Stelling

De zwarte Zwarte Piet verdwijnt - uiteindelijk

Stem

Agenda

Saskia eventjes thuis
Een van de meest persoonlijke meesterwerken van Rembrandt van Rijn, ‘Saskia en profil in kostbaar kostuum’ komt voor het eerst in ruim 250 jaar naar Nederland. Rembrandt voltooide het portret van zijn vrouw Saskia Uylenburgh kort na haar dood in 1642. Vanaf 24 november is het werk te zien in de tentoonstelling ‘Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ in het Fries Museum.
Schilder tussen de mensen
Van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer (ca. 1605-1638) is eigenlijk niet veel bekend. Hij werd geboren in Oudenaarde als zoon van een kartonschilder, maar woonde daar niet lang. Tijdens zijn turbulente leven zwierf hij door zowel de Noordelijke Nederlanden (Gouda, Amsterdam, Haarlem) als Zuidelijke Nederlanden. Hij stierf berooid in Antwerpen, waar hij ook nog enige tijd vastzat.

Strijd tegen de waanzin

11 maart 2015 Siebrand Krul

Als je vroeger de pech had om psychiatrisch patiënt te zijn of, zoals men zei zot, dol of bezeten van de duivel, was het leven allesbehalve aangenaam. Psychiatrie kende men niet, de medische kennis was gebrekkig en over de menselijke geest was zo goed als niets bekend. Desondanks probeerden huisgenoten, artsen, priesters en kwakzalvers op allerlei manieren het leed van de geesteszieke patiënt te verzachten. De methoden die daarbij werden toegepast, waren vaak huiveringwekkend van aard. Een greep uit de geschiedenis van de krankzinnigenzorg.

Volgens de middeleeuwse mens was waanzin het werk van de duivel. Krankzinnigheid werd daarom in eerste instantie bestreden door op allerlei manieren de duivel uit te drijven. De meest vreedzame wijze was een bedevaart. Plaatsen zoals Geel en Ronse in Vlaanderen waren voor dit doel geliefde bedevaartsoorden. De patiënten moesten als zij aanspreekbaar waren eerst biechten en dan volgde een noveen (negen dagen) van missen bijwonen, rondgangen om de kerk maken en onder een kist met relikwieën doorkruipen. Een enkele keer kwamen de patiënten tot kalmte, waarschijnlijk alleen al door een regiem van rust en regelmaat. Men was ook op de hoogte van de kalmerende invloed van muziek op het gemoed. Men greep daarbij terug op het bijbelse verhaal van David die voor Saul op de harp speelde. Bekend is dat er voor de grote 15de-eeuwse Gentse schilder Hugo van der Goes werd gezongen en gemusiceerd als hij aan één van zijn zware depressies leed.

De keisnijder door Jan Sanders van Hemessen in het Prado. (Madrid)

De keisnijder door Jan Sanders van Hemessen in het Prado. (Madrid)

 

‘Smoren van dollen’
Om de duivel uit te drijven, werd intensief bij de patiënt gebeden. Als dat niet hielp, sloeg men erop los. De patiënt werd tot bloedens toe gegeseld en in sommige gevallen om het leven gebracht. Uit in 1446 geschreven brieven is een geval bekend van een zekere Jehan Badran, een boer uit een dorpje in de buurt van Parijs. De man werd gebeten door een dolle hond. Hij kreeg aanvallen van razernij waarbij hij schuimbekkend over de grond rolde en godslasterlijke taal uitsloeg. De te hulp geroepen priesters schrokken zo van het gevloek dat zij van mening waren dat Jehan beter kon sterven dan zichzelf en de omstanders met zijn godslasteringen in de verdoemenis storten. De arme boer werd vastgebonden, enkele mannen legden een matras over hem heen, gingen daarop zitten en duwden net zolang tot het stil werd en de boer de geest had gegeven. Het ‘smoren van dollen’ werd niet gezien als een misdaad maar als noodzakelijk kwaad. Als een moeder een gehandicapt kind kreeg, werd haar dat door de geestelijken verweten. Zij zou tijdens de conceptie niet stil hebben gelegen, maar zich hebben overgegeven aan wulps gespartel, ‘zodat het zaad van de man zich had gedeeld in de vrouwenkluis’.

Klinische les met een hysterische patiënt in het Hôpital de la Salpêtrière geschilderd door André Brouillet. (Musée d’Histoire de la Médecine, Paris)

Klinische les met een hysterische patiënt in het Hôpital de la Salpêtrière geschilderd door André Brouillet. (Musée d’Histoire de la Médecine, Paris)

Lichaamssappen
Bij de behandeling van ziekten ging men uit van de leer der humeuren waarbij verstoring van het evenwicht tussen de lichaamsvochten bloed, slijm, zwarte gal en gele gal, geestelijke en lichamelijke kwalen kon veroorzaken. Om het evenwicht te herstellen paste men aderlaten, koppen zetten en purgeren toe. Er werden kruiden toegediend zoals Helleborus foetidus (Stinkend nieskruid). De giftige wortels werden tot poeder vermalen dat hevige niesbuien veroorzaakte en zo voor verlichting moest zorgen. Een tinctuur van de bladeren had een kalmerende werking en was een beproefd middel tegen epilepsie. Gezien de gedachtegang dat kwalen zoveel mogelijk plaatselijk dienden te worden behandeld, richtte alle aandacht zich bij vormen van gekte op het hoofd. Onschuldig was de behandeling met mos dat bijvoorbeeld groeide op een kruis of heiligenbeeld langs de weg en dat op het hoofd van de patiënt werd gelegd. Zeer ingrijpend was de schedelboring (trepanatie). Vanuit de opvatting dat kwade stoffen en demonen een uitweg moesten vinden, werd een schijfje uit de schedel genomen. De huid werd geopend en een apparaat met een ronddraaiend zaagje op het bot gezet. De wond moest veertig dagen openblijven. Het is een wonder dat vrij veel mensen de ingreep overleefden. Vanuit het volksgeloof dat een horzel die zich in het oor van een paard had genesteld het dier dol maakte, meende men dat kwaadaardige insecten door de neus de hersenen konden binnendringen en dan versteenden met alle gevolgen van dien. Kwakzalvers beweerden dat ze de steen konden verwijderen. Met veel misbaar maakten zij een wond in het hoofd van een ongelukkige patiënt en toverden dan een keitje tevoorschijn dat zij trots aan de omstanders lieten zien.

Watertherapie. (Sigmund Freud Museum London)

Watertherapie. (Sigmund Freud Museum London)

 

Dolhuizen en inrichtingen
In de Middeleeuwen werden de krankzinnigen, die werden beschouwd als ‘onnozelen Gods’, liefdevol opgevangen binnen het gezin of ondergebracht in een klooster of gasthuis. Toen de steden groeiden, veranderde dat. In menige stad was aan het stadhuis of bij een toegangspoort een stevige kooi bevestigd, waarin ‘razende’ patiënten werden opgesloten. Gaandeweg werden er speciale gasthuizen gebouwd voor psychiatrische patiënten, zogenoemde dolhuizen. De patiënten leefden er vaak in barre omstandigheden zonder onderscheid naar hun ziektebeeld. Van tijd tot tijd werden de dolhuizen opengesteld voor bezoekers, waarna het publiek zich dan tegen betaling kon vermaken met de bewoners. Met de komst van de Franse Revolutie kwam daar een einde aan. Humane denkers vonden dat ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’, ook van toepassing moest zijn op krankzinnigen. De periode die later werd aangeduid als de Verlichting, betekende een radicale ommekeer in de psychiatrie.

Vastgeketend
Dokter Philippe Pinel voegde de daad bij het woord. Na zijn benoeming als hoofdarts aan het Hôpital de la Salpêtrière in Parijs in 1797 begon hij met het verbreken van de ketenen waarmee veel patiënten waren vastgebonden. Pinel observeerde de patiënten en probeerde met hen in contact te komen, zoekend naar een toepasselijke therapie voor elk individueel geval. Hij streefde naar een menselijk onderkomen waarbij hij onderscheid maakte tussen de verschillende vormen van gekte. Er moesten ruime en lichte gebouwen komen waar de patiënten een menswaardig bestaan konden leiden met gezond voedsel, rust en regelmaat. Overal in Europa verrezen moderne krankzinnigengestichten gelegen in landelijke omgevingen. De Duitse arts Johan Christian Reil bedacht in 1816 de term ‘psychiatrie’. Jean Etienne Dominique Esquirol zette het werk van zijn leermeester Pinel voort. Hij hield zich intensief bezig met het zoeken naar het ontstaan van geestesziekten en vroeg zich af of deze van binnen uit de geest kwamen of dat er sprake was van een puur somatische (lichamelijke) oorzaak. Langzaamaan ging de verzorging van de patiënten vooruit. Dat de verpleging van geesteszieken niet altijd meeviel blijkt wel uit een verzuchting van Esquirol: ‘Het norse zwijgen van de een en de smalende beledigingen van de ander; de grofheden van de monomaan, de dreigementen en handtastelijkheden van de manicus, de onpasselijk makende zelfbevuiling van de idioot’, dat alles maakte de verpleging niet gemakkelijk.

Zorg in Geel
In de geschiedenis van de psychiatrie wordt een uitzonderlijke plaats ingenomen door de verzorging van patiënten in de Vlaamse plaats Geel. De opvang en verzorging van psychiatrische patiënten daar vindt al plaats sinds de Middeleeuwen. De legende van de heilige Dimpna was aanleiding voor psychiatrische patiënten en hun begeleiders om in Geel genezing te zoeken. Kerk en bewoners van Geel namen de bedevaartgangers liefdevol op, eerst gedurende een korte periode, maar gaandeweg voor langere tijd. De patiënten gingen deel uitmaken van het gezin en verrichtten werk in huis en op het land. Hoewel vanaf het midden van de 19de eeuw een Rijkspsychiatrisch Ziekenhuis werd ingericht, bleef daarnaast de verzorging van patiënten bij de inwoners van Geel thuis voortduren tot op de dag van vandaag.

Schrikken, schokken en rondtollen
Vanaf het einde van de 19de eeuw werd geprobeerd het menselijk brein te doorgronden. Sigmund Freud liet welgestelde dames uitvoerig praten over hun seksuele frustraties, volgens hem de bron van hysterie en andere vormen van waanzin. Carl Jung zocht naar de invloed van het ‘onderbewuste’ als drijfveer van het menselijk handelen. Anderen probeerden nieuwe behandelmethoden uit zoals het toedienen van een schok om zo de patiënten met geweld uit hun gemoedstoestand te halen. De Belgische arts Jozef Guislain liet in Gent een lichte en luchtige inrichting bouwen waar reinheid en regelmaat heersten. Hij ontwierp een brug waarover de patiënten moesten wandelen. Een knecht kon met een apparaat een luik openen waardoor de patiënt in het water tuimelde. Dokter Guislain hoopte op die manier een schrikeffect te bewerkstelligen met een mogelijk heilzame uitwerking op het brein van de patiënt. Andere artsen zetten de patiënten in een ijskoud bad of richtten een brandslang op de ongelukkigen. Er waren methoden om patiënten snel in de rondte te draaien of elektrische schokken toe te dienen, soms zo heftig dat de zieke vreselijk leed. Er werden ook hoge doses insuline gegeven met dikwijls heftige bewegingen tot gevolg waardoor ledematen braken en kaken werden ontwricht. Tegenover deze experimenten stonden behandelingen waarbij de patiënt veel moest rusten, afgewisseld met bezigheden zoals het verrichten van eenvoudig werk of de mogelijkheid zich kunstzinnig te uiten.
(Ruud Spruit)

Openingsbeeld: Stoel gebruikt bij elektrotherapie gedurende de Eerste Wereldoorlog. (Historical Archives National Museum of Health and Medicin in Otis)

Lees de andere helft van dit boeiende artikel, en bekijk veel illustraties, in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Wilhelmina niet, Hendrik wel

Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft een buitengewoon aangenaam boek geschreven over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Tal van deels onbekende aspecten passeren de revue. Die Spelen wekten bij mij altijd de indruk dat ze gericht waren op Amsterdam en omgeving. Niet helemaal ten onrecht, zo blijkt uit het boek.

Lees verder

Kroniek

IJsberende keizer

Het is zes uur in de ochtend wanneer de dienstdoende sergeant bij de Limburgse grenspost Witte Huis te Eijsden een stoet van negen auto’s ziet naderen. Groot is zijn verbazing wanneer één van de inzittenden zich bekendmaakt als Wilhelm II von Hohenzollern, dat Nederland hem asiel wil verlenen en dat hij graag verder wil.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder