Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Het stinken der mensheid

28 november 2014 Siebrand Krul

De reuk als zintuig is vroeg in de evolutie ontstaan. Het is geworteld in de hersendelen die verantwoordelijk zijn voor gevoelens en emoties. Geur en emotie liggen dus dicht bij elkaar. Dat verklaart misschien de aantrekkingskracht dat het parfum door de eeuwen heen op de mensen heeft uitgeoefend. Het gebruik van geuren is al duizenden jaren oud. Oorspronkelijk waren welriekende kruidenmengsels vooral het domein van priesters die ze gebruikten bij religieuze ceremonies. Het vrijkomen van de geur bij verbranding ligt aan de basis van het moderne woord parfum dat afgeleid is van het Latijnse ‘per fumum’ (door rook).

Maar de verleiding van de reuk was te groot om enkel aan de goden te laten. De Grieken zagen het als een geschenk van Aphrodite, godin van de liefde en de lust, en waren er dol op. Ook de Romeinen wisten er wel raad mee. Ondanks het gemor van een enkeling over deze oosterse ‘decadentie’ (de schrijver Marcus Valerius Martialis schamperde ‘ook ik kan mijn hond zo laten ruiken’) waren de kostbare oliën en smeersels niet aan te slepen. Waar de rijke delen van de stad lagen kon je al van verre met je neus aanwijzen.
Met de opkomst van het christendom sloeg die waardering drastisch om. IJdelheid (Superbia) werd gezien als de eerste hoofdzonde. Alleen in de kerken werd nog wierook gebruikt. Kennis van het parfum bleef vooral bewaard in de Arabische wereld waar Mohammed zijn liefde voor parfum niet onder stoelen of banken had gestoken. Het waren ook de Arabieren die de techniek van het destilleren ontwikkelden. Ze kregen daarmee de beschikking over hoog geconcentreerd alcohol, het ideale middel voor het maken van parfum.

Interieur van een Parijse parfumwinkel in 1926. (Spaarnestad Photo/NA)

Interieur van een Parijse parfumwinkel in 1926. (Spaarnestad Photo/NA)

Pools hoofd op hol
Via de kruisvaarders kwam Europa in contact met de rijke geurentraditie van het Oosten. Venetië met zijn vele handelscontacten werd het centrum van de Europese parfumerie. Het eerste moderne Europese parfum dat we kennen stamt uit de 14de eeuw, een parfum op basis van alcohol en extracten van voornamelijk lavendel en rozemarijn. Het werd gemaakt voor Elisabeth van Hongarije (1305-1380) en staat daarom bekend als Eau d’Hongrie’. Volgens de Hongaarse was de geur zo krachtig en aantrekkelijk dat zij, hoewel toch al ruim 72 jaar oud, terstond van de Poolse koning een huwelijksaanzoek kreeg, ‘hetgeen ik ter liefde van onze Heer Jezus Christus weigerde’.

Zeldzaam Romeins parfumflaconnetje uit de 2de eeuw. Grafgift, gevonden in Limburg.

Zeldzaam Romeins parfumflaconnetje uit de 2de eeuw. Grafgift, gevonden in Limburg.

Beruchte zweetvoeten
In de 16de eeuw verschoof het zwaartepunt van de handel en fabricage van parfum naar Frankrijk, waar steden als Grasse de toon zetten. Aan het hof van koning Lodewijk XIV bereikte de populariteit van het reukwater grote hoogte. Persoonlijke hygiëne was in die tijd ver te zoeken, algemeen heerste de opvatting dat baden ongezond was en daarom tot het minimum moest worden beperkt. Lodewijk pochte dat hij in zijn leven maar drie keer een bad had genomen. Kortom, niemand rook erg fris, terwijl toch kwalijk riekende dampen ervan werden verdacht mensen ziek te maken. Aan het hof werd de stank bestreden met liters zware parfum. En niet alleen op het lichaam, maar op alles wat los of vast zat. Lodewijk zelf stond, ondanks zijn beruchte zweetvoeten, al snel bekend als de ‘zoetst ruikende vorst’ ter wereld.

‘Het nieuwe parfum’, geromantiseerd portret van een Romeinse vrouw door John William Godward (1861-1922).

‘Het nieuwe parfum’, geromantiseerd portret van een Romeinse vrouw door John William Godward (1861-1922).

Napoleon verslaafd aan ‘odeklonje’
Toen in 1798 de Franse Revolutie uitbrak raakte parfum even uit de gratie. Een al te zwaar aangebrachte geur kon je adellijke afkomst verraden met alle risico’s van dien. Lang duurde dat niet. Napoleon ontpopte zich als een onmatige parfumverslaafde. Hij was vooral gek op Eau de Cologne waarvan hij er maandelijks zo’n vijftig flessen liet aanrukken. Dit reukwater was een creatie van de in Keulen werkzame Italiaan Johann Maria Farina (1685-1766). Het ‘Keuls water’ werd oorspronkelijk verkocht als een wondermiddeltje (aqua mirabilis) tegen allerlei kwalen maar werd al snel door zijn frisse geur geliefd bij de Europese vorstenhuizen. Zware sensuele geuren raakten uit de gratie en werden geassocieerd met het verbloemen van slechte hygiëne en onbetamelijk seksueel gedrag. In de 19de eeuw rook een braaf burgermeisje naar bloemetjes en niet naar wellust.

Een strontkar van de gemeente Amsterdam heette in de volksmond ‘Boldootkar’. In de Tweede Looiersdwarsstraat worden in 1928 poepemmers geleegd. (Stadsarchief Amsterdam)

Een strontkar van de gemeente Amsterdam heette in de volksmond ‘Boldootkar’. In de Tweede Looiersdwarsstraat worden in 1928 poepemmers geleegd. (Stadsarchief Amsterdam)

Boldootkar
Het dure parfum bleef voorbehouden aan de rijke elite. De minder gegoede burgers kozen voor eenvoudiger en minder kostbare geuren. Het eau de cologne had zich ontwikkeld tot zo’n allemansvriend. In de Lage Landen werd gesproken over ‘odeklonje’. De Nederlandse firma Boldoot deed er goede zaken mee en werd een begrip. In Amsterdam werden de wagens die de poeptonnen bij de mensen van huis haalden gekscherend ‘Boldootkarren’ genoemd.

Coco Chanel op de schouder van een vriend, 1937.

Coco Chanel op de schouder van een vriend, 1937.

De nachtkleding van Marilyn Monroe
In het eerste kwart van de 20ste eeuw werd parfum meer en meer een zaak van marketing. De Corsicaanse parfumeur Coty besefte dat de vormgeving van de parfumfles belangrijk kon bijdragen aan het succes van de geur. Hij liet de kunstenaar René Lalique ware juweeltjes ontwerpen en zette daarmee een trend. De Franse modeontwerper Paul Poiret was de eerste couturier met een eigen parfumlijn: Parfums de Rosine. Hij zou beslist niet de laatste zijn. Modewereld en parfumerie verbonden zich nauw met elkaar. Iconisch is het parfum dat modeontwerpster Coco Chanel in 1921 lanceerde in 1921: Chanel No 5. Toen de al even legendarische Marilyn Monroe ooit werd gevraagd wat ze ’s nachts in bed droeg was haar antwoord: ‘Een paar druppels Chanel No. 5 en verder niets’.
(Harry Stalknecht)

Benieuwd naar het gehele artikel? Lees het in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder