Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Oranje in Antwerpen

02 juli 2014 [412] Olivier Keun

In hartje Antwerpen ligt een stukje Nederland: een salon in het Koninklijk Paleis verheerlijkt het Huis van Oranje toen België en Nederland vanaf 1815 onder Willem I in één koninkrijk verenigd waren. De zogenoemde Zaal der Zeventien Provinciën was pas een maand voor de scheiding afgewerkt en vervulde slechts luttele weken haar functie, maar ze overleefde de woelige jaren van de Belgische opstand. Een paar jaar geleden werd deze Hollandse salon, samen met het hele stadspaleis, in al zijn luister gerestaureerd.

Het Koninklijk Paleis staat op de hoek van de Wapper en de Meir, dichtbij het Rubenshuis. Het werd in 1748 in rococostijl opgetrokken door architect Jan Peter van Baurscheit in opdracht van Joan-Alexander van Susteren, een telg van een welgestelde familie van bierbrouwers in ‘s-Hertogenbosch. Na diens dood kwam het achtereenvolgens in het bezit van de adellijke families de Fraula, Roose de Baisy en de Bergeyck. Tijdens het Franse regime verkocht de weduwe van laatstgenoemde het paleis in 1812 aan het keizerlijk kroondomein van Napoleon. De keizer had immers behoefte aan een passende residentie in Antwerpen, dat hij regelmatig bezocht om er de uitbreidingswerken aan haven en forten te inspecteren. Architect Verly begon in het paleis meteen aan de nodige aanpassingswerken in empire, maar Napoleon zou het resultaat nooit te zien krijgen, wel zijn aartsvijand, de Russische tsaar Alexander I, die op 29 juni 1814 vanaf het balkon door de bevolking werd toegejuicht. Na de Slag van Waterloo werd het gebouw ter beschikking gesteld van Willem I, de nieuwe koning van de Verenigde Nederlanden.

Oranje boven

In oktober 1829 gaf Willem I aan de Antwerpse schilder en directeur van de Kunstacademie Matthias Van Bree de opdracht een kamer op de eerste verdieping in te richten als een representatieve ontvangstsalon. Van Bree ontwierp een iconografisch programma dat vooreerst de grootsheid van de Habsburgse Nederlanden en de Oranjedynastie moest benadrukken. Op de wanden van het vertrek bracht hij vier historische basreliëfs aan, waarvoor hij zelf de tekeningen op ware grootte had geleverd. De ontwerpen werden in pleister uitgevoerd door twee van zijn beste leerlingen, de jonge beeldhouwers Willem Geefs en Jan Baptist de Cuyper. Een eerste reliëf verbeeldt de eed van Claudius Civilis tijdens de opstand tegen de Romeinen, als voorbeeld voor Willem van Oranje bij het leiden van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips II. Een tweede reliëf toont het bezoek van de Russische tsaar Peter de Grote aan de scheepswerven in Zaandam in 1697. Hoewel de tsaar ook de Antwerpse scheepswerven had bezocht, werd toch gekozen voor Zaandam, wellicht omdat de zuster van de Russische tsaar Alexander I, Anna Paulowna, de echtgenote was van de Nederlandse kroonprins. De twee overige basreliëfs tonen de aanbieding van de Engelse kroon in 1689 aan stadhouder Willem III en de inhuldiging van koning Willem I in 1815.
Op het plafond liet Van Bree rond de kroonluchter achttien wapenschilden aanbrengen: die der Zeventien Provinciën die in de 16de eeuw de Habsburgse Nederlanden vormden én het wapenschild van het Prinsbisdom Luik dat ook deel uitmaakte van het nieuwe koninkrijk. In een fries bovenaan de wanden zijn in medaillonvorm 24 portretten van beroemde personages aangebracht, vooral gelieerd met de geschiedenis van de Noordelijke Nederlanden en uitgevoerd door Jozef de Cuyper, nog een leerling van Van Bree. Niet toevallig kreeg keizer Karel V een prominente plaats naast Willem van Oranje en diens zoon Maurits. Koning Willem I vond immers dat zijn verenigende opdracht in de lijn lag van de politiek van de Habsburgse keizer.

Opstand en scheiding

In mei 1829 maakte Willem I een officiële rondreis door zijn Belgische provincies om zelf te kunnen inschatten hoe ernstig het protest was tegen zijn beleid. De Belgen verweten hem namelijk een antiliberaal en antikatholiek beleid, een onevenwichtige verdeling van de belastingheffing tussen Noord en Zuid en een beknotting van de persvrijheid. Maar tijdens zijn bezoek aan Antwerpen, waar de economische bezwaren dankzij de florerende havenactiviteiten minder uitgesproken waren, werd de koning goed afgeschermd en kreeg hij een petitie gericht tegen zijn beleid, die tijdens zijn bezoek circuleerde, niet te zien. Floris Prims schreef: ‘zyn bezoek eindigde gelijk dat van eenen inspecteur, die alles natuerlyck in orde vindt, wanneer hy van zyne komst voorop berigt heeft.’
Dat Willem I een paar maanden later het initiatief nam om in het Antwerpse paleis de Zaal der Zeventien Provinciën in te richten, toont goed aan hoe de ware aard van de problemen hem ontging. Het werk aan de inrichting van de zaal duurde tot juli 1830. Nauwelijks een maand later brak in Brussel de Belgische revolutie uit. In oktober plaatste de Prins van Oranje (de latere Nederlandse koning Willem II ) zichzelf vanuit het Koninklijk Paleis, aan het hoofd van de opstandelingen, omdat hij graag zelf koning der Belgen wou worden, iets wat noch voor zijn vorstelijke vader, noch voor de Belgen aanvaardbaar was. Op 27 oktober 1830 kwam Antwerpen in handen van de Belgische patriotten, na twee bloedige dagen van hevige straatgevechten tot onder de ramen van de Hollandse salon toe. Vanuit de citadel, waar ze zich hadden teruggetrokken, en vanaf hun oorlogsschepen op de Schelde bombardeerden de Nederlanders urenlang de stad. In een huisgevel aan de Sint-Paulusplaats (thans een pittazaak) zit tussen de ramen van de eerste en de tweede verdieping nog steeds een kanonskogel die herinnert aan die beschietingen.
Omdat de Belgen na deze gebeurtenissen vreesden dat de grote Europese mogendheden hen alsnog de Nederlandse kroonprins als koning zouden opdringen, bepaalden ze in november per decreet dat ‘leden van het stamhuys van Oranje-Nassau voor altyd uyt alle magt of gezag in België uitgesloten zyn’. De wetsbepaling is nog steeds van kracht: ook vandaag de dag kunnen de leden van het Huis van Oranje als enige stervelingen nooit koning der Belgen worden.

Intact bewaard

De iconografie van de Zaal der Zeventien Provinciën werd nooit gewijzigd. Ze overleefde de woelige jaren van de scheiding, met de Tiendaagse Veldtocht in 1831, de blokkade van de Schelde, de beschietingen vanuit de citadel die nog tot 1832 duurden en de periode tot 1839, toen België uiteindelijk door Nederland officieel werd erkend. Al in 1831 werd het stadspaleis ter beschikking gesteld van de nieuwe Belgische dynastie en het was als dusdanig – tot 1969 – de Antwerpse residentie van de Belgische vorsten, hoewel het door het koninklijk hof slechts sporadisch werd gebruikt en daardoor niet echt de status van een officiële residentie had. Dit kan deels verklaren waarom de decoratie van de Hollandse Zaal niet werd aangepast. De historische verwijzingen naar het vorige regime verhoogden bovendien de grandeur van het gebouw en van haar residenten. Ook kunnen de orangistische sympathieën die in Antwerpen toch nog enkele jaren voortleefden, voor een bufferperiode hebben gezorgd, evenals het feit dat de ontwerper van de zaal, Matthias Van Bree, ook na de Omwenteling tot aan zijn dood in 1839 directeur van de Antwerpse kunstenaarsacademie bleef. Van Bree en zijn medewerkers werden in oktober 1833 zelfs nog door de Belgische regering vergoed voor hun werk in het Hollands salon tijdens de einddagen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
(André Capiteyn, foto Storm Calle)

Lees de rest van dit opmerkelijke verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!

 


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder