Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Met de tram door België

06 januari 2015 Siebrand Krul

Een betere transportontsluiting van het platteland hield politici, clerici en ondernemers in het midden van de 19de eeuw bezig. Het project moest zoveel mogelijk landelijke kernen aansluiting bieden met stedelijke markten en spoorwegstations en daardoor handel, nijverheid en pendelarbeid stimuleren. In 1875 werd voor een wet op de tramways gestemd in de verwachting dat het privé-initiatief zich op de aanleg en exploitatie van ‘buurtijzeren wegen’ zou storten. Maar stedelijke lijnen waren uiteindelijk de enige die door deze wet gestimuleerd werden.

In Gent of Antwerpen konden paardentrams immers op een relatief kort traject veel passagiers verwerken en was exploitatiewinst verzekerd. De liberale regering Frère-Orban nam het initiatief om zelf een buurtspoorwegnetwerk uit te bouwen. Tegelijkertijd moest de aanleg goedkoop blijven, onder andere door niet te veel te investeren in bruggen, magazijnen en stelplaatsen. Langs de trajecten zouden dan ook geen stations gebouwd worden; halteplaatsen werden in de buurt van herbergen voorzien.
Het parlement kon zich vinden in het globale concept en op 28 mei 1884 werd de wet op de stichting van een Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen – Société Nationale de Chemins de fer Vicinaux (NMVB-SNCV) goedgekeurd. Omdat de meeste gemeenten weinig financiële ruimte hadden, werden de aanlegkosten van lijnen voor 25% door de staat en voor 25% tot 33% door de provincies gedragen. Om zowel elektrificatieplannen mogelijk te maken als om armere regio’s te kunnen ontsluiten, werd het staatsaandeel vanaf 1896 opgetrokken tot 50%. Het resterende bedrag werd verdeeld over de gemeenten waar een lijn doorliep volgens een verdeelsleutel op basis van het aantal te bedienen inwoners. Voor elke lijn werd een afzonderlijk kapitaal samengesteld, dat door de aandeelhouders via een systeem van annuïteiten (jaarlijkse interesten) afbetaald kon worden aan de NMVB. Was de lijn winstgevend, dan konden de aandeelhouders zelfs rekenen op de uitbetaling van een dividend.
De katholieke regering Beernaert liet de wet op de buurtspoorwegen lichtjes wijzigen op 24 juni 1885. Belangrijkste aanpassing was dat particulieren en vennootschappen konden participeren aan de kapitaalsvorming van een bepaalde lijn. Uiteindelijk werd slechts voor enkele van de 204 opgestarte tramlijnen privékapitaal gevonden. Negentien ervan werden uiteindelijk niet als tramtraject gerealiseerd.

Kust- stads- en bietentram

De eerste tramlijnen werden in 1885 aangelegd. De eerste operationele tramlijn van de NMVB, met volgnummer 2, is de nog steeds actieve kustlijn Oostende-Nieuwpoort, waar op 5 juli 1885 het eerste traject feestelijk in dienst werd genomen. De tweede tramlijn die op 15 augustus 1885 in dienst kwam, was de lijn Antwerpen-Hoogstraten met volgnummer 1.
De NMVB legde de lijnen aan en verpachte ze nadien aan privémaatschappijen die het dagelijks beheer voor hun rekening namen. Bij het uitbreken van de Grote Oorlog had de NMVB in heel België 4.095 kilometer tramsporen in dienst.
De Duitse plundering van locomotieven, wagons en rails betekende een zware beproeving voor de pachtende maatschappijen. In 1919 kregen zij de mogelijkheid om hun pachtcontract stop te zetten. De NMVB begon na het herstel van de lijnen zelf met de exploitatie van de meeste trajecten. De uitbating van het 160 kilometer lange traject van de kusttram bleef tot eind 1955 in handen van de Société pour l’Exploitation des Lignes Vicinales d’Ostende et des Plages Belges, een dochtermaatschappij van de Empainholding. Ook de stadslijnen van Gent en Brussel bleven verpacht, evenals de toeristische tram naar de grotten van Han.
De Zeeuwsch Vlaamsche Tramweg Maatschappij, met zetel in Terneuzen, was de enige buitenlandse exploitatiemaatschappij. Zij opende in 1915 twee grensoverschrijdende tramlijnen: Drieschouwen – Moerbeke en Sas-van-Gent – Zelzate. Beide lijnen werden aangelegd om het transport van suikerbieten uit heel Zeeuws-Vlaanderen naar de suikerraffinaderijen van Moerbeke en Zelzate in Oost-Vlaanderen te verbeteren. Vrachtwagens namen in 1949 het transport over van de goederentram.
De NMVB ging zelf de grens over op verschillende lijnen in de provincies Antwerpen (naar Bergen-op-Zoom, Breda, Rijsbergen en Eindhoven), Limburg (naar Weert, Maastricht en Roermond) en West-Vlaanderen (naar Sluis, Breskens en Aardenburg). Naar Frankrijk bracht de lijn Ieper – Steenwerck veel Vlaamse textielarbeiders de grens over.

Tram-wb2

Boerentram en eieren

Het goederenvervoer was niet zo uitgebreid via de tram als wat de overheid oorspronkelijk had begroot. De pendel van arbeiders en bedienden van kleine gemeenten naar de steden werd wel steeds belangrijker. Boerentrams, die naar de letter en de geest van de wet op de buurtspoorwegen vooral ‘den boerenbuiten’ met de stad verbonden, vervoerden vooral boeren en boerinnen naar en van de markt met boter, eieren en andere landbouwproducten. Aangezien deze trams slechts enkele dagen per week goed beklant waren, waren zij de eerste lijnen die werden opgedoekt.
De tram bleek in beide wereldoorlogen het publieke transportmiddel bij uitstek. Treinen waren veelal voorbehouden voor militair gebruik en werden goed gecontroleerd. Veel stedelingen gingen niet naar de markt om eten te kopen, maar met de tram naar het platteland om bij de boeren voedsel aan te schaffen. Toch werden door de Duitse bezetter tramlijnen opgedoekt en uitgebroken. Trams, wagons en rails werden afgevoerd om in Duitsland te worden gebruikt.

Het einde?

Vanaf 1894 begon de NMVB de beste lijnen te elektrificeren. Om de dienstverlening op boerenlijnen te verbeteren, werden autorails – een bus op een railstel – ingezet. Vanaf 1924 mocht de NMVB naast tramlijnen ook busdiensten organiseren. De jaren 1950 luidden de opmars in van de vrachtwagen en van de modale gezinswagen. Beide eisten steeds meer plaats op. De weg moest gedeeld worden en alle economische en sociale belangenverenigingen vroegen om de tram te vervangen door autobussen. De tramlijnen, ooit aangelegd op de weg als goedkoopste aanlegoptie, werden uitgebroken en de vrijgekomen ruimte werd verhard als rijvak voor auto’s, vrachtwagens en bussen. In Vlaanderen bleven enkel de kusttram en de stadstramnetten van Gent en Antwerpen behouden.
De NMVB werd door de Belgische staatshervorming van 1991 opgedeeld in een Vlaams en Waals deel. In Vlaanderen zorgt sindsdien de Vlaamse Vervoersmaatschappij ‘De Lijn’ voor de openbare transportdienstverlening. In Brussel is sinds 1954 de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) als exploitatiemaatschappij actief. De laatste jaren wordt de tram gepromoot als nieuw transportmiddel. Er is wel een probleem: de meeste oude trambeddingen zijn niet meer beschikbaar…
Harry van Royen

Lees het volledige artikel in de nieuwste . Nu overal te koop voor slechts 5,50. Of bezoek de website en neem een proefabonnement!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder