Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De onthullingen van Spy

27 januari 2015 Siebrand Krul

Archeologie is een frustrerende bezigheid. Omdat het bodemarchief vele, maar niet alle geheimen prijsgeeft. En vooral frustrerend omdat in de 19de eeuw de zogenoemde ‘onderzoekers’ alle subtiele bodemsporen hebben vernield. Maar archeologie is ook een fascinerende wetenschap. Beetje bij beetje en met de nieuwste technieken komt de prehistorische mens in de Lage Landen tot leven. Neem de sensationale vondsten van Spy.

Besefte Armand Orban wel hoe belangrijk zijn werk was toen hij, voorjaar 1886, op zijn eentje in het terras van de grot van Spy gangen groef? Waarschijnlijk niet. Zijn gedachten waren als oud-mijnwerker hoogstwaarschijnlijk bij het oproer dat de Waalse industriebekkens toen in rep en roer zette. Gewapende bendes legden mijnen en fabrieken plat, ook in de streek van Spy, een deelgemeente van Jemeppe-sur-Sambre in de buurt van Namen. Het proletariaat revolteerde maar het enige dat van Orban werd verwacht, was dat hij de opgedolven aarde trieerde op de aanwezigheid van beenderen en gereedschap uit vuursteen.

De Brunehaut-menhir, een steenkolos van bijna zes meter hoog in Hollain, bij Doornik. In 1819 werd de steen rechtgezet. Het steeds verder wegzakkende gevaarte boezemde de bevolking angst aan omdat werd gedacht dat de wereld zou vergaan als ze geen omviel.

De Brunehaut-menhir, een steenkolos van bijna zes meter hoog in Hollain, bij Doornik. In 1819 werd de steen rechtgezet. Het steeds verder wegzakkende gevaarte boezemde de bevolking angst aan omdat werd gedacht dat de wereld zou vergaan als ze omviel.

De opdrachtgevers van Orban zagen na laboratoriumonderzoek onmiddellijk het historische belang van zijn vondsten in. Het waren drie jonge, ambitieuze wetenschappers uit Luik: geoloog Max Lohest, paleontoloog Julien Fraipont en amateurarcheoloog Marcel De Puydt, beroepshalve advocaat. Begin juli 1886 lieten ze een stratigrafisch proces-verbaal opstellen. Op een diepte van bijna drie meter was er een laag van bijna tien centimeter met talrijke ivoren resten van mammoettanden en bewerkte vuurstenen, en nog wat dieper een laag met ‘menselijke’ resten.

Spy = godslastering

De aankondiging van de vondst sloeg de wetenschappelijke wereld met verstomming. Nauwelijks vijftien jaar eerder had Charles Darwin in The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex het idee geopperd dat de evolutietheorie ook van toepassing was op de mens als diersoort. Zijn ideeën bleven controversieel omdat ze het christelijke wereldbeeld onderuit haalden dat God de mens omstreeks 5000 v.Chr. had geschapen. Voor het eerst sinds Darwin leverden de opgravingen in Spy het materiële bewijs dat de mens ouder was. Godslastering, en bovendien bleek het om een menselijke soort te gaan, die erg geleek op de primitieve mens uit de IJstijd die dertig jaar eerder in de buurt van Düsseldorf was gevonden: de neanderthaler.
Sindsdien hebben wetenschappers de site van Spy herhaaldelijk onderzocht. Het resultaat bestaat uit duizenden artefacten en beenderen van menselijke en dierlijke oorsprong. Op basis van C14-onderzoek staat het vast dat de man van Spy 36.000 jaar geleden gestorven is. De opgravingen hebben daarnaast fragmenten van een tweede, vrouwelijk maar erg onvolledig skelet opgeleverd en later nog van een kind van twintig maanden.

Adrie en Alfons Kennis worden de Nederlandse paleokunstenaars genoemd omdat ze prehistorische mensresten natuurgetrouw weten om te toveren tot levensechte wezens.

Adrie en Alfons Kennis worden de Nederlandse paleokunstenaars genoemd omdat ze prehistorische mensresten natuurgetrouw weten om te toveren tot levensechte wezens.

‘Staal van de Steentijd’

De massa aan gevonden artefacten bestaat vooral uit bewerkte vuurstenen die de prehistorische mensen vonden aan de oevers en in de beddingen van beken. Vuursteen was een bijzonder gewaardeerde grondstof, het ‘staal van de Steentijd’. Het is niet alleen harder dan staal, maar het laat zich ook gemakkelijk bewerken en splijten, vergelijkbaar met glas. Met aangepaste technieken en een verbluffend raffinement wisten prehistorische mensen objecten te maken die perfect beantwoordden aan het doel waarvoor ze moesten dienen: messen, stekers, krabbers, dolken, speer- en pijlpunten.
Na het einde van de IJstijd, omstreeks 10.000 v.Chr., werd het klimaat milder en liep de Noordzee vol. De mondingen van Rijn, Maas, Eems en Schelde trokken groepjes jagers en vissers aan die er voldoende buit wisten te vinden. Landinwaarts, op van nature vruchtbare bodems zoals het lössgebied van Zuid-Limburg, vestigden zich vanaf 7000 v.Chr. de eerste landbouwers die het bos rooiden, aan akkerbouw deden en later aan veeteelt.
De vraag naar vuursteen nam spectaculair toe, zeker nadat de techniek van het slijpen verspreid raakte. In de Lage Landen waren er twee belangrijke productiecentra: de mijnen van Spiennes (Mons), de oudste van Europa en intussen erkend als Unesco-werelderfgoed, en de talrijke vuursteenwerkplaatsen langs de oostelijke oever van de Maas ten zuiden van Maastricht. Het bekendste mijnencomplex is dat van Rijckholt-St-Geertruid. Het werd in 1881 ontdekt door Marcel De Puydt die vijf jaar later ook betrokken was bij de opgravingen in Spy. Het was hem opgevallen dat de helling van het Maasdal een opvallende gelijkenis vertoonde met een aantal prehistorische vindplaatsen in België. Hij verzamelde grote hoeveelheden bewerkte vuurstenen, inclusief werktuigen, en gaf de plaats de toepasselijke naam ‘Grand Atelier’.
Het ging inderdaad om een voor die tijd grootschalige onderneming. Om de vuursteenknollen uit de dikke kalkafzettingen te halen groeven de mijnwerkers verticale schachten met een gemiddelde doorsnede van een meter. De diepte van de schachten varieerde van tien tot zestien meter tot de vuursteenlaag werd bereikt. Vandaar werden min of meer horizontaal exploitatiegangen gegraven met een hoogte van circa zeventig centimeter. De knollen werden met een hak losgewrikt en –geslagen en vermoedelijk met touwen naar boven gehaald. In het mijnencomplex van Rijkcholt zijn er naar schatting tweeduizend schachten gegraven en bedroeg de productie ruim 20.000 m2 vuursteen. Geen wonder dat het een gewild exportproduct was. Artefacten van Rijckholtse vuursteen zijn tot ruim 400 kilometer ver van de mijn teruggevonden.

Zwijgende Drentse stenen

De vuurstenen bijlen moeten zonder twijfel van vitaal belang geweest zijn voor de eerste landbouwers om bossen te rooien. Op de vrijgekomen plekken begonnen ze graan te zaaien maar hebben ze ook de meest spectaculaire restanten van de Prehistorie nagelaten: de megalieten of grote, stenen monumenten. Menhirs zijn ‘lange’, losstaande stenen. Dolmens of hunebedden zijn grafkamers die bestaan uit verticale zijstenen en ten minste één horizontale deksteen.
Menhirs treft men in Nederland niet aan, wel hunebedden. Meer bepaald de Hondsrug, een heuvelrug die de provincie Drenthe van noord naar zuid doorkruist, ligt ermee bezaaid. De eerste kolonisten hebben tussen 3400 en 3000 v.Chr. de aanwezige kolossale zwerfstenen uit de IJstijd opeengestapeld ter verering van hun voorouders. Waarschijnlijk ging het om familietomben, goed zichtbaar langs belangrijke verbindingswegen om het territorium van de verwantschapsgroep te markeren. Uit de overvloedige grafgiften valt op te maken dat de eerste boeren behoorden tot de trechterbekercultuur, naar de typische vorm van het aardewerk dat in heel Noord-Europa voorkwam.

De hunebedden bij Drouwen, nabij Borger in Drenthe.

De hunebedden bij Drouwen, nabij Borger in Drenthe.

Lange tijd geloofde men dat de hunebedden het werk waren van reuzen. Experimenteel archeologisch onderzoek heeft bewezen dat de prehistorische mens daartoe perfect in staat was. De stenen – de zwaarste in Drenthe weegt 23 ton- werden op een slee over een baan van gladde boomstammen versleept en vervolgens gekanteld en netjes ingegraven. Het was vooral een zaak van goede organisatie en de nodige mensen. Voor een vijftientonner waren er al snel 100 tot 125 man nodig. Misschien ligt daar de betekenis van de hunebedden, behalve de verering van de overledenen? Mensen konden in een egalitaire samenleving status en prestige verwerven door een dergelijk grootschalig project tot een goed einde te brengen, symbolisch bezegeld met een eet- en drinkgelag dat dagen kon duren.

Offer of straf?

Van het einde van de Prehistorie, toen de Romeinen op het punt stonden de schriftcultuur te introduceren, dateren de veenlijken. Een veertigtal is gevonden in Noord-Nederland, waarvan er maar dertien zijn bewaard. De andere zijn alleen bekend uit verslagen. In het algemeen is de berging zeer onzorgvuldig gebeurd. Ernstig wetenschappelijk onderzoek is pas vele decennia later ondernomen zodat heel wat informatie voorgoed verdwenen is.

Het meisje van Yde: haar gruwelijke doodsstrijd valt nog van haar gelaat af te lezen.

Het meisje van Yde: haar gruwelijke doodsstrijd valt nog van haar gelaat af te lezen.

Neem bijvoorbeeld het bekendste veenlijk: het meisje van Yde, gestorven tussen 54 v.Chr. en 128 n.Chr. Na de vondst hebben buurtbewoners botten geroofd en tanden en haren uitgetrokken. Onderzoek heeft uitgewezen dat het om een zestienjarig meisje gaat dat gruwelijk aan haar einde is gekomen. Naar alle waarschijnlijkheid is ze met een driemaal om de nek geknoopte sprangband gewurgd, met een mes in de keel gestoken en vervolgens verdronken in het moeras. Ze leed aan scoliose, of een zijwaartse verkromming van de wervelkolom, en mankte daardoor.
Waarom zo gewelddadig? Dat zal nooit opgehelderd worden. Op basis van Tacitus die de Germaanse gebruiken beschreven heeft, zijn er twee hypothesen. Ofwel is ze terechtgesteld wegens overspel; ofwel heeft ze gediend als offer en is ze ritueel omgebracht. Ook geschreven bronnen bieden geen antwoord op alle vragen…
(Luc Minten)

(Openingsfoto: Eind 19de eeuw zijn de opgravingen in Spy in volle gang)

Lees het complete artikel, met nog veel meer stukken over de Steentijd en de geboorte van de moderne mens: in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slecht € 5,50. Kijk op de website voor een proefabonnement.


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder