Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Alexanders Perzische veldtocht

10 mei 2014 [412] Olivier Keun

Vroeg in het jaar 334 v.Chr. begon Alexander de Grote zijn wraakexpeditie tegen de Perzen. Maar al gauw werd duidelijk dat het de jonge koning om veel meer te doen was dan vergelding alleen: hij wilde het hele Perzische wereldrijk veroveren.

De operatie had alle trekken van een zelfmoordactie. Met niet meer dan 30.000 man voetvolk en 5.000 man ruiterij wilde Alexander de Perzische sjah te lijf om wraak te nemen voor de verwoesting van Athene tijdens de Perzische Oorlogen. Terwijl Darius III uit de dynastie der Achaemeniden over een leger beschikte dat minstens drie keer zo groot was. Daar maakten niet alleen soldaten uit zijn eigen rijk deel van uit, maar ook tal van Griekse huurlingen die zich niet aan de koning van Macedonië wilden onderwerpen.
De Grieks-Macedonische invasie kwam voor de Perzen geenszins als een verrassing, maar ze waren het oneens over het juiste antwoord daarop. Legerleider Memnon – ook hij was een Griek van geboorte – gaf de voorkeur aan de tactiek van de verschroeide aarde, om de tegenstander zo vroeg mogelijk tot opgave te dwingen. Hier verzetten de Perzische bevelhebbers zich echter tegen: ze wilden hun land beschermen, niet verwoesten. Bovendien achtten ze het een erezaak om de vijand in een open gevecht tegemoet te treden. Zij gaven de doorslag. Aan de rivier de Granikos wachtte een reusachtige Perzische legermacht Alexander en zijn mannen op.

Afslachting
Al in Griekenland had de Macedoniër bewezen dat snelheid en vermetelheid in zijn succesvolle tactiek de doorslag gaven. Ook aan de Granikos rekende hij op het verrassingselement. Direct bij aankomst ging hij over tot de aanval. Hij galoppeerde aan het hoofd van zijn ruiterij door de rivier en de oeverwal op – midden in de Perzische hoofdmacht en op een haartje na de dood in. Als zijn ruitercommandant Kleitos niet bliksemsnel gereageerd had, had een Perzische strijdbijl een vroegtijdig einde aan het leven van de koning gemaakt – en aan diens hele veldtocht. Door deze kleine opmerkzaamheid slaagde Alexanders opzet: zijn onverhoedse aanval had de Perzen dermate in verwarring gebracht, dat ze al snel op de vlucht sloegen. De Perzische ruiterij wist nog een goed heenkomen te vinden, maar de 5.000 Griekse huurlingen van de sjah werden omsingeld. Ze hoopten erop dat Alexander hun overgave zou accepteren, maar in plaats daarvan beval de koning hen te vermoorden. Meer dan de helft werd afgeslacht, de rest tot slaaf gemaakt. Een bloederige waarschuwing aan het adres van de andere huurlingencontingenten in het leger van Darius.

Gordiaanse knoop
De overwinning aan de Granikos bevleugelde Alexander. Nu lag de weg open om de Griekse steden aan de westkust van Klein-Azië van het Perzische juk te bevrijden. Bijna allemaal openden die voor de Macedoniërs bereidwillig hun poorten, maar er waren ook steden met een sterk Perzisch garnizoen, zoals de belangrijke vlootbases Milete en Halikarnassos, die hij met geweld moest innemen. Met de bevrijding van Ionië had Alexander zijn wraakexpeditie tegen de Perzen eigenlijk kunnen beëindigen. Maar de Macedoniër had andere plannen. Voor hem strekte zich een immens, onbekend rijk met fascinerende culturen uit – en die trokken hem veel meer dan zijn vaderstad Pella.
De winter van 334/333 v.Chr. bracht Alexander met zijn troepen door in de oude Frygische koningsstad Gordion, de plaats waar volgens de overlevering ooit de legendarische koning Midas leefde. In een van de tempels daar stond een oude strijdwagen, waarvan de dissel door een uiterst ingewikkelde knoop met het juk verbonden was, waarbij de einden van het touw niet te zien waren. De tempelpriesters legden Alexander uit dat hij die de knoop ontwarren kon heer over heel Azië zou zijn, gebieder over het Perzenrijk. Zoals velen voor hem probeerde de Macedoniër de knoop eerst op conventionele manier te ontwarren. Vergeefs. Nu stond hij onder druk, want als hij faalde zouden zijn mannen daarin ongetwijfeld een slecht voorteken zien. Wat te doen? Alexander trok kortweg zijn zwaard en hieuw de kluwen met een enkele slag door – een verbluffend eenvoudige oplossing, geniaal genoeg om door alle eerdere bezoekers kennelijk over het hoofd gezien te worden. Nu hoefde Alexander de voorspelling alleen nog maar even waar te maken…

Belegeringstorens
Begin 333 v.Chr. voerde Alexander zijn leger door het Taurusgebergte naar de Syrische kust. Op een vlakte in de buurt van de stad Issos stuitte hij voor het eerst op een Perzisch leger waarover Darius zelf het bevel voerde. Wie weet hoe deze beroemde slag afgelopen zou zijn als Darius niet in het heetst van de strijd zijn zelfbeheersing verloor en zich uit de voeten gemaakt had? Nu echter behaalde Alexander opnieuw een gelukkige overwinning (zie het kader op blz. 36).
Alexander werd door een onweerstaanbare kracht voortgedreven. Zuidwaarts richtte hij nu zijn schreden, naar de Fenicische kuststeden die de Perzen bezet hielden. Aanvankelijk had hij ook hier gemakkelijk spel en gaf de ene stad na de andere zich over – tot hij de eilandvesting Tyrus bereikte. Wie de Middellandse Zee wilde beheersen moest deze stad simpelweg onder controle hebben. Ze lag echter bijna een kilometer ver in zee – een hoon voor elke belegeraar. Toen kwam Alexander op het idee een dam op te werpen waarop hij verrijdbare belegeringstorens in stelling kon brengen. Het betekende maandenlang werken als een os voor zijn soldaten, maar door zelf stenen te sjouwen kreeg hij gedaan dat ze volhielden. Eindelijk, in augustus 332 v.Chr., kon Alexander met zijn troepen de muren van Tyrus bestormen en ook deze stad veroveren. De bewoners die deze stormloop overleefden, werden als slaaf verkocht.

Stedenstichtingen
De sjah, die inmiddels in Babylon een goed heenkomen gezocht had, werd het bij de schijnbaar onstuitbare zegetocht van de Macedoniër langzaam bang te moede. Het leek hem daarom raadzaam Alexander een uiterst ruimhartig vredesvoorstel te doen: alle gebieden ten westen van de Eufraat, dus ongeveer eenderde van het hele Perzische rijk, plus een vorstelijk bedrag van 10.000 gouden talenten én de hand van zijn mooie dochter. Maar hoe verlokkend het aanbod ook zijn mocht, Alexander dacht vast aan de veelbetekenende slag waarmee hij de Gordiaanse knoop had doorgehakt en sloeg het af. Het was nu alles of niets.
Nauwelijks had hij Tyrus bedwongen, of daar ging het al weer verder zuidwaarts, dwars door Palestina en de Sinaïwoestijn, tot uiteindelijk Egypte voor hem lag, het laatste mediterrane gebied dat nog in handen van de Perzen was. De bewoners van het oude land van de farao‘s verwelkomden Alexander als bevrijder, die dan ook niet naliet hun culturele verworvenheden te prijzen en bewonderende blikken op de piramides te werpen. Toch dacht hij net zozeer aan de toekomst als aan het verleden. Op een strategisch gunstige plaats in de Nijldelta stichtte hij de eerste van diverse steden die zijn naam zouden dragen: Alexandrië, de stad die zich weldra onder de dynastie van de Ptolemeeën tot de prachtigste metropool van heel het Middellandse Zeegebied zou ontwikkelen. Die niet alleen faam verwierf door haar omvangrijke bibliotheek, die generaties van geleerden in haar ban hield, maar evenzeer door de ruim 120 meter hoge vuurtoren op het zich als een havendam uitstrekkende eiland Pharos, die tot de zeven antieke wereldwonderen werd gerekend (zie het artikel op blz. 42 e.v.).
(Karin Feuerstein-Prasser)

Lees de andere helft van dit spannende verhaal in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!

 


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder