Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Oudste talen

17 december 2014 Siebrand Krul

In de Hollandse kustprovincies werd in de Vroege Middeleeuwen Oudnederlands en Oudfries gesproken. Teksten uit deze vroege periode zijn amper bewaard gebleven, maar we kunnen wel wat met plaatsnamen. De historische taalkunde stelt ons in staat uit deze plaatsnamen een stukje cultuurgeschiedenis te destilleren.

We gaan terug naar het jaar 500. Een langwerpig schip vaart de monding van de rivier de Rijn binnen. Enkele kilometers landinwaarts legt het vaartuig aan bij een hoge zandrug. Een groep mannen en vrouwen stapt uit. Hun leider is gehuld in een rode mantel waarop een gouden gesp prijkt. Op zijn heup rust een met zilver versierd zwaard. Hij kijkt nieuwsgierig om zich heen. Wat hij ziet bevalt hem. Het grote bos in het duingebied kan gebruikt worden voor bouwhout en de omliggende kreken zitten ongetwijfeld vol met vis. Verder schept de nabijheid van de zee mogelijkheden voor handel en rooftochten. De man gebaart zijn metgezellen. Hier gaan ze hun dorp bouwen.

Oosugeer-Oegstgeest
De naam van de leider is Oosugeer, wat in zijn taal Godenspeer betekent. De nederzetting die hij op die zandrug van de Rijn sticht, wordt daarom door zijn nakomelingen ‘de geestgrond van Oosugeer’ genoemd. Nu, in de 21ste eeuw, bestaat die nederzetting en zijn vroegmiddeleeuwse naam nog steeds. Maar door de veranderingen in de taal is het ‘Oosugeer’s geest’ van de zesde eeuw veranderd in Oegstgeest.
Dankzij archeologische opgravingen weten we dat er nabij het huidige Oegstgeest een vroegmiddeleeuwse nederzetting was. Deze nederzetting was zo’n acht hectare groot en de zuidrand grensde aan de noordoever van de rivier de Rijn. De bewoners hadden in de Vroege Middeleeuwen (500-1000 na Chr.) veel contacten met Engeland en Denemarken.
Archeologen kunnen dat zien aan de stijl van het aardewerk die in Engeland en het Nederlandse kustgebied veel overeenkomsten vertoont. Door de handel over de Noordzee waren de vroegmiddeleeuwse bewoners van Oegstgeest rijk en machtig. De zilveren met goud beslagen schaal die in 2013 in Oegstgeest opgegraven werd, getuigt van deze rijkdom. Ergens in de 7de eeuw werd deze schaal in een kreek geplaatst, vermoedelijk om daar aan de goden geofferd te worden.

Oegstgeest-wb3

Noordzeegermaans
Niet alleen de archeologie informeert ons over het Oegstgeest van de Vroege Middeleeuwen. Ook de taalkunde vertelt ons dat de bewoners van de Nederlands kust nauwe contacten met Engeland onderhielden. In Engeland en het Nederlandse kustgebied werd in die periode min of meer dezelfde taal gesproken. Deze taal was de voorouder van het latere Engels en Fries. Taalkundigen noemen deze taal ook wel Noordzeegermaans. Onze Oosugeer uit de vroege 6de eeuw zal dus Noordzeegermaans gesproken hebben, wat later in het vroegmiddeleeuwse Engels (Oudengels) en vroegmiddeleeuwse Fries (Oudfries) veranderde.

Engels en Fries
De verwantschap van het Engels en het Fries is nu niet meer zo duidelijk. In het moderne Fries zitten namelijk veel elementen die op het Nederlands lijken doordat het Fries eeuwenlang door het Nederlands is beïnvloed. Taalkundig kunnen we de oude verwantschap tussen het Engels en het Fries terugzien in de overeenkomst tussen het Engelse cheese en Friese tsiis, waar het Nederlands kaas heeft. Ook het Engelse goose en het Friese goase lijken erg op elkaar, terwijl het Nederlandse gans hier weer ver vanaf staat.
Deze woorden laten zien dat het Engels en het Fries gezamenlijk klankontwikkelingen hebben ondergaan die anders waren dan die in het Nederlands. Taalkundigen dateren deze gezamenlijke klankontwikkelingen tot een periode vlak voor 500 na Christus. Toen woonden de voorouders van de Engelsen en de Friezen samen in Noord-Duitsland en Denemarken.
De Oosugeer die Oegstgeest heeft gesticht was vermoedelijk één van de mensen die in de 6de eeuw van Noord-Duitsland naar het Nederlandse kustgebied verhuisden. Zijn nakomelingen zullen zich ongetwijfeld Friezen hebben genoemd en een vroege vorm van het Oudfries gesproken hebben.

In 2013 groeven Leidse studenten deze schaal in Oegstgeest op.

In 2013 groeven Leidse studenten deze schaal in Oegstgeest op.

Het Nederlands als laatkomer
Maar in Oegstgeest wordt tegenwoordig toch Nederlands gesproken? Betekent dit dat het Nederlands pas later in Oegstgeest aankwam? Jazeker. De sprekers van het vroegmiddeleeuwse Nederlands, dat we ook wel Oudnederlands noemen, woonden vooral in België en Noord-Brabant en behoorden tot het Frankische rijk. Dat kwam in de late 7de eeuw meer en meer in conflict met de Friezen, wat van Frankische kant werd gemotiveerd met de drang om de Friezen te kerstenen. In de vroege 8ste eeuw slaagden de Franken erin de Friezen te onderwerpen. Dit betekende dat de Franken meer invloed kregen in het Nederlandse rivierengebied en dat er Frankische edelen tussen de Friese bevolking gingen wonen.

Wisseling van taal
De Frankische invloed in het Nederlandse kustgebied had in de eeuwen daarna (800-1000 na Chr.) grote gevolgen. De taal van de Franken, het Oudnederlands, werd vanaf de 9de eeuw de prestigetaal van het Nederlandse kustgebied. Dit betekende dat Friese kooplui en edelen het Oudfries verruilden voor het Oudnederlands. De Friese plaats- en waternamen bleven ondanks de taalwisseling behouden. Doordat ze afwijken van de corresponderende Nederlandse woorden, verraden ze hun Friese herkomst. Zo zeiden de vroegmiddeleeuwse Friezen kaag in plaats van Nederlands koog (bv. de Kagerplassen ten oosten van Leiden) en zwet in plaats van zoet. Nu is dat in het Fries swiet (vgl. het Engelse sweet).
Ook de Friese plaatsnaam Oegstgeest bleef behouden. Zoals vermeld kan het eerste deel van de plaatsnaam Oegstgeest, namelijk oegst-, afgeleid worden van een personennaam Oosugeer. Dit is de Friese vorm van een Germaanse samenstelling die bestond uit *ansu- ‘heidense god’ + *gair ‘speer’. Buiten de plaatsnaam Oegstgeest is dezelfde naam ook bewaard in de Engelse persoonsnaam Oscar en de Scandinavische persoonsnaam Ansgar. Dus zoals de Friezen goes zeggen in plaats van Nederlands gans hebben we ook Oegstgeest in plaats van Anstgeest.

Onsterfelijk
Uit deze periode waarin de taalwisseling van Oudfries naar Oudnederlands moet hebben plaatsgevonden, vinden we ook het eerste schriftelijke spoor van de nederzetting van Oosugeer. Een klerk schreef toen (ca. 870 na Chr.) dat twee boerderijen in Ôsgêresgêst aan de Sint-Maarten’s kerk in Utrecht toebehoorden. Of men in die tijd nog verhalen vertelde of liederen zong over de aankomst van Oosugeer aan de Nederlandse kust zullen we nooit weten. Ook hoe de stichting van Oegstgeest precies in zijn werk is gegaan zal altijd giswerk blijven. Maar de naam van de stichter is in ieder geval voor het nageslacht bewaard. Versteend in de plaatsnaam Oegstgeest is Oosugeer onsterfelijk geworden.
(Kennislink/Peter Alexander Kerkhof )


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder