Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Stille nacht van Kerstmis 1914

17 december 2014 Siebrand Krul

Op vrijdag 8 januari 1915 pakte The Daily Mirror, een Brits dagblad dat beweerde de hoogste oplage ter wereld te hebben, uit met een sensationele foto. Op dit beeld, voorpaginabreed afgedrukt, prijkten twee dozijn ongewapende Britse en Duitse soldaten die vreedzaam in de lens keken. Volgens het onderschrift hadden deze mannen met Kerstmis een officieuze wapenstilstand gesloten. Ze hadden hun loopgraven verlaten en sigaren en sigaretten uitgewisseld. Dit was geen unicum. Nog tientallen andere soldaten aan het westelijk front beslisten diezelfde dag de slachtpartij even stop te zetten.

Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 gingen velen ervan uit dat hij niet lang kon en zou duren en dat de soldaten tegen Kerst terug thuis zouden zijn. Niemand kon toen vermoeden dat ze pas in 1918 Kerstmis thuis zouden kunnen vieren, althans wie nog in leven was.
De eerste berichten over ‘Kerstfeestjes’ aan het front, eind 1914, doken al snel op in de Britse pers. Zo publiceerde The Daily News op 30 december twee merkwaardige brieven die de New York Times ’s anderendaags overnam onder de titel ‘verbroedering tussen de linies’. Een officier van de Queen’s Westminster Rifles schreef dat hij iets heel vreemds en grappigs meegemaakt had: ‘Er kwam geen officiële wapenstilstand, maar de mannen maakten er zelf één’. Op Kerstavond hoorde hij heel de tijd gezang, gejuich en klaroenen in beide linies. De Duitsers hadden hun borstweringen verlicht en lieten de Britten ongestoord werken. De volgende dag verlieten heel wat Engelsen hun stellingen om in het niemandsland een praatje te slaan met de vijand. ’s Namiddags volgde onze officier hun voorbeeld. Hij liet zich fotograferen in een gemengde groep, kreeg twee souvenirs mee (een Duits lintje en een foto van de Beierse kroonprins) en noteerde twee namen en adressen. Het waren deftige, intelligente Saksen, geen Pruisen, onderstreepte hij.
Een soldaat van dezelfde eenheid voegde eraan toe dat het schieten op Kerstavond ophield omstreeks 17 uur, toen de duisternis inviel. Beide partijen begonnen te zingen, ook de Britten haalden kaarsen boven en één van hen begon een vriendschappelijke babbel. Omdat alles goed leek te gaan, waagden vier kerels zich uit de loopgraven. Toen dat lukte, deden anderen dat ook en begonnen muziek te maken en te dansen. Uiteindelijk stapten ze op elkaar toe om een hand te geven en snuisterijen uit te wisselen.

Bij Kerstmis horen geschenken. De burgemeesters van Parijs namen eind 1914 het Belgische leger voor hun rekening en stuurden, met medewerking van het Parijse dagblad Le Matin, een colonne vrachtwagens met pakjes naar het IJzerfront, tot grote vreugde van de Belgische soldaten.

Bij Kerstmis horen geschenken. De burgemeesters van Parijs namen eind 1914 het Belgische leger voor hun rekening en stuurden, met medewerking van het Parijse dagblad Le Matin, een colonne vrachtwagens met pakjes naar het IJzerfront, tot grote vreugde van de Belgische soldaten.

Voetballen
Op Kerstdag zelf speelden de Britten voetbal vóór hun linies en vroegen aan de Duitsers een ploeg samen te stellen. Maar het kwam niet tot een match. Ofwel vonden de Duitsers de bevroren, omgewoelde grond te slecht, ofwel grepen hun officieren in, vermoedde de soldaat. Wel werd er nog gepraat en één van de Duitsers nam een foto van een groep met een twaalftal Britten en evenveel Duitsers.
Het is verleidelijk te veronderstellen dat ook een Brit deze groep fotografeerde en dat zijn opname op 8 januari 1915 in The Daily Mirror verscheen. Dan weten we dat het gaat om militairen van de Queen’s Westminster Rifles en het 127ste Saksische Infanterieregiment, die toen tegenover elkaar stonden in La Chapelle-d’Armentières, een plaatsje in het Franse Noorderdepartement, dicht bij de Belgische grens. Onze soldaat was wel opgelucht te horen dat hij van loopgracht zou veranderen, zodat hij niet meer met dezelfde Duitsers geconfronteerd zou worden.

Vooral dit beeld vertegenwoordigt het kerstbestand in het collectieve geheugen. Hij werd op 25 december 1914 in Ploegsteert genomen door de Britse soldaat R.W. Turner en toont een paar collega’s van de London Rifle Brigade tussen Saksen van het 104st en 106ste regiment

Vooral dit beeld vertegenwoordigt het kerstbestand in het collectieve geheugen. Hij werd op 25 december 1914 in Ploegsteert genomen door de Britse soldaat R.W. Turner en toont een paar collega’s van de London Rifle Brigade tussen Saksen van het 104st en 106ste regiment

Ongewenste verbroedering
Soortgelijke soldatenbrieven en foto’s verschenen vooral in de Britse pers. In Duitsland was men was niet happig op dergelijk vredesnieuws en de Fransen wilden er nog minder van weten. Andere bronnen bevestigen, al blijft het moeilijk feiten en fictie te onderscheiden, dat er eind 1914 op diverse plaatsen Kerstbestanden voorkwamen, vooral tussen Duitse en Britse troepen, en dat deze één dag, soms een paar dagen en uitzonderlijk zelfs langer duurden.
Het blijft een wonderlijk gebeuren. Wapenstilstanden worden doorgaans ergens achter het front afgesproken door politici en generaals, niet door simpele soldaten of (onder)officieren in de voorlinies. Het was ook niet evident dat soldaten die elkaar al weken naar het leven stonden, plots bereid bleken te verbroederen. Dat kon alleen op die plaatsen van het front waar de twee linies zo dicht bij elkaar lagen dat ze de overzijde in het oog konden houden en rechtstreekse communicatie mogelijk was. Zoiets ging vlotter als enkele soldaten de taal van de vijand kenden. Soms hadden de twee partijen al vóór Kerstdag kennis gemaakt en zelfs een woordje gewisseld. Maar ook dan bleef het inzetten van een gevechtspauze moeilijk. Al bij al verliep dat proces meestal bijzonder snel. De betrokken soldaten moesten wel eerst durven geloven dat de overzijde niets in het schild voerde en dat ze niet neergeknald zouden worden als ze uit hun veilige loopgraven te voorschijn kwamen. Wellicht stimuleerde de Kerstsfeer, met de Kerstliederen, de Kerstbomen en de sneeuwkoude, het vertrouwen in de tegenpartij. Sommige groepen bleken er gevoeliger voor dan andere. Pruisen bijvoorbeeld waren daar minder toe geneigd dan Saksen of Beieren.

De teruggave van een monstrans inspireerde dit schilderij van de Vlaamse oud-strijder Samuel De Vriendt. (Museum aan de IJzer)

De teruggave van een monstrans inspireerde dit schilderij van de Vlaamse oud-strijder Samuel De Vriendt. (Museum aan de IJzer)

In de verte zachtjes Gloria in Excelsis Deo
Belgische soldaten komen in dit Kerstverhaal nauwelijks voor. Rechtstreeks contact met de tegenstander was op hun front moeilijk omdat de brede overstromingen van de IJzervlakte het grootste deel van de Belgische troepen van de Duitse linies scheidde. Alleen in de omgeving van Diksmuide, waar Belgen en Duitsers elk op een andere oever van de IJzer stonden, stopten ze even met schieten.
Een mooi getuigenis vinden we in de notities van Louis de Mahieu, een jonge oorlogsvrijwilliger bij het 2de Regiment Grenadiers. Op Kerstavond zat hij in een kelder bij de spoorwegbrug over de IJzer. Om middernacht hoorde hij in de verte Gloria in Excelsis Deo en Minuit Chrétiens zingen. Daarop repliceerden de Duitsers met religieuze liederen. De volgende middag wou Louis in zijn schuilplaats picknicken met een vriend die een paar dozen lekkernijen ontvangen had, maar hun feestje werd door het inslaan van een granaat verstoord. Diezelfde middag zagen de Belgen aan de overkant plots een pinhelm uit de Duitse loopgraaf te voorschijn komen, vervolgens een hoofd en dan nog een hoofd. Twee Beieren naderden de IJzer, zonder wapens, met hun mantel open en de armen in de lucht. Ze vroegen of ze, ter gelegenheid van Kerstmis, twee van hun doden mochten begraven en een Belgisch lijk uit het water vissen. Een zestigtal andere soldaten kwam ook te voorschijn en begon te zingen. De Belgen luisterden rechtop in hun loopgraven. Een van hen waagde zich in een vlot over de IJzer en ging er te midden van de Duitsers drie keer ‘Leve België’ roepen. Toch hielpen ze de waaghals om terug aan de overkant te geraken. Drie uur later bevalen de Duitse officieren hun manschappen naar de loopgraven terug te keren, maar er werd de rest van de dag niet meer geschoten.

Zo zag een medewerker van het Duitse soldatenblad Liller Kriegszeitung Kerstmis 1914 te velde: Duitse pinhelmen hebben met hun geweren een driepikkel gemaakt en daarop een Kerstboom geplant. (Liller Kriegszeitung)

Zo zag een medewerker van het Duitse soldatenblad Liller Kriegszeitung Kerstmis 1914 te velde: Duitse pinhelmen hebben met hun geweren een driepikkel gemaakt en daarop een Kerstboom geplant. (Liller Kriegszeitung)

Niet krijgshaftig genoeg
Op tweede Kerstdag kwam het 1ste regiment karabiniers de grenadiers aflossen. Het bestand werd voortgezet tot de Duitsers omstreeks de middag duidelijk maakten dat de Belgen moesten gaan schuilen en enkele schoten in de lucht losten. Kort erop verscheen op het puin van de wegbrug een Duitse majoor, vergezeld van een ordonnans. Hij vroeg of er bij de Belgen een aalmoezenier aanwezig was, want hij wou hem een aandenken aan de Kerstnacht bezorgen. Dit zat in een zak die de Belgen met een touw over de licht dichtgevroren IJzer trokken. Het geschenk bleek een kostbare monstrans te zijn (een zilveren houder waarin een gewijde hostie uitgestald wordt). Zusters hadden dit stuk bij hun vlucht uit Diksmuide in de kolenkelder van hun hospitaal verstopt.
In 1930 gaf de stad Diksmuide aan oud-strijder Samuel De Vriendt opdracht een oorlogsschilderij te maken. De kunstschilder koos het monstransverhaal als onderwerp. Op het doek staan een verkleumde Belgische piot, met de monstrans in zijn handen, en een Duitse soldaat die in aanbidding knielen bij het pasgeboren kindje Jezus. Op de achtergrond stroomt de IJzer door het desolate landschap. De opdrachtgever vond het werk niet krijgshaftig genoeg, maar de kunstenaar weigerde toe te geven. Het schilderij hing jarenlang in de IJzertoren te Diksmuide en bevindt zich nu in de Sint-Niklaaskerk van Diksmuide.

Belgische soldaten met Kerstcadeautjes uit Parijs.

Belgische soldaten met Kerstcadeautjes uit Parijs.

Streng verboden ‘vechtstakingen’
Het spreekt vanzelf dat de legeroverheden niet opgezet waren met spontane ‘vechtstakingen’ die het moreel van de troepen dreigden te ondermijnen. De volgende jaren namen ze dan ook maatregelen om een herhaling van dergelijke toestanden te voorkomen. Toch konden de generaals niet beletten dat sommige soldaten samen Kerstmis bleven vieren en dat tegenover elkaar liggende troepen de hele oorlog lang probeerden hun tegenstanders het leven niet nodeloos lastig te maken. Het front was en bleef voor beide partijen een kwestie van ‘leven en laten leven’.
(Daniël Vanacker)

Lees het volledige artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder