Ik herinner me bijvoorbeeld een erg nauwe bocht in de Congostroom tussen Kinshasa en Leopoldville, vooral voor wie er ’s nachts in verzeild geraakte in een grote kano met maar half zoveel peddelaars als nodig. Bijna werd ik de tweede blanke die voor zover bekend op die memorabele plek in een kapseizende kano verdronk. De eerste was een jonge Belgische officier; kort voor ik er passeerde. Ik overleefde de bocht min of meer, hoewel het mij niet veel kon schelen, zo ellendig voelde ik mij. En met “Almayer’s Folly” aldoor in mijn wegslinkende bagage, arriveerde ik in die afstotelijke hoofdstad Boma. Daar had ik tijd zat, wachtend op de afvaart van de steamer die mij weer naar huis moest brengen, om oprecht naar mijn dood te snakken. Er waren toen nog maar zeven hoofdstukken van “Almayer’s Folly” voltooid. Maar het hoofdstuk van mijn eigen bestaan dat daarop volgde, was er een van lange, lange ziekte en moeizaam herstel.’

 

‘Een voorpost van vooruitgang’ langs de Congostroom in 1889.

‘Een voorpost van vooruitgang’ langs de Congostroom in 1889.

Congoverhalen
Het half jaartje Congo zal inderdaad diepe sporen nalaten. Tot het eind van zijn leven blijft Conrad geplaagd door koorts- en jichtaanvallen. Ook mentaal heeft het verblijf een diepe impact, zelf beschouwt hij die periode als een keerpunt in zijn leven: ‘Before the Congo I was only a simple animal’, vertrouwt hij zijn vriend en biograaf Edwart Garnett toe. Door zijn wankele gezondheid moet hij het varen definitief opgeven. Hij vestigt zich in 1894 in Engeland en wijdt zich vanaf dan helemaal aan zijn literaire carrière die hem wereldberoemd zal maken. Als eerste werk verschijnt het door de Congo meegezeulde ‘Almayer’s Folly. A story of an eastern river’(1895). Andere grote titels zijn ‘Lord Jim’ (1900), ‘Nostromo’ (1904), ’Under Western Eyes’ (1911) en ‘’The Rescue’ (1920). Steeds in het Engels, hoewel dit na het Pools en het Frans maar zijn derde taal was.
Vermoedelijk was het Roger Casement die hem over de streep trok om de Congoverhalen te schrijven, tijdens een ontmoeting in een Londense pub in 1896. Casement was lid van de Britse diplomatieke dienst. In die hoedanigheid kwam hij regelmatig in de Congo en zag er met eigen ogen hoe het rubber en ivoor werd geplunderd en hoe beestachtig de inwoners werden behandeld. Casement keerde zich heftig tegen het ‘beschavingswerk’ van koning Leopold II, en wilde met zijn campagne de wereld wakker schudden. Hiervoor zocht hij ook steun bij Conrad, die zijn pen voor de goede zaak kon inzetten door zijn eigen ervaringen te verwerken.

Medogenloze natuurkrachten
‘An outpost of Progress’ uit 1898 gaat over twee SAB-vertegenwoordigers die roemloos ten onder gaan in een ver afgelegen handelspost. Hoogstwaarschijnlijk was het zijn reisgezel, Victor Harou, die hem dit verhaal vertelde dat, te beginnen met de titel, stijf staat van ironie en sarcasme. De feiten moeten zich hebben afgespeeld tussen 1885 en 1890, ‘en zijn in grote lijnen echt gebeurd’, schrijft Conrad, ‘de vindingrijkheid opbrengen om een complete leugen te vertellen, vergt een talent dat ik niet heb.’ Hun ware namen zijn echter niet te achterhalen, evenmin als de juiste plek van de actie. Conrad noemt hen Kayerts en Carlier, respectievelijk naar een agent en een kapitein die hijzelf ontmoette: Keyaerts bevond zich aan boord van ‘Le Roi des Belges’, tijdens de tocht van Stanley Pool naar de Stanley watervallen. Carlier was de man die uiteindelijk, in Conrads plaats, het bevel over de Florida kreeg toegekend, ‘ een officier in een leger dat beschermd wordt door verscheidene Europese machten.’ In hun lot zag de auteur het bewijs van zijn levensvisie: eenmaal afgesneden van de beschaving en teruggeworpen op zichzelf, moet de westerse mens ten onder gaan aan de meedogenloze natuurkrachten. Tegelijk werpt het kortverhaal ook een zeldzame blik op de praktijken van de kolonisatie in de vroegste jaren van de Congo Vrijstaat.

 

Joseph Conrad in 1904, na zijn Congo-avontuur.

Joseph Conrad in 1904, na zijn Congo-avontuur.

Losgeschopt van de aarde
Die thema’s werden nog sterker uitgewerkt in ‘Heart of Darkness’, dat overeind bleef als het belangrijkste literaire werk over de vroegere Belgische kolonie. In 1899 verscheen het eerst als feuilleton in Blackwood’s Magazine, en in 1902 als boek. Drie keer werd de klassieker in het Nederlands vertaald, laatst door Bas Heijne. Het is het verslag van een hellevaart op de Congostroom, verteld door Charley Marlow, Conrads alter ego. Marlow is op zoek naar de mysterieuze handelsagent Kurtz, diep in de brousse, die op zijn eentje meer olifantstanden naar de kust stuurt dan alle andere agenten samen. Maar als Marlow hem eindelijk vindt, is de verbijstering totaal. ‘Mistah’ Kurtz heeft ‘zichzelf los geschopt van de aarde’. Hij heerst in het hart der duisternis als een moordzuchtige god over de zwarten, die hem aanbidden. Verschrompelde mensenhoofden steken op palen rond zijn nederzetting. ‘Vervuld van idealisme was hij het land van Leopold binnengedrongen om ons te leiden bij het vervullen van de taak die ons door Europa is toevertrouwd. Maar de wildernis had hem al snel doorzien en op een gruwelijke manier wraak genomen voor de groteske inbreuk die hij op haar had gepleegd.’

 

Monument voor de zeeman-auteur in de haven van het Poolse Gdynia.

Monument voor de zeeman-auteur in de haven van het Poolse Gdynia.

 

Niets te zoeken
Zelf zegt de auteur later over zijn Congoverhalen: ‘Het is bekend dat nieuwsgierige lui hun neus steken in tal van zaken waar ze niets mee te maken hebben en met een verscheiden buit terugkeren. ‘Hart der Duisternis’ en ‘Een Voorpost van Vooruitgang’ is de buit die ik uit Centraal-Afrika haalde, waar ik eerlijk gezegd niets te zoeken had. Anderen brachten van daar ver heel wat meer mee en ik voel mij gerust bij de gedachte dat wat ik meenam weinig bruikbaar was voor iemand anders.’ Joseph Conrad overlijdt op 3 augustus 1924 en ligt begraven te Canterbury.
(André Capiteyn)

Openingsbeeld: Scène in Matadi op het ‘Panorama du Congo’, geschilderd door Paul Mathieu en Alfred Bastien, op de Wereldtentoonstelling in Gent 1913.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder