Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Gouden kooi: Topkapi

17 december 2014 Siebrand Krul

Op de punt van de landtong tussen de Zee van Marmara, de Bosporus en de Gouden Hoorn verrijst het Topkapi-paleis, dat ten tijde van het Ottomaanse Rijk de sultans tot verblijf en regeringszetel diende. Pracht en praal beheersten het serail, dat als vesting bovenal een toonbeeld van imperiale macht vormde. Een Habsburgse gezant noemde het 'uitermate rommelig en onbeholpen gebouwd. De gebouwen staan schots en scheef, alsof ze zo uit een zak zijn komen vallen.' Het paleis is eindeloos uitgebreid en verbouwd, waardoor een onoverzichtelijk, maar ook monumentaal complex ontstond.

Bruusk en onbehouwen
De reis naar het Ottomaanse hof was lang en bezwaarlijk. En dan dát: in de audiëntiezaal moesten de gezanten van de Roomse Keizer eerst de zoom van ’s sultans gewaad kussen, waarna zij ‘heel bruusk en onbehouwen’ op de knieën gedwongen werden. De gezant die hier aan het woord is, Salomon Schweigger, was verbolgen. Ook over het feit dat de sultan er roerloos en stom bij zat ‘als een afgodsbeeld’. Voor hem stonden drie hovelingen, al even roerloos. Ze hielden de armen over elkaar en hun ogen staarden in de verte. Daar stonden de gezanten dan, heel ongepast met hun hoed in de handen, terwijl ‘geen Turk voor keizer of sultan de hoed afneemt.’ Reden genoeg voor de tolk om als een vlo tussen het bezoek en de sultan heen en weer te springen. Daarbij gleed de blik van de gezant door de zaal, een rechthoekige, overkoepelde ruimte. Hier speelde het publieke leven van de sultan zich af. Zijn troon werd overhuifd door een baldakijn met twee wereldbollen. Hij zat op een verhoging van ‘een voet hoog’, die overtrokken was met zijden stoffen. ‘Een fraai goudstuk’ hing aan zijn halsketting, aan zijn vingers droeg hij met diamanten en juwelen bezette ringen.

Poort der Begroeting
Met evenveel ergernis als over de ontvangst sprak de gezant over het paleis, dat in niets leek op de symmetrische pronkgebouwen in eigen land. De gebouwen waren rond vier binnenhoven gegroepeerd, waarvan alleen het eerste en tweede algemeen toegankelijk waren. De weg naar het eerste binnenhof voerde door de Keizerlijke Poort. Door de Poort der Begroeting betrad men het tweede, bedoeld voor parades, terechtstellingen en ceremonies. Boven alles uit torenden de drie koepels van de Kubbe Alti, waar de divan – de staatsraad – bijeenkwam. Dit college bestond onder andere uit de grootvizier, de zeven voornaamste viziers, leden van het hooggerechtshof, de commandanten van respectievelijk de vloot en de janitsaren alsmede het hoofd van de veiligheidsdienst. Het onderling verschil in rang kwam allereerst tot uitdrukking in de kleur van de kleding, maar stand en functie waren ook af te lezen aan de voering van de gewaden, de snit van de mouwen, de vorm van de tulband en de baarddracht.
De divan beraadslaagde over binnen- en buitenlands beleid, over oorlog en vrede, economie en financiën. De vorst luisterde mee vanachter het ‘oog van de sultan’, een tralievenster achter de zetel van de grootvizier. De vergaderingen duurden van de vroege ochtend tot het middaguur, waarop de aanwezigen een maaltijd voorgeschoteld kregen.

Topkapi-2-wb

Koken voor 4.000 mensen
Die kwam van datzelfde tweede binnenhof, uit de keukens met hun hoge schoorstenen. Dag na dag werd hier voor zo‘n 4.000 mensen gekookt. De maaltijden voor de sultan kwamen echter uit de zogeheten ‘vogelkooikeuken’ – in kleine hoeveelheden en kleine schalen. De sultan at het liefst in zijn privé-vertrekken, op het terras of in de tuin; alleen, met zijn naaste familieleden of de viziers.
Soms verdrongen zich hier wel duizend mensen rond de fornuizen en braadspitten: bakkers, patissiers, inmaakkoks, halva- en yoghurtmakers (deze laatsten onder toezicht van een opper-yoghurtbereider). Verandering van spijs was het opperste gebod. Rijst was er bijvoorbeeld in allerlei variaties: wit, rood, bruin, dik of dun, zoet of gebakken. Daarbij schapenvlees, kip, vruchten als meloen, limoen, granaatappel, peer, druiven, kersen. Er was suikergoed in overvloed, zoals halva, compote en zoete pasteien. ‘Een middagmaal van vijftig schotels’ liet de moeder van de sultan begin 18de eeuw opdienen voor de echtgenote van de Engelse ambassadeur, lady Mary Wortley Montagu. ‘Naar plaatselijk gebruik werd er steeds slechts één schotel tegelijk opgediend, wat zeer veel tijd in beslag nam. De overdaad van de tafel kwam overeen met die van de kleding. De messen waren van goud, de heften met diamanten bezet’, schreef ze in haar memoires.
Via de Poort der Gelukzaligheid bereikte men het derde binnenhof. Onder de imposante luifel van deze poort werden alle belangrijke ceremonies gehouden. Hier bestegen de nieuwe sultans plechtig de uit de vorstelijke vertrekken tevoorschijn gehaalde troon, hier vierde het hof religieuze feesten.
Wilde geruchten over de harem
Maar wat er áchter deze poort rond het derde en vierde binnenhof lag, was taboe. In de harem van het derde binnenhof bevonden zich de woonvertrekken van de sultan. Dit paleisdeel was compleet van de buitenwereld afgezonderd. Geen wonder dat wilde geruchten de ronde deden en menigeens fantasie geprikkeld werd. Zo ook die van de Franse kunstenaar Jean Auguste Dominique Ingres. Hoewel hij nog nooit een haremvertrek van binnen gezien had, schilderde hij rond 1840 zijn ‘Odalisk met slavin’, een tafereel uit de verborgenheid van het Topkapi-serail. Een vrouw met ontblote buik en borsten heeft zich loom in de kussens gevlijd, vlammend kastanjebruine lokken golven over haar huid. Nu moet alleen de sultan nog komen en geeft zij zich aan hem…. Met de werkelijkheid had dat allemaal weinig van doen. Regels en hiërarchie bepaalden het leven in de Topkapi-harem. Hier werd familie- en daarmee ook rijkspolitiek bedreven. Zwarte en blanke  eunuchen bewaakten en onderwezen de geïsoleerde vrouwen. Afgezien van de zonen van de sultan en pages waren dat de enige mannen die de harem binnen mochten gaan.

Lelieblanke vrouwen
In dit labyrint van meer dan 300 vertrekken leefden op zeker moment bijna 1.200 vrouwen: zusters van de sultan, andere vrouwelijke verwanten, zijn echtgenotes (maximaal vier), zijn favorietes en kinderen, door tal van dienaressen omringd. De meeste vrouwen kwamen deze gouden kooi binnen als slavin: meisjes tussen de zes en dertien jaar oud – ontvoerd, verkocht, weggegeven. Haremvrouwen waren van buitenlandse komaf, christen, alleen al omdat het islamitisch recht het niet toestond moslims tot slaaf te maken. Het meest begeerd waren lelieblanke vrouwen uit de Kaukasus, met lichtblauwe duivenogen, evenals de vaak roodharige Tsjerkessischen en Georgischen. Velen van hen kwamen uit Rusland of van de Krim, uit Albanië, Macedonië, maar ook elders uit Europa. Getalenteerde schoonheden maakte men met de hofetiquette vertrouwd. Ze kregen dansles, leerden lezen en schrijven, converseren en zingen.

De moeder van de sultan
Wekelijks organiseerde de moeder van de sultan een damesavond. Degene op wie haar zoons keus viel hulde ze in dure, verleidelijke kleding, behing ze met juwelen en liet ze opmaken. Had een slavin eenmaal een nacht met de heerser doorgebracht, dan steeg ze in de hiërarchie. Ze kreeg ze een eigen vertrek en een eigen gevolg.
De sultan was de machtigste persoon in het rijk, maar diens moeder, de validé sultane, was de onbetwiste nummer twee. Er gebeurde niets buiten haar medeweten. Ze was beschermster, raadsvrouwe, opvoedster en uitstekend op de hoogte van de staatszaken. Ook zij gelastte wel eens een moord, om de macht voor haar zoon veilig te stellen. Van een ooggetuige weten we in wat voor kostbaarheden de validé sultane gehuld ging: ‘Haar hoofdtooi was met naalden van smaragden en diamanten overdekt. Ze droeg grote diamantenarmbanden en aan de vingers had ze vijf ringen met solitairen, groter dan ik ooit gezien heb.’

Hartstochtelijke kunstverzamelaars
Haar woonvertrekken waren al even pronkvol. Ze bevonden zich midden in de harem en waren rechtstreeks verbonden met die van de sultan, waar zij als enige dag en nacht toegang had. Via een gang bereikte ze ongezien de suites van haar zoon of de troonzaal. Daar resideerde de vorst in pracht en praal, maar ook zo goed als van de wereld afgesneden, als in een gouden kooi. De angst voor moordenaars week niet van zijn zijde. Zijn maaltijden liet hij voorproeven, in de hamam baadde hij achter een ijzeren traliewerk. Enige troost kon hij putten uit de exclusieve inrichting van de vertrekken. Schilderingen en prachtige tegeltableaus sierden de wanden, omgeven door planten- en bloemenornamenten. Sofa‘s en rustbanken waren bekleed met geborduurde stoffen, doorweven met gouddraad. Her en der stonden lampen en vazen die met juwelen bezet waren. Veel sultans waren hartstochtelijke verzamelaars, vooral van Chinees en Japans porselein en van Europese klokken.
(Nina Daebel)

Lees de andere helft van dit mooie artikel in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder