Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Volksheld Michiel de Ruyter

27 januari 2015 Siebrand Krul

Michiel de Ruyter (1607-1676) eindigde in 2004 bij de uitverkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden op de zevende plaats, net voor Anne Frank, Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh – de drie in het buitenland bekendste Nederlanders. Terwijl over Anne Frank, Rembrandt en Vincent van Gogh talloos veel boeken, theaterproducties, documentaires en speelfilms gemaakt zijn, was de aandacht voor Michiel de Ruyter veel geringer.

In 1687 verscheen een 1.065 foliobladzijden tellende biografie over de beroemdste zeeheld uit de Gouden Eeuw (geschreven door de Amsterdamse remonstrantse predikant Gerard Brandt). In 1928 publiceerde de Leidse historicus P.J. Blok een omvangrijke biografie over Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die zwaar leunde op het werk van Brandt. Pas aan het eind van de 20ste eeuw verscheen er een op nieuw archiefonderzoek gebaseerde studie van de hand van Ronald Prud’homme van Reine. En nu is er dan de bioscoopfilm. Veel kanongebulder, rondvliegende brokstukken en achteraf ingekleurd bloed. Op de voor de film gebruikte replica’s van 17de-eeuwse koopvaardijschepen (waaronder de Batavia) mocht geen nepbloed vloeien: dat zou in het hout trekken en blijvende sporen nalaten. En dat is wat de Nederlander niet wil. Hij ziet het liefst een Gouden Eeuw zonder bloed- of andere schandvlekken.

Michiel de Ruyter en zijn familie, in 1662 geschilderd door Jurriaen Jakobson. De vlootvoogd was op dat moment op manoeuvres in de Middellandse Zee.

Michiel de Ruyter en zijn familie, in 1662 geschilderd door Jurriaen Jakobson. De vlootvoogd was op dat moment op manoeuvres in de Middellandse Zee.

Zeeuw in hart en nieren

Ook al is er over Michiel de Ruyter niet overdreven veel geschreven, het gros der Nederlanders kent wel het verhaal van de tienjarige knaap die tijdens restauratiewerkzaamheden, tot schrik van de omstanders, op de torenspits van de kerk in zijn geboorteplaats Vlissingen zou zijn geklommen. De schoolbanken benauwden hem en het werk in de touwslagerij beviel hem evenmin. In augustus 1618 voer hij voor het eerst als hoogbootsmanjongen de Zeeuwse haven uit. In betrekkelijk korte tijd werkte hij zich op tot matroos, stuurman en schipper.
Vanaf 1633 is het zeevarend bestaan van Michiel de Ruyter haarscherp in beeld te brengen. In dat jaar maakte hij zijn eerste reis als stuurman op een walvisvaarder. Van al zijn reizen hield hij een scheepsjournaal bij, die – wonder boven wonder – bijna allemaal bewaard zijn gebleven. In een hakerig maar goed leesbaar handschrift heeft hij op nuchtere en zakelijke wijze beschreven wat er op zijn reizen voorviel. Zoals gebruikelijk was er veel aandacht voor de weersomstandigheden, de gevolgde koers, de dagelijkse gang van zaken aan boord, de ondernomen handelsactiviteiten en – indien van toepassing – de confrontaties met de vijand. Zelfs in zijn scheepsjournalen liet De Ruyter zich kennen als een Zeeuw in hart en nieren. ‘Het Zeeuwse dialect’, zo schrijft zijn biograaf, ‘valt onmiddellijk op: waar men de letter ‘h’ zou verwachten, wordt deze weggelaten en omgekeerd, voor klinkers waar men geen ‘h’ pleegt te zetten, schrijft hij deze juist wel.’

Weinig kieskeurige koopman

Daarna volgde een kort maar weinig succesvol intermezzo als kaperkapitein. Het leverde voor een geschiedenisdocent wel het meest smeuïge verhaal op. De Ruyter zou bij een terugreis uit Ierland het dek van zijn schip dik met Ierse boter hebben laten besmeren. Toen de Duinkerker kapers zijn schip enterden en aan boord sprongen, gleden en glipten zij alle kanten op, waarna het voor de manschappen van De Ruyter een koud kunstje was om hen te overmeesteren.
Vanaf 1643 was hij in staat om voor eigen rekening te varen. De Ruyter maakte soms lange zeereizen: via Marokko naar Barbados of de Antillen en daarna weer naar huis. Uit een rekening die achter in een van zijn scheepsjournalen bewaard is gebleven, kan opgemaakt worden dat de lading aan boord zeer divers was: laken, lijnwaad, linnen, koper, messing, spijkers, nagels, kammen, kistjes en doosjes, messen, bijlen, geweren en pistolen, kruit, peper, wijn en brandewijn, hoeden, zilveren kroezen en een juweel. In zakelijk opzicht ging het in deze jaren De Ruyter voor de wind. Hij kon het zich veroorloven om een ruime en voorname behuizing in Vlissingen te betrekken, hij kocht dure rentebrieven en nam zich voor (aldus zijn eerste biograaf Brandt) ‘aen landt blijvende, van de middelen, die hij, in zooveele reizen, zoo zuur als eerlijk hadt gewonnen, gerustelijk te leven’.

‘Met groote tegenheit en bekommernisse’

Deze beslissing was mede ingegeven door huiselijke omstandigheden. Tijdens een verblijf in Marokko was zijn tweede vrouw plotseling overleden (zijn eerste vrouw was al in 1631 na ruim negen maanden huwelijk in het kraambed overleden). Na zijn derde huwelijk (met de achtendertigjarige weduwe Anna van Gelder) was hij, vijfenveertig jaar oud, vastbesloten om van een vroeg pensioen te gaan genieten. Andermaal noopten politieke omstandigheden hem tot het maken van een andere keuze. Ditmaal gooiden de Engelsen roet in het eten.
Eind mei 1652 brak de Eerste Engelse Oorlog uit. Vanaf het begin was duidelijk dat de strijd op zee beslist zou worden. De marine van de Republiek was hierop niet voorbereid. Er waren amper speciaal voor de oorlogsvaart gebouwde schepen beschikbaar. Het merendeel van de schepen waarover de marine beschikte, waren omgebouwde koopvaarders. Bovendien was van een strakke bevelvoering geen sprake. De vijf admiraliteitscolleges hadden ieder zo hun eigen belangen en stelden niet altijd dezelfde prioriteiten. Toen de nood het hoogst was, deed de Zeeuwse admiraliteit een dringend beroep op De Ruyter om onderbevelhebber van een Zeeuws-Fries eskader te worden. Pas na lang aandringen ging de ervaren koopvaardijkapitein (in eigen woorden ‘met groote tegenheit en bekommernisse’) akkoord. Hij liet contractueel vastleggen dat zijn toezegging slechts voor één zeetocht zou gelden. Achteraf bleek dit het begin te zijn van een vierentwintig jaar durend dienstverband bij de marine.

Vechten tegen de Engelsen

Ook al verliep de zeeoorlog tegen de Engelsen voor de Republiek niet voorspoedig, door voorzichtig en tactvol te handelen rees de ster van De Ruyter snel. Iedereen wilde hem wel als vice-admiraal in dienst hebben: niet bij elke vlootvoogd ging vakmanschap gepaard met een natuurlijk gezag over de manschappen. Bovendien speelde een rol dat De Ruyter in het begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk niet als een uitgesproken Oranjeklant te boek stond. Hij koos uiteindelijk voor de Amsterdamse admiraliteit. In het vroeger voorjaar van 1655 verhuisden Michiel, zijn vrouw Anna en de (stief)kinderen naar Amsterdam. Zij betrokken een betrekkelijk eenvoudig huis op loopafstand van alle kantoren en magazijnen die voor de oorlogsvloot van belang waren.

De eerste dag van de Vierdaagse Zeeslag met de Engelsen, 11 juni 1666, geschilderd door Willem van de Velde de Oude. (Rijksmuseum)

De eerste dag van de Vierdaagse Zeeslag met de Engelsen, 11 juni 1666, geschilderd door Willem van de Velde de Oude. (Rijksmuseum)

Na het uitbreken van de Tweede Engelse Oorlog in 1665 werd Michiel de Ruyter met spoed bevorderd tot opperbevelhebber van de vloot. Ongetwijfeld gebeurde dit op aandringen van Johan de Witt, de raadspensionaris van Holland. Deze had vanaf zijn aantreden in 1653 met grote voortvarendheid gewerkt aan de versterking van de vloot. Op voorspraak van De Witt werden tussen 1664 en 1667 zestig linieschepen gebouwd die in de oorlogsvloot de plaats moesten innemen van de omgebouwde koopvaarders. De achterstand op de Engelsen werd zo in korte tijd ingelopen. Behalve aandacht voor de kwantiteit (het aantal schepen, de omvang van de bemanning en het aantal kanonnen aan boord), hadden De Ruyter en De Witt ook oog voor de kwaliteit van de vloot. De Witt zorgde ervoor dat het geld er kwam en De Ruyter hield zich met de rest bezig. Hij zorgde voor een snelle en adequate bevoorrading, liet zijn bemanningen oefenen in het snel laden en afvuren van de kanonnen en hij liet zijn gezagvoerders en vlaggenofficieren voortdurend oefenen met tactische manoeuvres.
Het resultaat liet niet lang op zich wachten. De Vierdaagse Zeeslag (11-14 juni 1666) eindigde in een glansrijke overwinning voor de Republiek. De statistieken spreken boekdelen: De Ruyter verloor vier schepen en er werden aan de kant van de Republiek ongeveer tweeduizend doden en gewonden geteld. De Engelsen raakten twintig schepen kwijt (twaalf werden in brand geschoten en acht vielen in handen van de vijand) en zij hadden vijfduizend doden en gewonden te betreuren.

Tocht naar Chatham: de Royal Charles veroverd

De populariteit van Michiel Adriaensz. de Ruyter – in die jaren ‘Der Staten rechterhand’ genoemd – steeg een jaar later tot ongekende hoogte. Het lukte toen De Ruyter wel wat na hem Napoleon en Hitler vergeefs geprobeerd hadden: de oorlogvoerende Engelse natie in het hart te treffen. Wat gebeurde er eigenlijk precies op die 22ste juni 1667?
Johan de Witt had al direct na de Vierdaagse Zeeslag het plan geopperd om de Engelse vloot in de monding van de Theems aan te vallen om zo een opstand tegen de Engelse koning te forceren. In 1666 kwam het er niet meer van, maar een jaar later werd een plan voorbereid om de Engelse vloot in de thuishaven te verrassen. Omdat de Engelsen een aanval op Londen verwachtten, hadden ze te laat door wat het eigenlijke doel was toen De Ruyter met zijn vloot voor de monding van de Theems verscheen. Een klein eskader voer de rivier de Medway op waar stroomopwaarts nabij de werf van Chatham veel Engelse marineschepen voor anker lagen.
De Medway was een ondiepe en kronkelende rivier met een verval tussen eb en vloed van maar liefst vier meter. Bovendien hadden de Engelsen zeven schepen als een barrière laten afzinken. Bij hoog water was er langs de wal echter een kleine opening waardoor de Hollandse fregatten konden passeren. Een kilometer verder was er een tweede hindernis: bij Gillingham was een enorme ketting over het water gespannen, met enkele grote oorlogsschepen als extra slot op de deur.

De spiegelsiering van de Royal Charles, het door De Ruyter voor de poorten van Londen veroverde admiraalsschip van de Engelse vloot. Het vier meter grote gevaarte werd enige jaren geleden door de huidige koning in Engeland getoond en bevindt zich weer in het Rijksmuseum in Amsterdam.

De spiegelsiering van de Royal Charles, het door De Ruyter voor de poorten van Londen veroverde admiraalsschip van de Engelse vloot. Het vier meter grote gevaarte werd enige jaren geleden door de huidige koning in Engeland getoond en bevindt zich weer in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het door De Ruyter eropuit gestuurde eskader veroverde zonder een schot te lossen het voor de ketting geposteerde admiraalschip Unity, voer vervolgens de ketting stuk en zette met behulp van branders een tweetal grote Engelse schepen in vuur en vlam. Daarna volgde het huzarenstukje: de Royal Charles, het vlaggenschip van de beroemdste admiraals uit die tijd, werd vrij eenvoudig veroverd. Enkele andere schepen ondergingen hetzelfde lot.
Door het verlopend getij en de zonsondergang konden niet nog meer schepen worden buitgemaakt. Maar voordat de volgende dag deze ‘capitale schepen van oorlog’ konden worden uitgeschakeld, brachten de Engelsen deze drie schepen zelf tot zinken. Dit was een vaker toegepaste voorzorgsmaatregel. Immers: een gezonken schip kan niet verder dan tot de waterlijn afbranden en kon later vrij gemakkelijk weer worden gelicht en hersteld.
En wat was de rol van Michiel de Ruyter bij deze tocht naar Chatham? Afgaande op de talrijke schilderijen, prenten en andere huldeblijken zou deze groot geweest moeten zijn. In werkelijkheid was zijn rol bescheiden. Sterker nog: hij was bij de acties bij Chatham helemaal niet aanwezig. De Ruyter was op dat moment herstellende van een lange en slepende ziekte – vermoedelijk was hij geveld door malaria – en hij liet zich pas aan het begin van de avond van 22 juni met een sloep de Medway opvaren. De eer van de verovering van de Royal Charles komt dus volledig aan anderen toe. Ook al was Michiel de Ruyter de eerste om dat ruiterlijk toe te geven, de gelegenheidsdichters (waaronder Joost van den Vondel) en de prentenmakers creëerden echter een ander beeld: het was vooral de verdienste van De Ruyter dat de gehate Engelsen duchtig de les gelezen was.
(Cor van der Heijden)

Lees de rest van het artikel, met bijzondere foto’s, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slecht € 5,50. Kijk op de website voor een proefabonnement.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder