Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Overwinteren op Antarctica

06 januari 2015 Siebrand Krul

Hij maakte vele reizen en onder zware omstandigheden overwinterde deze kapitein als eerste op Antarctica. Met zijn scheepsbemanning verrichtte Adrien de Gerlache daar eind 19de eeuw baanbrekend geografisch en biologisch onderzoek, waarbij nieuwe gebieden werden ontdekt en in kaart gebracht. Maar deze barre omzwervingen verliepen niet zonder kleerscheuren.

Adrien de Gerlache de Gomerey werd in 1866 geboren in Hasselt, waar zijn vader als kolonel gelegerd was. Zus Louise beschreef hoe Adrien achterin de tuin een scheepje bouwde. Eenmaal klaar, werd het in de rivier de Ourthe te water gelaten en met een snelle stroom meegesleurd: ‘Het liep rampzalig af, ons prachtig zeilschip ging de dieperik in.’ De Gerlache volgde een ingenieursstudie in Brussel. Tijdens vakanties werkte hij op schepen, die hem onder andere naar de VS brachten. Hij stopte zijn studie toen een opleiding voor maritieme officieren werd gestart. Als aspirant-officier voer hij op schepen van de Belgische kustwacht, de Holland Amerika Lijn en Belgische postschepen om tussendoor zijn kapiteinsdiploma te halen. Als in Zweden een poolreis naar Antarctica wordt gepland, waar de mens nog amper iets van weet, maar wel ijsmuren van wel zestig meter zijn gezien, schrijft hij een brief dat hij mee wil. Als een reactie uitblijft, groeit een plan: ‘Het idee, eerst vaag, van een persoonlijke ontdekkingsreis naar Antarctica, kwam langzaam maar zeker in mij op. Tenslotte werd ik helemaal bezeten door dit idee…’.

Adrien de Gerlache

Adrien de Gerlache

Koning kwaad

Hij bestudeert reismateriaal over Antarctica en gaat mee met het Noorse schip Castor op robben- en walvisjacht om ervaring op te doen met polaire omstandigheden. Hij leert navigeren in het ijs en de Noorse taal spreken, mede omdat de Noren veel ervaring hebben opgedaan in poolgebieden. In 1896 presenteert hij zijn plannen, met als voornaamste doel geografische verkenningen, bij het Belgische Aardrijkskundige Genootschap. Geograaf Elisee Reclus en ontdekkingsreiziger Charles Lemaire geven ondersteunende lezingen en industriemagnaat Solvay schenkt geld. Koning Leopold II weigert audiëntie te verlenen, vermoedelijk omdat de Gerlache eerder zijn aanbod heeft afgeslagen een missie in de Congo te leiden. Er worden benefiet-festiviteiten georganiseerd en De Gerlache koopt in Noorwegen de robbenjager Patria, die op een werf in Sandefjord wordt aangepast: de steven verstevigd met repen gietijzer, isolerende viltlagen aangebracht en de neus zo omgevormd, dat hij over ijs schuift en dat vervolgens onder z’n gewicht verplettert.
Regelmatig raadpleegt De Gerlache de beroemde poolreiziger Fridtjof Nansen. In 1897 komt het schip, omgedoopt tot Belgica en verwelkomd met 21 saluutschoten, in de Antwerpse haven aan. De Belgische regering subsidieert, mede vanwege de toegenomen belangstelling, het restbedrag voor de expeditie.
De negentien poolreizigers worden uitgewuifd door duizenden mensen, terwijl de Antwerpse beiaard galmt. Bij Doel vuurt het Nederlandse marineschip De Kortenaar 21 saluutschoten af en begeleidt het poolschip door Nederlandse wateren. Nansen telegrafeert: ‘…Dat de reis de wetenschappelijke resultaten mag opleveren welke zijn minutieuze voorbereiding beloofde en dat deze resultaten een nieuw licht mogen werpen op het meest obscure gedeelte der aarde.’ Aan boord zijn Roald Amundsen als tweede luitenant, die zijn eerste poolervaringen opdoet (onder andere leert dat je beter honden kunt meenemen dan zelf sleeën trekken). Tevoren beproeft hij poolkledij van bont in de besneeuwde bossen rond Antwerpen. Er gaan vijf wetenschappers mee: de Polen Henryk Arctowski (geoloog, oceanograaf, meteoroloog), Antoni Dobrowolski, assistent-meteoroloog), Emile Danco (aardfysicus uit België) en Emile Racovitza (zoöloog en botanicus, Roemenië). Over de Amerikaanse dokter en fotograaf Frederik Cook (die later claimde als eerste de magnetische Noordpool bereikt te hebben) schrijft De Gerlache onderweg: ‘Een alleraardigste kameraad, gedienstig, vlijtig, vernuftig’ en achteraf: ‘Hij bewees de expeditie als medicus onschatbare onwaardeerbare diensten en had daarenboven een belangrijk aandeel in ons wetenschappelijke werk’.

Een deel van de bemanning van de Belgica.

Een deel van de bemanning van de Belgica.

Noedels in plaats van macaroni

Op een foto poseren bemanningsleden voor een bord op het achterschip: ‘L’Union Fait La Force’. Het is de eerste keer dat foto’s van Antarctica gemaakt gaan worden. Overwogen wordt een luchtballon mee te nemen om het gebied van bovenaf te kunnen bekijken, maar dat blijkt te kostbaar. Er gaat veertig ton proviand mee (waaronder 10.000 conservenblikken). De Gerlache: ‘Bij de noodzakelijke eetwaren had ik genoteerd: Deegwaren. Maar welke deegwaren moest ik kiezen. Macaroni? Noedels? Om het even zult u denken en aanvankelijk dacht ik er net zo over. Maar na enig nadenken ontdekte ik, dat macaroni rond en hol is, terwijl noedels plat en vol zijn. Dus moest de macaroni worden afgevoerd, omdat die meer plaats innam. En inderdaad, met 16 kisten noedels had ik het equivalent in gewicht van 24 kisten macaroni.’
In Zuid-Amerika wordt de kok van boord gezet na een vechtpartij met een ander bemanningslid en vanwege tijdverlies besluit De Gerlache het eerste zomerseizoen alleen de zeebodemstructuur zuidelijk van Kaap Hoorn in kaart te brengen. Eind december loopt het schip vast op een rif en De Gerlache vreest het ergste: ‘Tussen twee manoeuvres door, zat ik een tijdje in mijn hut om mij aan overpeinzingen over te geven en ik geef toe: ik heb zitten huilen.’
Januari 1898 komt de twintigjarige Noorse matroos Wiencke om; hij slaat overboord en eind januari arriveert de Belgica bij wat sindsdien de Gerlache Straat heet. De kapitein in zijn scheepsjournaal: ‘Is het echt een doorgang en waar zal die ons naartoe leiden? Het blijkt een belangrijke doorvaart te zijn tussen een eilandengroep en het noordelijke vasteland van Antarctica.
Onderweg wordt zo’n twintig keer aan land gegaan, bij Antarctica tot dan toe zelden vertoond. Tot verbazing van de bemanning blijken pinguïns totaal niet bang voor mensen. De landingen zijn van korte duur: ‘Wij krijgen slechts tien minuten. ‘Spoed u Arctowski’, roept de commandant. Ik geef Tollefsen een hamer en zeg hem waar hij moet kloppen, zelf klim ik op een nabijgelegen gletsjer en als een dief kies ik hier en daar wat stenen uit…’
De Belgica probeert, door pakijs brekend, onbekende zeeën en kusten te vinden. Cook: ‘We gaan volle snelheid achteruit, dan volle kracht vooruit (..) Zij klaagt en kreunt en kraakt en beeft, maar gaat verder met het breken van ijspannen van vijf voet dik…’.

Doctor Hook verricht metingen op het pakijs.

Doctor Hook verricht metingen op het pakijs.

Botsing met een schots

Op 28 februari steekt een storm op en komen ze bij een zuidwaartse inham in het ijs rond Antarctica. Staande op de brug vinden De Gerlache en zijn rechterhand Lecointe de verleiding te groot om hem niet in te varen, ondanks tegensputteren van bemanning en wetenschappers (de laatsten willen hun inmiddels verzamelde collecties niet in de waagschaal stellen). De Gerlache schrijft later: ‘Onze vaart in de toenemende duisternis, dwars door een chaos van op elkaar stotende ijsklompen, die door het schip opzij worden gegooid met een lawaai dat door het stormgeraas nauwelijks overstemd wordt, heeft een fantastisch karakter.’ Terwijl Cook pessimistisch schrijft: ‘…elke botsing met een schots lijkt de voorbode van een ramp.’
De Belgica is de geul 150 kilometer binnengedrongen, maar loopt vast in het ijs: de eerste overwintering op de Zuidpool is onvermijdelijk. Op het dek wordt een overkapping van hout en zeildoek gemaakt, op het ijs hokjes voor metingen en observaties en ook de wetenschappers gaan de voordelen inzien: als eersten de winterse omstandigheden op Antarctica ondergaan, maar wel met de vraag of de mens (en het schip) zulke ontberingen kunnen overleven. De Gerlache verwacht een rijke oogst aan resultaten: ‘Is het dat niet wat wij wensen en gezocht hebben?’
De poolnacht met talloze ongemakken valt zwaar. De kapitein: ‘De kledij, de uitrusting en de kooien zijn steeds nat en bedekt met een dun laagje ijs.’ En hoewel uit een foto blijkt dat gegeten wordt van borden met gouden randjes, is er het aanhoudende gekraak van het schip en gehuil van de wind. Door vervormend pakijs schudt het schip en is slapen lastig. Bang dat het schip verpletterd wordt, zijn er evacuatieplannen opgesteld om in de twee roeiboten van de Belgica naar Kaap Hoorn te geraken. Een ander groot ongemak is dat er vanaf mei 67 dagen, op enkele schemeruren na, volslagen duisternis heerst. Twee Noorse matrozen vertonen tekenen van ‘krankzinnigheid’, de Mechelse Emile Danco overleeft het niet door hartkwalen en in juni gaan vitaminegebrek, een verstoord eet- en slaappatroon en gebrek aan (zon)licht opspelen. Cook vindt een probaat antwoord: dagelijks een halfuur met ontbloot bovenlijf voor de kachel zitten en een half uur op een gebaand pad rond het schip lopen. Mannen die aan scheurbuik lijden, laat hij pinguïn- en robbenvlees eten. Cook vergelijkt pinguïnvlees met ‘een mengsel van rundvlees, bedorven kabeljauw en taaie eend, gebraden in een pot, met bloed en levertraan als saus.’ Hij wordt beschouwt als de eerste die winterdepressie (SAD) heeft benoemd.

Emile Danco werd ten grave gedragen vanaf de vastgevroren Belgica.

Emile Danco werd ten grave gedragen vanaf de vastgevroren Belgica.

Nieuw continent?

Om uit het pakijs te geraken, begint de bemanning in januari 1899 een geul te hakken in 2,5 meter dik pakijs naar een 600 meter verderop gelegen meer. Een maand later is dit gelukt, nog een maand later bereikt de Belgica open zee en twee weken daarna Punta Arenas in Chili. Daar wordt enkele maanden in een hotel bijgekomen en het tweede stuk van de expeditie voorbereid. Maar dat blijkt een deel van de bemanning teveel. Besloten wordt terug te keren naar België, waar de Belgica na 27 maanden aankomt met aan boord 327 antarctische diersoorten (waarvan 188 onbekende), planten, 55 soorten korstmossen en 27 mossen. Eén van de belangrijkste ontdekkingen door dieptemetingen is dat de zee zuidwaarts ondieper wordt; een indicatie dat er onder de ijsmassa’s verscholen een tot dan toe onbekend continent moet zijn: Antarctica. Daarnaast heeft de Belgica niet minder dan 88 geografische landschappen ontdekt (kapen, baaien, bergen, eilanden, straten) die zo een naam krijgen. De Gerlache krijgt de verwachte titel van baron niet toegekend, vermoedelijk omdat geen enkel gebied is vernoemd naar het Belgische koningshuis, terwijl met de Wilhelmina Baai wel een Nederlandse prinses is geëerd. Maar, adellijke titel of niet, één van de matrozen, Jan Van Mirlo, typeert De Gerlache achteraf als ‘op-en-top edelman’ en ‘een goed en zacht mens’. Meteoroloog Dobrowolski noemt hem een man van actie, vol enthousiasme, met een vastberaden karakter, gevoel voor realiteit, doorzettingsvermogen en volharding’. De Gerlache heeft een hekel aan officiële bijeenkomsten, banketten en recepties, maar geeft talloze goed bezochte lezingen in binnen- en buitenland, omdat hij meer expedities wil ondernemen. In 1903 helpt hij een Franse Antarctica-expeditie voorbereiden, gaat mee, maar stapt in Brazilië van boord vanwege een slechte verstandhouding met expeditieleider Charcot. Daarna maakt hij met de Belgica drie noordpoolreizen om met Philippe, hertog van Orléans, op pooldieren te jagen, oceanografisch onderzoek te verrichten en delen van Groenland in kaart te brengen.

De route van de Belgica onder leiding van De Gerlache.

De route van de Belgica onder leiding van De Gerlache.

Verheven patriottisme

De Gerlache trouwde in 1904, kreeg twee kinderen en scheidde in 1913. In die tijd was hij conservator van het Koninklijk Natuurhistorisch museum in Brussel. Na 1910 richtte hij zich op poolcruises, waartoe hij in Noorwegen het schip Polaris liet bouwen, maar vlak voor de eerste cruise wilde zijn Engelse vriend, ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton, ermee op expeditie naar Antarctica en nam het schip over. De Gerlache wilde vervolgens ook zelf richting Antarctica, maar kreeg geen vergunning om er in de door de Britten geclaimde wateren op walvissen te jagen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij actief voor zijn vaderland (kustverdediging, evacuaties, missies naar Noorwegen). Hij hertrouwde met een Zweedse en kreeg uit dit huwelijk een zoon, Gaston. Na de oorlog werd hij regeringsadviseur en in 1928 directeur-generaal van de marine.
Adrien de Gerlache overleed in 1934, 68 jaar oud, aan paratyfus. Zijn vriend J. Pelsener, memoreerde hem als ‘zeer verlicht, liberaal katholiek, en de incarnatie van het meest verheven patriottisme.’
De Belgica zonk uiteindelijk in 1940 in Noorwegen tijdens een Duitse luchtaanval. Hij werd in 1990 teruggevonden en in 2007 ontstond, in het kader van het pooljaar, een initiatief om een replica van de Belgica op een werf in Boom te bouwen. Een woordvoerder vertelt dat inmiddels ongeveer een derde van de spanten op de kielbalk is geplaatst en dat het museumschip naar verwachting in 2018 afgebouwd zal zijn (www.newbelgica.be).

Majestueus maar hopeloos vast: de Belgica.

Majestueus maar hopeloos vast: de Belgica.

Sluitertijd negentig minuten

Adriens nageslacht zette zijn werk voort. In 1957 richtte Gaston met een team op Antarctica onderzoekstation ‘Koning Boudewijn’ op, waar hijzelf twee jaar lang verbleef en waar tot 1961 onderzoek werd verricht. Ook zijn kinderen waren actief in en rond poolgebieden. Zo volbrachten François, Jean-Louis en Henrianne in de jaren zeventig archeologische stages bij pater Vandevelde in Noord-Canada, die er met Eskimo’s werkte. Honderd jaar nadat zijn grootvader Brabant Eiland had ontdekt, wist François er met een Britse expeditie te overwinteren in tentjes. Hij voer door de Gerlache Straat, langs Paradise Bay, plantte een Belgische vlag en schreef: ‘…daar verlaten we alweer deze ontroerende plek, waar we waarschijnlijk als enigen, sinds 1898, voet op hebben gezet.’
Het Antwerpse Museum aan de Schelde (MAS) bezit nog enkele attributen, zoals het stuurwiel van de Belgica en het kraaiennest. Kleinzoon Jean Louis is onlangs gepensioneerd als regeringsadviseur. Hij toont in een West-Vlaams kasteeltje bij Mullem, waar zijn hoogbejaarde moeder nog woont, een slede, een model van de Belgica, het bord: ‘L’Union Fait La Force’ en een metalen cilinder met schroef, waarmee in zee bodemmonsters werden genomen. In zijn vaders voormalige werkkamer staat een opgezette pinguïn en hangt een spookachtig sfeervolle tijdopname van de Belgica in het pakijs, gemaakt door Cook (sluitertijd: negentig minuten). Jean-Louis memoreert grootvader Adrien kort en krachtig: ‘Zijn devies was: ‘Kijk naar het doel, niet naar de obstakels’.’
Lex Veldhoen

Lees het volledige artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu te koop voor slechts 5,50 euro. Of maak uw goede voornemen werkelijkheid en neem een proefabonnement via onze website!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder